Woensdag 27/01/2021

Ruben Block

‘Muziek houdt me gezond in mijn hoofd’

andaag is het nog vroeg en vannacht was het laat. Gisteravond was Ruben Block (39) te gast in het onvolprezen Nederlandse tv-programma De wereld draait door, waar hij - ten behoeve van de algemene culturele ontwikkeling boven de Moerdijk - een stukje uit de Will Turaclassic ‘Ik mis je zo’ heeft gespeeld. Op zich niets bijzonders, ware het niet dat een zichtbaar geëmotioneerde Tura op dat moment vlak naast hem zat mee te luisteren. “Ik was echt schijtzenuwachtig”, zegt hij, nu we de ochtend nadien samen een koffie zitten te drinken. “Op de koop toe lieten ze vlak voor ik moest beginnen ook nog een fragment zien van de begrafenis van Koning Boudewijn, waar hij dat nummer ook had gezongen. Begin maar. (lacht) De moed zonk me in de schoenen. Eigenlijk wilde ik nog het liefst van al in een diepe put kruipen. Maar afgezien daarvan: een fijne avond.”

Gek dat iemand als jij nog geïntimideerd wordt door Will Tura.

“Het zal wel zijn! Will Tura is nog een artiest van de oude stempel, en dat bedoel ik positief. Ik vergelijk hem graag met van die filmsterren uit het zwart-wittijdperk. Van James Stewart en Clark Gable wist je destijds ook niet veel. Als je daar nog maar een foto van zag was dat al de max. Will komt ook nog uit die periode. Dat merk je: hij gedraagt zich als een artiest, blijft altijd beleefd en correct. Heel mooi om zo iemand van dichtbij te mogen meemaken. Het enthousiasme waarmee hij er op zijn leeftijd nog een lap op geeft, is ronduit indrukwekkend. Als ik nog maar een fractie van zijn carrière heb, zal ik gelukkig sterven. Vergeet ook niet dat hij jarenlang bals heeft gespeeld, met optredens van zes, zeven uur. Dat is nog wel wat anders dan een uur cinema verkopen en tamtam maken.”

Cinema verkopen en tamtam maken. Is dat wat Triggerfinger doet?

“Op het podium wel natuurlijk. Maar daarnaast zijn we allemaal redelijk braaf. Alles staat of valt met de optredens. Bands die vroeger straffe platen maakten, konden live ook altijd hun mannetje staan. Dat blijft de essentie, en daarom proberen we ons feestje op het podium te houden. Ervoor en erna blijft het meestal tamelijk rustig.”

Na een optreden gaat het leven voort alsof er niets gebeurd is.

“Ja, al is dat niet altijd even vanzelfsprekend, omdat de concerten zo intens zijn. Na de optredens in de Paradiso en de Ancienne Belgique dachten we ook dat de fans ons achteraf misschien wel wilden zien, dus toen hebben we nog een signeersessie gehouden. Dat was tamelijk hallucinant. Tien minuten nadat je van het podium bent gestapt, zit je daar met zijn drieën aan een tafeltje en krijg je vijfhonderd mensen over je heen die je één voor één komen feliciteren. Mijn vriendin zei achteraf dat ik er echt stoned uitzag. Zo voelde ik me ook. Ik was compleet weg. Het duurde even voor ik weer met beide voeten op de grond stond.”

Wat flitst er door je hoofd als je na zo’n concert ’s nachts terug naar huis rijdt?

“Na die drie AB-concerten? Dat het misschien wel de enige keer was dat we dit zouden kunnen doen, en dat het er dus op aankwam om er zoveel mogelijk van te genieten. Op zulke avonden voel ik ook dat er meer op het spel staat dan anders. Ik weet natuurlijk wel dat, als we een beetje in vorm zijn, de groep in staat is om een fijn optreden te geven. Maar in dit geval hadden er wel drie keer tweeduizend mensen een ticketje gekocht. Als je dan het podium opstapt, voel je al aan de reactie van het publiek dat het menens is. Dat we ons niet kunnen wegsteken achter wat geneuzel.”

Lukt dat met zo’n drukke agenda: even een stap achteruitzetten en echt genieten van wat jullie nu overkomt?

“Nu niet, maar volgende week wel. Dan neem ik tien dagen vakantie en ga ik naar Austin, Texas. Alleen. Platenwinkels doen, naar gitaren kijken, kleren kopen, gewoon wat rondwandelen ook. En alles wat laten bezinken. Ik heb nog even overwogen om een strandvakantie te boeken, want daar ben ik ook wel aan toe. Maar uiteindelijk is het dit geworden.”

Ik zie je eerlijk gezegd ook niet echt als iemand die een week onder een palmboom ligt te bakken.

“Nochtans kan ik daar enorm van genieten, zeker als het druk is geweest. Alleen, bij dat soort trips moet mijn madam erbij zijn, want in mijn eentje word ik zot na drie dagen. Met twee is dat de max: op het strand liggen, boekskes lezen, iets drinken, en nog zo het een en ander. (lacht) Zelfs dan pak ik meestal een gitaar mee. Het nadeel van de beste job ter wereld te hebben, is dat je het niet echt als werk beschouwt. Dus blijf je als een waanzinnige doorgaan, tot je vaststelt dat je weer eens een week veel te weinig geslapen hebt. Doorgaans kan ik dat wel aan, maar als de leefritmes van kindjes en concerten elkaar kruisen is het soms wel even op de tanden bijten. Daarom kijk ik er al naar uit om in Austin tien dagen zonder agenda te leven. Ook omdat ik nu al voel aankomen dat het een drukke zomer wordt en er dan geen tijd zal zijn om weg te gaan. En als ik hier blijf komt er toch altijd van alles tussen. Dan belt De wereld draait door met de vraag om langs te komen. Of dan wil jij een interview doen. Of ben ik een paar dagen bezig met de voorbereidingen van het Turaluraconcert. Dat hoort er allemaal bij en ik wil dat ook graag doen, omdat het bij het verhaal hoort en de groep vooruithelpt.”

De vraag dringt zich op: hoe ver reiken de buitenlandse ambities?

“Het coole is dat we nu die waanzinnig grote shows in België en Nederland hebben, maar tegelijkertijd ook in onze camionette stappen om in Zwitserland voor 150 man op te treden. Geen kat die daar weet wie we zijn. Geloof me, dan sta je meteen weer met beide voeten op de grond. Veel van het geld dat we aan de concerten in België en Nederland verdienen, investeren we opnieuw in dat soort optredens.

“Kijk, wij zijn geen achttien meer. Ik heb al veel groepen gezien die zich in de loop der jaren echt kapot hebben gespeeld. Iemand als Will Tura heeft het van in het begin slim bekeken door zich te beperken tot Vlaanderen. Als je twee uur rijdt, zit je aan de grens. Wat het meest in de kleren kruipt, zijn al die kilometers. Voor één concertje naar het zuiden van Frankrijk rijden, dat voel je. We willen dat nog altijd doen, maar steeds vaker proberen we toch op voorhand uit te vissen of zo’n optreden wel zin heeft. Als dat niet het geval is, passen we.”

Maar in Zwitserland voor 150 man spelen heeft wel zin?

“Ja. Zolang we vooruitgang blijven boeken, tenminste. Als het er over drie, vier jaar nog altijd maar 150 zijn, zullen we dat moeten herbekijken. Want we zijn intussen ook huisvaders. De wil is er om muziek te maken en onze actieradius te vergroten, maar tegelijk moet je af en toe ook wat tijd nemen om bij de klein mannen te zijn.”

Hoe moeilijk is dat: een evenwicht vinden tussen de succesvolle rocker en de verantwoordelijke huisvader die er wil zijn als - zoals vandaag - zijn dochter verjaart?

“Dat valt niet mee, maar met een nine-to-five moet je ook elke dag gaan werken. Dat ik muzikant ben heeft trouwens ook voordelen, want als ik niet optreed, ben ik er wel om de kindjes van school te halen. Dat kan iemand met een reguliere job niet. Mijn leven verloopt in extremen. Ofwel zie ik ze veel, ofwel helemaal niet. Ik heb het geluk dat hun moeder helemaal meegaat in het co-ouderschap. We begrijpen en helpen elkaar. Op de dagen dat zij iets wil doen probeer ik de kinderen op te vangen, en omgekeerd. Fantastisch dat het zo kan. Mocht het niet zo goed zitten tussen ons zou dat een serieus probleem zijn.”

Viel het mee om tot zo’n regeling te komen? Als iemand je ex wordt zijn daar doorgaans goede redenen voor, maar als er kinderen in het spel zijn blijf je achteraf willens nillens tot elkaar veroordeeld.

“Dat is waar. Maar het mooie is dat we inmiddels weer bij elkaar zijn, ook al wonen we niet samen. Op dit moment is dat voor ons allebei een goede situatie. Koppels gaan doorgaans heel snel samenwonen, omdat de maatschappij dat zo voorschrijft en het een stuk goedkoper is. Maar in de praktijk blijkt dat lang niet altijd het beste voor een relatie. Dus nu bekijken we of een latrelatie wel werkt. Tot nog toe is het alleszins fijn.”

Ben je emotioneel?

“Dat denk ik wel, ja.”

Van het type dat een traan wegpinkt als hij met de kinderen naar The Lion King zit te kijken?

“Dat misschien niet, maar door zelf vader te zijn ben ik wel veel gevoeliger geworden als ik op het journaal kinderen zie die in de miserie zitten. Ik betrap mezelf erop dat zoiets mijn strot toeknijpt. Vroeger zou dat nooit gebeurd zijn. Er is sowieso veel tristesse, hé. Het enige wat ik kan doen, is het stukje wereld waar ik zelf verantwoordelijk voor ben zo aangenaam mogelijk te maken.”

Hoe doe je dat dan?

“Ik heb geleerd om mezelf niks wijs te maken. Ik doe soms stomme dingen, ook op relationeel gebied. Ik weet dat ik niet de makkelijkste branche heb uitgekozen om iets stabiels op te bouwen. Maar zet mannen en vrouwen bij elkaar en het loopt overal uit de hand. Dat is in de rock-’n-roll niet anders dan in het bankwezen of in de televisiewereld. Het komt er gewoon opaan om jezelf recht in de ogen te kunnen kijken.

“En ik ga niet flauw doen. Alle aandacht die ik krijg is heel fijn en vleiend. Lang niet altijd even makkelijk te weerstaan ook. Af en toe krijg ik het er zelfs een beetje warm van.”

Ben je iemand die zich helemaal smijt in een relatie?

“Erger nog: ik denk dat ik in het verleden weleens te hard ben gegaan voor een relatie, dat ik er danig in opging en mezelf begon weg te cijferen. Soms is het dan ook beter om even wat gas terug te nemen.”

Kortom, er gaat een klein hartje schuil achter dat stoere imago.

“Bwah. (glimlacht) Een mens is een complex gegeven, hé. Ik ben een redelijk lieve mens, al kan ik me voorstellen dat mijn gezichtsbeharing soms iets anders doet vermoeden. Gitaar spelen, dat is in zekere zin ook therapie. Zeker bij Triggerfinger. Dat is met voorsprong de waanzinnigste groep waar ik ooit deel van heb uitgemaakt. We hebben in de loop der jaren allemaal onze sporen verdiend bij andere bands, maar de eenheid die we met ons drieën voelen is uniek. De ene voelt de andere blindelings aan. We vormen een valnet voor elkaar. Dat was al zo toen we voor het eerst samen speelden. Mario ben ik tegengekomen in de groep van Guy Swinnen. En de Polle ken ik al van toen hij nog bij The Wolf Banes zat. Die hoort bij Lier zoals Jan Ceulemans, Walter Grootaers en de Zimmertoren.”

Ironisch eigenlijk: je bent destijds met Triggerfinger begonnen om een uitlaatklep te hebben naast Angelico, de groep die je een jaar of elf geleden met je toenmalige vriendin had. Met die band is het nooit wat geworden, ondanks veel geld, tromgeroffel en de steun van een major.

“Na Sin Alley, ons rockabillygroepje, wilde Martine (Van Hoof, BS) iets anders doen. Echte popmuziek gaan maken. Voor mij was dat allemaal goed.”

Omdat je toen ook zo hard opging in je relatie?

“Deels wel. Maar ik hou van veel verschillende soorten muziek, dus ik had niet het gevoel dat ik mezelf verloochende. Alleen, ik wilde wel echt gitaar blijven spelen, en niet alleen muziek uit de jaren vijftig en zestig brengen. Het heeft even geduurd voor ik de esthetiek van Triggerfinger in mijn hoofd had en de rock-’n-rollvibe waar ik naar op zoek was vorm begon te krijgen. In eerste instantie speelden we vooral covers en al heel snel kwamen die Quentin Tarantinoachtige kostuums erbij. Voor de rest kan ik die eerste jaren heel eenvoudig samenvatten: spelen, spelen, spelen. In cafés, in tavernes, echt overal. En ondertussen hard sparen om een plaatje te kunnen opnemen. Een plaatje waar, zo zou blijken, geen enkele Belgische firma belangstelling voor had.”

Met alles wat je nu weet: enig idee waarom het met Angelico uiteindelijk nooit wat geworden is?

“Omdat het geen zin heeft om bij een grote platenfirma te zitten als de visie ontbreekt. De groep moet zelf ook voluit durven te gaan, en volharden. Dat merk ik nu wel. Het is niet omdat we destijds met Triggerfinger in kleine cafeetjes hebben gespeeld dat we het niet serieus meenden. Alleen waren we niet bezig met hits en airplay, maar dachten we op lange termijn. Gek genoeg heb ik er altijd op vertrouwd dat het ons vroeg of laat zou lukken. Dat vertrouwen gaf meteen een zekere rust.”

Over rust gesproken: aanvankelijk zou je kunstschilder worden. Dat lijkt me, zeker in vergelijking met een lawaaierige rockgroep, een erg allenig bestaan.

“Ik deed dat gewoon graag. Maar na zes maanden aan de academie zat ik vaker met een gitaar in mijn handen dan met een verfborstel en kreeg ik in de gaten dat mijn toekomst elders lag. Mijn moeder gaf les aan een Steinerschool en vond dat ik mijn eigen weg moest zoeken. Ze heeft dat schilderen ook altijd aangemoedigd en toen ik thuis kwam vertellen dat ik ermee ophield om gitaar te spelen heeft ze dat - met een bang hart, weliswaar - laten gebeuren. Het was de juiste keuze, omdat ik me via de muziek het heftigst kan uitdrukken. En dan heb ik het niet alleen over het volume waarop we spelen, maar ook over de intensiteit. Muziek houdt me gezond in mijn hoofd. Anderen worden hooligan om een uitlaatklep te vinden voor hun frustraties. Ik neem gewoon een gitaar vast.”

Het moet gezegd: in het begin werd Triggerfinger door de verzamelde media volkomen genegeerd. Jullie hebben het gemaakt zonder de steun van radio, televisie en de geschreven pers. Voelt het succes als een revanche nu?

“Nee, maar het schept wel een gevoel van vrijheid. Wij hebben een publiek opgebouwd door enorm veel live te spelen en dat is een pluim die niemand anders op zijn hoed kan steken. Wij zijn niemand iets verplicht, moeten alleen ‘dank u’ zeggen aan onze partners.”

Nooit de moed verloren onderweg?

“Oh, ik steek niet weg dat het soms frustrerend is geweest. Het is ons geluk geweest dat we op zijn minst de platen maakten die we zelf goed vonden. Maar telkens als we een single naar de radio brachten, was het altijd wel iets: te lang, te luid, het paste niet in de format. Dat steekt natuurlijk. Maar uiteindelijk besefte ik: die mensen maken radio en wij maken platen. Zij doen hun job en wij de onze. En als ze ons niet willen, tant pis.

“Het doet wel plezier om nu te zien dat de media ons meer nodig hebben dan andersom. Misschien dat het over een jaar of twee alweer minder gaat en we niet meer zoveel volk op de been zullen brengen, maar wat ons nu overkomt kan niemand negeren. We staan waar we staan zonder toegevingen te doen. Niets zo erg als muziek maken met het oog op de radio, want als die je dan niet oppikt ben je twee keer gekloot. Dan heb je niet de plaat gemaakt die je eigenlijk had willen maken én je wordt niet gedraaid.”

Als me één ding opvalt aan jou, is het hoe goed je in je vel zit. Je lijkt me echt gelukkig.

“Het is ook een heel fijn moment in mijn leven. Ze vragen me vaak wat de volgende stap wordt, maar dit is echt datgene waar we altijd van gedroomd hebben. Het zou mooi zijn mochten we met Triggerfinger ooit een gebouw kunnen kopen om ons hoofdkwartier in onder te brengen. Ik wil niet gezegd hebben dat het altijd rozengeur en maneschijn is, want naarmate de groep groter wordt komt er almaar meer regelneverij bij kijken. Zaken die vaak geen fluit met muziek te maken hebben. Maar voor de rest is alles prima. Ik neem af en toe ook weleens een moment om aan zelfreflectie te doen. Ben ik goed bezig? Doe ik het nog wel graag? Dat is tot nog toe het geval.”

Wat denkt de luidste groep van Antwerpen over het decibeldebat?

“Heb je nog een iPod bij die ik vol mag praten?”

Zeker.

“Er is nog één zaak niet gezegd in die hele discussie die ik toch niet onbelangrijk vind. Dat er ook nog zoiets bestaat als vrijheid van expressie. Van mij mag iedereen zo luid spelen als hij wil. Maar informeer de mensen. Maak hen duidelijk wat de consequenties kunnen zijn als ze voor de luidsprekers gaan staan op een festival. Geef die mensen oordoppen, zet wat mij betreft een gigantische decibelmeter boven het podium waarop iedereen kan zien hoe luid er gespeeld wordt. Of werk met een rode zone, plekken waar het volume wat hoger ligt. Maar stop in godsnaam met die betutteling, met het altijd maar verbieden. Kids zullen altijd op zoek gaan naar kicks. Dat is nooit anders geweest. Voor je het weet worden er illegale concerten georganiseerd en is het einde helemaal zoek. Trouwens, al dat gezeur over hoe slecht het gaat met het gehoor van onze jongeren. Ik vind het nogal kort door de bocht dat concertorganisatoren daar de schuld van krijgen. Een iPod maakt ook lawaai. De meeste geluidstechnici in België die ik ken, hebben een uitstekend gehoor en zij staan meer in de vuurlinie dan het publiek. Naar een rockconcert gaan en klagen dat het te luid staat, is een beetje zoals gaan skiën in je zwembroek en nadien versteld staan dat je het koud hebt.”

Zelf hoor ik na achtduizend concerten ook nog altijd goed. Vaak maakt het publiek meer lawaai dan de groep.

“Voilà. Onlangs stonden we op Leffingeleuren, en daar speelden wij op 103 decibel, terwijl het publiek aan 110 decibel stond mee te kelen. Wat moet onze geluidsmixer dan doen? Er snel een paar afknallen, zodat het weer wat stiller wordt? Je kunt moeilijk een geluidsdemper op tienduizend man zetten. Rock-’n-roll is gewoon een heel fysiek genre. Bij een klassiek concert is de beleving helemaal anders. Daar blijft iedereen zitten en wordt er achteraf beleefd geapplaudisseerd. Rockconcerten hebben een heel andere traditie. Daar wordt gestagedived en tegen het plafond gesprongen. Ik wil dat Joke Schauvliege gerust eens zelf komen vertellen. Onlangs zouden we tegenover elkaar zitten in De zevende dag, maar toeval of niet: ze heeft lastminute afgebeld omdat ze ziek was.”

Je wordt dit jaar veertig. Een keerpunt?

“Zeker. Al is het wel een mooi moment om veertig te worden. Alles gaat goed en het waanzinnige is dat we nog een heleboel plannen hebben. We willen binnenkort al aan een volgende plaat beginnen, want we hebben alweer een hoop nieuwe nummers. Wees gerust, ik geloof niet dat er veel gevaar is dat we over een jaar of twee wat met onze vingers zullen zitten te draaien.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234