Zondag 25/09/2022

Rondreis door de Ethiopische hooglanden

n het Westen heeft Ethiopië letterlijk en figuurlijk een magere reputatie. Hongersnood in het Oost-Afrikaanse land spookte halverwege de jaren tachtig over westerse tv-schermen. Sindsdien kleeft aan Ethiopië het imago van een hels oord vol wanhopige woestijnbewoners. Ten onrechte. Het merendeel van de Ethiopiërs leeft op groene hooglanden en is nooit getroffen door hongersnood. Ethiopië - de naam komt van de oude Grieken en betekent ‘land van verbrande gezichten’ - is trots op zijn unieke cultuur. Het is de enige Afrikaanse staat die nooit werd gekoloniseerd en heeft zijn eigen religie, het Ethiopische orthodoxe christendom.

Die trots merken we al meteen na onze landing in Addis Abeba. Bij het voormalige paleis van de legendarische keizer Haile Selassie, tegenwoordig onderkomen van de hoofdstedelijke universiteit, ontmoeten we Belay. De student journalistiek - lang en tanig, vlassig snorretje, zachte stem - moet zijn minikamer in een naar urine stinkend gebouw delen met vijf medestudenten, maar vertelt desondanks hoe voldaan hij is met de kans om te studeren. Belay: “In de tijd van mijn ouders kon bijna niemand naar de universiteit. Tegenwoordig studeren hier alleen al tienduizend studenten. Dat is toch te gek?’’ Grinnikend laat Belay ons de kiss garden zien waar hij en zijn makkers stiekem - officieel is het tegen de universiteitsregels - afspreken met hun vriendinnetjes. Op het complex huist ook het Etnologisch Museum. We vergapen ons er aan de kleurrijke tentoonstelling over Ethiopiës negen bevolkingsgroepen - mis de documentaire over het traditionele rennen over koeienruggen niet! Maar ons echt onderdompelen in Addis Abeba doen we pas op de kolkende Merkato, naar verluidt Afrika’s grootste openluchtmarkt. De belangstelling voor onze westerse verschijningen is er overweldigend: groepsgewijs ‘You, you!’ of ‘Faranji, faranji!’ - vrij vertaald ‘Witte, witte!’ - schreeuwen naar buitenlanders lijkt de nationale sport. Gelukkig blijkt alle aandacht vriendelijk bedoeld.

Het platteland buiten Addis Abeba verschilt van de moderne metropool als dag en nacht. Hier lijkt sinds mensenheugenis niets veranderd. Vanuit de bus zien we boomkruinen als verwaaide wolken hangen boven hutten van hout, modder en stro. Op de akkers trekken ossen primitieve ploegen en hanteren boeren handsikkels. Langs de weg torsen vrouwen gigantische hooibalen. Kinderen van een jaar of vijf begeleiden enorme kuddes koeien, schapen, geiten, paarden, ezels en kamelen.Zoals het merendeel van de Ethiopiërs die we tegenkomen, willen onze medereizigers graag met ons praten. Al snel ontstaat een levendige discussie. Gevoerd met veel stemverheffing en heftige armgebaren - als Ethiopiërs koffie bestellen lijkt het voor westerlingen al op ruzie - maar zoals gewoonlijk eindigend met hartelijk gelach en omhelzingen.Onze bestemming is Bahir Dar. Het slaperige stadje aan het Tana-meer herbergt beroemde eilandkloosters. Tijdens de boottocht ernaartoe passeren we pelikanen, zeearenden en nijlpaarden. De kloosters onthullen hun geheimen als priesters de massieve houten toegangspoorten ontsluiten. Alle wanden zijn felgekleurd beschilderd met Ethiopisch-orthodoxe taferelen. Onthoofdingen, gevechten met draken, een man die zijn eigen tong afsnijdt - de geschiedenis van het Ethiopische christendom is behoorlijk gruwelijk.Na afloop genieten we op een terras langs Bahir Dars waterkant van een welverdiend Ethiopisch St.-George-biertje. African hornbills - een soort toekans - klapwieken luidruchtig vlak over onze hoofden. Van onze buren horen we over Obama Bar & Restaurant. Het etablissement met dakterras blijkt een populair ontmoetingspunt. Dat Amerika’s kersverse president populair is in Ethiopië wisten we al. In de bus had een man betoogd dat Obama eigenlijk geen Keniase maar Ethiopische wortels heeft omdat de grens tussen beide landen ‘vroeger veel zuidelijker lag’.

Enkele uren rijden noordelijk van Bahir Dar ligt Gondar. De stad is populair vanwege een fort dat ook wel Afrika’s Camelot wordt genoemd. Het netwerk van landhuizen en kastelen lijkt inderdaad zó van het Britse platteland geplukt. Met één belangrijk verschil: in Ethiopië kunnen we elke kamer, balkon en kantelengalerij vrijelijk verkennen.Gondar is de perfecte uitvalsbasis voor een uitstapje naar de Simien Mountains, Ethiopiës mooiste nationale park. In Debark, een dorp aan de voet van de bergen, bereiden we een vierdaagse bergtocht voor. Spotgoedkoop huren we een tent, slaapmatjes, een pakezel, een gids en een kok. Vooral die laatste, een vriendelijke vent genaamd Eyau, blijkt goud waard. Na elke vermoeiende wandeldag voelen we ons de koning te rijk als Eyau ons onthaalt op dampende koffie en een opgezette tent. Wandelaars die prutsen met tentstokken, pannetjes en campinggas, benijden ons. Al helemaal vanwege de felle kou. Als de zon achter de majestueuze bergkammen begint te verdwijnen hurken Ethiopiërs gehuld in dekens als pinguïns bijeen. ’s Nachts bedekt ijs de tientallen tenten. In onze slaapzakken krijgen we het alleen warm met al onze kleren aan.De Simien Mountains zijn de ontbering dubbel en dwars waard. Het gebergte is één en al spectaculaire pieken en adembenemende afgronden. Het dierenleven is overweldigend. Lammergieren, na condors ’s werelds grootste roofvogels, scheren regelmatig op aanraakafstand voorbij. Gelada-bavianen, vanwege hun rode borst bleeding heart baboons genoemd, buitelen op steile bergwanden over elkaar heen. Geen idee of het spel is of ernst, maar hun gekrijs en formidabele hoektanden boezemen voldoende ontzag in. Walia ibex-steenbokken zijn zeldzamer, maar onze gids, die op zijn waterschoenen (!) fluitend door de bergen huppelt, wijst ons tot twee keer toe op een groepje van deze lenige dieren in de verte. Veel verder gaat onze communicatie helaas niet, ook al is onze gids een praatgrage kerel. Hij spreekt namelijk nog geen drie woorden Engels en wij ongeveer evenveel Amhaars, Ethiopiës belangrijkste taal. We babbelen dus maar in het Nederlands terug als hij ons weer eens wat duidelijk probeert te maken. Aan het eind van de tocht kennen we nog steeds elkaars namen niet.

Na vier dagen expeditie zijn we helemaal klaar voor een nieuwe portie cultuur. Historisch hoogtepunt Aksum, een afgelegen oord aan de grens met Eritrea - uitgebrande tanks herinneren aan recente oorlogen tussen de buurlanden - was vanaf de vierde eeuw voor Christus duizend jaar lang de hoofdstad van een machtig rijk dat handel dreef met de Romeinse, Perzische en Indiase imperia. De enige overgebleven getuigen van Aksums grootsheid zijn de stelae, een soort Ethiopische obelisken. De stelae vallen op het eerste gezicht een beetje tegen. De grootste, een 33 meter lange kolos die volgens experts de zwaarste steen is die mensen ooit vervoerden, viel om bij het oprichten en ligt in stukken op het complex. Nummer twee, 26 meter hoog, is gehuld in steigers. Het gevaarte verdween tijdens Mussolini’s bezetting van Ethiopië (1936-1941) naar Italië en keerde pas in 2005 in drieën gezaagd huiswaarts. Als we, onze hoofden nog vol geschiedenis, teruglopen naar ons hotel staat er ineens een jongetje van een jaar of acht voor onze neus. Driftig wijst de dreumes naar het schrift dat hij vasthoudt. Het staat vol Engelse zinnetjes. Voor we het weten zitten we op de grond met een kluit kinderen om ons heen grammatica te corrigeren. Ze laten ons pas gaan als het echt te donker is om verder te gaan.

Veel spectaculairder dan de stelae zijn de rotskerken van Tigray, Ethiopiës meest noordelijke provincie. De godshuizen zijn uitgehakt in afgelegen rotsmassieven, die pas opdoemen na een zeeziekmakende rit van een uur in een robuuste jeep. Het echte werk moet dan nog beginnen. Na een pittig uur omhoog lopen bereiken we de Daniel Korkor-kerk. De ligging is ijzingwekkend: slechts enkele meters scheiden het godshuis van een peilloze afgrond. Het eind van de vlakte die zich ver beneden ons uitstrekt onthult de kromming van de aarde. Nog onwaarschijnlijker is de locatie van Abuna Yemata Guh, waar we slechts kunnen komen via een smalle rotsrichel. Het zweet staat in onze handen, maar eenmaal boven worden we rijkelijk beloond. De spirituele atmosfeer van de kerk - muurschilderingen, wierookdampen en prevelende priesters - verduidelijken waarom twee gerimpelde vrouwtjes behangen met kruisen ons de hele tocht naar boven zijn gevolgd: dichterbij God kunnen we nauwelijks komen.In Ethiopië is slechts één plek waar dat wél kan: Lalibela, het kloppende hart van Ethiopiës christendom. De elf rotskerken in het stadje op 2.600 meter dateren uit de twaalfde en dertiende eeuw en zijn het officieuze achtste nieuwe wereldwonder. Zodra we afdalen in het onderaardse labyrint van kerken, stikdonkere gangen en stoffige kluizenaarskamertjes wanen we ons verdwaald in oudtestamentische tijden. In schemerige nissen prevelen priesters met jampotbrillen gebeden uit verkruimelde bijbels. De doordringende geur van wierook vult onze neuzen. Pelgrims uit het hele land kussen de grond voor manshoge afbeeldingen van Ethiopische heiligen. Op een binnenplaats onder het favoriete bidvertrek van koning Lalibela, wiens droom het was om Jeruzalem na te bouwen, struikelen we bijna over priesterleerlingen die reciteren uit een kolossaal gebedenboek. Lalibela’s climax en Ethiopiës belangrijkste bouwwerk is zonder meer Bet Giyorgis. De top van de kruisvormige kerk ligt op gelijke hoogte met de omringende rode rotsvlakte. Als we tientallen meters lager voor de poort staan van het uit één stuk gehouwen monument, worden we voor de zoveelste maal bevangen door ontzag voor de rijke geschiedenis van Ethiopië, een land dat zijn roestige reputatie in het Westen in alles overstijgt.

PRAKTISCH•ReisorganisatiesKoning Aap organiseert 30-daagse groepsreizen naar Ethiopië (www.koningaap.be).•Beste reistijdHet droge seizoen: grofweg van november tot en met februari.•Geld De Ethiopische munteenheid is de birr. Eén euro is dertien birr. Alleen Addis Abeba heeft (onbetrouwbare) pinautomaten, dus reis met voldoende travellercheques en/of contanten in Amerikaanse dollars of euro’s. •Paspoort Visa kosten 20 Amerikaanse dollars en zijn verkrijgbaar op Addis Abeba’s luchthaven.•Plaatselijk vervoerEthiopian Airlines pendelt dagelijks tussen alle stops van het Historische Circuit. Bussen zijn avontuurlijker, maar de wegen zijn dramatisch en ritten duren een halve dag. Steden bieden keuze uit taxi’s, minibusjes, riksja’s en paardenkarren.•Overnachten Overal zijn acceptabele hotels, hoewel badkamers niet altijd even schoon zijn.•Eten en drinken Hét nationale gerecht is de sponsachtige pannenkoek ‘injera’, gemaakt van de graansoort tef. Wennen qua smaak, maar volhouden loont. De Italianen introduceerden spaghetti, macaroni en pizza. Koffieliefhebbers opgelet: Ethiopië is het geboorteland van koffie of ‘buna’. Tijdens een koffieceremonie, die u door het hele land kunt meemaken, worden koffiebonen ter plekke geroosterd en gestampt. Heerlijk!•Festivals Laat uw bezoek aan Ethiopië samenvallen met één van de vele religieuze festivals, zoals Meskel (27 september, geheel Ethiopië), Maryam Zion (30 november, Aksum) of Timkat (19 januari, geheel Ethiopië).•Internet Alleen Addis Abeba beschikt over solide verbindingen, en zelfs die zijn voor westerse begrippen tergend traag. •Tips In de meeste steden kan je voor 50 eurocent per uur een fiets huren. De perfecte manier om jezelf onder te dompelen in het Ethiopische straatleven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234