Dinsdag 17/09/2019

Rwanda stemt in wurggreep van angst

Maandag zijn er presidentsverkiezingen in Rwanda. President Paul Kagame is al zeker van de overwinning. Tijdens de campagne werden oppositie en media monddood gemaakt, zelfs met dodelijk geweld. Toch wordt Kagame’s almacht bedreigd: er woedt een interne machtsstrijd binnen zijn Rwandees Patriottisch Front (RPF) en er heerst een gevaarlijke, sociale, tweedeling tussen de stedelijke elite en het verpauperde platteland.

President Paul Kagame laat zich maandag opnieuw herverkiezen na gewelddadige campagne

De presidentsverkiezingen van maandag worden voorafgegaan door een spoor van geweld en intimidatie. Op 19 juni 2010 werd voormalig legerleider Faustin Kayumba Nyamwasa neergeschoten en gewond in Zuid-Afrika, waar hij eerder naar vluchtte na in onmin te zijn geraakt met Kagame.

Op 25 juni werd kritisch journalist Jean Leonard Rugambage doodgeschoten na een verhaal te hebben gepubliceerd waarin hij de Rwandese inlichtingendiensten noemde als daders van de moordaanslag op Kayumba. Op 13 juli werd freelance-journalist Saidati Mukabibi van het onafhankelijk dagblad Umyrabyo gearresteerd omdat hij Kagame had vergeleken met Hitler. Dezelfde dag verdween de vicevoorzitter van de Democratische Groene Partij en ex-RPF’er Andre Kagwa Rwisereka. Daags nadien werd hij vermoord teruggevonden. Ondertussen roept Victoire Ingabire, het hoofd van de verbannen partij Verenigde Democratische Krachten, op tot een boycot van de verkiezingen op 9 augustus omdat zij en enkele andere politici zich niet als kandidaat mochten registreren. Eerder werd haar bewegingsvrijheid al ingeperkt tot de hoofdstad Kigali. Bernard Ntaganda, de voorzitter van de geregistreerde Parti Social, zit in de cel.

Volgens Rwandakenner Filip Reyntjens van de Universiteit Antwerpen dreigt de sfeer van angst en terreur Rwanda in nieuw geweld te storten. Het risico op een staatsgreep noemt hij in de huidige omstandigheden realistisch. “Er bestaan grote breuklijnen binnen het leger. Die zijn niet ideologisch maar persoonlijk. Drie generaals werden al gevangen gezet, één vluchtte naar het buitenland en werd neergeschoten. De paranoia is enorm. Iedereen kijkt naar elkaar. Er zijn op dit moment twee soorten staatsgrepen mogelijk: een ‘zuivere’ staatsgreep, een paleisrevolutie die zich beperkt tot het afzetten van Kagame en zijn directe omgeving, of een ‘vuile staatsgreep’ waarbij elementen van het leger met elkaar beginnen te vechten. Dan riskeer je een soort burgeroorlog.”

Reyntjens waarschuwt voor “merkwaardige allianties” die zich nu al aan het vormen zijn. “Het is bekend dat de Nkundisten, de aanhangers van voormalig rebellencommandant Laurent Nkunda, die in Oost-Congo strijd voerde voor Kagame tot hij op aangeven van de president werd vastgezet, toenadering zoeken tot de officieren in Zuid-Afrika. Het is zelfs niet uit te sluiten dat er allianties komen tussen de Huturebellen van het FDLR in Oost-Congo en ontevredenen uit het Rwandese leger, onder het motto ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’.”

De vraag die zich wel stelt is in welke mate Kagame persoonlijk achter de verkiezingsaanslagen zit, dan wel andere elementen uit zijn regime die op deze manier twee vliegen in een klap slaan: de president verzwakken en andere tegenstanders uitschakelen? “Het zou mij verwonderen dat deze aanslagen kunnen gebeuren zonder het bevel van Kagame”, zegt Reyntjens. “Hij is dé man van de inlichtingendiensten. Vroeger was hij de nummer twee van de inlichtingendiensten in Oeganda. In Rwanda zijn er drie officiële inlichtingendiensten én hij heeft een persoonlijke inlichtingendienst.”

Ondertussen heerst een gevaarlijke, sociale en politieke, tweedeling tussen de stedelijke elite en het verarmde platteland. Terwijl Kigali door Kagame gepromoot wordt als een toekomstig Silicon Valley in Centraal-Afrika leven negen op de tien Rwandezen met minder dan een dollar per dag. “De ongelijkheid in Rwanda is de voorbije 15 jaar verdubbeld”, zegt Reyntjens. “Op het platteland heerst een vorm van gestructureerd geweld. De Tutsi-elite heeft ook de lokale overheden in haar greep. De frustratie is erg groot. Als er iets zou gebeuren in Kigali, zoals een staatsgreep, kan het ook zijn dat er op het platteland iets in gang wordt gezet. Dan zit je weer bij grootschalig geweld zoals in 1994.”

In april 1994 barstte in Rwanda de genocide los. In de daaropvolgende weken vermoordden extremistische Hutumilities naar schatting 800.000 Tutsi en gematigde Hutu. Kagame’s toenmalige Tutsirebellenbeweging RPF greep tijdens het geweld in Kigali de macht. Hoewel er van structurele verzoening vandaag nog geen sprake is, speelt etnie vandaag geen primordiale rol in de spanningen, want de kloof stelt zich in de eerste plaats tussen een dictatoriale elite en de rest. “Hutu én Tutsi zijn erg gefrustreerd over Kagame”, zegt Reyntjens.

Kagame’s enige manier om het tij te keren is tijdens zijn volgende zevenjarige termijn zijn regime te openen voor meer inspraak van de oppositie. Maar dat ziet Reyntjens niet gebeuren “Kagame weet dat, als hij de deur op een kier zet, het einde van zijn bewind in zicht komt. Als hij de immuniteit van zijn presidentschap kwijt zou raken riskeert hij zelfs van zijn vrijheid te worden beroofd, in eigen land, of als gevolg van lopende onderzoeken wegens oorlogsmisdaden tijdens zijn rebellenperiode in Frankrijk, Spanje en het Internationaal Rwanda-Tribunaal uit Arusha.” Kagame regeert momenteel als een dictator, stelt Reyntjens. “Hij is de voeling met de realiteit verloren. Op zijn meetings komen tienduizenden mensen, maar hij beseft niet dat ze gedwongen zijn om te komen. Hij bevindt zich in een mentale bunker, een beetje zoals Ceausescu toen hij werd verdreven.”

Na de genocide van 1994 kreeg de internationale gemeenschap, Belgische VN-troepen voorop, zware kritiek omdat ze niets deden om het geweld te stoppen. Ook de voorbije jaren bleef de buitenlandse kritiek op Kagame beperkt, al zijn er de laatste weken stilaan andere geluiden te horen. Onder meer de Spaanse premier Zapatero weigerde de Rwandese president te ontmoeten.

Toch moet er volgens Reyntjens dringend meer gebeuren dan enkele symbolische gestes. “25 procent van het BNP en 50 procent van de begroting is afkomstig van buitenlandse hulp. De donoren hebben dus een hefboom. Als die kraan wordt dichtgedraaid is zijn regime meteen voorbij, maar dat kan men natuurlijk niet doen omdat de bevolking dan getroffen zou worden. Wel is de tijd rijp om met hem samen te zitten en ernstig te praten. Ik pleit dat de grootste donoren, de VS, EU, Groot-Brittannië en Nederland bijvoorbeeld, een consortium vormen dat hem een stappenplan voorlegt om de problemen in de komende tien jaar aan te pakken. Elke zes maanden zouden zij dan de vooruitgang van zachte indicatoren zoals mensenrechten of harde indicatoren zoals de aanpak van de economische ongelijkheid moeten evalueren en bijsturen waar mogelijk. België zou het initiatief kunnen nemen om dat consortium in EU-verband mee op te richten, want bilateraal zouden we door Kagame wandelen worden gestuurd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234