Dinsdag 12/11/2019

Roy Lichtenstein

Denkt u dat u Roy Lichtenstein kent? Een nieuwe tentoonstelling brengt daar misschien verandering in. In een zeldzaam interview praat zijn weduwe Dorothy over haar relatie van 34 jaar met de kunstenaar, en zijn schatplichtigheid aan Picasso en Matisse.

Toen Roy Lichtenstein 70 werd, kocht zijn vrouw Dorothy hem een saxofoon. Het perfecte cadeau. De altsax was het enige wat hem weg hield van zijn studio in Southampton, Long Island, waar hij al tientallen jaren schilderijen produceerde die hem tot een van de bekendste popartkunstenaars ter wereld maakten. "Roy vond niets leuker dan op te gaan in zijn werk", herinnert Dorothy zich. "Maar het enige waarvoor hij zijn borstel opzij legde, was dat instrument. Hij stopte dan even met schilderen om zijn toonladders te oefenen."

De saxofonist Lichtenstein was lang niet zo briljant als de kunstenaar Lichtenstein. "Hij begon pas op late leeftijd muziek te lezen en aan zijn toonladders te werken", zegt Dorothy. "Hij was altijd heel gedisciplineerd en hij had de volledige overgave van de beginner." Drie jaar later kwam er abrupt een einde aan zijn kunst en zijn muziek. Een hardnekkige hoest werd een longontsteking, Lichtenstein stierf in september 1997. Op zijn ezel stond een onvoltooid schilderij; de saxofoon lag stilletjes in zijn koffer.

Deze maand, meer dan vijftien jaar na zijn dood, wordt zijn werk tentoongesteld in Tate Modern in Londen. Lichtenstein: A Retrospective is de eerste tentoonstelling van die omvang sinds de dood van de kunstenaar, en de grootste expo van zijn werk ooit op Britse bodem. Whaam! (1963) en Drowning Girl (1963), twee van zijn populairste werken, zullen er te zien zijn, maar evengoed sculpturen, tekeningen, landschappen en keramiek. Van de 130 werken, die vooral uit Amerika komen, zijn er zeker dertig nooit eerder te zien geweest in Groot-Brittannië.

Lichtenstein stond erom bekend dat hij stripbeelden verwerkte in kunst en banale onderwerpen combineerde met een geweldige artistieke techniek. Samen met onder meer Andy Warhol, Jasper Johns en Robert Rauschenberg maakte hij deel uit van een generatie kunstenaars die alledaagse objecten uit de populaire cultuur gebruikten - vandaar de benaming popart - en er een specifieke visuele waardigheid aan verleenden. Die stijl is zo vertrouwd dat we geneigd zijn te denken dat we Lichtenstein kennen - we vatten hem op dezelfde manier als we Andy Warhols Marilyn herkennen. Lichtenstein gebruikte strips en consumptieartikelen en gaf die weer met vette contouren, primaire kleuren en stipschaduw. En juist die vertrouwdheid zou wel eens een probleem kunnen zijn. Mensen die de expo bezoeken voor Lichtensteins stripesthetiek, zullen gegarandeerd ontgoocheld zijn.

"Het stripwerk duurde maar kort, pakweg drie jaar, maar daardoor kennen de mensen hem", legt Dorothy uit. Het werk in Tate Modern bevat een paar verborgen parels, zoals uitbundige doeken geïnspireerd door de meesters die Lichtenstein bewonderde, zoals Picasso, Monet en Matisse. Andere zeldzame werken zijn een paar landschappen in Chinese stijl en een reeks naakten waaraan hij net voor zijn dood begon.

Het is dankzij zijn weduwe en haar collectie dat je niet alleen stippen voor je ogen zult zien. Dorothy was zestien jaar jonger en pas 57 toen Roy stierf. Twee jaar later stichtte ze een fonds met zijn naam, en dat zorgt ervoor dat zijn werken constant op rondreis zijn. Haar echtgenoot liet ongeveer 5.000 werken achter, Dorothy bezit er honderden. Dus als het etiket op de tentoonstelling meldt 'private collection', dan betekent dat vaak 'Dorothy'. Een deel van haar rol is collectioneurs overtuigen hun Lichtensteins uit te lenen, vaak een paar maanden lang. "Ik kan hen iets in ruil geven, zodat ze geen lege muur hebben", zegt ze. Vaak kan ze zelfs een Lichtenstein van exact dezelfde vorm en grootte bieden.

Hoe verging het Dorothy na Roy? Ze had gemakkelijk niets kunnen doen. Ze hoeft zich geen zorgen te maken over haar inkomen, want zijn werk haalt steevast hoge prijzen op veilingen. Het wereldrecord voor Lichtenstein werd in mei vorig jaar in New York gevestigd, toen Sleeping Girl (1964) 31,5 miljoen euro haalde. Dorothy had al feestend de wereld kunnen afreizen, met een vernissage hier en een receptie daar. Maar als je even in haar gezelschap vertoeft, besef je dat dat haar eindeloos zou vervelen.

Op de achtergrond

Dorothy staat niet graag in de spots, en geeft zelden interviews. "Ik sta liever op de achtergrond. Het blijft gaan om zijn werk", zegt ze. "Het werk moet de aandacht krijgen, en mensen moeten het willen zien. Het fonds zet me op de achtergrond." En daar voelt ze zich het comfortabelst. Ze financiert goede doelen, zoals medisch onderzoek, kunstonderwijs en haar lokale museum, The Parish, en ze maakt deel uit van een netwerk van filantropen in New York.

Roy en Dorothy waren 34 jaar samen. Ze hielp hem om zijn twee zonen op te voeden uit zijn eerste huwelijk met Isabel Wilson. David, een technicus in een opnamestudio, en Mitchell, een filmmaker, zijn allebei de vijftig voorbij.

Vandaag, in de bibliotheek van haar huis in Southampton, denkt Dorothy terug aan een bijzondere relatie. Het is duidelijk dat zijn dood haar nog altijd verdriet doet. "Mijn herinneringen zijn bitterzoet", zegt ze. "Je mag van geluk spreken als je iemand tegenkomt met hetzelfde wereldbeeld. We hadden een grote affiniteit. Met Roy getrouwd zijn, ging vanzelf. Ik vond het niet erg dat hij altijd aan het werken was. Ik had veel vrijheid. Ik denk dus dat het een beetje was zoals alleen zijn - maar dan op de best mogelijke manier. Hij bood me de vrijheid mezelf te zijn."

Als ze kunstenaars van zijn generatie tegenkomt, zoals Ellsworth Kelly, nu 89, dan voelt ze pijn omdat hij te vroeg gestorven is. "Ik heb het gevoel dat Roy daarbij moet zijn. Hij had nog zo veel dingen gedaan."

Jack Cowart, een voormalige museumcurator die het koppel goed kende en nu het fonds leidt, beschrijft haar als de perfecte pendant van Lichtenstein. "Ze gaf hem ruimte en tijd om zijn kunst op zijn manier te bedrijven. Ze waren altijd op elkaar afgesteld", zegt hij. Dus terwijl Lichtenstein in zijn studio aan het werk was, gaf Dorothy les op de plaatselijke middelbare school, volgde ze kooklessen in Frankrijk, schreef ze een kookboek en deed ze aan paardrijden. Dorothy ziet er jonger uit dan haar leeftijd - 73. En al heeft ze minnaars gehad, toch is ze nooit hertrouwd en woont ze alleen in het huis dat het koppel in 1969 kocht, een ruime houten woning bij de oceaan.En Lichtenstein is nooit ver weg.

Vanuit haar slaapkamer kan ze de aluminium sculptuur op het gazon zien (House III, 1997). In haar woonkamer hangt een van zijn schilderijen (Landscape, 1974), en in de keukenkast staat een porseleinen theeservies dat hij in 1984 ontwierp voor Rosenthal, één en al kobalt en geel en spikkels. Het maakt deel uit van een beperkte editie die naar schatting 17.000 euro waard is. Gebruikt ze het? "Het gaat niet in de vaatwasmachine."

In de garage bevindt zich zijn studio, die is bewaard zoals hij hem heeft achtergelaten. Naast zijn ezel ligt een boek over Matisse open, op de rekken liggen zijn verf en zijn penselen. Op het prikbord hangt een Peanuts-cartoon, op de deur prijken twee uitgeknipte krantenartikels over het hiernamaals - "Incredible Proof of Reincarnation" en "New Evidence of Life after Death". Niet dat hij geloofde in zoiets als wederopstanding, zegt Dorothy. "Hij was een humanist en een wetenschappelijk rationalist", zegt ze. "Hij las heel graag Scientific American en Science News." Hij was niet godsdienstig. "Hij grapte altijd dat hij zijn ziel aan de wetenschap zou schenken."

Ze leerden elkaar kennen in 1964. Dorothy was afgestudeerd in de politieke wetenschappen en kunstgeschiedenis aan Beaver College in Penn- sylvania en werkte in een kunstgalerie in Man- hattan. Lichtenstein stond op het hoogtepunt van zijn roem, een status die hij had opgebouwd door een succesvolle expositie in de galerie van Leo Castelli, twee jaar eerder. Als onderdeel van een expo vroeg de jonge galeriehouder aan de twee grootste namen uit de popart, Andy Warhol en Roy Lichtenstein, om een print voor een winkeltas te ontwerpen. "Andy tekende een blik Campbell's-soep, Roy een kalkoen voor Thanksgiving." Een print van de kalkoen die hen samenbracht, bevindt zich nu in het archief.

Zijn eigenste Dot

Dorothy herinnert zich hun eerste lunchafspraak - en een onmiddellijke wederzijdse aantrekkingskracht. Maar er was een obstakel. Lichtenstein, die al weg was bij Isabel, had iets met een andere vrouw. En toen hij met zijn vriendin naar Parijs reisde, vreesde Dorothy het ergste. Ze herinnert zich dat een collega in de galerie haar probeerde te troosten. "'Die zie je wellicht niet terug', zei ze." Maar Lichtenstein kwam terug uit Parijs, dumpte zijn vriendin, en al snel werd het paar onafscheidelijk.

Terugblikkend beseft ze hoeveel ze met elkaar gemeen hadden. Beiden hadden roots in Centraal-Europa. Hij was een afstammeling van Duits-Joodse immigranten, zei van Tsjechische, Hongaarse, Roemeense en Oostenrijkse Joden. "Ik denk dat ik een kwart van alles ben", zegt ze. Beiden waren comfortabel opgegroeid in een middenklassengezin. Lichtenstein was de zoon van een vastgoedagent uit de Upper West Side in Manhattan, ging naar een privéschool en bracht zijn vrije tijd door in het Metropolitan Museum of Art en het American Museum of Natural History. Dorothy Herzka was de dochter van een rechter en groeide op in Brooklyn, waar ze naar dezelfde school ging als Woody Allen.

Na de echtscheiding van Lichtenstein huwden ze in 1968 in New York. Dorothy nam de rol op zich van echtgenote, stiefmoeder en muze. Ze praat weinig over Isabel, maar zegt wel dat ze 'getroebleerd' was en naar het schijnt een drankprobleem had. De laatste jaren van haar leven bracht ze door in een instelling, ze stierf in 1980 op 59-jarige leeftijd.

Op Dorothy's favoriete foto van hun huwelijksreis zie je Roy bewonderend naar haar opkijken. Met haar lang, donker haar en haar brede glimlach lijkt ze op een jonge Jackie Kennedy. "Ik had het geluk een zielsverwant te vinden in hem", zegt ze. En hoewel de New Yorkse krantenkoppenschrijvers dankbaar waren toen The Master of Dots en zijn eigenste Dot samen waren, was zij voor hem altijd 'Dorothy'.

Ze vertelt dat vaak gezegd wordt dat Lichtenstein op een nacht in 1962 ging slapen als een arme man en de volgende dag wakker werd als een rijke man. Kunstcriticus Robert Rosenblum stelde ooit: "Voor het merendeel van de wereld werd Lichtenstein geboren in de Leo Castelli Gal- lery in februari-maart 1962." Zijn doeken waren al verkocht voor de tentoonstelling openging.

Masterpiece, dat hij later dat jaar schilderde, wordt algemeen beschouwd als een ironische reflectie op zijn eigen succes. Getooid in een zwarte trui met rolkraag kijkt de kunstenaar (Brad) toe, terwijl zijn muze slaakt: "Why, Brad Darling, this painting is a masterpiece! My, soon you'll have all of New York clamoring for your work!" Maar Dorothy zegt dat Roy er twintig jaar over deed om succesvol te worden. "Roy heeft moeilijke tijden beleefd. Hij was jarenlang leraar en begon pas geld te verdienen toen hij bijna veertig was."

Na kunststudies aan de Ohio State University (OSU) werd Lichtenstein opgeroepen door het leger om te vechten in Frankrijk en België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarna nam hij tijdelijke baantjes aan als leerkracht, eerst aan de OSU, vervolgens aan Oswego, een onderdeel van de State University of New York en Rutgers University, New Jersey. Maar hij schopte het nooit tot volwaardig professor. "Hij werd niet benoemd aan Ohio State", zegt Dorothy. "Roy zei altijd dat dat, achteraf bekeken, het beste was wat hem ooit was overkomen."

Affront voor de smaak

Het was een gelukkig toeval dat hij zijn eerste popartschilderij, Look Mickey (1961), maakte bij hem op de keukentafel in New Jersey. Het werk stelt Mickey Mouse en Donald Duck voor, en hij gebruikte een hondenborstel om de stippen te maken. Volgens de legende wees een van zijn zonen hem op een strip en daagde hij hem uit om een betere tekening te maken. Lichtenstein ging erop in - en vond zo de stijl die hem rijk zou maken. "Ik weet dat dat verhaal vaak verteld wordt", zegt Dorothy. "Maar zelfs Roy kon zich niet herinneren of het echt zo gegaan is."

Niet iedereen in de kunstwereld was opgezet met de stijl en de onderwerpen van Lichtenstein. Hij maakte opgang op het moment dat de grote Amerikaanse abstracte expressionisten zoals Jackson Pollock, Willem de Kooning en Mark Rothko heel hoog in achting stonden. Hun immense met verf bekladde doeken werden beschouwd als spirituele krachttoeren. Lichtensteins hotdogs, wasmachines en strips daarentegen werden gezien als een affront voor de verfijnde smaak. Men vond ook dat ze fout volk aantrokken. "De kunstgaleries worden overspoeld door de leeghoofdige, vulgaire stijl van kauwgomkauwers, tieners en erger, delinquenten", schreef de Amerikaanse criticus Max Kozloff, en de eerbiedwaardige kunsthistoricus Clement Greenberg verklaarde dat Lichtenstein over tien jaar volledig vergeten zou zijn.

De controverse hield aan. Twee jaar na zijn uitverkochte expo publiceerde het magazine Life, dat eerder Jackson Pollock had uitgeroepen tot de beste kunstenaar van de Verenigde Staten, een artikel over Lichtenstein waarin de vraag werd gesteld: "Is hij de slechtste kunstenaar van de VS?" Wat weinig lezers van Life wisten, was dat Lichtenstein de schrijver kende en de publicatie van het artikel en de titel genegen was. Aandacht in Life zou de popart namelijk een platform geven en zijn prijzen alleen maar de hoogte in jagen.

Tegenpool van stoute jongens

Dorothy denkt dat die moeilijke jaren een invloed hadden op zijn werkethiek. Op het hoogtepunt van zijn roem en succes bleef hij gedisciplineerd en intens dankbaar. "Hij bevond zich op de juiste plaats op het juiste moment", zegt ze. "Hij zei vaak: 'Ik ben zoals een idiot savant - ik kan maar één ding.'" Soms vroeg hij zich af of zijn hele leven een droom was. Hij zei dan tegen Dorothy: "Je zult wel zien, iemand gaat me door elkaar schudden en ik zal leven in een verpleegtehuis in Oswego en ze zullen zeggen: 'Tijd voor uw pillen, meneer Lichtenstein.'"

Die discipline, en een aangeboren gereserveerdheid, maakte hem tot de tegenpool van stoute jongens zoals Andy Warhol en de extraverte Robert Rauschenberg. Als jonge soldaat in Parijs was Lichtenstein naar de studio van Picasso gegaan in de hoop de kunstenaar te ontmoeten die hij zo bewonderde. "Maar hij was te verlegen om op de deur te kloppen", zegt Dorothy.

In die onstuimige, gedrogeerde periode eind jaren zestig, begin jaren zeventig, toen Warhol flirtte met beroemdheden in The Factory, feestjes bouwde in Studio 54 en achtervolgd werd door paparazzi, zat Lichtenstein thuis met Dorothy te luisteren naar platen van Charlie Parker en hield hij een macrobiotische levensstijl aan. Hij was een gewoontedier, die elke dag werkte, ontbeet met granen en banaan, en maar eventjes pauzeerde voor een lunch - fruitsalade en yoghurt - met Dorothy. "Hij wilde geen minuut verspelen", zegt ze. "Hij had het gevoel dat hij de toelating had gekregen om in de zandbak te spelen."

Voor Lichtenstein was de kop in Life slechts de eerste van een hele reeks kwinkslagen. In zijn hele carrière leende hij beelden van grote kunstenaars om grappige en gecodeerde visuele woordspelingen te creëren. Zowel Haystacks als Rouen Cathedral, Set 5 uit 1969 zijn gebaseerd op Monet, zijn reeks Still Life with Goldfish (1972-1974) is een lofzang op Matisse. Maar zijn grootste artistieke voorbeeld was wellicht Picasso. Lichtensteins Frolic (1977) is een amusante meditatie op Bader met strandbal (1932) van de Spaanse meester, en zijn Femme D'Alger (1963) is zijn versie van het gelijknamige werk van Picasso uit 1955. Soms, zoals in Artist's Studio "Look Mickey" (1973) sluist Lichtenstein, geïnspireerd door Matisses uitbeelding van zijn studio, een versie binnen van een van zijn eigen schilderijen.

Kunst in de pop

Vele critici beschouwen die verwijzingen als een vorm van improvisatie die is afgeleid van de muziek, zoals variaties op een thema. "Hij nam een idee en ging daarmee aan de slag. In de jazz ga je weg van de basismelodie en begin je te improviseren", legt Dorothy uit. "Er is dus sprake van een ironische speelsheid, dit zijn riffs op een thema. En Roy nam die speelsheid altijd heel ernstig." Zijn Artist's Studio "The Dance" (1974), dat verwijst naar La danse van Matisse (1910), bevat zelfs een notenbalk. Het maakt van hem niet zozeer de man die pop in de kunst sluisde, maar de man die kunst in de pop bracht.

"Als schilder was Lichtenstein erg begaan met kunstgeschiedenis", zegt Sheena Wagstaff, cocurator van de expositie en voorzitter van de afdeling moderne en hedendaagse kunst van het Metropolitan Museum of Art in New York. "Je kunt het zien als een ambivalent eerbetoon van de ene kunstenaar aan de andere." Zoals Lich- tenstein het ooit zei: "De dingen die ik geparodieerd heb, bewonderde ik echt." Als kunststudent schreef Lichtenstein zelfs gedichten opgedragen aan Cézanne, Gauguin, Picasso en Van Gogh, die hij "the wonderful wizards of art" noemde.

Toch wordt een van de populairste Lichtensteins op de expo wellicht geen parodie op iemand, behalve misschien op zijn eigen stripverhaalstijl. Engagement (The Ring), 1962, stelt een man voor die een glimmende diamant plaatst op een mooi gemanicuurde vinger. Toen het schilderij onlangs getoond werd in Washington, zagen suppoosten mannen knielen om met een ring in de hand een huwelijksaanzoek te doen aan hun vriendin. "Dat had Roy geweldig gevonden", zegt Dorothy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234