Dinsdag 24/11/2020

Roze vlees, levendige liefde

Titiaan (circa 1490-1576) is niet alleen een van de vele beroemde Italiaanse schilders. Hij is, samen met Caravaggio, een revolutionair vernieuwer, een meester buiten categorie. Met zijn losse toets, gedurfd kleurengebruik en wervelende Hollywoodiaanse dynamiek heeft hij Rubens, Van Dyck, Rembrandt en de impressionisten ingrijpend beïnvloed. Een compact en overrompelend overzicht in Londen toont verstilde portretten maar ook de uitbundige levensvreugde van de Venetiaanse schilder. Een ode aan de menselijke driften, aan de genietingen van leven, lust en liefde.

Londen

Van onze verslaggever

Eric Rinckhout

Een van de hoogtepunten op de Titiaan-tentoonstelling in de National Gallery is de reconstructie van de camerino, de privé-kunstkamer die Alfonso d'Este, hertog van Ferrara, liet inrichten voor zijn ontspanning en genot. De schilderijen, die Titiaan rond zijn dertigste tussen 1518 en 1525 maakte, worden nu voor het eerst in 350 jaar weer bij elkaar gebracht. Op zich is het natuurlijk aardig om zo'n ensemble van mythologische taferelen weer verenigd te zien, maar de reconstructie biedt meer.

Titiaan hangt er naast één werk van zijn leermeester Giovanni Bellini. Hoe overtreft de leerling hier zijn meester! Terwijl Bellini in zijn Feest van de goden een stel houten klazen en wassen beelden opvoert die allemaal even netjes naast elkaar zitten en allemaal even triest kijken alsof ze op een begrafenisdienst zijn verzeild en niet aanzitten aan een rijkelijke feestdis, lilt en trilt het van het leven bij Titiaan. In zijn Bacchanaal wordt er gedanst, gedronken en geflirt. Mannen en vrouwen, en vrouwen onderling, wisselen betekenisvolle, verliefde blikken uit. In de hoek van een schilderij strekt een weelderig naakt zich uit, nagenietend van wijn en liefde. Naast haar pist een Cupidootje in de rivier van wijn, die het eigenlijke onderwerp van het schilderij is. Titiaan hield wel vaker van grapjes in een ernstig schilderij. Zijn handtekening staat bijvoorbeeld op een klein liefdesbriefje, slordig weggestoken in het diepe decolleté van een liggende schoonheid.

Meteen zie je hoe sterk Titiaan is. De stoffen wervelen, de lichamen - naakt of niet - zijn mooi, aantrekkelijk en tastbaar. De blik van de toeschouwer wordt door Titiaan subtiel geleid over het hele schilderij, over dit sublieme spel van ogen die kijken en handen die reiken. Het is een warm tafereel boordevol beweging, een ode aan schoonheid en leven, aan roes en genot.

De andere schilderijen sluiten daar naadloos bij aan: in het beroemde Bacchus en Ariadne springt de god van de wijn uit zijn strijdwagen, gedreven door zijn plotselinge liefde voor Ariadne. Het is een overmoedig werk: nooit eerder had een schilder het aangedurfd om een god midden in zo'n actie uit te beelden. Bacchus hangt in de lucht, één been nog in zijn karos, zijn mantel wappert achter hem aan; het lijkt wel een stilstaand beeld uit een Hollywood-film. De aanbidding van Venus is dan weer een ontzettend vrolijk doek met een zee van levensechte Cupidootjes, mollige kindertjes die stoeien, spelen, kussen, eten, skydiven en - uiteraard - met hun pijltje en boogje schieten. Ze verzamelen appelen als offerande voor 'hun' godin Venus.

In 1598 werden alle schilderijen uit Alfonso's camerino verwijderd toen de paus de eigendommen van de familie D'Este verwierf: ongetwijfeld vond hij de Titiaans te heidens, te erotisch, te schandalig. In dezelfde zaal van de National Gallery hangt nog een ondeugend werk waarin een naakte man en een vrouw met nauwelijks ontblote schouder - Titiaan keert de rollen om - alleen oog hebben voor elkaar. Hij heeft zijn benen gekruisd, haar arm ligt op zijn knie: dat waren de toenmalige codes voor geslachtsgemeenschap. Het herdersfluitje dat zij in haar hand heeft lijkt uit zijn kruis te steken: die code heeft voor ons dan weer geen geheimen.

Titiaan, voluit Tiziano Vecellio, was een vroegrijp talent. Dat is meteen duidelijk in de werken die hij schilderde toen hij niet eens twintig was, voor 1510. Zijn vroegst bekend schilderij zou wel eens het ambitieuze Jacopo Pesaro kunnen zijn, een religieus tafereel uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, dat zopas gerestaureerd werd.

Titiaan vond vrij snel een eigen toon, met de zijden glans, de felle kleurcontrasten en de robuuste vormen. Zijn vroegste portretten zijn fraai maar idealiseren niet, een radicale vernieuwing. Er zit psychologie in die portretten. De Man met de gewatteerde mouw (1510) zou een zelfportret kunnen zijn: het is een rake, aan het genadeloze grenzende observatie. Het hoofd is lichtjes geheven waardoor de geportretteerde enigszins op de toeschouwer neerkijkt. Zijn blik is zelfverzekerd op het hooghartige af. Om het tot in de subtielste details fijngeschilderde portret een nog realistischer karakter te geven laat Titiaan de arm van het model op een balustrade rusten. De fraaie mouw lijkt uit het doek te steken. Het is een pose die school zal maken: onder meer Rembrandt zou zichzelf 120 jaar later op net dezelfde manier uitbeelden. In Londen heeft men het mansportret van Titiaan subtiel naast een mooie Flora gehangen. Voor die godin gebruikte Titiaan zijn verloofde als model.

Titiaan kon alles aan: mythologische, historische en bijbelse taferelen, altaarstukken, landschappen, naakten en portretten. De kleinzoon van paus Paulus III, de twaalfjarige Ranuccio Farnese is een pareltje van een portret. Een staatsieportret met een grote psychologische diepgang. Er zit iets van spijt en droefheid in de heldere ogen van de jongen. Hij voelt zich onwennig in zijn officieel tenue: een dieprood wambuis met rijke goudstiksels, een mantel met het Maltezerkruis erop en een prachtige riem waaraan zijn vooruitstekende degen bungelt. Een jongetje nog, en toch bijna een man: op zijn vijftiende werd hij al kardinaal. Helaas werd hij niet ouder dan 35. Titiaan speelt met het licht in de drapering van de mantel, het schijnt op het rijke borduursel en weerspiegelt in de ogen van de jongen. Een in zijn stille melancholie bijzonder aangrijpend werk.

Er hangen nog kinderportretten in Londen die een merkelijke invloed hadden op die andere fabuleuze kinderschilder, Antoon van Dyck. Het samengaan van aristocratische pose en kinderlijke, ontwapenende speelsheid heeft Van Dyck ongetwijfeld voor het eerst bij Titiaan gezien.

Titiaan was niet alleen een geniaal kunstenaar, hij was evenzeer een gewiekst zakenman. Hij maakte portretten om zich toegang te verschaffen tot de machtigste families: de Farneses, waartoe de toenmalige paus behoorde, de Habsburgers en de Venetiaanse elite. Als zij gecharmeerd raakten door zijn stijl en aanpak, was de weg vrij voor grotere opdrachten zoals de veel beter betaalde mythologische en religieuze stukken. Door hun portretten te maken kwam Titiaan in de gunst van Karel V en diens zoon Filips II: hij werd benoemd tot hofschilder, geridderd en hield er een pensioen aan over.

Titiaan schilderde ook portretten om gunsten af te dwingen. Hij beeldt zijn kunsthandelaar Jacopo Strada uit als een rijk en geleerd man, behangen met een prachtige bontjas en gouden kettingen. Titiaan had hem nodig om zijn atelierstukken als eigenhandig werk te fiateren en op de markt te brengen. Maar wie goed toekijkt ziet dat Titiaan van hem een geslepen, zelfingenomen man heeft gemaakt. Nicolò Zen portretteerde hij eveneens als rijk man en intellectueel, want die kon Titiaan dan weer gebruiken om het copyright te verwerven over de prenten die naar zijn schilderijen werden gemaakt, toentertijd een zeer lucratieve handel.

In het merendeel van zijn schilderijen hanteert Titiaan een fijne, warme, lichtjes omfloerste stijl. De verf lijkt altijd wat korrelig te zijn, een kwaliteit die helaas in reproducties steevast verloren gaat. Titiaan bereikt dat korrelige effect doordat hij eigenhandig de pigmenten voor zijn verf prepareerde en een voorkeur had voor ruw geweven doek waarin de verf dieper kon doordringen. In de grote havenstad Venetië waren er verscheidene scheepswerven en dus ook veel zeilmakers. Daar bestelde Titiaan zijn waar.

In zijn later werk zou zijn stijl merkelijk losser worden, de verf werd soms ruw en in forse trekken opgebracht, alsof je de schilder aan het werk ziet. Dat leidde soms tot afkeuring: het portret van zijn vriend de schrijver Pietro Aretino, waarin de zware jas in losse, zwierige borsteltrekken wordt geschilderd, kon aan het hof van de Medici's in Florence op weinig enthousiasme rekenen. Zij verkozen nog altijd een fijn afgewerkt product. Titiaan trok zich daar weinig van aan. In een zelfportret uit 1546 schilderde hij zijn wit hemd ruw en los, 'Rembrandtesk' zouden we het nu noemen. Maar het is duidelijk waar de Hollandse meester zijn mosterd haalde.

En de oude Titiaan ging nog verder. In de laatste zaal hangen grote mythologische werken die in een vrije, krachtige, ja 'impressionistische' stijl zijn geborsteld. Ze zijn schetsmatig, baden steevast in herfstige kleuren, zijn zeer emotioneel en hebben vaak een gruwelijk en gewelddadig thema: Acteon die door zijn eigen honden wordt opgevreten, Marsyas die levend gevild wordt, Tarquino die Lucretia met een dolk bedreigt.

Toch blijft het onduidelijk of Titiaan die schilderijen als afgewerkt beschouwde. Hij liet een doek soms jaren rusten vooraleer hij het voltooide. Sommige schilderijen zijn na Titiaans dood dan weer door anderen 'afgewerkt' en 'verbeterd' om ze op de markt te kunnen brengen. Tegelijk leidde Titiaan een groot atelier. Zijn medewerkers maakten er onder meer kopieën van zijn beroemde schilderijen. Alleen wie genoeg betaalde, zoals Filips II, kreeg een eigenhandige Titiaan. Daardoor is het vrij moeilijk om te bepalen hoe zijn late stijl er precies uitzag. De graflegging is een laatste hoogtepunt: een wervelend werk met een strakke opbouw en een dynamische compositie waar tegelijk berusting uit spreekt. De compositie heeft Rubens bekoord, de stijl Rembrandt, zoveel is zeker.

In 44 schilderijen krijgen we Titiaan als totaalkunstenaar te zien. En dan is er nog zoveel niet te zien in de Londense National Gallery: de Venus van Urbino, het ruiterportret van Karel V, De ontvoering van Europa, en De doornenkroning. Titiaan is de schilder van het volle leven: in zijn werk zit hoge en lage cultuur, geest en lichaam, liefde en wraak, eros en thanatos, diepzinnigheid en grol. Uit alles spreekt een hartstochtelijke liefde voor het leven in de breedte. En alles lijkt geschilderd met het grootste gemak, in die wervelende, erotiserende stijl.

Niet alleen jonggestorven kunstenaars zijn geniaal. Titiaan werd 87, of misschien nog ouder. In 1576 stierf hij tijdens de grote pestepidemie in Venetië. Hij had nauwelijks gereisd, wel intens geleefd en gekeken.

Titian loopt tot 18 mei in de National Gallery, Trafalgar Square, Londen. Dagelijks van 10-18 u. (zon-di), 10-21 u. (woe-za). Entree: 9 pond (13,5 euro). Inl.: www.nationalgallery.org.uk of tel. (0044)20/7747.2885. Audiogids, catalogus en video verkrijgbaar.

The National Gallery is gemakkelijk bereikbaar met de metro (station Charing Cross) vanuit Waterloo Station. Er rijden elke dag tot acht Eurostar-treinen tussen Brussel-Zuid en Waterloo Station (H/T). Inl.: 02/528.28.28 en www.eurostar.com.

Uit alle schilderijen van Titiaan spreekt een hartstochtelijke liefde voor het leven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234