Maandag 01/06/2020

Roots 1968

Hoeveel engelen kunnen er op de punt van één naald? Nog slimmere mensen dan ik breken zich al sedert de donkerste middeleeuwen het hoofd over dat soort vragen. Zelf moet ik u het antwoord schuldig blijven vanwege me know nothing. Maar vraag me hoeveel engelen er op één kleine, zwarte schijf kunnen, en ik zeg u : tenminste twee.

Dat weet ik al bijna mijn hele leven lang of toch zeker sinds het einde van de jaren vijftig toen ik de buurt van de Teppaz-platendraaier van één van mijn oudere broers met hoge regelmaat singeltjes aantrof van het nu dus gehalveerde Amerikaanse jongensduo The Everly Brothers. Ze zaten gedurende lange jaren bij het lichtjes legendarische label Cadence Records en al genoot ik natuurlijk van hun historische resem vroege hits als 'Bye Bye Love', 'Wake Up Little Susie', 'Bird Dog' , 'All I Have to Do Is Dream' of andere 'Problems', toch geraakte ik vooral gebiologeerd door hun soms wat tranerige, maar altijd diep ontroerende B-kanten met 'Devoted To You' als ultieme persoonlijke favoriet.

Don & Phil Everly waren misschien wel het kleinste, maar zeker ook het beste mannenkoor ter wereld en dat wist ik lang voordat de Beatles en de Beach Boys aan de horizon verschenen. Tegen de tijd dat ik zelf plaatjes ging kopen, waren ze allang ingelijfd door het grote Warner Brothers Records, maar toch zou ik liegen als ik zei dat ik niet door en door gek van geluk was terwijl ik luisterde naar die à rato van 45 toeren per minuut draaiende voorwerpjes waaruit prachtige songs weerklonken als 'So Sad', 'Lucille', 'Cathy's Clown', ' (Till ) I Kissed You' of 'Crying In the Rain', stuk voor stuk levensliederen die onomwonden stelden dat liefde een werkwoord is en het daar vaak bijhorend liefdesverdriet de zuurzoetste van alle kwalen.

En dan heb ik het nog niet eens over 'Love Hurts' gehad, Shakespeare en Tsjechov voor boerkens verklaard en dan nog wel binnen de 2 minuten en 23 seconden !

Ik heb altijd veel van de Everly Brothers gehouden vanaf die dag in wellicht 1958 toen ik ze voor het eerst hoorde en ik met mijn verschrikkelijke stem wilde meezingen op 'Bird Dog', één van de vele parels die de zo mooi genaamde Boudleaux Bryant aan het talentvolle duo schonk.

En ik hou nog steeds van hen. Dankzij de modernste technologieën gaat er gelukkig geen week voorbij zonder dat ik me laaf aan één van het vijftigtal Everly-nummers die bij mij voor eeuwig op de Geheime En Gewijde Playlist staan.

Officieel bestonden de Everly Brothers tot en met vorige week eigenlijk nog altijd, maar men kan moeilijk beweren dat ze sedert hun door Dave Edmunds geproduceerde EB 84 (uit 1984, alweer) nog écht potten gebroken hebben. Al is de song die ze voor die plaat cadeau kregen van Paul McCartney ('On the Wings of a Nightingale' ) voorzeker een laat hoogtepunt en is hun nog latere cover van bijvoorbeeld het zeldzame Dylan-nummer 'Abandoned Love' wis en waarachtig nog steeds een bloedmooi stuk stil verdriet.

De gebroeders Everly waren archetypische singles-artiesten en het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat aan hun lange regeerperiode over de hitlijsten van de hele wereld een einde kwam toen de single als geluidsdrager nog voor de eeuwwisseling een droeve dood ging sterven.

Toch hebben de gebroeders (géén tweelingen, zoals wel eens beweerd werd. Don is van 1937 en de pas overleden Phil van 1939!) ook een paar mooie albums op hun goede geweten en als ik er daar in het kader van deze rubriek eentje van moet uitkiezen, is dat zonder enige twijfel hun regelrechte country & western- en zelfs plutôt bluegrass-lp Roots, uit 1968.

Sedert die mooie film over die gebroken cirkel is bluegrass ook in deze uithoek van de wereld geen onbekende discipline meer, maar eer u in een nationalistische reflex gaat denken dat het blauwe gras vooral in de provincie Oost-Vlaanderen groeit, raad ik u toch aan eens te proeven van het échte werk van de grootmeesters in het genre, zijnde Bill Monroe, Earl Scruggs, Lester Flatt, Doc Watson.

Over wat bluegrass nu precies is en wat niet, daar moeten geleerden maar eens dringend een congres over houden. Maar als u er helemaal niets van kent, weet dan dat het een genre is dat eerder aanleunt bij de folkmuziek dan bijvoorbeeld bij de rock-'n-roll, dat er veel met akoestische instrumenten wordt gewerkt, waarbij het mooiste instrument vaak de menselijke stem is. Er verschijnt ook wel eens een banjo in beeld, of een contrabas en als het kan ook nog een naar prairiegrond en kruitdamp geurende dobro of twee.

In het algemeen wordt bluegrass als genre ook gemakshalve ingedeeld bij de eigenlijk niet bestaand diersoort 'americana', wat gedeeltelijk waar is maar eigenlijk ook niet, omdat veel van het hier voortkomende songmateriaal eigenlijk familie is van oude Engelse, Schotse en Ierse ballades die de eerste migranten meenamen naar de Nieuwe Wereld.

Bluegrass schuurt zich soms wel eens aan tegen rock: Jerry Garcia (van Grateful Dead ) was behalve een grote fan ook wel een praktiserende gelovige in een zijproject als Old And In The Way. Ook Roger McGuinn van The Byrds maakte samen met zijn kompanen Chris Hillman en Gram Parsons zelfs een regelrecht meesterwerk (Sweetheart of the Rodeo) dat zich pal op het muzikale drielandenpunt bevond tussen rock, folk en bluegrass. Dat gebeurde in het wonderlijke jaar 1968, toen die goede Everly Brothers hun voortreffelijke Roots aan de wereld schonken.

Schrik niet, maar Roots is eigenlijk een concept-lp, een woord dat in 1968 nog zonder blozen kon uitgesproken worden. De hele plaat is opgebouwd rond enkele archiefopnamen van de countryradioshow die de ouders van het duo, mijnheer Ike & mevrouw Margaret Everly, er ergens in Iowa op nahielden, tijdens de jaren veertig. Daardoor konden de piepjonge Don & Phil al vroeg in hun leventjes van hun diepe liefde voor muziek een soort beroep gaan maken.

Hun heerlijke stemmen (Don zong meestal bariton, Phil eerder tenor) en de daaruit volgende samenzang waren altijd van de allerhoogste orde, maar wat de Everly's ook en vooral altijd onderscheidde van mindere goden, was hun onwrikbaar respect voor en geloof in de kwaliteit van een goed vervaardigd lied.

Dat blijkt ook uit hun songselectie voor deze weeks 'objet du désir, Roots. Of het nu om Randy Newmans 'Illinois' gaat, over George Jones' en Ray Price's 'You Done Me Wrong', Glen Campbells 'Less of Me' of Merle Haggards 'Sing Me Back Home' en 'Mama Tried', altijd gebruiken de Brothers hun enorme talent ten dienste van het materiaal dat die grootheden aandragen: gevoel wordt niet geweerd, maar sentimentaliteit is gelukkig nooit aan de orde. De Everly Brothers waren zangers, geen zagers en ze wisten als de besten dat in iedere goede song elk woord op zijn plaats staat en dat er achter dat woord ook, als het even kan, nog een hele wereld verborgen zit. Het onzichtbare zichtbaar maken, het onhoorbare hoorbaar, dat is wat ware kunst dient te doen.

En in die zin is Roots van The Everly Brothers ontegensprekelijk ware kunst.

Goede muziek verdient goede luisteraars. Probeer dat eens te zijn. Doe het voor uzelf. Doe het voor Phil. En doe het voor mij.

Waarvoor dank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234