Zondag 01/11/2020

Rouwen om Karel Van Miert, treuren om Europa

De betreurde Karel Van Miert was Eurocommissaris van 1989 tot 1999. Sindsdien is Europa grondig veranderd, betoogt Tony Barber. De EU is groter, de commissie daardoor tot barstens toe gevuld, het niveau van bepaalde eurocommissarissen bepaald lager dan dat van Van Miert. En vooral: ‘Europa leek een veel prominentere plaats te bekleden in de wereld van tien à twintig jaar geleden.’

‘Er bestaat een gezegde: ‘We staan op de schouders van reuzen.’ Voor mij was Karel Van Miert zo’n reus. Hij deinsde er niet voor terug de confrontatie aan te gaan als dat nodig was. En die confrontaties bepaalden de manier waarop we tegenwoordig tegen het concurrentiebeleid aankijken.”Die warme hulde bracht Neelie Kroes, de huidige Commissaris voor Concurrentie van de Europese Commissie, dinsdag aan haar Belgische voorganger, die de functie tussen 1993 en 1999 waarnam. Kroes was bijlange niet de enige om Van Miert uitgebreid te bewieroken. Louis Michel, de huidige Belgisch EU-commissaris, noemde Van Miert “een absolute pijler van het Europese gebouw”. Guy Verhofstadt, de voormalige Belgische eerste minister, treurde: “Als Europa maar wat meer Karel Van Mierts had gehad.”Waarom waren alle eerbetuigingen aan Karel Van Miert zo gloedvol? Je bent geneigd te veronderstellen dat vele politici van vandaag in hun rouw om Van Miert ook een beetje rouwen om een tijdperk toen de Europese Commissie nog echt de motor was van de Europese eenmaking, en toen de idee van een alsmaar hechtere Europese Unie stevig verankerd leek in de realiteit.Er zijn nog maar twintig jaar voorbij sinds Van Miert voor het eerst zitting nam in de Commissie in 1989, maar het Europa van vandaag is in vele opzichten amper te vergelijken met het Europa van die dagen. De oude EU, bekend als de Europese Gemeenschap, was een organisatie van twaalf West-Europese landen. De geografische kern werd gevormd door de zes stichtende landen: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Luxemburg en Nederland. Alle zes waren gewonnen voor een ruime economische en politieke eenmaking van Europa. Alle zes vonden het heerlijk dat ze met Jacques Delors een energieke pleitbezorger van hun missie hadden, de Fransman die de Commissie leidde van 1985 tot 1995.

Gezichtloosheid en inactiviteit

Nu bestaat de EU uit 27 landen. Tien ervan zijn voormalige communistische staten in Centraal- en Oost-Europa, en de grenzen van het blok strekken zich uit van de Noordelijke IJszee tot Noord-Afrika en de Russische grenzen. De zes stichtende landen maken niet langer de geografische kern uit, en spreken niet meer uit één mond. De regeringen van de 27 landen streven niet langer automatisch Europese eenmaking na als doel op zich, maar leggen de nadruk meer op praktische samenwerking.Bovendien heeft de Commissie aan belang ingeboet tegenover het Delorstijdperk, ten voordele van de nationale overheden en het Europees Parlement. De Commissie probeert zelfs niet meer het tempo aan te geven van de Europese eenmaking. Zo beweerde ze tijdens de wereldwijde financiële crisis dat de overheden gewoonweg nooit hadden getolereerd dat de Commissie doortastende initiatieven zou nemen om het budgettaire beleid van de eurozone te stroomlijnen of gemeenschappelijke obligaties voor de eurozone uit te schrijven.Delors was nog een leidinggevend figuur in zijn tijd. José Manuel Barroso daarentegen slaagt er niet in veel enthousiasme op te wekken, zelfs niet bij de nationale leiders die onlangs beloofden dat ze zijn kandidatuur voor een tweede vijfjarige ambtstermijn als voorzitter van de Europese Commissie zullen steunen. Met haar 27 leden is de huidige Commissie tot barstens toe gevuld. Sommige van haar leden blinken uitsluitend uit door gezichtloosheid en inactiviteit. Europa leek bovenal een veel prominentere plaats te bekleden in de wereld van tien à twintig jaar geleden. Economisch gezien gaat Europa er zowat overal op achteruit. In militair opzicht heeft Europa niets te betekenen. In politiek opzicht kost het China, Rusland en zelfs de VS weinig moeite om profijt te halen uit de meningsverschillen onder de 27 EU-landen.Het verrast dan ook niet dat sommige politici terugblikken op het tijdperk-Van Miert als een soort gouden tijd. Maar als je die onder een historische microscoop legt, dan blijken gouden tijden nooit zo schitterend als ze lijken. Om één voorbeeld te noemen: in het decennium dat Van Miert commissaris was, faalde de EU dramatisch om een antwoord te formuleren op de oorlogen in de nasleep van de desintegratie van voormalig Joegoslavië.Uiteraard was Van Miert niet persoonlijk verantwoordelijk voor die catastrofe. Hij overleefde ook de vernederende ondergang van Jacques Santers Commissie in 1999, door aantijgingen van fraude, slecht management en nepotisme, zonder dat zijn eigen reputatie geschaad werd. Samen met Mario Monti van Italië, die zowel verantwoordelijk was voor de Interne Markt als Concurrentie, en de Fransman Pascal Lamy, die kabinetschef van Delors was en later commissaris van Handel, was Van Miert een van de meest gerespecteerde commissarissen van de voorbije twintig jaar.

Schok en verbijstering

Kroes heeft absoluut gelijk als ze uitlegt dat de kiemen voor de rol van de EU als overkoepelende regulator van het bedrijfsleven gezaaid werden door Van Miert. Voor hij bij Concurrentie arriveerde, dachten weinigen dat de EU het zou aandurven de confrontatie aan te gaan met bedrijven van de omvang van Boeing, Coca Cola en WorldCom. Nu is nog moeilijk te bevatten hoe groot de schok en de verbijstering waren toen Van Miert in 1997 een bezoek bracht aan Harvard University en waarschuwde dat hij indien nodig de aangekondigde fusie van Boeing en McDonnell Douglas, een andere vliegtuigbouwer, zou tegenhouden.

Fundament van de eenheid

Wat wel veranderd is sinds de tijd van Van Miert is de bereidheid van de antitrustautoriteiten van de EU om enorme boetes op te leggen aan bedrijven die de concurrentieregels met voeten treden. Tussen 1990 en 1994 schreef de Commissie boetes uit ter waarde van 344 miljoen euro. Tussen 1995 en 1999 daalde dat cijfer tot 271 miljoen euro. Maar tussen 2000 en 2004 steeg het tot 3,2 miljard euro, en van 2005 tot januari bedroegen de boetes een spectaculaire 8,3 miljard euro.De boetes zijn zo veel hoger dan in Van Mierts tijd, dat ze stilaan verzet oproepen. Nadat de Europese concurrentieautoriteiten in mei een boete van 1,06 miljard euro hadden opgelegd aan Intel, de grootste chipproducent ter wereld, schreef The Wall Street Journal: “Geen greintje ordentelijk proces is er al geweest; de diensten van mevrouw Kroes treden op als aanklager, rechter en jury tegelijk.” En, zou je kunnen toevoegen, in de eerste plaats als speurder die onaangekondigde invallen doet bij bedrijven die verdacht worden van concurrentievervalsende praktijken.Van Miert besefte echter beter dan gelijk wie dat de eengemaakte markt het fundament is van de Europese eenheid, en de verwezenlijking die koste wat het kost verdedigd moet worden. Door de financiële crisis en de recessie komt dat principe echter zwaar onder druk te staan, zowel in de bankensector als in andere sectoren.Het beste eerbetoon dat Europa Van Miert kan brengen, is uit de huidige crisis komen met een ongeschonden eengemaakte markt en concurrentieregels die nog altijd even krachtdadig opgelegd worden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234