Vrijdag 25/06/2021

'Rotatiesysteem maakt doelmannen kapot'

'Drie zaken zijn fataal voor een keeper: verwachtingen, pogingen en twijfel'

De keepers van Anderlecht, Daniël Zitka en Silvio Proto, zijn zelden zeker van hun plaats in de basis. Trainer Franky Vercauteren liet naar eigen zeggen een frisse wind door de spelerskern waaien en introduceerde het rotatiesysteem. Maar, beweren sportpsychologen, als je amper bevestiging krijgt begin je te twijfelen. En dat is nefast. Ook ex-doelman van de Rode Duivels Jean-Marie Pfaff hekelt de beurtrol. "Een trainer moet zijn nummer één kiezen. En wanneer die out is wegens blessures, is het de beurt aan nummer twee tot de één terugkomt. Spelletjes als het rotatiesysteem zijn dodelijk voor een keeper én de ploeg. Zo gaan er veel kwaliteit en vriendschap verloren." Pfaff weet waarover hij spreekt. In het begin van de jaren tachtig werd hij bij de Rode Duivels door Guy Thys zelf een tijd naar de bank verwezen ten voordele van Theo Custers. Hij slikte die 'degradatie' maar moeilijk en vocht terug. Op het EK 1980, waar de Duivels de finale haalden, verdedigde Pfaff het doel.

Toch was de pikorde vroeger definitiever, het rotatiesysteem bestond amper. Over de nummers één en twee bestond geen discussie. In de tweede helft van de jaren zeventig stond Birger Jenssen als eerste doelman keer op keer tussen de palen van Club Brugge. Alleen als hij geblesseerd of afwezig was, mocht de Nederlander Leen Barth zijn kunsten tonen. Nochtans was Barth een keeper met veel talent, maar hij was de nummer twee. Ook Christian Piot wist al in de late jaren zestig de plaats van zijn voorganger Jean Nicolay bij de nationale ploeg te veroveren. Op minder dan een half seizoen werkte hij zich op tot eerste keeper. Helaas begaven Piots knieën het veel te vroeg, waarop de piepjonge Preud'homme zijn debuut maakte bij Standard en algauw ook bij de Rode Duivels. Diezelfde Preud'homme die jaren later aan den lijve het rotatiesysteem ondervond toen Bodart op de proppen kwam bij Standard. Preud'homme zat zijn schorsing uit wegens de omkoopaffaire-Waterschei, Bodart deed het goed in het doel en toen Preud'homme weer mocht spelen, koos Standard voor de rotatie. Het werkte niet. Preud'homme was 'oud' en mocht vertrekken, naar KV Mechelen. Standard behield Bodart. Preud'homme groeide uit tot de beste keeper van zijn generatie, Standard pakte telkens naast welke prijs dan ook. Het kan soms raar draaien. (MJ / WP)

Waarom het zo vaak rommelt tussen de oren van de man in het doel

Alleen tussen twee palen

Talent hebben we nooit te weinig gehad. Met de regelmaat van de klok staat een nieuwe lichting Belgische doelmannen van wereldklasse op, druipend van ambitie en goesting. En toch lijkt het de jongste tijd maar niet te lukken met onze mannen onder de lat. Terwijl een raspaard als Silvio Proto bij Anderlecht 'blundert', speelt de Brugse reservekeeper Stijn Stijnen zich magistraal in de kijker. De van oudsher ongenaakbare rugnummer 1 wordt geplaagd door moordende concurrentie en knagende twijfels. 'Maar door de doelman te isoleren in het hoekje van de zondebok, maken we zijn moreel kapot', waarschuwt sportpsycholoog Rudy Heylen.

Brussel

Eigen berichtgeving

Marjan Justaert

De kracht van keepers zit hem niet in het haar. Al hebben Jean-Marie Pfaff, Michel Preud'homme en ook de Duitser Olivier Kahn een weelderig Samson-kapsel, de kale knikker van Fabien Barthez, jarenlang doelman van de Franse nationale ploeg, bewijst dat het ook zonder kan. "Ook groot zijn hoeft niet", lacht de boomlange Racing Genk-doelman Jan Moons. "Kijk maar naar Danny Verlinden: die had zo'n sprongkracht dat zijn lengte geen rol speelde. Proto en Frederic Herpoel zijn ook niet bepaald reuzen, maar behoren toch tot de absolute Belgische top."

Wat, behalve talent natuurlijk, maakt een doelman dan een goede doelman? "Wat zich afspeelt in het hoofd", antwoordt voetbalanalist en ex-keeper Wim De Coninck zonder aarzelen. "Keepers van topclubs hebben veel minder werk dan vroeger. Terwijl Pfaff tien ballen moest stoppen in een wedstrijd, moet Proto amper drie keer achter een bal hollen. De rest van die 90 minuten kan hij nadenken. En dus beginnen twijfelen, want hun werk is ook veel beslissender geworden. Hoeveel wedstrijden eindigen niet met een doelpuntje verschil?" Kortom, een keeper met een veldspeler vergelijken is een levensgrote flater. Jean-Marie Pfaff himself weet dat als geen ander. "Je draagt een grote verantwoordelijkheid en moet dus ook over heel wat incasseringsvermogen beschikken. En daar krijg je amper iets voor terug. Tristan Peersman ging er vorig jaar onderdoor na de kritiek op enkele fouten. Wie helpt hem nu? Niemand."

Keepers zijn eenlingen, zonderlingen zelfs. "Althans, zo luidt het cliché. Voetbal blijft een teamsport, maar de doelman is inderdaad minder betrokken bij het groepselement. Hij kan zich slechts profileren wanneer een bal zijn richting uitkomt", zegt Rudy Heylen van Heavy Mental, een centrum voor mentale begeleiding en coaching van sporters. "Dat maakt dat hij wordt afgerekend op die enkele momenten tijdens de match dat de camera's op zijn goal gericht staan. Drie zaken zijn fataal: verwachtingen, pogingen en twijfel." Daarom, weet de sportpsycholoog, is het zo belangrijk dat een doelman zijn hoofd bij zijn taak houdt. Als Proto zichzelf begint te vergelijken met de andere Anderlechtse keeper Daniël Zitka (in vaktermen 'ego-oriëntatie' genoemd, MJ), loopt het fout. Hij moet leren zich te vergelijken met zichzelf en uit zijn fouten te leren. "Het is een kwestie van het juiste evenwicht vinden tussen ego- en taakoriëntatie."

"Hoe ik dat evenwicht vind?" Moons moet er even over nadenken. "Kunnen relativeren is een onontbeerlijke voorwaarde voor een keeper. Ik probeer mijn fouten nuchter te verwerken. Na jaren ervaring lukt dat aardig, moet ik zeggen. Verlies moet je snel van je afzetten." Een goede doelman moet het spel kunnen lezen en tegen een stootje kunnen. Volgens Heylen is Geert De Vlieger het prototype van een taakgerichte doelman, Moons verkiest Michel Preud'homme.

"Als je ziet wie er allemaal gekeept heeft, stel je vast dat er veel meer markante figuren onder de lat stonden dan op het veld", doceert schrijver en voetballiefhebber Dimitri Verhulst. "De Franse auteur Albert Camus, de vorige paus Johannes Paulus II en zelfs Pele zijn ooit doelmannen geweest. Jaja, van Pele weet bijna niemand dat, maar hij gaf zich op als reservekeeper van de Braziliaanse nationale ploeg om niet alleen de beste veldspeler ter wereld te zijn, maar ook de beste keeper. Niet dat hij veel tussen de palen stond, hoor." Enkele jaren geleden schreef Verhulst De verveling van de keeper, een boek waarin hij het levensverhaal van 's werelds beste keeper Zarcko vertelt, die zijn eigen tweelingbroer opeet in de baarmoeder. De keeper als de op macht beluste alleenheerser? "Zo was dat niet bedoeld", nuanceert Verhulst lachend. "Ik had vooral een zonderling figuur nodig, en keepers spreken in dat geval tot de verbeelding."

Volgens De Coninck is de druk op een doelman gigantisch groot geworden. "Door de toegenomen media-aandacht kan hij maar beter stressbestendig zijn. Zeker in een grote club. Bij La Louvière maakte Proto ook fouten, maar niemand zag ze. Of kijk naar Herpoel: hij staat ontspannen tussen de palen, maar speelt dan ook bij een minder grote club, AA Gent. Toch is dat de truc, fluitend in de goal staan. Ondanks de camera's en het publiek." Bovendien zijn de regels ook heel wat strenger geworden, voegt hij eraan toe. "Zo mogen keepers bijvoorbeeld een terugspeelbal niet meer met de handen pakken. Keepen is meer dan ooit een zaak van het hoofd."

Heylen: "Iedereen heeft wel een mening over de prestaties van een voetbalspeler. Meestal is dat gewoon een stem, waarmee je in dialoog kunt treden. Het probleem met de media is dat een stem dé stem wordt, waardoor keepers gaan twijfelen en de communicatie gaan ontlopen. Veel beter is het om de zaak een plaats te geven."

"De druk van de media kun je counteren door planning en voorbereiding. Het feit dat er te weinig uitstekende keepers op onze velden rondlopen, helpt de zaak geenszins vooruit", leert Pfaff. "Het is betreurenswaardig dat onze jonge doelmannen niemand meer hebben om naar op te kijken." Verhulst zoekt het in het buitenland: "Ik ben een grote fan van die jonge keeper van Real Madrid, Iker Casillas. Dat is nu eens een jongen die het allemaal heeft."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234