Zaterdag 22/01/2022

Rondzendbrief van CBF brengt kleine banken in een lastig parket

Zelfstandigheid van de fondsbeheerder moet belangenconflicten vermijden

Een privé-bankier begeleidt zijn cliënt bij vermogensplanning in de ruimste zin. De klant beschikt steeds minder over de tijd noch de kennis om het concrete vermogensbeheer op zich te nemen. Het beheer wordt dan meestal uitbesteed aan een aparte, gespecialiseerde afdeling vermogensbeheer.

Bij de meeste grootbanken is die afdeling gedurende de jaren sterk uitgebouwd. Gaandeweg heeft men zich voor het vermogensbeheer meer toegelegd op de ontwikkeling, promotie en beheer van 'instellingen voor collectieve beleggingen' (ICB's). Deze fondsen bieden aan de bank immers de mogelijkheid om de vermogens van haar cliënten gezamenlijk te beheren. ICB's kenden de voorbije jaren een enorm succes, mede dankzij de marketingmachine van de verschillende financiële instellingen. Fondsen worden niet enkel ingeschakeld voor de particuliere belegger, maar ook voor de private-banking-cliënt. Het is voor een beheerder makkelijker om de vermogens van de verschillende cliënten gezamenlijk te beleggen. Elke bank heeft verschillende fondsen uitgebouwd die tegemoet konden komen aan de diverse beleggingsprofielen van de (private-banking)-cliënt.

Bij beheer van fondsen is het vanzelfsprekend vereist dat de beheerder in eerste instantie in het belang van de cliënt handelt. Veel banken doen natuurlijk veel meer dan fondsbeheer alleen, en hebben onder meer belangrijke activiteiten in de beurshandel of in corporate finance. Er rijst dan al eens de vraag naar de onafhankelijkheid van de beheerders. Het zou voor de bank immers aanlokkelijk kunnen zijn om de aandelen, die niet verkocht werden bij een beursintroductie, onder te brengen in een van haar fondsen. Op die manier zou de bank verlost zijn van een belangrijk aandelenpakket op de eigen boeken, en zou het risico afgewenteld worden op de cliënt-eigenaars van het fonds. Banken maken zich vanzelfsprekend sterk dat dergelijke wanpraktijken bij hen uit den boze zijn. Ze wijzen daarvoor op de onafhankelijkheid van hun afdeling fondsenbeheer en de interne controles. Ook de Commissie voor Bank- en Financiewezen (CBF) houdt een oogje in het zeil, maar de wetgevende basis valt maar magertjes uit.

De Belgische wetgeving voorziet wel dat de fondsbeheerder uitsluitend in het belang van de belegger mag optreden, maar dat werd nooit vertaald naar concrete richtlijnen. Om deze reden heeft de CBF het initiatief genomen om de wetgeving verder te concretiseren. Dat initiatief werd uitgebreid besproken met de verschillende beroepsfederaties, zoals de Belgische Vereniging der Banken, de Belgische Vereniging der Vermogensbeheerders en de Belgische Vereniging der Beursvennootschappen, en dat onder de coördinatie van de Belgische Vereniging der Instellingen voor Collectieve Beleggingen. Na veel discussie kwam er uiteindelijk een tekst op tafel waarmee de meeste partijen zich konden tevredenstellen. In mei van dit jaar verstuurde de CBF dan een rondzendbrief, waarin de finale voorwaarden van verzelfstandiging gespecifieerd werden.

Concreet werden aan de banken twee opties geboden. Volgens de eerste optie moet de bank het fondsenbeheer volledig verzelfstandigen. Dat kan door de oprichting van een aparte vennootschap die instaat voor het beheer van de fondsen. Die beheersvennootschap mag niet onder controle staan van de bank die optreedt als promotor (die de fondsen commercialiseert), en meestal ook als depositaris (die de fondsen bewaart en controleert). In de praktijk blijkt de uitbouw van een aparte vennootschap, met haar eigen structuren, een dure zaak. Deze optie is dus eigenlijk enkel een haalbare kaart voor de grote fondsbeheerders.

Volgens de tweede optie mogen de kleinere fondsbeheerders de taken van promotor, depositaris en beheerder in principe blijven combineren. Ze moeten wel kunnen aantonen dat het beheer op onafhankelijke wijze gebeurt. De CBF beveelt dan ook aan om in de raad van bestuur van elke ICB (m.a.w. van elk fonds) minstens twee onafhankelijke bestuurders op te nemen. Deze onafhankelijken kunnen dan toezien op de correcte gang van zaken bij het beheer van het vermogen. De banken hebben een overgangsperiode van drie jaar gekregen om de nodige maatregelen te treffen. De fondsbeheerders kunnen er maar best van gebruikmaken. De CBF heeft, als controlerende instantie, immers een belangrijke stok achter de deur. Fondsbeheerders die niet voldoen aan de minimumvoorwaarden, zullen geen toelating krijgen om een nieuw fonds op de markt te lanceren.

De meeste fondsbeheerders zagen de storm al geruime tijd hangen en hebben de rondzendbrief niet afgewacht om hun vermogensbeheer onder te brengen in een aparte vennootschap. Op die wijze beantwoorden ze niet enkel aan de voorschriften van de CBF, maar komen ze ook tegemoet aan de druk van (buitenlandse) institutionele cliënten. Deze eisen, nog meer dan hun Belgische collega's, maken van hun beheerders waterdichte garanties inzake onafhankelijk beheer.

Een van de pioniers in de verzelfstandiging van fondsenbeheer is het huidige Fortis Investment Management, dat voortvloeide uit de integratie van Fortis Investments Belgium en Fimagen (ex-Generale Bank). Anderen sprongen op dezelfde kar, al dan niet met een duwtje in de rug door de fuserende moedermaatschappijen, zoals Cordius Asset Management. Cordius is de integratie van vermogensbeheer van Bacob en Artesia Bank. Dexia en BBL zetten enige tijd geleden ook al de nodige stappen met de oprichting van respectievelijk Dexia Asset Mangement (het vroegere Dexiam) en BBL Asset Management. KBC Bank aarzelde geruime tijd om een dochtervennootschap op te richten, maar heeft zich begin dit jaar uiteindelijk geplooid naar de rondzendbrief. Dat leidde tot de oprichting van - hoe kan het ook anders - KBC Asset Management.

Voor de kleinere instellingen was de circulaire van de CBF een harde noot om te kraken. Hun beperkte middelen maken een aparte beheersvennootschap in veel gevallen niet mogelijk. Zij opteren dan ook meestal voor een reorganisatie van de huidige structuur. Enkele onder hen, zoals Bank Corluy, Dierickx Leys & co en Bank Nagelmackers, lijken in elk geval dit pad te bewandelen, en zijn naarstig op zoek naar onafhankelijke bestuurders. Andere verkiezen om de kat nog even uit de boom te kijken. Er bestaat immers een kans dat de rondzendbrief uiteindelijk nog moet worden herzien. De BVICB heeft zich dan wel akkoord verklaard met de circulaire, maar niet elk lid kon zich daarbij aansluiten. Petercam, Belgiës belangrijkste beursvennootschap en ook meer en meer actief op het vlak van fondsbeheer, heeft immers protest aangetekend bij de Raad van State (zie ook: 'Petercams partnerstructuur laat uitvoering rondzendbrief niet toe') De zelfstandigheid kan nochtans enkele voordelen bieden voor de beheerder. In een wereldje waarin goede vermogensbeheerders schaars zijn, biedt een onafhankelijke structuur meestal meer flexibiliteit om de goede krachten financieel navenant te belonen. In het rigide verloningssysteem van de banken bleek dat al wat moeilijker te zijn. De zelfstandigheid kan in principe zo ver reiken dat de moederbank op een bepaald ogenblik kan beslissen om zich volledig terug te trekken uit hun vermogensbeheerdochter. Een alliantie met een gelijkgestemde buitenlandse vermogensbeheerder behoort dan in principe ook tot de mogelijkheden. Dat was enige tijd het verwachte scenario voor het huidige KBC Asset Management en Rabo-dochter Robeco.

De banken zelf zien het (gedeeltelijke) verlies van de controle op een van hun meest rendabele activiteiten met lede ogen aan. Een aantal dubieuze 'synergieën' kunnen nu ook niet meer gerealiseerd worden. Zo was het in het verleden in verscheidene banken een ongeschreven regel dat de fondsbeheerders een minimaal gedeelte van hun transacties met de eigen marktenzaal moesten afsluiten. De dealers van de marktenzaal schrokken er niet voor terug om bijwijlen aan deze interne cliënt een minder interessante prijs aan te rekenen, hetgeen de winsten (en bonussen!) van de marktenzaal op het einde van het jaar natuurlijk ten goede kwam.

Dankzij de zelfstandige vennootschappen behoren dergelijke praktijken gelukkig tot het verleden. Diezelfde dealers moeten in hun prijszetting nu steeds opboksen tegen concurrerende dealers, die maar wat graag de beheerders van een andere Belgische bank over de streep trekken. Deze eerlijke concurrentie komt de prestaties van het fonds natuurlijk ten goede. De zelfstandigheid van de fondsen is natuurlijk wel een tweesnijdend zwaard. Het commerciële netwerk van de bank, dat traditioneel enkel de traditionele bankfondsen aanbiedt, zal nu misschien sneller de producten van concurrerende fondsbeheerders aanbieden. Sommige banken trekken overigens al duidelijk deze kaart, en bieden systematisch ook het pakket van andere (meestal internationale) banken aan.

In een wereldje waarin goede vermogensbeheerders schaars zijn, biedt een onafhankelijke structuur meestal meer flexibiliteit om de goede krachten financieel navenant te belonenFondsen worden niet enkel ingeschakeld voor de particuliere belegger, maar ook voor de 'private-banking'-cliënt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234