Dinsdag 02/03/2021

Ruim overzicht Edvard Munch by Himself in Londen legt klemtoon op latere werk

Munch schildert wat niet met het oog te zien is. Hij beeldt gevoelens uit, hij beent ze uit

Verzonken in zichzelf

Hij moet een verschrikkelijke vent zijn geweest, die Munch. Maar schilderen kon hij. Zijn lange carrière - Munch (°1863) werd 81 en schilderde vanaf zijn achttiende - wordt in Londen belicht aan de hand van zelfportretten. Eigenlijk maakte hij niets anders. Of het nu portretten van zichzelf, scènes met (ex-)geliefden of landschappen zijn, de Noorse kunstenaar projecteert zijn innerlijke wereld op het witte doek. Zijn problematische omgang met vrouwen, zijn panische angst om ziek te worden, zijn verlatenheid, alles komt aan bod in Edvard Munch by Himself, een ruim overzicht dat vooral oog heeft voor het latere, minder bekende werk.

Londen

Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

Een man ligt naakt op een operatietafel. Op het witte laken onder hem zit een grote bloedvlek. De man is lijkwit, misschien is hij dood. Naast hem staat een verpleegster. In haar handen houdt ze een grote teil die tot aan de rand gevuld is met bloed. Drie schimmen staan op de achtergrond. Zijn het dokters die beraadslagen? Achter een raam verdringt zich een massa schimmen, studenten die de operatie bijwonen. Er hangt een morbide sfeer in het doek dat Edvard Munch eind 1902 schilderde. Het is Munch zelf die op de tafel ligt.

"Munch moest geopereerd worden, maar het ging om een al bij al klein incident dat hij in zijn schilderij uitvergroot tot een waar drama", zegt Iris Müller-Westermann, Munch-specialiste en tentoonstellingsmaakster. "In september 1902 vond er een schermutseling plaats met zijn ex-geliefde, Tulla Larsen. Er gaat een revolverschot af en de kogel dringt binnen in de middelvinger van Munchs linkerhand." Verdere details ontbreken. Het is onduidelijk wie de revolver bij zich had en wie het schot heeft gelost. Het is wel een feit dat de kogel operatief verwijderd werd uit Munchs vinger. Het incident betekende het definitieve einde van zijn complexe, drie jaar durende affaire met Tulla Larsen. Eigenlijk waren al zijn affaires met vrouwen complex. En Munch had nogal wat minnaressen.

Tulla Larsen zat er warmpjes in en was bereid Edvard financieel te steunen. Maar ze kwam te dichtbij. Ze strooide rond dat zij verloofd waren en dat was voor hem het sein om het hazenpad te kiezen. Zij achtervolgde hem door Frankrijk, Italië en Zwitserland. Hij beëindigde de relatie, maar twee jaar later ontmoetten ze elkaar toch weer. Hij had intussen een andere vrouw leren kennen, maar Tulla had gedreigd met zelfmoord. Wat volgde, is het revolverincident.

Munch voelde zich het grote slachtoffer en zo beeldde hij zich ook uit. Hij is naakt, bijzonder kwetsbaar en wordt aangestaard door een massa mensen. Hoogstwaarschijnlijk voelde hij de situatie aan als een ultieme vernedering, zijn mannelijke trots was geknakt. Hij schildert wat niet met het oog te zien is. Hij beeldt gevoelens uit, hij beent ze uit.

"Een fototoestel haalt het niet bij doek en borstel zolang het niet gebruikt kan worden in hemel en hel", zei hij ooit. In die hel schildert hij zichzelf, ten prooi aan vurige vlammen. Het leven, een hel. L'enfer, c'est moi. Maar het kan nog erger: in het schilderij Golgotha is hijzelf de gekruisigde Christus, de grote onbegrepene. Tulla Larsen schildert hij daarentegen als een ongenaakbare sfinx, als een dreigende Medusa. Een portret van hemzelf en Larsen hakte of scheurde hij na voltooiing in twee: alsof hij op symbolische wijze, in een soort voodooritueel, korte metten met haar kon maken. In dat dubbelportret is hij de gezonde, licht hautaine man. Zij ziet er ziekelijk uit, met haar groenige, uitdrukkingsloze gezicht. Kunst als bezwering.

Toch kan hij de breuk met Larsen moeilijk verwerken. Op vier grote doeken herhaalt Munch jaren later, in 1907, het operatietafelthema. In de schilderijen ligt telkens een man naakt op een bed of sofa, naast hem staat frontaal een vrouw, Tulla. Soms is ze aangekleed, soms bloot.

Nu eens hangen de beddenlakens vol bloed, dan weer heeft de man - o symboliek - een bloedende wonde in de hartstreek. Stilistisch zijn de werken bijzonder knap. In tegenstelling tot zijn vroege, symbolistische en vrij gladde werk met monochrome vlakken schildert hij nu erg nerveus met korte, heftige penseeltrekken. Hier en daar klontert de verf samen. De schilderijen barsten uit hun lijsten door de onderhuidse spanning. Munch gaf ze gechargeerde titels mee zoals Moord, De moordenares en De dood van Marat. Hij is Marat, Tulla Larsen is dus diens moordenares Charlotte Corday. Referenties aan de Franse revolutie had Munch vermoedelijk niet in gedachten, het ging hem alleen om de aanslag van een sterke vrouw op een weerloze man. Een van de Marat-schilderijen noemde Munch cynisch "ons kind".

Niet alleen met Tulla leefde Munch op gespannen voet, hij had het moeilijk met al zijn vrouwen. In Vampier (1893-'94) zit een man in de liefdevolle omknelling van een vrouw. Toch lijkt het alsof zij haar tanden in zijn nek zet. De schaduw die de scène afwerpt, is zwaar en onheilspellend, terwijl de rode haren van de vrouw die over 's mans hoofd en rug hangen, beginnen te kronkelen en veranderen in stroompjes bloed.

Toch kun je Munch bezwaarlijk een vrouwenhater noemen. Hij ervoer vrouwen wel snel als een bedreiging - voor zichzelf, zijn kunst, zijn creatieve vrijheid - en wou ze dan op een afstand houden. Verliefdheid bracht verstikking, liefde bracht leed. Leven met een vrouw was moeilijk, leven zonder ook. Er zit nogal wat Tsjechov in die doeken van Munch.

Een aantal karaktertrekken zijn te verklaren vanuit zijn jeugd en opvoeding. An unhappy childhood is a painter's goldmine. Zijn moeder overleed toen hij vijf jaar was, zijn favoriete zus toen hij veertien was, beiden aan tbc. Hij zal zijn zieke zus zijn hele leven blijven schilderen. Zelf had hij een zwakke gezondheid, had vlagen van depressie en vreesde dat hij zot zou worden. Voeg daaraan toe: een godsdienstgekke vader. "Ziekte, krankzinnigheid en dood waren de zwarte engelbewaarders aan mijn wieg", aldus Munch. Later zou hij toegeven zijn ziektes en neurosen te koesteren als motor van zijn kunst.

Maar - en dat maakt Munch ook nu nog altijd boeiend - hij registreerde ook de tumultueuze veranderingen in het begin van de twintigste eeuw. Vrouwen begonnen hun rechten op te eisen, Nietzsche had God dood verklaard en volgens Freud werd de mens aangevuurd door allerlei oerdriften. Een wereld vol gekmakende eenzaamheid en nog gekker makend verlangen toont Munch ons - en dat is dus niet alleen zijn eigen particuliere wereldje.

Munch schildert een wereld van absolute stilte. Kijk en luister. In De schreeuw - van Munchs beroemdste maar nog altijd vermiste schilderij hangt in Londen een lithografie uit 1895 - draaien de personages op de achtergrond zich niet om. Ze wandelen ongestoord verder op de brug naar het Niets. Munchs personages zijn buitenstaanders, de ander is fundamenteel onbereikbaar en onkenbaar. Zie Munch zitten in het restaurant van Zelfportret met fles wijn (1906). Verzonken in zichzelf. Zijn handen, de handen van de schilder, liggen lam in zijn schoot. De wit gedekte tafels lijken doodskisten, zijn witte boord verstikt hem en de twee schimmige kelners zijn engelen des doods. De sfeer is beklemmend, de kleuren botsen tegen elkaar op en rijten het doek uiteen.

Wat later zal Munch zich laten opnemen in een psychiatrische privé-kliniek in Kopenhagen, uitgeput door een zenuwinzinking en achtervolgingswaan en ten prooi aan drankmisbruik. Na een succesrijke therapie wordt zijn palet lichter, hij gebruikt pasteltinten en de zelfportretten worden zonniger. Het lijkt waarachtig of hij even gelukkig is. Dat is heerlijk voor hem en jammer voor de schilderkunst. Maar zo eindigt het verhaal niet. In de Royal Academy wordt nogal wat minder bekend werk uit de latere periode getoond. Een revelatie, hoewel er globaal weer veel te veel hangt. Minder werken zouden een even sterk verhaal hebben opgeleverd. De klacht is bekend.

Munch trekt zich terug uit het leven om kluizenaar te worden in Ekely, bij Oslo. Na de Eerste Wereldoorlog leert hij een zeventienjarig meisje kennen, een wervelend geschilderde reeks De kunstenaar en zijn model ontstaat rond 1919. Hij staat achter haar in een huiskamer, hij in zwart pak en met strik, zij in een openhangende kamerjas. Last en lust. Het bed ligt open, de verf druipt over haar onderjurk, het perspectief danst, alles is in beweging. Later zal die losse, brute schildersstijl expressionisten diepgaand beïnvloeden.

Tussen 1924 en zijn dood in 1944 maakt hij nog een aantal intense schilderijen in brede maar nerveuze borsteltrekken. Zijn stijl blijft evolueren. Sterrennacht (1924) is van een ijskoude, hardblauwe verlatenheid, Munch is niets meer dan een vage schaduw van een hoofd op de sneeuw. In Zelfportret met kabeljauwkop (1940) zit een man alleen te eten. Hij en de vis kijken met dezelfde dode ogen de verbouwereerde toeschouwer aan. Wat is er eenzamer dan alleen te moeten eten? Het aandoenlijke Zelfportret tussen klok en bed (1940-'42) toont een afgeleefde man in het zwart, de armen roerloos langs het lijf, de handen dood, de oogkassen leeg. De wijzers van de klok zijn verdwenen, het bed waarin gepaard en gebaard werd, is netjes toegedekt. Alles is klaar voor het afscheid. Achter het mannetje lichten de duizend schilderijen op die hij in zijn huis heeft hangen. Hij wordt in hun eeuwig schijnsel opgenomen. Door te schilderen heeft Munch zijn demonen bezworen, misschien zelfs zijn dood.

Edvard Munch by Himself, tot 11 december in Royal Academy of Arts, Piccadilly, Londen, dagelijks 10 tot 18 uur, vrijdag tot 22 u., vanaf 12 november ook zaterdag tot 22 u. Metrostations: Green Park en Piccadilly Circus. Catalogus (19,95 pond) en brochure (2 pond). 0044-20/7300.8000 en www.royalacademy.org.uk. Er rijden op weekdagen negen Eurostar-treinen tussen Brussel-Zuid en Londen-Waterloo, 02/528.28.28 en www.eurostar.com. Royal Academy is op loopafstand van Waterloo.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234