Zaterdag 16/01/2021

Saaiheid als daad van revolte

Austeniaanse roman van Anita Brookner

'It is a truth universally acknowledged, that a single man in possession of a good fortune must be in want of a wife.' Ah, zo denkt u misschien, wanneer u in deze zinnen de eerste lijnen uit Jane Austens Pride and Prejudice heeft herkend, waarom worden er vandaag niet langer zulke boeken geschreven. Maar dan kent u wellicht het werk van Anita Brookner niet.

Anita Brookner

Leaving Home

Viking, Londen, 168 p., 12,99 euro.

Deze stilaan tegen de tachtig aanlopende Londense dame - u weet wel, graatmager, een pink die krom staat van een leven lang thee te drinken, een hoofd dat best eens tussen twee liftdeuren vastgezeten kan hebben, zorgvuldig dichtgepoederde rimpels, een getrimde Fabiola-coupe en wenkbrauwen die zo hoog opgetrokken zijn dat ze wijzen op een reeds in de baarmoeder ontstane upper class verontwaardiging - kan zich met recht en rede de ware erfgename noemen van la Austen herself.

In haar nieuwe roman, Leaving Home, voert Brookner ene Emma op, wat best een verwijzing zou kunnen zijn naar Austens roman Emma, die gaat over een jonge vrouw - de onafhankelijkste die ze ooit beschreven heeft trouwens - die vrij wil zijn en uiteindelijk ontdekt dat de ware vrijheid te vinden is binnen de grenzen van de kleinburgerlijke maatschappij. Ook Brookners Emma wil zich immers losrukken uit de ketenen van het ouderlijk - in haar geval moederlijk, want vader is al een eeuwigheid dood - gezag en droomt ervan een academische carrière op te bouwen en uiteindelijk te trouwen met zo'n man uit de eerste zin van Pride and Prejudice.

Emma is een vat vol gefnuikte verlangens. Ze zou in haar fantasie de wereld willen veroveren, maar legt zich in realiteit toe op een wetenschappelijke studie van de Franse klassieke tuinen, ontworpen met de passer en de lat en dus helemaal anders dan die romantische Engelse tuinen met hun stille plekjes waar de katjes in het donker worden geknepen. Maar zelfs in die wiskundig uitgetekende saaiheid ziet ze al een daad van revolte: "Garden design was at the furthest possible remove from a sensible life plan", zo lezen we, "hence its appeal." Tegen de zin van haar moeder en haar oom Rob in vertrekt ze daarop naar Parijs om haar studie voort te zetten.

Zoals steeds komen Brookners personages ook in deze roman uit wat de Engelsen zo zuinigjes de leisured classes noemen, renteniers die hun dagen volbreien met lezen, wandelingetjes maken en eindeloos doordrammen over de vapeurs die ze misschien nog niet hebben maar er zeker aan zitten te komen. Werken zie je nooit iemand doen bij Brookner en als er al iets gedaan wordt dat die richting uitgaat, is het steevast rondstruinen in een bibliotheek en uit al die ouwe boeken nieuwe synthetiseren. Terwijl Emma precies dit laatste zit te doen - iets waarvan ze zich maar al te goed bewust is trouwens - valt haar op dat ze in het oog gehouden wordt door iemand van het personeel. Dit blijkt Françoise te zijn, die in vergelijkbare omstandigheden zit: ook zij raakt maar niet weg van haar moeder. Door hun gemeenschappelijke lot klikt het meteen tussen de twee jonge vrouwen en Françoise nodigt Emma daarom uit om op een zaterdagavond te komen dineren en logeren in haar ouderlijke huis.

Gevraagd waarom hij altijd zo rechttoe rechtaan schreef, antwoordde Roddy Doyle ooit dat hij gewoon van niet beter wist. "Een ouwe tafel is voor mij gewoon een ouwe tafel", zei hij, "terwijl dat bij Anita Brookner meteen een Louis Philippe wordt." En inderdaad, Brookner was lange tijd hoogleraar in de kunstgeschiedenis en in haar romans draait ze haar hand niet om voor een van fraaie meubeltjes voorzien kasteeltje meer of minder. Mme Desnoyers, zoals de moeder van Françoise steevast genoemd wordt, blijkt op het landgoed L'Hermitage te wonen, ergens ver weg van de bewoonde wereld in Sucy-en-Brie, zo'n domein waarop je uren kunt rondlopen voor je aan het gesloten toegangshek komt en hartsgrondig "Shit, waar is de sleutel?" uitroept, of in dit geval: "Merde, où est la clef?"

Tijdens het zaterdagavonddiner komt Emma erachter dat de Desnoyers helemaal niet zo goed bij kas zitten als het wel lijkt. Een van de gasten is een duidelijk veel rijkere dame, Mme de Lairac, begeleid door haar sullige zoon Jean-Charles, door Brookner fijntjes beschreven als: "He had the look of one who had come up through the best schools and risen to that most esteemed of French professions: civil servant." Zij willen het kasteel wel, in ruil voor hun geld en Françoise zal het offer zijn dat daarvoor gebracht moet worden. Laat dit huwelijk toch alsjeblief uitblijven, denkt Emma. Dat zij als Engelse haar leven niet in eigen handen durft te nemen is nog te verstaan, ze komt immers uit een "population schooled in acceptance rather than revolution", maar van een française verwacht ze duidelijk meer.

Wat haar liefdesleven betreft, blijft het voor Emma een verhaal van hopen en dromen. De mannen die ze ontmoet, ervaart ze eerder als broers dan als mogelijke partners en zelfs de poging van haar vroegere schoolvriendin om haar aan een oudere chirurg te koppelen wiens vrouw er wegens zijn eindeloze saaiheid vanonder getrokken is - 'a perfect match', dacht ze wellicht - loopt op niets uit. Dat de man na een eindeloos lijkend aftastingsproces een gat in de lucht springt omdat zijn vrouw nog eens met hem wil gaan eten - "Leaving home", had hij nog wel verzucht over zijn nakende scheiding, "the great drama of our lives" - blijkt de zoveelste mokerslag die de jonge vrouw als een heipaal de grond injaagt.

Emma is van bij de aanvang van Leaving Home een loser en ze zal het nooit verder schoppen dan dat ook. Brookners karakters evolueren niet, ze gaan gewoon af op hun vooraf bepaalde dieptepunt. In haar wereld heerst de absolute predestinatie en eraan ontkomen bestaat niet. "I am more or less comfortable", zal Emma uiteindelijk op Austeniaanse wijze zeggen, "more or less contented. Not everyone is born to fulfil an heroic role. The only realistic ambition is to live in the present." Dat Brookner dit zo benadrukt in haar werk en dat ze dit doet in haar uitzonderlijk verzorgde, klassiek Engels aandoende stijl, geeft het een bijzondere bitterheid mee. Dit verwachten we immers niet. Ons mensbeeld is er eentje van persoonlijk initiatief en succes, niet van steeds weer door je eigen psychologische bezwaardheid veroordeeld zijn tot knielen. Maar dat maakt Brookner precies interessant, dat ze ons er met de neus op drukt dat de wereld echt niet zo rooskleurig is als we hem wel zouden wensen.

Net zoals Austen heeft ook Brookner haar tegenstanders. William Wordsworth veegde veelvuldig de vloer aan met Sense and Sensibility omdat hij het allemaal veel te beredeneerd en te steriel vond. Waar is de passie, vroeg hij zich af, waar is de liefde, waar haar hart, maar wij weten ondertussen natuurlijk al lang dat dat in haar portemonnee zat. Wat Brookner nogal eens aangesmeerd krijgt, is dat ze - dit is haar drieëntwintigste boek - steeds weer dezelfde roman schrijft. En inderdaad, veel verder dan een paar personages en hun strijd tegen de mores van hun kleine leefwereld is ze nooit gekomen. Brookner is iemand die zo nauw mogelijk focust op de mens en na een carrière van een paar decennia - onder meer bekroond met een Booker Prize voor Hotel du Lac - tot de slotsom is gekomen dat al die grote gebeurtenissen en politieke aardverschuivingen er in feite niet zo erg toe doen. Au fond is ieder mens gelijk, zo onthoud je uit haar boeken, we worstelen allemaal met onze afkomst, onze verlangens en onze dromen en meer dan eens zullen we die voor de goede orde moeten laten varen. Zo is het leven nu eenmaal, en is niet ieder goed boek daar een illustratie van?

Wat Leaving Home extra interessant maakt, is het metaniveau dat Brookner in het boek steekt. Haar personages weten wat ze doen, maar kunnen er zich niet tegen verzetten. Emma beseft maar al te goed dat Françoise haar op een bepaald moment van haar Parijse hotelkamer ontdoet en vervolgens maandenlang op haar kosten leeft, maar ze kan er niets aan doen. En in die zin zit het boek vol ironie. Meermaals vraag je je af of de schrijfster zowel qua stijl als qua plot niet over the top gaat. Wie het humoristische daarvan niet inziet, zal Brookner afdoen als een benepen zuurpruim die men beter de pen uit de hand zou slaan. Wie echter wel met dit soort fijne ironie overweg kan, zal in Brookner een op en top woordkunstenares zien die zonder enige moeite een brug kan slaan tussen het begin van de negentiende en het einde van de twintigste eeuw. Want geef toe, wie had dit kunnen schrijven: "There was no man in our family, apart from my mother's older brother, a bachelor, who I come to see, supported us from the income of my grandfather's investment in and ownership of modest properties"? Als het Anita Brookner niet was geweest, dan kon het toch alleen maar Jane Austen zijn?

Marnix Verplancke

'Een ouwe tafel is voor mij gewoon een ouwe tafel', zei Roddy Doyle ooit, 'terwijl dat bij Anita Brookner meteen een Louis Philippe wordt'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234