Woensdag 16/10/2019

Roosdaal, hoofdstad van de zelfdoding

Hij herinnert zich het rood-witte politielint om zijn huis. En de handen van zijn jongste zoon die maar bleven trillen. Verdere details over die dag heeft Freddy Van Droogenbroeck naar eigen zeggen verdrongen. 's Ochtends had hij nog met zijn oudste zoon gebeld. De stem aan de andere kant van de lijn klonk hol. "Stefan voelde zich niet goed. Het afkicken viel hem zwaarder dan verwacht. Volhouden jongen, zei ik, ik kom straks naar huis.Een paar uur later was hij dood. Zijn broer heeft hem gevonden, het jachtgeweer lag naast hem op het bed. Stefan was amper 24."

Voor de buitenwereld was Stefan een opgewekte jongeman. Alleen zijn vader, broer en zus zagen dat iets in hem geknakt was sinds de dood van zijn moeder. "Hij keerde zich in zichzelf, begon met foute vrienden op te trekken. Hij verloor zijn baan omdat hij niet kon afblijven van de drugs. Hoeveel keer heb ik niet gevraagd wat er scheelde. Hoe ik hem kon helpen. Maar die jongen had een pantser rond zijn hart gebouwd. Alles gleed daar af."

In hetzelfde jaar benamen nog drie van zijn kameraden zich het leven. "Allemaal gasten uit de streek. Misschien ben ik er gewoon meer op gaan letten sinds Stefans dood, maar het valt op: hoeveel mensen hier in Roosdaal een einde aan hun leven maken."

IN DE DIEPVRIEZER

Zelfdodingspreventie in Vlaanderen spitst zich vooral toe op individuele risico's zoals leeftijd, inkomen of geslacht. Maar een studie van professor Marc Hooghe en Bram Vanhoutte van de KU Leuven onthulde onlangs dat ook de omgeving een rol speelt. Niet de anonieme stad maar het rustige platteland is een risicozone voor zelfdoding. En dan vooral het westen van het land. Mogelijke verklaringen zijn de lage bevolkingsdichtheid, werkloosheid, vergrijzing en het grotere sociale isolement. Ronse en De Panne prijken op twee en drie. Maar afgetekend op één staat Roosdaal, een gemeente met zo'n 11.000 inwoners in hartje Pajottenland. Tussen 1996 en 2005 stapten hier 29 mannen en acht vrouwen uit het leven.

Je verwacht vervallen huizen, of op zijn minst een paar dicht getimmerde façades. Je gaat onwillekeurig uit van van mensen en gebouwen afstralende tristesse. Maar niets van dat alles. Roosdaal verschilt uiterlijk weinig of niet van andere Vlaamse gemeenten. De publicatie van de studie heeft wel heel wat scherpe gevoelens losgeweekt. Verbijstering. Verbolgenheid ook. ("Hoe komen ze erbij Roosdaal af te schilderen als een risicogebied? Vuilspuiters zijn het.") En ongeloof. Maar als de inwoners even gaan nadenken, kunnen ze er niet omheen. Iedereen kent wel iemand uit de buurt die zich van het leven heeft beroofd.

Het verhaal over een zeventienjarige jongen die vorige winter uit het leven stapte omdat hij zijn ex-lief niet kon vergeten, komt vaak terug. Net als de zelfmoord van Karla, nu vijf jaar geleden. De 29-jarige kleuterlerares was al een week vermist toen haar schoonmoeder haar lichaam op een ochtend aantrof in de diepvriezer. Samen met een afscheidsbrief. De jonge vrouw zou al een tijdje depressief geweest zijn. "Ze was al de tweede die haar leven beëindigde in een diepvrieskist", weet een buurvrouw. "En nog niet zo heel lang geleden is een bejaarde man in de Dender gesprongen. Hij kon amper lopen, maar op de een of andere manier is hij er toch in geslaagd zich twee kilometer ver naar de rivier te slepen."

Ook de dood van een twaalfjarig meisje in 2004 bleef lang nazinderen. "Ze schoot zichzelf door het hoofd. Niemand weet waarom. Haar ouders waren gescheiden, haar moeder was apothekeres. Toen die haar dochter vond, heeft ze het geweer gepakt en zichzelf ook neergeschoten. Zou hier dan toch iets in het water zitten?"

KERMIS IN ROOSDAAL

"Roosdaal is een atypische gemeente", zegt professor Hooghe. "In De Panne speelt de vergrijzing sterk mee: 75-plussers die ver van de kleinkinderen vereenzamen in een appartement aan zee. Ronse piekt dan weer op het vlak van werkloosheid en eenpersoonshuishoudens. Maar de hoge cijfers in Roosdaal laten zich moeilijker duiden. We kunnen er onze vinger niet op leggen. De Denderstreek trekt over het algemeen niet bijster veel hoogopgeleide jongeren aan, waardoor de sociale mix er een beetje ontbreekt, maar in Roosdaal is de bevolking gemiddeld niet ouder of armer. En toch vinden er 31 procent meer zelfdodingen plaats dan het Vlaamse gemiddelde van vijftien per 100.000 inwoners. Het enige wat ik kan bedenken is een zogenaamde kettingreactie: bepaalde buurtgemeenten zoals Ninove en Aalst hebben ook hoge zelfdodingscijfers. Dat kan de drempel verlagen. Maar het blijft voornamelijk bij gissen."

"Wat opvalt is dat zo veel jonge mensen hier een einde aan hun leven maken." Frans, geboren en getogen in het Pajottenland, zegt het haast fluisterend. Zijn ogen spieden angstig in het rond, op zoek naar mogelijke luistervinken. "Ik herinner me een jongen van een jaar of twintig. Altijd aan het studeren. Je zag hem nooit. Heel toevallig heb ik vernomen dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Verder werd daar met geen woord over gerept. Men hult zich in stilzwijgen. De schaamte wellicht. Roosdaal is wel degelijk anders dan de meeste gemeenten. Minder uitgelaten. Minder ambiance. Neem nu de lokale kermis. Dat zijn ocharme twee of drie kraampjes. Pas op, ik woon hier graag, maar voor jongeren valt hier maar weinig te beleven. Er is een cultureel centrum, ja. En één café. Maar verder?"

Ligt het aan de examens? Feit is dat er opvallend weinig jong volk in Roosdaal rondloopt. Het straatbeeld wordt vooral bepaald door senioren die een frisse neus halen en moeders die hun kinderen opwachten aan de schoolpoort. Geen bedrukte gezichten evenwel. Iedereen maakt vriendelijk een praatje met elkaar.

"Koetjes en kalfjes zoveel je wilt, maar over echte problemen wordt niet geklapt", zegt een handelaar. Zijn naam wil hij - commerciële redenen - niet in de krant. "Je zou denken dat de mensen in een kleine gemeente elkaar sneller iets toevertrouwen, maar de eenzaamheid is hier groter dan je zou denken. Een Roosdalenaar hangt zijn vuile was niet buiten. Pajotten zijn binnenvetters. Kroppen alles op. Tot het te laat is. We zouden beter een voorbeeld nemen aan de Spanjaarden en Italianen. Die floepen er alles uit."

Maar zelfs als men bereid is alle problemen op tafel te gooien, dan nog zou het in Roosdaal soms ontbreken aan een luisterend oor. "Er is nood aan meer professionele hulpverlening",vertelt een dame die vorig jaar een familielid verloor. "In een stad zijn hulplijnen toegankelijker, in een dorp kun je soms alleen bij de huisarts terecht."

De studie van de KU Leuven baseert zich op de periode 1996-2005, maar volgens burgemeester Christine Hemerijckx (CD&V) zet de trend zich door. Cijfers wil ze niet kwijt. "Net omdat het zo'n gevoelig onderwerp betreft. Het laatste wat ik wil, is een sneeuwbaleffect creëren. Vaak hebben mensen die met de gedachte aan zelfdoding spelen maar een klein duwtje in de rug nodig."

Een verklaring voor de piek heeft Hemerijckx naar eigen zeggen niet. "Onze gemeente heeft een bloeiend verenigingsleven, we stimuleren buurtcomités en bouwen een zorgnetwerk uit. Anders dan in een stad slaan de mensen nog een praatje met elkaar. Als lokaal bestuur kun je moeilijk vat krijgen op zoiets. Het is een groter maatschappelijk fenomeen. Soms zie je het probleem terugkeren van generatie op generatie. Het enige dat we kunnen doen, is onze ogen en oren openhouden en het kleinste signaal aangrijpen voor een goed gesprek. Zelfdoding komt zelfs in de warmste nesten voort. Zo heb ik gesproken met ouders die helemaal niet wisten met welke problemen hun kind worstelde. Ouders die nochtans erg begaan waren."

Ook Freddy Van Droogenbroeck zit jaren later nog met een hoofd vol vragen. "Je kunt het jezelf niet blijven verwijten, maar aan je hart kleven doet het toch. Ik heb mijn zoon naar een afkickcentrum gebracht, maar hij was na een dag weer thuis. Nu denk ik: ik had strenger moeten zijn. Hem niet zo moeten vrijlaten. Nog meer moeten aandringen op een gesprek. Mensenpraten te weinig. Terwijl geen enkel probleem onbespreekbaar is. Of onoverkomelijk."

Wie met vragen zit over zelfdoding kan telefonisch terecht bij Tele-Onthaal (106) of bij de Zelfmoordlijn (02/649.95.55). Of op de volgende websites: www.tele-onthaal.be, www.preventiezelfdoding.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234