Maandag 20/09/2021

InterviewBalthazar

‘Ruzie? Wij zijn dEUS niet, hè, wij zijn geen Antwerpenaren met een grote muil’

null Beeld Guy Kokken
Beeld Guy Kokken

Balthazar, de groep rond Maarten Devoldere en Jinte Deprez, heeft vorige week het langverwachte, maar nog steeds gespleten en bescheten festivalseizoen van 2021 afgetrapt: de allereerste – en hopelijk allerlaatste – editie van Werchter Parklife. Een goede reden om eens te horen hoe het met hen gaat na anderhalf jaar verplicht nietsdoen.

Gent, het terras van hotel Reylof. De manden exotisch fruit en de flessen geestrijke drank in de cocktailbar doen verlangen naar reizen en vakantie, net als de zon en mijn twee interviewees: doorgewinterde tourratten met een rock-’n-rollimago. En toch ook nette jongens: wanneer ik hun vertel wie de twee vorige artiesten waren die ik op dit hotelterras heb geïnterviewd – gewezen Smiths-gitarist Johnny Marr en ex-pornoactrice Sasha Grey – doet enkel de eerste naam een belletje rinkelen.

Jinte, de voorbije maanden kocht én renoveerde je een huis in Gent. Gaf dat creatieve voldoening die het gemis aan optredens kon compenseren?

Deprez: “Met een hamer alles kapotslaan geeft absoluut voldoening. (lacht) Het werd ook tijd voor een eigen nest. Dat had ik tot voor kort niet voor mogelijk gehouden. Als je tien jaar escapistisch leeft en constant op tournee bent, werkt dat op den duur verslavend. Eigenlijk wisten we niet beter. Tót maart 2020.

“De timing van corona was voor ons niet eens zo slecht. Na tien jaar Balthazar konden we eindelijk eens uitzoomen. Michiel (Balcaen, de drummer van Balthazar, red.) is beginnen te koersen, bijna als een prof. Ik ben zelf trouwens ook beginnen te fietsen, ik heb zijn koersfiets overgekocht.”

Devoldere: “Ik heb dan weer Jinte nageaapt en ook iets in Gent gekocht.”

Niet eens zo lang geleden zei je nog: ‘Ik móét altijd onderweg zijn.’

Devoldere: “Brussel, een echte caféstad, lokte me vroeger steeds naar buiten. In de lockdown natuurlijk niet, en ik merkte dat dat me deugd deed. Ik heb zelfs ontdekt dat ik een ochtendmens ben, ik sta nu tussen vijf en zes uur op. En toen de cafés om tien uur moesten sluiten, dacht ik: aha, dat is mijn uur. Om te gaan slapen, hè. Ik was me beginnen voelen als een laboratoriumrat die de hele tijd actief móést zijn, maar weet nu dat met mijn neus in een boek zitten me soms meer prikkelt en inspireert dan op café hangen.”

In augustus staan jullie op Lowlands naast Chemical Brothers en Liam Gallagher, vanaf september trekken jullie op tournee door half Europa. Hoeveel jaren werk schuilt er achter zo’n fraai ogend lijstje data?

Deprez: “Het is keihard werken. Op onze allereerste show in Berlijn waren wij en nog twee andere bands het enige publiek. En daarvoor hadden we tien uur in een camionette gezeten, en nog eens tien uur terug. Maar twee maanden later kregen we daar weer een kans en zaten we opnieuw in het busje – we bléven gaan. Wanneer we dit najaar in de Berlijnse Columbiahalle staan, een zaal van een paar duizend man, zal ik nog eens aan die ene avond denken.”

Jullie speelden al in het voorprogramma van heel wat grote namen. Van welke hoofdact – dEUS, Editors, Blondie, Springsteen – stak je iets cruciaals op?

Deprez: “dEUS. Net wanneer wij dachten: oké, nu wordt het wat comfortabeler, lieten zij ons zien dat het werk nooit af is. Dat je er altijd voluit voor moet gaan.”

Devoldere: “Het was mooi om te zien hoe Tom Barman, toen toch al in de 40, met zoveel liefde en enthousiasme op het podium stond, iedere avond.”

Deprez: “Tijdens onze tournee met Editors hebben we kennisgemaakt met de Engelse hardheid. De band zelf was superlief, hun crew heel wat minder. ‘Omdat we onze plaats moesten kennen’ – zo gaat dat in Engeland. Zo kregen we bijvoorbeeld geen eten. Waarna we dan achter hun rug toch onze lunch gingen pikken. (lacht) Ik had er altijd van gedroomd om ‘een Engelse groep’ te zijn, sindsdien weet ik dat we héél blij mogen zijn dat we Belgen zijn.”

Het was van de generatie van dEUS en Soulwax geleden dat een Vlaamse band zo succesvol naar het buitenland lonkte. Waarom lukt jullie wel wat pakweg The Van Jets en Absynthe Minded niet is gelukt?

Deprez: “Al bij onze eerste plaat, Applause, wilden we niet onder de kerktoren blijven. Wie jong is, wil de vorige generatie tonen hoe het wél kan. Ongetwijfeld willen veel jonge groepjes nu óns een schop onder de kont geven. (lacht)

“Ieder land heeft zijn eigen rockband, zijn elektroband en zijn popsterren. Die zijn vaak sant in eigen land, maar breken elders moeilijk door. Het zijn vaak de artiesten die daartussen zwemmen, die interesse wekken in het buitenland. Wij zijn zo’n band.”

Devoldere: “TC Matic is ook een goed voorbeeld: een wereldband die het had verdíénd om overal te gaan touren. Alleen ontbraken toen de connecties. Bij ons was het trial-and-error, er zat nooit een plan achter. Je begint met de buurlanden. Dan denk je: ik wil eens naar Spanje, en ook dat blijkt te lukken.”

In welke regio’s doet jullie muziek het opmerkelijk beter? Of andersom: waar lusten ze Balthazar net níét?

Devoldere: “Ik speel graag in het zuiden, omdat de mensen daar zo extravert zijn. In Scandinavië heeft het nooit gewerkt, dus zijn we niet teruggegaan. Opvallend: hoe verder we trokken, hoe vaker we in Beatlemania-achtige toestanden terechtkwamen. In Istanbul zag ik mensen zo hysterisch worden dat ik dacht: komaan, dat is niet meer serieus. In Rusland en Turkije stonden mensen te trillen op hun benen omdat ze met ons op de foto konden. Vinden ze ons daar exotisch, of appreciëren ze het dat een groep helemaal uit België wil komen?”

In zowel Rusland als Turkije staat de vrijheid onder druk. Zouden ze jullie muziek daar als een injectie ‘vrijheid uit het Westen’ zien?

Deprez: “In Oost-Europa hebben we in elk geval gemerkt: voor jongeren is muziek daar nog belangrijker dan bij ons.”

Devoldere: “Veel Belgische bands spelen grote shows in Istanbul: Tamino, Oscar and the Wolf, Charlotte de Witte… Daar heb ik ook met jongeren gepraat: het regime wordt er steeds strenger.”

null Beeld Guy Kokken
Beeld Guy Kokken

WEDEROPSTANDING

Het vorige grote interview met jullie verscheen in De Morgen na de release van Sand, dat was geen opbeurende kost. Maarten, hoe is je gemoedstoestand nu?

Devoldere: “Opmerkelijk beter. Dat was toen de eerste keer in mijn leven dat ik… Hoe zeg je dat?”

Deprez: “Dat je een goeie break-up te verwerken kreeg.”

Devoldere: “Dat was me altijd bespaard gebleven, en op mijn 33ste was het meteen een serieuze opdoffer. Maar ik heb braaf mijn tijd uitgezeten en voel me stukken beter.”

Deprez: “Iedereen moet ooit door een echte break-up gaan, vind ik.”

Devoldere: “Het is verplichte leerstof. Ik was altijd zo’n laffe hond die van lief naar lief walste, zonder tussenpauzes. Maar als je op je nummer wordt gezet doordat de ander je verlaat, voel je je opeens erg klein. Vroeger ging alles me voor de wind, alles was zo makkelijk dat ik graag eens aan de boom schudde. Tot er iets gebeurt waarover je zelf geen controle hebt.”

Je had geen inspiratie meer om te schrijven, zei je in dat interview.

Devoldere: “Die writer’s block heeft een halfjaar geduurd. We identificeren onszelf graag met datgene waar we goed in zijn, in mijn geval: songs schrijven. Gevaarlijk, want toen de inspiratie wegviel en ik geen songs meer kon schrijven, verloor ik ook mijn zelfliefde. Nu kan ik wél weer schrijven.”

Herinner je je het moment dat de inspiratie terugkwam?

Devoldere: “(lange stilte) Ja, ik zat zwijgend in de zetel na te denken, zoals nu eigenlijk. Mijn huisgenoten probeerden een gesprek aan te knopen, maar ik reageerde niet. Toen wisten ze: ‘Hij is totaal afwezig. Hoera: de oude Maarten is terug!’ (lacht)

“Je hebt weinig empathie voor gekwetste zielen als je zelf nooit een breuk hebt meegemaakt, hè. Een vriend moet er nu door – vroeger had ik mijn schouders opgehaald en gezegd: ‘Man up.’ Nu wil ik iedereen knuffelen die zoiets moet doorstaan.”

Deprez: “Dat gaat ook weer weg, hoor. (lacht) Je beseft: it’s part of life. En je komt er sterker uit. Toen ik mijn soloplaat (‘Running Days’ van J. Bernardt uit 2017, red.) uitbracht, was het net uit met mijn toenmalige lief. Ik was gedumpt, bedrogen zelfs. Je ego wordt dan tot niks herleid. Ik had wel geluk: ik kon met J. Bernardt op tournee, dat leidt af. Maarten had meer pech met de timing: de muziek viel weg, er was alleen de promocampagne van onze plaat. Daardoor werd die een beetje, euh, gekleurd.”

Devoldere: “Nu vind ik het leuk om met wat afstand in de melancholie van toen te ploeteren. En ik wilde ook wel indruk maken op mijn ex (singer-songwriter Isolde Van den Bulcke, beter bekend als Tristan, red.). Het werkte stimulerend. Ze heeft die songs niet gehoord, nee, maar in mijn hoofd moest ik haar tonen wat ze miste. (lachje)

‘I want the universe to love me’, klinkt het in jullie ‘Losers’. Klimmen mensen daarom op een podium, om de liefde van de massa?

Devoldere: “In dat nummer sneer ik naar het narcisme van de kunstenaar, ja. Wat ons voortdrijft is de overtuiging dat we ooit iets geniaals maken, zodat de aarde stopt met draaien. Dat zal natuurlijk nooit gebeuren. Maar wanneer je alles plat relativeert – ‘Ach, het is maar muziek’ – wordt het ook moeilijk om drive te vinden.”

Deprez: “Op je veertiende oefen je ook keihard in de hoop ooit dat ene meisje te imponeren, hè.”

Een quote uit jullie begindagen: ‘We hebben vier ex-lieven gemeen.’ Dat sloeg op jullie gedeelde jeugd in Kortrijk. Zijn er met de jaren meer gelijkenissen en verschillen tussen jullie aan het licht gekomen?

Devoldere: “We zitten nu de helft van ons leven in Balthazar, we waren 17 toen we begonnen. Onze ambitie was toen nog: ooit in Den Trap spelen, het café waar Goose had gedebuteerd.”

Deprez: “We waren toen al erg verschillend. Ik vond Maarten een hele rare. Ik was een flapuit en maakte met mijn eerste groepje meer rock-’n-roll, hij speelde melige pianoballads. De aantrekkingskracht bestond erin dat hij deed wat ik niet deed. En dat is niet veranderd.”

Devoldere: “Wat we gemeen hadden, was dat we er op school anders bij liepen dan de rest, met een speciaal kapsel en speciale kleren. Toen al was er die geldingsdrang: we wilden artiest zijn én er zo uitzien. Nu zijn we daar niet meer zo mee bezig.”

Deprez: “Heb jij niet pas een oorring laten steken? (lacht)

Devoldere: “Onze verschillen zijn met de leeftijd nog sterker tot uiting gekomen. Ik ben heel chaotisch, Jinte net heel neurotisch.”

Deprez: “Je bent wél heel georganiseerd als je songs schrijft.”

Heeft het ooit al echt gebotst tussen jullie?

Devoldere: “We zijn dEUS niet, hè. (lacht) We zijn gemoedelijke West-Vlamingen, geen Antwerpenaren met een grote muil. We weten intussen dat iedereen verschillend is. Dat leer je ook: dat je niemand kunt veranderen.”

In jullie voorprogramma op Werchter Parklife: Patricia Vannestes Sohnarr. Ooit stichtend Balthazar-lid, later uit de groep gestapt. Iemand uit Muse zei me ooit: ‘Dat zoveel mannelijke muzikanten zich op tournee misdragen, is omdat er zo weinig vrouwen in hun band en crew zitten.’ Heb je dat kunnen merken?

Devoldere: “Het is andersom. Ik denk dat Patricia vrouwelijke energie heeft gemist, dat we te weinig rekening hielden met haar. Ze heeft er ook wel over geklaagd en een keer een vriendin meegenomen, naar Amerika was dat. Sinds Tijs (Delbeke, onder andere keyboards, red.) erbij is, zijn we wel zachter geworden. En we zijn ouder. Vroeger waren we toch lomper – sorry, Patricia.”

Deprez: “Het heeft minder met gender te maken en meer met de leeftijd. We zijn nooit een boys gang geweest, maar hoe jonger je bent, hoe liever je het varken uithangt.”

KLOOTZAK VAN EEN EX

In Sand Castle Tapes, de gefilmde liveshow meets docu die begin juni online werd vertoond, zagen we Jinte héél hoog zingen. J. Bernardt goes opera?

Deprez: “Misschien breng ik ooit nog iets uit als J. Bernardt, maar evengoed kom ik met iets compleet anders af. Ik zing op Sand vrij laag, terwijl ik eigenlijk niet zo’n lage stem heb. Ik betrap mezelf er in elk geval op dat ik tegenwoordig weer hoger zing.

“Ik ben de afgelopen maanden ook eens door al mijn oude teksten gegaan. Die zijn bijna altijd analyserend en bevragend, merkte ik. Vanuit een ik-figuur die zich kwetsbaar, zelfs als slachtoffer opstelt. Ik zou eens wat meer observerende teksten willen schrijven.”

Maarten, komt er ooit nog een plaat van Warhaus, het nevenproject met je vorige ex Sylvie Kreusch?

Devoldere: “Ooit. Sylvie en ik komen intussen weer goed overeen. Ik vind het mooi om te zien hoe ze nu floreert als artiest.”

Balthazars ‘You Won’t Come Around’, waarin je ‘I’m in love / And it’s hurting me it’s not with you’ zingt, en haar ‘Wild Love’ zijn communicerende vaten, vertelde je op Studio Brussel.

Devoldere: “Sylvie schreef ‘Wild Love’ toen we nog samen waren. Als ik dat nummer nu hoor, denk ik: sterk, hoe minzaam ze over mijn escapades zingt: ‘Allee, doe maar je ding.’

“Op haar plaat die binnenkort uitkomt, is ze behoorlijk hard voor mij. Wat ik overigens helemaal verdien. Ze vroeg of ik wilde meespelen in een clip, en ik redeneerde: als je me dan toch uitschijt, kan ik de buitenwereld evengoed tonen dat ik me in die rol schik. Er liep daar ook een ploeg van Canvas rond voor een documentaire over Sylvie. ‘Wat doe jij hier?’, vroegen ze. ‘Ik speel de klootzak van een ex’, zei ik. (lacht) Onze manier om te tonen dat we nog vrienden zijn.

“Ik heb me intussen verontschuldigd: ‘Sorry dat ik niet het makkelijkste lief was.’ Maar maakt niet iedere artiest een periode door waarin hij naast zijn schoenen loopt? Of heel gulzig is, en wil uittesten wat er gebeurt als hij zich helemaal overgeeft aan hedonisme? Dat was ook spannend hoor, dat consumeren.”

Deprez: “Intussen heb ik geleerd dat ik me niet te veel moet aantrekken van Maartens fases. (lacht) Hij is iemand van alles of niks.”

Negen jaar geleden gaf Leonard Cohen een reeks concerten op het Sint-Pietersplein in Gent. Maarten, jij keek toe vanuit een boom, want je had geen kaartje kunnen bemachtigen. Geldt die avond nog als je bijzonderste concertherinnering?

Devoldere: “Ik zag sindsdien optredens van mijn twee ex-vriendinnen – dat waren, en ik overdrijf niet, bijna religieuze ervaringen. Niet omdat ik ze persoonlijk zo goed heb gekend, maar omdat ze zo verschrikkelijk rotgetalenteerd zijn. Voilà.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234