Maandag 25/01/2021

Ruimte wonder

'U wilt schoon- heid? O, daar zijn wij niet mee bezig', antwoordde ze ooit toen ze werd verzocht Nederland op de architectuurbiënnale van Venetië te vertegen- woordigen. Een wandeling door het werk van Petra Blaisse, de vrouw die er, bij voorkeur op monumentale wijze, wél doeken om windt.

Inside Outside, het bedrijf dat Petra Blaisse in 1991 oprichtte, ligt op de eerste verdieping van een voormalig 19de-eeuws schoolpand aan de rand van Amsterdam, vlakbij de wijk Jordaan. Er werken acht vrouwen en één enkele man. Elk heeft zijn eigen professionele achtergrond: modeontwerper, architect, landschapsarchitect tot en met cultureel antropoloog en theater-historicus.

De medewerkers kunnen niet zonder hun computers. En niet zonder hun knutselmateriaal. De metershoge rekken die hen omringen zijn volgestouwd met stoffen, garen, touwen, plastic en metalen draden. Met potjes gevuld met verschillende kiezelsoorten en zeezand, van de Libische woestijn tot het strand van de Malediven. Plantenvezels staan er. Karton in allerlei diktes. Zaden. Buizen. Haken. Katrollen. Rails. Tekenpotloden. Naaimachines. Weefselstalen. Bakstenen. Noem maar op.

"Wij zijn geen interieurontwerpers in de gangbare betekenis van het woord. Wij zijn ruimte-ontwerpers. We beïnvloeden ruimten, zowel binnen als buiten. En liefst van alles brengen we tussen die binnen- en buitenruimten ook een connectie aan."

Dat klinkt erg abstract.

"Ik geef je twee concrete voorbeelden. Een van mijn opdrachten, bijna vijfentwintig jaar geleden, betrof een piepklein Antwerps winkeltje, een ontwerp van de Vlaamse interieurarchitect Wim De Vos. De Vos schakelde mij in om een doek voor de paskamers te maken. Wij spreken liever niet over gordijnen. In het woord gordijn schuilt geen monumentaliteit, en die beogen we.

"Voor dat winkeltje ontwierp ik, heel simpel, een doek dat niet alleen de openingen naar de paskamers bedekte, maar de muur in zijn geheel. Ik liet in het doek gaten ponsen, en in die smalle ruimte tussen muur en doek installeerde ik een speciaal licht. Het lichtspel suggereerde een hoge, lichte ruimte achter het doek, waardoor aan de winkel een ruimtelijkheid werd toegevoegd die er voordien niet was.

"Maar het kan ook heel anders. Voor het Mercedes Benz Museum in Stuttgart hebben we de geluidsbrekende wand voor de koffiebar ontworpen. Ken je dat museaal gebouw met zijn unieke, hoekloze geometrische structuur, een ontwerp van UN Studio, het architectenbureau van de Nederlanders Van Berkel en Bos? Een 'gekke' structuur die ontstaan is doordat het gebouw van binnenuit werd ontworpen. Vanuit het vertrekpunt: de optimale tentoonstellingsruimten scheppen.

"Wij werden pas heel laat bij dit project van hen betrokken. De koffiebar van het museum was al volledig ingekleed. Meubels. Lampen. Stoelen. Een gebogen wand. Alles was al door de ontwerpers van Concrete bedacht. Alleen bleek dat de ruimte nood had aan een geluidsabsorberende ingreep.

"Nadat we grondig met alle betrokken partijen hadden gesproken, kwam ik op het idee om bij een borstel-en bezemfabrikant te informeren of ze wandpanelen met borstelharen konden bezetten. Dat doen we wel vaker: traditiegetrouwe bedrijven vragen naar een compleet nieuwe toepassing van hun product. We hebben dan de lange wand bedekt met goudmetalen panelen, doorstoken van dikke plukken lang, wit bezemhaar. De stekelige haren breken de geluidsgolf. En de gouden achterwand functioneert als spiegel. Elke beweging en ook alle kleuren van de bezoekers worden erin gereflecteerd; de ruimte lijkt eindeloos door te lopen. Dát bedoel ik met de beleving van een ruimte beïnvloeden."

Kijken ook de opdrachtgevers soms niet raar op van bepaalde oplossingen die u en Inside Outside aandragen? Mercedes Benz staat voor luxe en prestige. Een muur van bezemhaar kan haaks op hun imago staan.

"Een wezenlijk onderdeel van ons werk is inderdaad de opdrachtgever én de architecten proberen te overtuigen om veranderlijke materialen tot architecturale elementen om te vormen. Daarom is goed luisteren naar wat de klant wil, zo belangrijk. Je moet diep inzicht krijgen in zijn wensen. Daarnaast moet je de hele praktische kant van de zaak tot op het bot bestuderen. Hygiëne. Veiligheid. Onderhoud. Brandgevaar. Akoestische kwaliteiten. Ophangsystemen. Als je die kennis allemaal hebt vergaard, kun je ideeën gaan uitwisselen.

"Natuurlijk gaat niet elke opdrachtgever met je ideeën mee. Voor het Hackney Empire Theatre in Londen hebben wij het nieuwe theaterdoek, de balkondoeken en het behangpapier bedacht. Dat was een moeizame evenwichtsoefening. Aan de ene kant werkten we aan een gebouw uit 1903 dat tot het cultureel-historisch erfgoed van Londen behoort en een trouw publiek kent. Aan de andere kant wilden we aan deze historische context een eigentijdse, verbeeldingrijke toets geven.

"Maar onze visie, die tot driedimensionale doeken en wandpatronen in zwart en wit had geleid, bleek helaas te vooruitstrevend. We hebben ons tot het uiterste ingespannen om onze ideeën te verdedigen. Het lukte niet.

"Uiteindelijk kregen we de opdracht om een doek van volrood fluweel met goudkoord te maken. Het klassieke, zware fluweel hebben we - onze toets - met de hand gefronst, op de manier waarop ook het bovendeel van die typische meisjesjurken worden gefronst, je weet wel, met al die vouwtjes die door middel van stiksels zijn aangebracht. Niet simpel. Want architecten kunnen hun maquettes maken met karton dat de functie van beton vervult. Maar textiel werkt zo niet. Textiel valt altijd anders. Het volstaat dus niet om een klein schaalmodel te maken, en dan aan de hand van pure wiskundige berekening de schaal te vergroten. We hebben, omdat we geen levensecht proefdoek konden maken, technieken moeten uitvinden waarmee we alle effecten van de schaalvergroting konden imiteren.

"In het Hackney Theatre hangt nu een klassiek doek van elf meter bij tien dat maar liefst 480 kilo weegt. Je kunt je voorstellen dat de complexe technische installatie die dit doek in de ruimte doet bewegen, samen met het soort licht dat wordt toegepast, het succes van zijn bijzondere vormen bepaalt."

Is het dat wat u bedoelde toen u, bij het verzoek om uw land op de Architectuur Biënnale van Venetië te vertegenwoordigen, antwoordde: 'We doen niet aan schoonheid, wel aan het oplossen van praktische problemen'?

"Ja. Wat wij doen kan schoonheid tot resultaat hebben. Maar we werken vooral hindernissen weg en lossen technische kwesties op. Je ziet dat meestal niet, omdat het resultaat er zo vanzelfsprekend uitziet.

"Maar Ole Bouman, de toenmalige directeur van de Biënnale, en ik waren het snel eens over het gekozen onderwerp, hoor. Hij doopte onze installatie 'Re-Set'. We werkten rond het thema 'leegstand in Nederland'. We bliezen het mathematisch interieur van het Rietveldpaviljoen om de haverklap nieuw leven in. Dat deden we met simpele middelen: een fietsketting, radertjes, kleine motoren en een lap stof. Materialen die overal te vinden zijn. Het doek vertegenwoordigde alle elementen van de architectuur: reflectie en absorptie; kleur en kleurloosheid; horizontale en verticale verdeling; doorzicht en obstructie; transparantie en afdekking. Onze installatie was een succes."

Uw werk is een vorm van architectuur?

"Dat hangt van de opdracht af. Maar ons werk is altijd een klein onderdeel van een groot geheel. Er schuilt trouwens een groot voordeel in deze beperking. Het helpt als je heel goed begrijpt waar je invloed kan liggen. En als je, binnen die beperking, je invloed tot het uiterste kunt rekken. Vandaar dus dat we op ons best zijn als we worden uitgedaagd en mogen uitdagen; en als ons werk in de architectuur wordt geïntegreerd.

"Op dat vlak levert onze jarenlange samenwerking met OMA, het architectenbureau van Rem Koolhaas, natuurlijk verrijkende projecten en ontwerpen op. Hoe komt het bijvoorbeeld dat OMA's concertgebouw Casa da Música in Porto façades van glas in zijn concertzalen kan hebben? Omdat wij een oplossing voor de licht- en warmte-inval, en voor de akoestiek kunnen aandragen! We maakten enorme, zonreflecterende vitrages, zo breed als de raamfaçade van het gebouw zelf, 22 bij 17 meter. We wisselden de vitrage af met reusachtige, met de hand geknoopte netten, met mazen van meer dan tien centimeter groot. Het lichtspel is fijnzinnig. En dan voegden we nog verduisterende en geluidsabsorberende lagen toe die de zalen met één beweging een andere kwaliteit bezorgen."

Weten architectenbureaus u van meet af aan te vinden? Of komt u er meestal pas aan het einde van de rit aan te pas? Zoals bij Mercedes-Benz?

"O, de meeste architectenbureaus hebben niet de reflex om een beroep te doen op ons. Nee, ik moet me anders uitdrukken: de meeste bureaus hebben die reflex niet langer. Want het is niet toevallig dat ik, een product van de generatie van de jaren 70, veel samenwerk met de generatie van Koolhaas. De architecten van de jaren 60 zijn mensen die het multidisciplinaire karakter van hun vak omarmen; de dingen vanuit veel verschillende perspectieven bestuderen. Ze zijn gefascineerd door het experiment en willen steeds opnieuw het wiel uitvinden.

"Die oneindige nieuwsgierigheid maakt dat ze allerhande vakmensen uit verschillende disciplines bij hun projectontwikkeling betrekken. Schrijvers, antropologen, biologen, filosofen, sociologen... Alles wat hun sensibiliteit en creativiteit kan prikkelen, wordt erbij gehaald. Dat is leuk, maar ook moeilijk. En er is moed voor nodig.

"Ik ervaar dat jongere architectenbureaus liever op zichzelf terugplooien. Jammer, want als je voor andere disciplines en gedachtegangen openstaat, ontstaat een dynamiek die voor alle partijen, en met name voor de ruimten zelf, zijn vruchten afwerpt. Al moet ik zeggen dat de jongste generatie architecten bij ons aan de bel begint te trekken, wat een verheugend teken is."

U werkt niet alleen nauw met OMA samen omdat dit gerenommeerde bureau een multidisciplinaire aanpak heeft. U bent ook de compagne de vie van Rem Koolhaas.

"Ik ken Rem al van het begin van de jaren '80. Nadat ik een poos als assistent curator in het Stedelijk Museum had gewerkt, ben ik als freelancer tentoonstellingen gaan ontwerpen. Via dat werk raakte ik betrokken bij de eerste tentoonstellingen rond OMA, en langs die weg belandde ik dan ook weer bij het Nederlands Dans Theater-project, waarvoor ik de interieurs en het voordoek ontwierp. Laat ik het zo stellen: van het een kwam dus het ander."

Van Inside kwam ook Outside. Het ontwerpen van landschappen is uw tweede terrein..

"Ja. In Qatar leggen we nu bijvoorbeeld de tuin van het Qatar Foundation Headquarter aan. Het irrigatiesysteem is ingenieus, en uiteraard op duurzaamheid ingesteld. Technisch is het een zeer ingewikkeld ontwerp. De samenwerking met de ingenieurs en bouwkundigen uit het projectteam verloopt erg nauw.

"Het is een immense tuin die opgedeeld wordt in vakken die een groene mozaïek vormen. De bakken worden uitsluitend met inheemse planten en 'exotische' bloemen opgefleurd. Dat was een lange zoektocht, waarvoor we verschillende lokale specialisten en plantdeskundigen geraadpleegd hebben, en met wie we alle oorspronkelijke woestijnplanten hebben bestudeerd: hoe ze bloeien, waar, wanneer. Want zelfs in de woestijn zijn er seizoenen, en die bepalen natuurlijk het uitzicht van de tuin.

"Die verdieping in de plaatselijke cultuur hoort bij elke opdracht. Kleuren en vormen hebben wereldwijd een andere symbolische betekenis. Planten en bloemen soms ook."

Vergt het beïnvloeden van een landschap, een buitenruimte, andere vaardigheden dan het beïnvloeden van een binnenruimte?

"Je doet een beroep op dezelfde intuïtie, dezelfde kennis en vaardigheden. Ik zie de rails van de doeken als een instrument om de ruimten te doen bewegen. In een landschap wordt zo'n rail door een pad vervangen. Paden veroorzaken een soortgelijke dynamiek.

"We hebben de tuinen van de gevangenis van Nieuwegein ontworpen. In deze constructie - die aan de hoogste veiligheidsnormen moest voldoen - laten we paden spiraalvorming kronkelen zodat we, in die beperkte open ruimte waar gevangenen sporten of frisse lucht inademen, even de illusie van continuïteit creëren. Wie er wandelt, zal andere contacten hebben dan als die paden er niet waren, of gewoon dwars liepen. De buitenmuren van de gevangenis hebben we in zandkleur laten schilderen. De verbinding tussen binnen en buiten verloopt ook daardoor minder abrupt."

Maar bomen en planten verliezen doorgaans hun bladeren. En doeken zijn niet seizoensgebonden?

"Zeker, en de tijd speelt nog meerdere, interessante rollen. Want een tuin kent seizoenen. Maar een tuin wordt ook jaar na jaar volwassener. De natuur groeit. Een doek ontbindt.

"Denk aan de geweldige expositie van de Belgische modeontwerper Martin Margiela in het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen destijds. Margiela liet, in samenwerking met een microbioloog, twaalf kledingstukken door verschillende soorten bacteriën opvreten. De jurken kleurden elke dag anders, en de ene bacteriesoort gaf de jurken een rode kleur, van de andere sloegen ze groen uit. Textiel vergaat met de decennia tot stof. Een boom gaat, soms meer dan een eeuw lang, altijd maar steviger staan."

En u? Waar zal u staan, binnen enkele jaren?

"Waar de passie voor mijn werk me brengen zal."

Op zondag 4 mei (20u40) is Petra Blaisse de hoofdgast in De Canvasconnectie.

www.insideoutside.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234