Maandag 17/01/2022

Rubens 'light'

Morgen worden in Antwerpen drie tentoonstellingen geopend met Rubens als spilfiguur. Rubens als verzamelaar is een huzarenstukje: precieuze schilderijen en objecten uit de hele wereld nuanceren het beeld van de 'barokke' Rubens. Helaas schittert de tentoonstelling net niet genoeg. Rubens en zijn bibliotheek is wat moeilijker maar erg sfeervol. Van Delacroix tot Courbet is het zwakke broertje van de drie.

Antwerpen

Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

Een huis vol kunst. Rubens als verzamelaar brengt 91 schilderijen, tekeningen en juwelen uit Rubens' kunstcollectie weer samen in zijn woonhuis aan de Wapper. De inventaris die na de dood van de schilder in 1640 werd opgesteld vermeldt meer dan driehonderd stuks, naar verluidt had hij een collectie die kon wedijveren met die van prinsen en vorsten. Na vier jaar intensief onderzoek en voorbereidend werk konden de curatoren 45 bruikleengevers over de hele wereld ertoe bewegen aan dit ambitieuze en unieke project mee te werken. "Het sterkste wat er ooit in het Rubenshuis gepresteerd is", aldus conservator Carl Depauw. Het is niet overdreven.

De expositie is verspreid over het hele huis, de permanente collectie krijg je er gratis bij. In Rubens' kunstkamer hangen de schilderijen zoals het in de 17de eeuw paste: van onder tot boven, alle genres door elkaar. Meteen valt op hoe breed de smaak van de meester was: twee Hollandse stillevens, een mand met fruit en wild van dé specialist Frans Snyders, een antiek beeld, een rustige Hollandse marine, enkele portretten van Frans Floris en Willem Key, een landschap van de onderschatte Antwerpse meester Pieter Snayers, een eenvoudig genretafereeltje van een man die op de pot zit en zijn hond te eten geeft, en een (niet echt sterke) Maria Magdalena uit het atelier van Titiaan. De collectie blijkt weinig 'barok' te zijn en werpt een interessant, nieuw licht op Rubens en zijn smaak.

In dit eerste vertrek wordt ook het zwaktebod van de expositie duidelijk. Er hangt veel, maar tegelijk krijg je geen gevoel van luxe en weelde, laat staan van overvloed. De ruimte doet kil en wat kaal aan en dat is jammer. Het heeft vermoedelijk te maken met de te witte wanden van de kunstkamer. Een kleurtje en een inventievere mise-en-scène hadden wonderen kunnen doen.

Op de bovenverdieping beleven we gelukkig meteen een hoogtepunt: een kleine ruimte is ingericht als heuse schatkamer. Ze is gehuld in halfduister en alle objecten zijn dramatisch verlicht. Het portret van De Peiresc, antiquair en vriend van Rubens, kijkt uit over enkele vitrines met adembenemende juweeltjes: piepkleine, wonderlijke Romeinse cameeën uit het begin van onze jaartelling, een schitterend ivoren reliëf van Rubens-medewerker Lucas Fayd'herbe (die vooraan in de twintig was toen hij dit meesterwerk maakte) en een expressieve, bijna erotiserende lijdende Christus. Stuk voor stuk wereldtop.

In het leerlingenatelier - helaas met te robuuste, grijze wanden - wordt het zelfportret van Titiaan geconfronteerd met een keur van kopieën die Rubens maakte naar portretten van de door hem aanbeden Italiaanse meester. Behalve een indringend portret van Rubens' echtgenote Isabella Brant door Van Dyck valt een ensemble van Adriaen Brouwer op: caféscènes met dronken, vechtende mannen. Rubens steunde de armlastige Brouwer maar moet ook van diens werk gehouden hebben.

Hoogtepunt in dit vertrek zijn enkele landschappen van Rubens zelf: hij schilderde die gewoon voor zijn plezier, met snelle, vaardige toetsen. Hier en daar wordt het zonlicht geaccentueerd door dik opgebrachte verf. Rubens als impressionist, een ontdekking. Het cliché van Rubens als schilder van mollige meiden wordt onderuit gehaald.

Rubens kocht ook knappe tekeningen, onder meer van Carracci en Pieter Coecke, en ging daarmee aan de slag: hij veranderde ze, paste zeaan zijn smaak aan, maakte ze dynamischer. De tentoonstelling wordt afgesloten in het ook wat kale schildersatelier, waar vooral vrouwennaakten en vrouwenportretten zijn samengebracht. Een erg lelijke, dof geschilderde Jeanne d'Arc, afgewerkt door een medewerker na Rubens' dood, laat zien wat echt meesterschap betekent. Vergelijk het met twee subtiele vrouwenportretten van Rubens (kopieën naar Titiaan) en het zinnelijke tafereel van Van Dyck, waarop Jupiter als sater de 'onschuldige' Antiope verschalkt.

De expositie doet het zonder verklarende teksten: een audiogids en wandelbrochure vullen die leemte. De brochure is beknopt en informatief, maar doordat de samenstellers niet het parcours maar de rangschikking van de inboedellijst volgen, moet er te vaak heen en weer gebladerd worden. Het had gebruiksvriendelijker gekund. De uitgebreide catalogus is dan weer een juweeltje.

In het Museum Plantin-Moretus loopt in drie zalen de tentoonstelling over het boekbezit van Rubens, ook al een nieuw onderzoeksdomein. Net als in zijn kunstcollectie legde Rubens ook hier een brede belangstelling aan de dag: politiek, perspectiefleer, atlassen, plantenboeken, liefdesromans en kunstenaarsbiografieën. Een hart voor boeken. Rubens en zijn bibliotheek is wat moeilijker en specialistischer maar wordt bijzonder overzichtelijk gepresenteerd. De zaalteksten werden gedrukt op banieren, die wonderwel geïntegreerd zijn in het stemmige interieur. Topstukken in deze erg intieme expositie zijn het monumentale, prachtig geïllustreerde plantenboek, een boek over de blijde intredes van Maria de Medici en een aantal brieven van Rubens zelf, waaronder die aan Gevartius, waarin hij begint in de 'Duytsche taele' (het Nederlands, dus) omdat er wat sleet zit op zijn Latijn. Op de een of andere manier lijkt Rubens hier bijna fysiek aanwezig. Elk boek vertelt een boeiend verhaal, jammer dat er geen audiogids gemaakt werd.

Voor Van Delacroix tot Courbet. Rubens ter discussie kon het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten putten uit de collectie negentiende-eeuwers van het Rijselse Palais des Beaux-Arts. Het was een geste in ruil voor de genereuze medewerking van Antwerpen aan de Rubens-tentoonstelling in Rijsel. In de negentiende eeuw woedde er in Frankrijk een strijd tussen Delacroix en Ingres, tussen de Rubens-aanhangers en -critici. De tentoonstelling poogt die querelle des anciens et modernes in beeld te brengen, maar daarvoor is het materiaal uit Rijsel echt ontoereikend. Het verhaal wordt bovendien warrig omdat men probeert nog andere rode draden (academici versus progressieven) aan te brengen. Wat rest is een handvol interessante werken, waaronder de monumentale Medea van Delacroix, enkele schetsen van Boilly en twee portretten van Fantin-Latour. Het is wel veelbetekenend dat de selectie uit Rijsel verbleekt naast de 19de-eeuwse salon van het Antwerpse museum. De tentoonstelling maakt bovendien een wat povere indruk doordat de museumzalen zelf met hun gescheurd en flets behang niet eens opgekalefaterd werden.

Een huis vol kunst. Rubens als verzamelaar in Rubenshuis, Wapper 9-11. Een hart voor boeken. Rubens en zijn bibliotheek in Museum Plantin-Moretus, Vrijdagmarkt 22. Delacroix tot Courbet. Rubens ter discussie in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold De Waelplaats. Van 6 maart tot 13 juni. Dinsdag tot zondag, 10 tot 17 uur, maandag gesloten. Info en reservering 070/233.799 en www.rubens.2004.

Rubens als impressionist,

een ontdekking

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234