Vrijdag 06/12/2019
Een plasticvanger van Boyan Slats organisatie The Ocean Cleanup in de Great Pacific Garbage Patch, oktober vorig jaar. In dit noordelijke stuk van de Grote Oceaan van 1,6 miljoen vierkante kilometer hoopt zich veel afval op.

Milieu

Ruimt de plasticvanger van The Ocean Cleanup ook het zeeleven op?

Een plasticvanger van Boyan Slats organisatie The Ocean Cleanup in de Great Pacific Garbage Patch, oktober vorig jaar. In dit noordelijke stuk van de Grote Oceaan van 1,6 miljoen vierkante kilometer hoopt zich veel afval op. Beeld The Ocean Cleanup

De plasticvanger waarmee de Nederlandse uitvinder Boyan Slat de oceanen wil schoonmaken, veegt ook allerlei zeedieren op, waarschuwen biologen. Doet zijn werk meer kwaad dan goed?

Met zijn plannen om ronddrijvend plastic in de oceanen met lange armen op te vegen, oogstte Boyan Slat niet alleen lof en bewondering. Van begin af aan waren er bedenkingen. Critici zeiden dat hij het afval beter kan opvangen voordat het op volle zee terechtkomt. Zij werden gehoord: onlangs presenteerde de jonge Nederlandse uitvinder/ondernemer (25) een systeem om plastic uit rivieren te vissen. Daarmee verstomde niet alle kritiek. Biologen waarschuwen dat het schoonmaken van de oceanen het mariene leven bedreigt, omdat de plasticvangers ook zeedieren opvegen.

De Amerikaanse kwallenexpert Rebecca Helm van de universiteit van North Carolina uitte haar zorgen eerder dit jaar in het tijdschrift The Atlantic. Toen Slats organisatie The Ocean Cleanup vorige maand een foto publiceerde die het succes van haar werk in de Grote Oceaan moest onderstrepen, zag Helm haar gelijk bevestigd: tussen de troep in de veegarm zaten zeediertjes gevangen. Ze wees ruim honderd beestjes op de foto aan, voornamelijk kleine kwallen en zeeslakken. Boyan Slat ontkent dat zijn systeem schade van betekenis aanricht. Maar hoe zit het nu?

Bezaantjes

Rebecca Helm verwijt The Ocean Cleanup geen oog te hebben voor neuston, een verzamelnaam voor organismen die op het water drijven of vlak onder het wateroppervlak leven. Het zijn beestjes die passief met de stroming meedrijven en dienen als voedsel voor vogels, vissen, zeeschildpadden en octopussen. Tot deze kleurrijke fauna behoren kwallensoorten als het bezaantje (Velella velella) en het Portugees oorlogsschip (Physalia utriculus), zeenaaktslakken als de blauwe draak (Glaucus atlanticus) en kwalachtigen als de blauwe knoop (Porpita porpita).

Slat ontkent dat hij neuston over het hoofd ziet. In de milieu-effectrapportage die hij heeft laten maken komt dat woord weliswaar niet voor, maar er worden wel soorten genoemd die tot neuston worden gerekend. Het onafhankelijke Amerikaanse instituut CSA Ocean Sciences, dat dit rapport opstelde, concludeert dat de schoonmaak geen nadelige gevolgen zal hebben voor kwallenpopulaties. “Kwallen worden makkelijk beschadigd en gevangen kwallen zullen waarschijnlijk doodgaan. Echter, kwallen komen overal in de oceanen voor. Sterfte als gevolg van de plasticvangst zal geen effect hebben op het niveau van de populaties.”

Ook de gevolgen voor andere organismen die behoren tot het plankton worden in de CSA-rapportage verwaarloosbaar geacht. “Door het plaatselijke karakter van de effecten in verhouding tot de uitgestrektheid van de oceaan en de mogelijkheid dat een deel van het gevangen plankton alsnog vrijkomt, zullen er geen significante gevolgen zijn.’

Helm is niet overtuigd. Ze verwijst naar de Russische oceanograaf Anatoli Ivanovitsj Savilov die in de jaren 60 de oceanen indeelde in zeven ‘neuston-ecosystemen’, elk met hun kenmerkende soorten. In een van deze gebieden (ecosysteem 2) ligt de garbage patch die Slat wil opruimen. Het is het leefgebied van onder meer het bezaantje, de blauwe knoop en de blauwe draak. In het deel van de Grote Oceaan waar Slat wil gaan schoonmaken, zijn enkele jaren geleden twee soorten zeenaaktslakken ontdekt die tot dan toe als één soort werden beschouwd en nergens anders zijn aangetroffen. “Niet alle kwallensoorten komen overal voor.”

Helm krijgt bijval van Katja Peijnenburg, evolutiebioloog verbonden aan onderzoeksinstituut Naturalis en de Universiteit van Amsterdam. “In gyres (cirkelvormige oceaanstromingen, red.) bevinden zich specifieke gemeenschappen van soorten. Het lijkt soms of bepaalde soorten overal voorkomen, totdat je er goed naar kijkt. Dan zie je dat wat wij één soort noemen meerdere soorten blijken te zijn, die zich hebben aangepast aan de lokale omstandigheden. Als je er een soort uithaalt, kan een ecosysteem uit evenwicht raken.”

De bijvangst

Als je plastic uit het water filtert is er onvermijdelijk bijvangst, daar hoef je geen helderziende voor te zijn, zegt Jan Andries van Franeker, marien bioloog bij Wageningen Marine Research. “Wanneer je verwacht de helft van het drijvend plastic in vijf jaar op te vangen, dan kun je verwachten dat je in dat gebied vergelijkbare proporties van het oppervlakteleven weghaalt.”

Slat wijst erop dat zijn schoonmaakvloot, die uiteindelijk zal moeten bestaan uit 60 plasticvangers van zo’n 300 meter lang, gaat opereren in een klein deel van de oceaan. De North Pacific Subtropical Gyre is een gebied van tientallen miljoenen vierkante kilometers. Daarin bevindt zich de Great Pacific Garbage Patch, een vervuild deel van de zee dat 1,6 miljoen vierkante kilometer beslaat. De schoonmaaksystemen zullen per jaar een gebied van slechts 100.000 vierkante kilometer bestrijken, stelt Slat in een schriftelijk verweer tegen kritiek van Helm. “Voor zover we weten is neuston veel wijder verspreid dan het gebied waar wij schoonmaken. Onze systemen zullen jaarlijks actief zijn in een gebied dat 0,2 procent beslaat van het plaatselijke neuston-ecosysteem.”

Helm verwijt Slat een ‘gebrekkige’ redenering. The Ocean Cleanup werkt bewust waar drijvende objecten zich concentreren, stelt ze in een mail. “Ze zeggen dat ze 90 procent van het plastic in 2040 uit de oceaan zullen halen, ook al werken ze in een beperkt gebied. Dat zou lukken omdat ze zich richten op delen van de zee waar veel plastic is verzameld. Als plastic zich concentreert in die gebieden, dan is er geen reden om aan te nemen dat drijvend zeeleven zich daar niet ook concentreert.”

Plastic en neuston-organismen gedragen zich niet hetzelfde, brengt Slat daar tegenin. Bezaantjes hebben een zeil waarmee ze wind vangen. Plastic wordt vooral voortgestuwd door golven en stroming. Hoe meer wind een object vangt, hoe wijder het wordt verspreid. Ook door het verschil in drijfvermogen reageren plastic en zeebeestjes anders op golven. Volgens Slat komt uit studies van de oceanograaf Savilov niet naar voren dat neuston zich concentreert in bepaalde gebieden.

De kwalachtige blauwe knoop ­(Porpita porpita) maakt deel uit van de kleurrijke fauna die passief met de stroming meedrijft en in de plasticvanger kan terechtkomen. Beeld Katja Peijnenburg/Naturalis Biodiversity Center

Scheepvaart

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen nul effect en beheersbaar effect, zei Slat eerder tegen de Volkskrant. “Bezaantjes zullen tussen afval terechtkomen. Maar het gaat om diertjes die bij miljoenen aanspoelen op de kusten van eilanden, die massaal worden gedood door stormen en de scheepvaart. De impact van ons systeem is niet nul, maar vele malen kleiner dan de duizenden schepen die door de oceaan varen.” Het neuston-ecosysteem heeft voortdurend te maken met omvangrijke sterfte. De beestjes hebben een korte levenscyclus en reproduceren zich snel.

We weten niet hoe snel drijvende dieren zich voortplanten, reageert Helm. Maar ook als ze zich snel reproduceren, wil dat nog niet zeggen dat er geen probleem is. “Snelle voortplanting kan populaties van drijvende zeedieren helpen zich te herstellen na zware stormen. Stormen gaan voorbij. Het is de bedoeling dat de vloot van The Ocean Cleanup jaren op zee blijft.” Neuston kan massaal op kusten terechtkomen, bevestigt Peijnenburg. Dat heeft ze gezien op Menorca, waar grote aantallen bezaantjes en paarse slakken op het strand waren gespoeld. “Maar dat is niet te vergelijken met het opvissen uit de oceaan. Dan weet je niet welk deel van de populaties je wegvangt.”

Van Franeker: “Zeggen dat de bijvangst niet uitmaakt op het grote geheel is zoiets als alle huismussen in Nederland uitroeien en zeggen dat het niet uitmaakt omdat er nog veel andere huismussen in de wereld zijn. Het gaat om het effect op het ecosysteem in de gebieden die je schoonmaakt. Die moet je niet vergelijken met andere delen van de oceaan.”

“Niemand heeft melding gemaakt van zulke bevindingen”, zegt Helm over Slats bewering dat schepen een grotere invloed op het zeeleven hebben dan zijn schoonmaaksysteem. “Er zijn twee mogelijkheden: The Ocean Cleanup heeft data die ze niet onthult of deelt, of ze speculeert en brengt ze als een feit. In beide gevallen is dat behoorlijk zorgelijk.”

Uit een onderzoek waaraan Slat heeft meegewerkt, zou blijken dat de concentratie plastic in de Great Garbage Patch 180 keer groter is dan die van plankton. Volgens Helm komt deze verhouding voort uit een gemiddelde van alle watermonsters en wordt daarmee voorbijgegaan aan de grote verschillen tussen de monsters. De aantallen verschillen sterk per plek en tussen dag en nacht. “Ik heb foto’s van monsters gezien die in hetzelfde gebied zijn gemaakt en waarop veel meer drijvende zeedieren zijn te zien dan plastic.”

Afval gevangen door de plasticvanger van Boyan Slat. De foto is afkomstig van The Ocean Cleanup. Beeld EPA

Onbekend

Terug naar de Amerikaanse milieu-effectrapportage waarop The Ocean Cleanup zich beroept. De studie voldoet volgens Slat aan wetenschappelijke kwaliteitseisen. Dat er meer aandacht in is voor gewervelde dieren als walvissen en zeeschildpadden dan voor plankton, komt doordat er minder gegevens over plankton beschikbaar zijn, zegt hij. Helm vindt dat de conclusie dat de effecten verwaarloosbaar zijn te weinig wordt onderbouwd. “Ik weet onvoldoende over het onderzoeksinstituut om in te schatten of het betrouwbaar is, maar ik vind de rapportage ernstig tekortschieten.”

Er is weinig bekend over neuston in de garbage patch, erkent Slat. “Maar we hebben waarschijnlijk meer data en waarnemingen dan iemand anders. Daarover zullen we rapporteren als we genoeg hebben om wetenschappelijke conclusies te trekken.” Dat de kennis beperkt is, onderstreept Peijnenburg. De wetenschappelijke artikelen over neuston in de afgelopen tien jaar zijn volgens haar op één hand te tellen. Juist vanwege het gebrek aan kennis pleit ze voor voorzichtigheid.

Drijvend plastic is niet het grootste gevaar voor het leven in de oceaan, meent Peijnenburg. Er worden talloze soorten bedreigd, maar dan vooral door opwarming, verzuring en vervuiling van de oceaan en door overbevissing. Zonder twijfel gaan dieren dood doordat ze plastic binnenkrijgen. Foto’s van zeeschildpadden die vastzitten in een visnet maken indruk op het publiek. Maar dat heeft geen gevolgen voor de soort. “De enige soort waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat (micro)plastics er een negatieve invloed op hebben zijn oesters.”

Doorgaan?

Voor Helm staat vast: het scheiden van zeeleven en plastic is vrijwel onmogelijk. Als het plastic eenmaal in zee drijft, is het te laat. Het met de hand opvissen van achtergelaten netten is zo’n beetje het enige wat dan volgens haar nog zin heeft. Dat sluit aan bij de bevinding van het team van Slat dat de helft van het plastic in de garbage patch afkomstig is van de visserij.

Wat Peijnenburg betreft, moet er eerst meer onderzoek komen naar de gevolgen voor het ecosysteem voordat de schoonmaakoperatie van Slat op volle schaal wordt uitgevoerd. Volgens haar kunnen met het geld dat Slat heeft opgehaald (ruim 30 miljoen euro) “slimmere dingen worden gedaan dan grootschalige acties waarmee je ook leven om zeep helpt”.

Gezien de ontstaansgeschiedenis kan The Ocean Cleanup waarschijnlijk weinig anders dan volhouden dat de gyres moeten worden opgeruimd, zegt Van Franeker. “Maar de kosten zijn gigantisch en er zijn grote gevolgen voor het milieu. Niet meer geld in stoppen, vind ik. Richt je op de mogelijkheden dichter bij de bron. En als het dan toch moet, dan kan het oceaansysteem misschien leren van het riviersysteem: bijvoorbeeld door het afval niet in een wig samen te drijven, maar langs een opvangpunt te laten stromen zodat er minder bijvangst is.”

Boyan Slat is vastbesloten de opruiming op zee, naast het schoonmaken van rivieren, door te zetten. Het opvangen van afval in rivieren, zegt hij, biedt geen oplossing voor het plastic dat de afgelopen vijftig jaar in zee is beland. Voordat het volgende schoonmaaksysteem te water wordt gelaten, hoopt hij op basis van eigen onderzoek een ‘diepere’ analyse te hebben van de effecten voor het neuston. Op de website van The Ocean Cleanup staat dat in 2020 de operatie wordt uitgebreid.

Neuston en plankton

Neuston: verzamelnaam voor organismen die op het wateroppervlak drijven of vlak onder het oppervlak even. Plankton: verzamelnaam voor organismen die voornamelijk zwevend in het water leven en zich passief laten verplaatsen door stroming. Plankton is er in uiteenlopende maten, van bacteriën en eencellige algen tot kwallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234