Dinsdag 14/07/2020

Rubens en Degas op de planken

De Courtauld Gallery in Londen: uitmuntende collectie, prachtig pand, onhandige renovatie

De National Gallery, de Tate, het British Museum - nationale kunstcollecties in de Britse hoofdstad, die genoegzaam bekend zijn en massaal bezocht worden. In hun slagschaduw sluimert al decennia lang een bescheiden museum, de Courtauld Gallery. De naam mag dan nauwelijks tot de verbeelding spreken, de collectie telt meer dan een handvol wereldberoemde schilderijen - vooral van Monet, Manet, Renoir, Gauguin en Cézanne. Onlangs werd Somerset House, waar het Courtauld negen jaar geleden een onderkomen vond, grondig gerenoveerd. Het imposante pand schittert weer in al zijn 18de-eeuwse pracht. Maar voor de collectie is het interieur te luxueus, de afwerking te Spartaans.

Eric Rinckhout

Als je de belangrijke kunstverzamelingen in pakweg New York, Londen of Parijs wil gaan bezoeken, ben je al te gemakkelijk geneigd naar de grote musea te trekken. Maar er is ook kunst buiten het Metropolitan, de National Gallery en het Louvre, buiten deze - als we even oneerbiedig mogen zijn - supermarkten van de kunstgeschiedenis. In deze grote steden bevinden zich kleinere, weinig bekende, nauwelijks opvallende musea met uitgelezen, overzienbare collecties die bijeengesprokkeld werden door één enkele connaisseur. Ze weerspiegelen zijn of haar persoonlijke smaak en werden vaak ondergebracht in een fraai pand - soms het woonhuis van de collectioneur, soms een speciaal, naar zijn of haar wensen gebouwd museum.

Dergelijke musea willen niet overdonderen door hun omvang of door het schier eindeloze aantal tentoongestelde kunstwerken. Het genoegen voor de bezoeker schuilt net in de beperktheid van de verzameling: in één of twee uur kun je alles zien en zelfs nog eens gaan bewonderen. Even belangrijk is de sfeer, die vaak persoonlijkheid en goede smaak ademt.

Zo is er in New York The Frick Collection, in een pareltje van een patriciërswoning, vlak bij Central Park, en met een adembenemende collectie waarin El Greco, Rembrandt, Van Dyck, Goya en maar liefst drie Vermeers onder talloos veel ander moois opvallen. Boston heeft dan weer het lichtjes bevreemdende, in clair-obscur badende Italiaanse renaissancepaleis dat Isabella Stewart Gardner er vorige eeuw liet optrekken voor haar kunstobjecten en de schilderijen van Sargent, Whistler en Titiaan. In de Londense buitenwijk Hampstead staat Kenwood House, een 18de-eeuws landhuis waar The Iveagh Bequest werd ondergebracht, met op z'n minst een van de mooiste zelfportretten van Rembrandt. Het J. Paul Getty Museum in Malibu, aan de rand van Los Angeles, kan nog nauwelijks tot de 'kleinere' musea worden gerekend maar is overzienbaar en indrukwekkend - zeker met Ensors Intrede van Christus in Brussel. Dichter bij huis zijn er de fijne collectie van kunstkenner Fritz Mayer van den Bergh in een nagebouwd 16de-eeuws pand in Antwerpen en het David en Alice van Buuren Museum, een art-decoschatkamer in Brussel. Maar ik dwaal af.

De Courtauld Gallery in Londen is ook zo'n schitterende, compacte en bij het grote publiek nauwelijks bekende kunstcollectie, maar tegelijk ontbeert ze ietwat persoonlijkheid en straalt de behuizing geen warmte, laat staan intimiteit uit. De merkwaardige geschiedenis van de verzameling heeft daar deels schuld aan.

In de Strand in Londen, aan de rand van het toeristische epicentrum van de West End, richting Fleet Street en St. Paul's Cathedral, ligt nadrukkelijk onopvallend de Courtauld Gallery. Die betrekt nu een bescheiden deel van het waarlijk enorme Somerset House, een neoklassieke residentie die eind 18de eeuw werd gebouwd om er The Royal Society, de admiraliteit én The Royal Academy in onder te brengen. Een idee van de indrukwekkende omvang van Somerset House krijg je echter alleen vanaf de aangrenzende Waterloo Bridge.

Vóór 1990 had het Courtauld zich nog vakkundiger verscholen aan Woburn Square, een onopvallend plein in de Bloomsbury-wijk. De collectie werd er tentoongesteld in een stel nauwe kamertjes die uitsluitend bereikbaar waren met een oud, gammel liftje waarvan het roestend traliewerk de bezoeker met gerechtvaardigde argwaan vervulde. Waarom werd een schitterende collectie toch zo ver weggestopt? Daar is een simpele reden voor.

De Courtauld-verzameling is een onderdeel van het Courtauld Institute of Art, de oudste Britse hogeschool voor kunstgeschiedenis, die in 1931 werd opgericht. De verzameling bestaat voornamelijk uit de schenkingen van de Engelse textielmagnaat Samuel Courtauld, liefhebber van de Franse (post-)impressionisten, en de Oostenrijkse Brit Count Antoine Seilern, die de collectie aanvulde met Rubens, Tiepolo en vroeg Vlaams en Italiaans werk. Samuel Courtauld schonk echter niet alleen zijn schilderijen, hij leverde ook de fondsen voor het instituut dat nog steeds zijn naam draagt. De schilderijenverzameling is dus strikt genomen altijd al een universiteitscollectie geweest die voornamelijk als een didactisch werkinstrument werd gebruikt: de Cézannes, Van Goghs, Seurats, Gauguins en Monets werden beschouwd als voorbeelden, lesmateriaal, huiswerk voor de studenten, kortom als middel en niet als doel. De vermaarde doeken werden dienovereenkomstig behandeld. Men vond derhalve een goede ophanging, een accurate belichting of een fraaie presentatie volstrekt secundair.

Veel werd dan ook verwacht van de verhuizing die plaatsvond in 1990 - een daad van pure rechtvaardigheid. De verzameling vertrok uit haar obscure behuizing en kwam terecht in het oorspronkelijke gebouw van de Academie voor Schone Kunsten. Meer nog: in de zalen die speciaal ontworpen waren voor de beroemde Summer Exhibitions, de jaarlijkse Londense Salon die nog altijd bestaat. De kritiek luwde echter niet. Het grootse Somerset House bleek te bestaan uit vele kleine zalen met vaak extra scheidingswanden, waardoor de schilderijen weer dicht op elkaar gepakt hingen. De klimaatregeling - een stel verplaatsbare luchtbevochtigers - deugde niet, zodat sommige schilderijen na verloop van tijd begonnen te lijden onder de slechte omstandigheden. Daarom, nogmaals, werd veel verwacht van de renovatie die eind 1997 werd aangevat en een jaar in beslag heeft genomen.

Maar het Courtauld blijft een zorgenkindje. Hoewel de meeste zalen hersteld zijn in hun vroegere luister, er een degelijk klimaatsysteem werd aangelegd, en de schilderijen meer ruimte hebben gekregen, is er ook nu weer reden tot kritiek.

Het begint al bij de entree, die eng, duister en onaangepast is. Maar veel erger is de afzichtelijke, kille blanke plankenvloer, een heus plankier dat nagenoeg alle zalen teistert. De onbewerkte grenen planken zijn ongetwijfeld uit het beste hout gesneden maar passen veeleer in uw en mijn badkamer of in de sauna om de hoek dan in een fraai gerenoveerd paleis. De vloeren zijn een vloek, ze doen de zovele andere inspanningen teniet. Bovendien is de ophanging van de schilderijen, evenals de zaalindeling niet echt inventief te noemen, hangen er hier en daar lelijke, vuistdikke touwen voor belangrijke werken, en zou wat meer informatie (zowel over de collectie als over de individuele kunstwerken) niet misstaan. Op andere plaatsen eisen de luxueuze interieurs dan weer te veel de aandacht op en reduceren ze de schilderijen tot decoratieve elementen.

Daar staat tegenover dat het Courtauld een zaal inruimt voor wisselende tentoonstellingen, zodat steevast een deel van de 34.000 (!) prenten en tekeningen van oude meesters er te zien zal zijn. Zo loopt er tot 24 januari Material Evidence, met Michelangelo, Rembrandt, Van Gogh, Rubens en Cézanne, een tentoonstelling die de verschillen verkent tussen inkt-, krijt-, houtskool- en potloodtekeningen, aquarel en pastel. Allerhande materiaal is ter beschikking van de bezoeker, die zo een en ander zelf kan uitproberen. Kunstzinnig en didactisch: het Courtauld op zijn best.

De eerste zaal van de permanente collectie is een aanwinst: een half verduisterd kabinet met vroeg-renaissancewerk uit Vlaanderen en Italië, waar vooral een Graflegging van de Meester van Flemalle schittert. Voorts bezit de Courtauld natuurlijk een indrukwekkende collectie en is het een genoegen om door dit gebouw te kuieren - zolang je niet op de vloer let.

Een Rust op de weg naar Egypte van Pieter Bruegel, die nog heeft behoord tot de kunstverzameling van Rubens, hangt er naast een grisaille van dezelfde meester, Christus en de overspelige vrouw, waarbij Christus in het zand schrijft: 'Die sonder sonde is die...'. Na Gossaert, een late Botticelli en een werk van Cranach, is er een hele zaal gewijd aan Rubens: een hoogstaande, opvallend verscheiden collectie met schilderijen en schetsen, portretten, landschappen, altaarstukken, mythologisch en religieus werk. Het Courtauld bezit zes schetsen voor de plafondschilderingen in de Antwerpse jezuïetenkerk Sint-Carolus Borromaeus, een van Rubens' grootste decoratieve projecten. In totaal maakte de barokschilder 39 olieverfschetsen op basis waarvan zijn leerlingen de decoratie uitvoerden. Jammer genoeg ging het luxueuze interieur in 1718 in vlammen op. In Londen hangen ook olieverfschetsen voor de monumentale Kruisafneming in de Antwerpse kathedraal, twee uitstekende landschappen, een wervelende Bekering van Sint-Paulus en een overtuigend portret van de minzame Jan Breughel met zijn gezin. Jan was de zoon van Pieter Bruegel de Oude en een van Rubens' naaste medewerkers.

David Teniers de Jonge zorgt voor een verrassing. Als hofschilder en curator van de hertogelijke kunstcollectie maakte hij het Theatrum Pictorium, een reeks gezichten van de galerie en kopieën van individuele schilderijen uit de collectie van aartshertog Leopold Willem. Alleen dat andere Londense museum, The Wallace Collection, bezit ook een deel van het Theatrum Pictorium.

Van Dyck, Gainsborough en Goya sieren ook het Courtauld, maar de echte hoogtepunten van de collectie zijn de impressionisten en post-impressionisten: prachtige schetsen, veel ballerina's en een raadselachtig vrouwenportret van Degas; de man met verrekijker en de recht voor zich uit kijkende vrouw in het overbekende La loge van Renoir; een late versie van Manets Déjeuner sur l'herbe; de Bar aux Folies-Bergère van Manet met de beruchte, geheimzinnige spiegeling van de barmeid; de zwijgzame Tahitiaanse naakten van Gauguin, een portret met afgebonden oor van Van Gogh, en twee muren vol Cézanne: onder meer de Mont Sainte-Victoire, het meer van Annecy, de kaartspelers en het van 1904 daterende The Winding Road, een doek waarvan Cézanne sommige delen gewoonweg onbeschilderd liet.

Maar ook Whistler, Modigliani en Bonnard, een desolaat metrostation van Sickert uit 1926, een schets van een naakte vrouw, informeel en ongedwongen in de studio, van Vuillard, en de Markt in Tunis (1928-'29) van Kokoschka, een vrolijke wirwar, een zonnige wemeling van levendige, frisse kleuren.

De Courtauld Gallery biedt een aangename, eigenzinnige wandeling door de kunstgeschiedenis. Kijk naar de schilderijen, vergeet de rest en geniet.

Courtauld Gallery, Somerset House, Strand, London. Open: maandag tot zaterdag, 10 tot 18 uur. Zon- en feestdagen van 12 tot 18 uur. Toegang: 4 pond. Inlichtingen: tel. 00-44-171-873.25.26 of www.courtauld.ac.uk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234