Zondag 16/01/2022

'Roubaix zit voor altijd in mijn hart'

De erelijst van Francesco Moser (61) is zoveel rijker dan zijn drie overwinningen in Parijs-Roubaix. Toch wordt de Italiaan vereenzelvigd met de kasseien. Bijna een decennium lang vocht hij in de Hel van het Noorden legendarische duels uit met Roger De Vlaeminck. Kurt Boes in Trento, Italië

De zon schijnt in Trento. Maar het is koud. Een ijzige wind raast door het dal. Ook in Noord-Italië laat de lente op zich wachten. Even buiten de stad leidt de weg steil omhoog. Enkele haarspeldbochten verder staan we plots voor de poort van het tien hectare grote eigendom, grotendeels bezet door wijnranken. 'Moser. Azienda Agricola', zegt het houten bord links van de toegang. Het ijzeren hek staat wijd open. De oprijlaan kronkelt verder omhoog tot ze uitwaaiert over een plateau waarop meerdere gebouwen zijn opgetrokken. De wagen staat nauwelijks geparkeerd of Francesco Moser komt me verwelkomen. De armen wijd open. Benvenuto.

Moser toont fier de verschillende wijnen die het huis te bieden heeft. Wit, rood en spumante, waaronder de 51,151, genoemd naar zijn werelduurrecord. "De familie is altijd met wijn bezig geweest", zegt Moser. "Mijn vader was ook wijnboer, maar hij verkocht zijn druiven aan de coöperatie. Pas sinds mijn broer Diego in '74 stopte als renner zijn we zelf beginnen te bottelen. Ik heb dit domein gekocht in '88, mijn laatste jaar als wielrenner. Intussen verkopen we meer dan 100.000 flessen per jaar." Kwiek als een jong veulen springt Moser op zijn tractor.

Plakboeken

In de agriturismo, de bottelarij, haalt Moser de stop van een vat, slurpt een glazen pipet halfvol en laat die vervolgens leeglopen in een glas. "Proeft u die frisheid? En die kleur? Zo mooi helder rood. Ik snap niet waarom mensen het liefst oude wijn drinken. We willen ons eten toch ook zo vers mogelijk? Een stevige wijn mag liggen, maar andere worden gewoon minder goed na drie jaar."

Drie jaar lang ook, van 1978 tot 1980, was Francesco Moser onoverwinnelijk in Parijs-Roubaix. Na Felice Gimondi was hij pas de tweede Italiaan in een kwarteeuw die zich op de erelijst nestelde. "Zulke stenen kennen we niet in Italië. Mijn eerste Roubaix in 1974 was mijn eerste kennismaking met kasseien. Ik had die overigens meteen kunnen winnen. Ik fietste alleen voorop toen ik lek reed. Ik wisselde van fiets, De Vlaeminck haalde me bij."

"Niet veel later remde ik in een bocht en ging ik onderuit. Ik was vergeten dat ik op een nieuwe fiets zat, met nieuwe remblokjes. Ik remde te hard waardoor mijn wiel blokkeerde. Roger was gaan vliegen, nadat hij eerst kilometers lang in het wiel van Merckx had gehangen. Eddy was à bloc achter mij aan het jagen maar geraakte er niet. Uiteindelijk is De Vlaeminck weggesprongen. Als ze samen waren gebleven, had ik zeker gewonnen."

Moser vertelt het verhaal in zijn privé-wielermuseum. Truien in kaders aan de muur, fietsen opgesteld op een nagebouwde wielerpiste: het aerodynamisch model waarmee hij in Mexico het werelduurrecord van Merckx afsnoepte, maar ook het massieve stalen ros waarmee hij succesvol was in de Hel van het Noorden. "Allemaal in perfecte staat. Pomp de banden op en je kunt vertrekken."

Een ladenkast tegen de muur blijkt een ware schat te bevatten: het overzicht van Mosers carrière verspreid over 43 genummerde plakboeken. Allemaal hebben ze dezelfde cover in regenboogkleuren, enkel het volgnummer verschilt. "Een krantenboer heeft gedurende bijna twintig jaar alle artikels over mij in alle Italiaanse kranten uitgeknipt. Toen ik stopte als renner stond hij plots voor me en zei hij dat hij een cadeau had. Ik kon mijn ogen niet geloven. Helaas ontbreekt het nummer 1. Ik heb het ooit uitgeleend en nooit teruggekregen."

Van zijn avonturen op de stenen is alles bewaard gebleven. Roubaix zal altijd een plaats hebben in zijn hart, zegt Moser. "Omdat die wedstrijd zo uniek is. Het is een koers die je moet liggen. Je kunt er niet voor trainen. Sommigen zijn specialist, anderen zullen het nooit onder de knie krijgen omdat ze de juiste instelling missen."

Wat met Philippe Gilbert? Na diens tweede overwinning in Lombardije in 2010 droomde hij ervan om op een dag de vijf monumenten op zijn erelijst te hebben. Maar pas als het in de overige vier gelukt was, zou hij naar Roubaix gaan. Hij had naar eigen zeggen geen zin om zijn carrière in de Hel op het spel te zetten. "Als hij er zo over denkt, zal hij Roubaix nooit winnen", weet Moser. "Je mag niet denken aan vallen. En wanneer gaat hij eraan beginnen? Voorlopig heeft hij enkel Luik en Lombardije gewonnen. Hij is de dertig voorbij en heeft nog geen enkele ervaring op de stenen. Dan wordt het zeer moeilijk. Je moet die wedstrijd op jonge leeftijd leren kennen."

Zoals de echte specialisten, mannen als De Vlaeminck en Moser, Museeuw, Cancellara en Boonen. Die laatsten krijgen in theorie nog de kans om eerstgenoemde zijn eretitel 'Monsieur Paris-Roubaix' te ontnemen. "Boonen staat op vier, maar die vijf is niet zo vanzelfsprekend. Zondag moet hij forfait geven, maar hij was sowieso niet goed genoeg. Intussen gaan ook voor hem de jaren voorbij."

"Ik zie gelijkenissen tussen Boonen en De Vlaeminck. Niet op fysiek vlak, Roger was een veel beter klimmer, maar ze delen dezelfde mentaliteit en uitstraling. Boonen zou een waardige opvolger zijn. Ook omdat het nu moeilijker is om te winnen. Vroeger moest je gewoon de sterkste zijn, nu komt er veel meer bij kijken. Renners leunen zo dicht bij elkaar aan dat je je geen fout meer kunt veroorloven. In onze tijd was een foutje geen probleem. Die kon je altijd rechtzetten. Mijn grote favoriet? Cancellara. Wie anders? Roubaix is voor hem makkelijker dan Vlaanderen. Net als Boonen is hij een echte specialist."

Neefje Moreno

Als De Vlaeminck op een dag zijn titel verspeelt, is ook Moser daar verantwoordelijk voor. Met zijn drieklapper maakte hij een einde aan de successen van de Belg. Zowel in '78 als in '79 verwees hij De Vlaeminck naar de tweede plaats. Bij Mosers eerste waren ze zelfs ploegmaats. "Dat record had ook van mij kunnen zijn. Ik ben zo goed als altijd in de top tien geëindigd. Maar met zijn verleden als cyclocrosser was Roger een groter specialist dan ik. Bovendien ging hij er geregeld trainen, terwijl ik eenmaal per jaar enkel de laatste twintig kilometer verkende. Of we rivalen binnen dezelfde ploeg waren? Tja... Toen Brooklyn stopte, wilde Sanson Belgen aantrekken. Roger was er een van. Ik had gerust ploegmaats willen blijven maar blijkbaar had hij het moeilijker met de situatie. Na één jaar is hij vertrokken."

Moser heeft het ook nog even over zijn neefje Moreno, het nieuwe Italiaanse wonderkind dat vorige maand de Strade Bianche op zijn naam schreef. "Mijn neefje kan op een dag Roubaix winnen. Als hij er zich op toelegt en er volgend jaar aan begint. Een echte Moser? Neen, hij is eerder een Argentin of Sarroni, eentje die de hellingen goed verteert. Een mooie toekomst ligt in het verschiet."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234