Zaterdag 31/10/2020

AchtergrondEconomie

Ruim 1,3 miljoen inactieven op Belgische arbeidsmarkt

Beeld Photo News

In 2019 telde ons land bijna 216.000 werkzoekenden en bijna 1,4 miljoen inactieven. Dat blijkt uit een vergelijking van de arbeidsmarkt in 20 OESO-landen. ‘Dat cijfer verbergt echter een soms harde realiteit’, waarschuwt arbeidsmarktdeskundige Jan Denys.

In de leeftijdscategorie 25- tot 64-jarigen telt ons land 1.371.667 ‘inactieven’. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen in de ziekteverzekering, op brugpensioen of leefloners. “Dat zijn er ruim zes keer meer dan het officiële aantal werklozen”, zegt professor economie Stijn Baert van de UGent. Slechts vijf landen – Mexico, Italië, Zuid-Korea, Griekenland en Polen – tellen in verhouding nog meer inactieven. “Willen we onze sociale zekerheid betaalbaar houden, dan moeten we die groep absoluut ­activeren”, stelt Baert.

Volgens hem is het onevenwicht het gevolg van het feit dat er de afgelopen decennia in ons land beleidsmatig flink werd ingezet op het begeleiden van werkzoekenden naar een baan, zeker in Vlaanderen. “Met succes. Maar intussen bleven de toegangspoorten tot de ziekteverzekering en het al dan niet vroegtijdig met pensioen gaan meer openstaan dan in andere landen”, zegt de arbeidsmarktspecialist. Hij roept de overheden op om zich niet langer blind te staren op de werklozen – “die zijn maar het topje van de ijsberg” – maar volop in te zetten op de veel grotere groep van ‘inactieven’. Hij noemt het “dat deel van de ijsberg dat onder het wateroppervlak aan het gezichtsveld wordt onttrokken, maar wel vele malen groter is.”

Echt niet kunnen

Ook de verhouding langdurig werklozen versus mensen die minder dan een jaar naar werk zoeken, zit volgens Baert behoorlijk scheef. Bij ons zijn die twee groepen bijna even groot, terwijl in de meeste landen het aandeel langdurig werkzoekenden kleiner is. Arbeidsmarktdeskundige Jan Denys (Randstad) beaamt het hoge cijfer. “Maar iedereen die de arbeidsmarkt een beetje kent, weet dat dit geen nieuw gegeven is. Waarmee ik zeker niet gezegd wil hebben dat dit geen probleem is. De werkzaamheidsgraad in ons land moet zeker omhoog, alleen stoort het getal van 1,4 miljoen mij een beetje. Achter dat getal gaan veel mensen schuil, vaak ook mensen die echt niet kunnen werken en die nu een beetje over een kam worden geschoren.”

Analyses van het Steunpunt Werk tonen inderdaad dat het amalgaam van 1,4 miljoen inactieven geen homogene groep is. Zo zijn er ruim 215.000 mensen die arbeidsongeschikt zijn. Ook 177.500 studenten zitten in dat globale cijfer verrekend, net als de zowat 155.000 huisvrouwen/mannen, die omwille van het gebrek aan (betaalbare) kinderopvang ervoor kiezen niet buitenshuis te gaan werken. En dan zijn er nog de mensen die op brugpensioen zijn gezet of tussen twee jobs in tijdelijk blijven hangen.

Ontmoedigde werklozen

Toch lijken niet al deze personen afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Een deel van deze groep is potentieel wel als arbeidsreserve te beschouwen en kan mits extra inspanningen de toenemende arbeidsvraag helpen invullen, blijkt uit de analyse van het Steunpunt Werk. Anderzijds is er een deel werkenden dat mits een efficiëntere benutting van de arbeidsuren ruimer ingezet kan worden. Om die reden kunnen zij ook tot de potentiële arbeidsreserve gerekend worden. Die latente arbeidsreserve telt 55.200 personen in 2016. Zij voldoen niet aan alle criteria van de officiële werkloosheidsdefinitie, omdat ze niet actief op zoek zijn naar werk of niet onmiddellijk beschikbaar zijn. Toch hebben ze veel eigenschappen gemeenschappelijk met de actieve werklozen en zijn ze niet volledig losgekoppeld van de arbeidsmarkt. In deze groep zitten onder andere de ontmoedigde werklozen. Zij die de hoop op een job hebben opgegeven omdat ze denken niet over de juiste kwalificaties te beschikken, te jong of te oud te zijn voor een bepaalde job of omdat ze geen werk in de nabije omgeving vinden. Ook persoonlijke of familiale redenen kunnen van tel zijn.

‘Coronacrisis’

“Mensen die geen beroep doen op een overheidsuitkering en in eer en geweten beslissen om thuis te blijven en niet te gaan werken, moeten we ook respecteren”, zegt Jan Denys. Overigens vreest Denys dat dit debat vandaag een beetje wrang smaakt. “Dat we in tijden van hoogconjunctuur het debat aanzwengelen over de inactieven die we kunnen gebruiken voor de arbeidsmarkt, dan ben ik de eerste om mee die kaart te trekken. Maar vandaag staan we aan de vooravond van een stijgende werkloosheid, ten gevolge van de coronacrisis. De prioriteit zal zijn om de mensen die hun baan verliezen snel terug aan de slag te krijgen.” 

Professor economie Stijn Baert van de UGent.Beeld Gregory Van Gansen / Photo News

Ook Vlaams minister van Werk Hilde Crevits onderstreept dat de coronacrisis haar effecten zal hebben op de werkloosheid. Ze wijst erop dat de Vlaamse regering en de sociale partners begin dit jaar in een akkoord hebben afgesproken om zich prioritair te richten op vier groepen mensen die nu niet deelnemen aan de arbeidsmarkt: jongeren die niet in een opleiding zitten en geen werk hebben, mensen met gezondheidsproblemen, mensen met een leefloon en herintreders. “Dat willen we doen door meer en betere samenwerking zodat we ook weten wie in die groepen zit”, legt de minister uit. Crevits stelt nog dat de regering en de sociale partners de komende weken in overleg zullen gaan om het relancebeleid voor de arbeidsmarkt vorm te geven. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234