Woensdag 06/07/2022

De vragen van ProustSachli Gholamalizad

Sachli Gholamalizad: ‘Ik had vaak het idee dat ik niet te vrouwelijk mocht zijn omdat andere vrouwen zich daardoor geïntimideerd voelden’

Sachli Gholamalizad: ‘Ik wil niet alleen maar mijn mooiste kant laten zien. Dat bedoel ik met oprechtheid, niet ‘zie mij hier nu kwetsbaar zijn’, want dat is tegenwoordig zo in.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Sachli Gholamalizad: ‘Ik wil niet alleen maar mijn mooiste kant laten zien. Dat bedoel ik met oprechtheid, niet ‘zie mij hier nu kwetsbaar zijn’, want dat is tegenwoordig zo in.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Eenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: actrice en theatermaakster Sachli Gholamalizad (39). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Ann Jooris

Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben nu bijna 40 en heb daar totaal geen probleem mee. Veertig is in mijn beleving nog jong. In die zin vind ik leeftijd zo willekeurig.”

“Ik zou willen zeggen dat ik mij ergens vanbinnen 30 voel, maar dan zou ik mijzelf ook oneer aandoen, want ik heb de laatste tien jaar een heel proces doorgegaan dat mij heeft gemaakt tot wie ik ben, en ik wil die ervaring niet uitwissen.”

“Rond mijn dertigste heb ik het lastig gehad omdat ik carrièregewijs het gevoel had dat ik vastzat. Alsof ik in een doodlopende straat zat. Dat gevoel ging gepaard met heel veel paniekaanvallen. Nu sta ik rustiger in het leven. Ik ben nog altijd ambitieus maar heb niet meer het gevoel dat ik mij moet bewijzen. Als ik iets wil doen, is het echt voor mezelf en dan neem ik daar tijd voor. Dat geeft mij kracht en vertrouwen. Ik ben niet langer bang voor de toekomst.”

BIO
• Belgisch-Iraanse actrice en theatermaakster
• geboren op 25 februari 1982 in Iran
• studeerde Dramatische Kunsten aan het RITS in Brussel
• speelde de rol van Mehti in de speelfim De helaasheid der dingen (2009)
• theaterwerk: o.a. bij Zuidpool en de bekroonde solovoorstelling A Reason to Talk
• speelde in tv-series zoals Dag en nacht: hotel Eburon (2009), Ella (2011-2012), De bunker (2014-2015), Lockdown (2021)

“Ik heb heel lang gedacht dat ik niet voor het moederschap gemaakt was omdat het niet met mijn job te combineren viel. Ergens wilde ik wel moeder zijn, maar ik wilde dat niet forceren. Ik aanvaard wat mij toekomt en wat mij niet toekomt. In die zin was mijn zwangerschap zo belachelijk symbolisch. Aan het einde van mijn theatertrilogie (A Reason to Talk, (Not) My Paradise en Let Us Believe in the Beginning of the Cold Season) over drie generaties migratie - mijn oma, mijn moeder en ik, zei ik: ‘En nu is het tijd voor de volgende generatie.’ Twee maanden later was ik zwanger.”

“Ik voelde dat ik een balans moest scheppen tussen mijn werk, dat mij ergens kapotmaakte, en vreugde in het leven. En toen kwam zij (haar dochtertje Rumi, red.). Zij heeft dat moment echt voor mij uitgekozen. Zij heeft mij geleerd om minder op mezelf te focussen en meer afstand te nemen van mijn werk. Wat niet betekent dat ik minder gedreven zou zijn, integendeel.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Het valt mij altijd op dat ik heel veel energie krijg door contact te maken met mensen. Ontmoetingen zijn voor mij de trigger om op nieuwe ideeën te komen en een frisse wind door mijn hoofd te laten waaien. Ik merk ook dat communiceren mij helpt om te relativeren. Ik haal daar veel kracht uit, maar een nadeel is dat ik mezelf daarin ook kan verliezen. Soms ben ik uitgeput en moet ik alleen zijn, maar die lijn trekken kan ik niet. Ik ga te vaak over mijn eigen grenzen.”

“Kiezen voor mezelf vind ik een van de moeilijkste opdrachten. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Ik ken mensen die zichzelf veel beter kunnen afschermen, maar ze staan niet open voor het onverwachte. Bij mij brengt dat zo veel teweeg. Ik heb in die hele coronaperiode zelfs meer aan toevallige ontmoetingen en gesprekken met vreemden gehad, dan aan ontmoetingen met mensen die ik goed kende.”

“Ik kan echt mijn somberheid verliezen door opeens een oprecht gesprek te hebben. En dat vind ik zo bijzonder. Daarom sta ik ook liever op een podium dan voor een camera, denk ik, omdat je met het publiek connecteert. Levende kunsten zijn gewoon niet vervangbaar, door geen enkele andere kunstvorm.”

Wat drijft u?

“Het vertrouwen dat een betere wereld mogelijk is. Daarom vind ik intergenerationeel contact zo belangrijk. Mijn studenten bijvoorbeeld confronteren mij nu al met mijn eigen burgerlijkheid. Ik die altijd dacht dat ik zo’n underdog was. (lacht) Totaal niet. Het is belangrijk om in een veilige cocon te zitten met mensen die jou begrijpen, waarin je het gevoel hebt dat je mag bestaan, maar de confrontatie met andere werelden is ook nodig, en dat hoeft geen botsing te zijn. Blijven zoeken naar samenlevingsvormen waarin iedereen op een volwaardige manier naast elkaar kan leven, daar geloof ik echt in. Mensen ontmoeten die in verandering geloven en die ook kritisch naar zichzelf durven te kijken, dat is wat mij drijft.”

Wat is uw passie?

“Proberen te begrijpen waarom ik hier ben en proberen zo oprecht mogelijk mezelf te zijn. Meer concreet: in mijn voorstellingen probeer ik om een versie van mezelf op scène te zetten waarmee ik worstel. Ik wil niet alleen maar mijn mooiste kant laten zien. Dat bedoel ik met oprechtheid, niet ‘zie mij hier nu kwetsbaar zijn’, want dat is tegenwoordig zo in.”

“Zo heb ik er zelf nooit voor gekozen om naar België te komen. Dat is de keuze van mijn ouders geweest. Ik heb de status van migrant ongevraagd meegekregen, waardoor mijn hele leven bepaald wordt. Op het vlak van school, carrière, ouderschap. Enorm ingrijpend. Waar ik wel voor gekozen heb, is om in mijn werk met die thema’s aan de slag te gaan, maar niet als slachtoffer. Wel vanuit de vraag: wat heb ik vanuit mijn specifieke positie te bieden?”

‘Ik herinner mij nog flarden van het Klein Kasteeltje, maar ook van ons huis in Iran waar elke dag soldaten langsreden die naar mij zwaaiden als ik in de tuin stond en ik die dan naar binnen liep omdat ik bang was.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik herinner mij nog flarden van het Klein Kasteeltje, maar ook van ons huis in Iran waar elke dag soldaten langsreden die naar mij zwaaiden als ik in de tuin stond en ik die dan naar binnen liep omdat ik bang was.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik ben noch Iraans, noch Belgisch en ik ben ze tegelijkertijd allebei. Dat is een verrijking. Die positie leren ontdekken, benoemen, uitdrukken, dat is mijn passie, want ik voel dat het mij voldoening geeft en mijn leven zinvol maakt, waardoor ik het allemaal veel beter kan dragen.”

“Het feit dat ik met mijn kind Farsi spreek, bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat mensen mij meteen in een andere categorie stoppen. Vroeger zou ik mij daarvoor geschaamd hebben, nu vind ik het interessant om te lezen hoe de maatschappij reageert en erover na te denken hoe ik dat kan omzetten. Hoe kan ik mensen daarvan bewust maken? Hoe kan ik mijn eigen kind leren om daar kracht uit te putten?”

Hoe was uw kindertijd?

“Mijn ouders zijn Iran ontvlucht toen ik een klein meisje was. Mijn moeder wilde daar echt weg. Het plan was om naar Canada te vluchten, maar we zijn ergens halverwege blijven hangen.” (lacht)

“Ik herinner mij onze aankomst in België, de luchthaven met heel veel mensen en een ruimte waar we urenlang hebben vastgezeten. Ik herinner mij nog flarden van het Klein Kasteeltje, maar ook van mijn huis in Iran waar elke dag soldaten langsreden die naar mij zwaaiden als ik in de tuin stond en ik die dan naar binnen liep omdat ik bang was.”

“Op zich heb ik wel goede herinneringen aan mijn kindertijd hier. Mijn ouders zijn lieve mensen, wij waren goed omringd. Maar ik had het moeilijk met de verscheurdheid die ik bij hen zag. Mijn ouders hebben heel hard moeten knokken en hadden maar weinig tijd voor ontspanning.”

“Mijn moeder die in Iran heel getalenteerd was, werkte hier aanvankelijk in een wasserette. Na haar uren deed ze naaiwerk, voor een hongerloon. Zij had veel fysieke pijn, maar is blijven doorwerken en moest daarnaast ook voor drie kinderen zorgen. Mijn moeder is een wijze vrouw, maar heeft die wijsheid nooit kunnen tonen omdat ze de taal niet spreekt. Zij zorgt er wel voor dat mensen haar graag zien, maar toch maakt ze geen deel uit van de gemeenschap. En dat vind ik heel jammer voor haar.”

“Mijn vader is hier hoofdtechnicus geworden van een fabriek, maar omdat hij een buitenlander was in een hoge, zware functie, kampte hij met collega’s die hem niet wilden aanvaarden.”

“Hoe ouder ik werd, hoe meer ik het mijn moeder kwalijk nam dat zij zichzelf en ons in zo’n onderdanige positie geplaatst had, terwijl ik mijn frustraties over het gedrag van anderen op haar projecteerde. De persoon die het dichtste bij mij stond, kreeg daardoor de grootste woede over zich heen omdat ik die nergens anders kwijt kon. Gelukkig heb ik die later in mijn werk kunnen kanaliseren.”

Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Toen ik 17 was had ik een relatie met een oudere man, #MeToo. (lacht) Iemand die goed bevriend was met mijn familie. Toen mijn ouders dat te weten kwamen, was dat een groot drama. Hij was Iraans en zeventien jaar ouder dan ik, wat mijn ouders heel problematisch vonden. Ik vond dat niet, want ik was verliefd op hem en hij op mij, dus ik zag daar niets verkeerds in. Maar zij waren bang dat ik zou trouwen en stoppen met studeren.”

“Het heeft heel lang geduurd voor ik besefte dat die relatie inderdaad niet klopte. Misschien is dat besef zelfs pas de laatste jaren gekomen. Ik was te jong en hij had die grens moeten trekken.”

“Maar ik heb heel lang voor hem gekozen en heb daar zwaar voor moeten boeten. Ik ben echt depressief geweest. Ik ben helemaal dichtgeklapt, ook op school. En thuis was er geen ruimte om over mijn verdriet te praten. Op familiefoto’s werd hij uitgeknipt of zwart geschilderd. Er werd nooit meer over hem gesproken. Daar lag voor mij het probleem. Ik besefte dat ik binnen mijn gezin niet veilig was om mijn gevoelens te tonen. Ik heb mij daardoor zo radicaal eenzaam gevoeld.” (emotioneel)

“Dat viel ook samen met een breuk met mijn klasgenoten, omdat die allemaal heel erg Vlaams waren en vanuit heel andere realiteiten kwamen die met de mijne botsten. Naar mijn gevoel hadden zij heel veilige levens. Ik voelde mij opeens geen 17 meer, maar 25. Ik had echt het gevoel dat ik totaal niet met mijn leeftijdsgenoten matchte. Wij konden niet met elkaar communiceren. Ik stond helemaal alleen. Als ik daar nu op terugkijk, heb ik die breuk heel radicaal ervaren.”

Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Ik kom alleen maar op cliché-antwoorden. (lacht) Een kusje van mijn kind. Of contact met een voorbijganger op straat. Je merkt iets op en moet daar samen om lachen en je gaat weer verder met je leven. Of je ziet iemand aan een raam staan en je zwaait vanuit een impuls en die persoon wuift terug. Dat heeft zoveel effect, gewoon omdat je voelt dat je gezien wordt.”

Waar hebt u spijt van?

“Van alles. (lacht) Ik ben impulsief waardoor ik dingen meemaak die niet meegemaakt hoeven te worden. Daar zijn dan soms bepaalde consequenties aan verbonden die minder leuk zijn. Daarmee op een lichte manier dealen is voor mij de evenwichtsoefening. Ik probeer er vooral lessen uit te trekken, maar hier en daar zit ik toch met schaamte over dingen die ik gedaan heb. Maar dat is deel van het mens-zijn. Je hebt een soort ideaalbeeld van jezelf voor ogen, maar moet ook dealen met wie je in werkelijkheid bent.”

Wat is uw grootste angst?

“Misschien toch wel dat ik mijn lief zou verliezen. Ik ben zo blij dat ik iemand heb ontmoet bij wie ik mijzelf kan zijn. En die ‘mijzelf’ is niet altijd een goede persoon, of doet niet altijd de juiste dingen. Als ik hem zou verliezen, zou een heel groot deel van wie ik ben mee verloren gaan.”

‘Hoe ouder ik werd, hoe meer ik het mijn moeder kwalijk nam dat zij zichzelf en ons in zo’n onderdanige positie had geplaatst.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Hoe ouder ik werd, hoe meer ik het mijn moeder kwalijk nam dat zij zichzelf en ons in zo’n onderdanige positie had geplaatst.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Tegelijkertijd weet ik dat ik zou kunnen overleven zonder hem. Zoveel mensen hebben dat gekund, dus waarom zou ik dat niet kunnen? Maar hij is mijn herinnering. Hij weet wie ik ben geworden en wat ik allemaal heb meegemaakt. Ik vergeet, maar hij niet. Ik kan het archief van mijn leven niet bijhouden. Hij kan dat beter. Als hij wegvalt, valt een deel van mijn identiteit weg. Eigenlijk een erg egoïstische angst ook. Je wilt gezien, erkend, geliefd worden door mensen. Wie ben je dan als die personen wegvallen? Wat blijft er van je over?”

Hoe zou u liefde definiëren?

“Daar heb ik geen antwoord op. Ik kom niet verder dan de clichés. Liefde is dealen met een mens in zijn volwaardigheid. Iemand die jou liefheeft, aanvaardt de kanten van jezelf waarop je niet trots bent en waarvoor je je schaamt. Hij gelooft dat je een betere, of een andere versie van jezelf kunt worden, maar daarom niet hóéft te worden. Want je curve gaat nooit in een rechte lijn. Je vervalt constant. In liefde zit heel veel goodwill. En ook iets van chemie dat je niet rationeel kunt verklaren. Je kunt radicaal andere ideeën hebben en toch in iemand willen investeren. Daar zit voor mij liefde.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Nu. (lacht) Ik huil elke dag weleens, denk ik. Ik ben gewoon een vat vol emoties. Bart noemt mij ‘Sachke huilt, Sachke lacht’. (lacht) Ik kan twee seconden nadat ik heb gehuild beginnen te schaterlachen. Ik zie dat niet als losstaand van elkaar, geluk en verdriet. Dat is aan elkaar gewaagd en aan elkaar verkleefd.”

Wanneer bent u nog door het lint gegaan?

(zucht) “Ik denk tijdens mijn zwangerschap naar mijn lief en naar mijn moeder toe. De personen die het dichtste bij mij staan. Ik heb toen een kant van mezelf ontdekt die ik nog niet eerder had gezien. Tegelijk vond ik dat ook wel bevrijdend.”

“Ik weet nog dat het over de stomste dingen ging. ’s Ochtends kon ik bijvoorbeeld niet opstaan zonder crackers te eten omdat ik altijd misselijk was. Ik herinner me nog dat mijn vriend eens zei dat ik er beter niet te veel van zou eten. Toen ben ik door het lint gegaan: ‘Gij bepaalt niet wat ik in mijn lijf steek. Dit is mijn lichaam. Ik ben een vrouw en gij als man hebt daar niets over te zeggen!’ Kwaad dat ik was. Ik heb nog nooit zo geroepen.” (lacht)

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Dat wordt met de jaren beter, maar ik voel dat er rond mijn lichamelijkheid, seksualiteit en vrouwelijkheid nog veel schaamte zit. Dat hangt ook samen met wat het betekent om een vrouw met mijn achtergrond in België te zijn. Hoe wordt er naar me gekeken? Hoe gedraag ik me ernaar?”

“Tijdens mijn adolescentie ben ik best wel vaak geshamed omdat ik vrouwelijke vormen begon te krijgen. Ik vond het vreselijk om heupen te hebben, maar tegelijkertijd kon ik daar ook wel van genieten. Ik had een haat-liefdeverhouding met mijn vrouwelijkheid, ook omdat ik vaak het gevoel kreeg dat je niet intelligent kon zijn én jezelf seksueel etaleren.”

“Zo had ik vaak zin om me op te kleden, maar ging ik dan toch maar naar buiten zonder schmink, in een jeans en met platte schoenen. Ik had vaak het idee dat ik niet te vrouwelijk mocht zijn omdat andere vrouwen zich daardoor geïntimideerd voelden.”

“In de loop van de jaren heb ik wel gemerkt dat de vrouwelijke seksualiteit in Latijns-Amerikaanse en Midden-Oosterse culturen veel meer wordt omarmd. Pas als je jezelf accepteert, leer je ook accepteren dat er gewoon verschillende schoonheidsidealen naast elkaar moeten kunnen bestaan.”

Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Bon Jovi. (lacht) Helaas.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen. Ik denk dat ik dat ook nooit heb durven toelaten uit angst om gestigmatiseerd te worden. Ik vond het fijn om te choqueren door te zeggen: ‘Wij zijn niet gelovig.’ (lacht) Dat vonden mensen altijd heel raar. Tegelijk voel ik dat ik mijzelf daardoor iets heb ontnomen, omdat ik leefde in functie van hoe ik door anderen gezien werd.”

“Nu sta ik daar steeds meer voor open. Zeker tijdens het spelen. In mijn eerste voorstelling stond ik met mijn rug naar de zaal gekeerd, maar ik heb het publiek nooit aanweziger gevoeld dan toen. Ik zag de mensen niet, maar ik hoorde hen in hun stiltes. Dat is misschien een van mijn meest religieuze ervaringen geweest, om op scène zo oprecht diep geconnecteerd te mogen zijn.”

Welk boek heeft een bijzondere betekenis voor u?

“Forough Farrokhzad (1934-1967, red.) is een Iraanse dichteres die de laatste zeven jaar constant in mijn leven terugkomt. Zij heeft vijf dichtbundels geschreven, een documentaire gemaakt en vooral heel veel interviews gegeven die ik vaak herlees. Zij is zo oprecht. Misschien is dat mijn Bijbel. (lacht) Ik lees haar ook steeds in andere vertalingen, omdat ik geen Farsi kan lezen. Misschien is dat wel het mooie aan die omarming van het diasporische, dat je het telkens weer vanuit een heel andere hoek bekijkt. Ik lees haar werk vanuit mijn context hier en nu, niet vanuit wie zij daar was of wie ik daar kon zijn. Dat vind ik zo’n bijzondere ervaring.”

‘In mijn eerste voorstelling stond ik met mijn rug naar de zaal gekeerd, maar ik heb het publiek nooit aanweziger gevoeld dan toen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘In mijn eerste voorstelling stond ik met mijn rug naar de zaal gekeerd, maar ik heb het publiek nooit aanweziger gevoeld dan toen.’Beeld © Stefaan Temmerman

Wat vindt u erotisch?

(denkt na) “Ah! Dat gaat ook weer over contact maken. In elkaars ogen kijken tijdens het vrijen. Bewust zijn van elkaar in het hier en nu. Of iets grappigs in elkaars oor fluisteren, dat vind ik veel prikkelender dan van die sexy woordjes.”

Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“De plek waar Rumi is verwekt. Ergens in een veldje in de Ardennen. (lacht) Dat is echt ons plekje, waar wij al zo lang komen. Wij zijn gewoon heel erg fan van de Ardennen. Ik heb België opnieuw graag leren zien door de Ardennen, dankzij de natuur. Hier in Vlaanderen is er zo weinig ruimte waar de natuur nog gewoon zichzelf kan zijn.”

Hebt u soms last van heimwee?

“Ja, maar ik heb evengoed last van fernweh. Ik denk dat ik gewoon vertrouwd ben geraakt met het gevoel ergens anders te willen zijn. Dat heb ik als een schoonheid leren omarmen. Het is een deel van wie ik ben.”

“Ik heb hier lang weg gewild, maar door veel te reizen heb ik de schoonheid van hier weer ontdekt. Die balans heb ik nu wel. Het nadeel is dan weer dat ik op andere plekken heel intense vriendschappen heb opgebouwd waardoor ik altijd mensen mis.”

“Ik voel vaak dat ik naar Iran of naar die andere plekken wil om mijn identiteit te kunnen heropladen. Een andere taal spreken zorgt ervoor dat ik een andere versie van mijzelf kan zijn en dat er andere overtuigingen en andere facetten van mij naar boven komen. Dat ervaren als mens in één leven, is bijzonder nederig makend. Alles is relatief, de context is zo belangrijk.”

Hoe zou u willen sterven?

“Als ik zou mogen kiezen: aan een hartstilstand. Zodat je er geen vat op hebt en je je er ook niet op hoeft voor te bereiden.”

Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Een Iraans gerecht, door mijn moeder klaargemaakt, ghormeh sabzi. Dat is een stoofschotel van lam met groenten en heel veel verse kruiden. Ik mis die Iraanse smaken wel. Ik wilde niet iemand zijn die in de keuken stond, waardoor ik eigenlijk niet goed kan koken. Ik voel me daar schuldig over. Op dat vlak ben ik een slechte moeder.” (lacht)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234