Vrijdag 07/10/2022

Rond een rokend rooster

De zon mag niet door de wolken breken of de 'homo barbecuens' staat op. Meestal gaat het om een man, anders een braaf gezinshoofd dat nu, beantwoordend aan zijn oer- en jagersinstinct, de drang voelt om iets dicht te schroeien. Bij voorkeur rood vlees, hoewel er ook in barbecueland van een zekere feminisering sprake is: steeds meer scampi's, gamba's, kip- en kalkoenfilets, lams- en visburgers en vegetarische worsten vinden hun weg naar de rooster. Terwijl het eerste barbecuestel getekend Philippe Starck er nog aan moet komen zijn er alvast veel stellen van doorgewinterde barbecuefabrikanten verkrijgbaar, die zo goed zijn dat een mens zou hopen dat er zich geen bekende designer meer aan zou wagen.

Als er iemand het woord barbecue uitspreekt, wordt onvermijdelijk gedacht aan het talent van de Amerikanen ter zake. Zodra zij de zon zien halen ze hun allerprofessioneelste stel vanonder een hoes uit de garage en bakken ze om ter lekkerst hamburgers of om ter meest vierkante meters T-bonesteak. Voor alle duidelijkheid: barbecue komt van het (Spaanse) woord barbacoa en het is een uitvinding van de oorspronkelijke bewoners van het eiland Hispaniola, thans Haïti, die hun vis (of vlees) op een geraamte van stokken legden en dit boven een vuur hingen. Voor hen was (is) het, naast pekelen en roken, een techniek om hun vlees of vis langere tijd te bewaren. Al zullen ze er natuurlijk ook wel eens van geplukt hebben terwijl het daar zo lekker boven het vuur lag te roosteren. En misschien deden nog andere Haïtianen dan de chef van dienst net zo die avond en werd dit keuken- en strandgebeuren op die manier wat het vandaag is: een gezellig samenzijn rond een rokend rooster met rood vlees.

De Amerikanen zijn wel de meesters ter zake gebleven. En er wordt niet alleen gezellig thuis onder vrienden gebarbecued. De gewoonte is daar zo ingeburgerd dat er ook nog eens honderden ketens van barbecuerestaurants bestaan. Meesters in het maken van barbecuesauzen zijn zij ook: wij zetten een lauw tartaar- of looksausje op tafel, de Amerikanen borstelen vijf centimeter saus op hun steak voor ze die op de rooster leggen. Dat scheelt bij de afwas later, dat wel. Want de kleverige honing die zij vaak aan de saus toevoegen maakt de taak van de roosterschoonmaker er niet gemakkelijker op. De stalen borstels die in de handel circuleren, zijn niet voor niks vrij reusachtig van afmetingen. En het schoonmaken moet na elke bakbeurt plaatsvinden, tenzij er zich onder de volgende genodigden liefhebbers van plukjes taai oud vlees bevinden.

Ondanks de populariteit van het barbecuestel hebben zich tot nog toe geen echt bekende designers aan een ontwerp van dit massaproduct gewaagd. Keukens lijken ze anders allemaal een fijn gebied te vinden. Maar dit gebruiksvoorwerp, dat geboren werd bij de makers van de great outdoors-spullen, het kampeermateriaal, kan bijvoorbeeld geen Philippe Starck of een Alberto Alessi achter zijn tekentafel jagen. Nochtans moeten sommige van die internationale ontwerpers, zoals een Frank Lloyd Wright of Ray en Charles Eames, in hun respectieve stulpen in Arizona en Californië zeker ooit eens een schort hebben voorgebonden om het vlees op de barbecuerooster om te keren.

Ondertussen zijn we ver verwijderd van de Haïtiaanse rooster met houten stokjes. Er zijn nu industrieel vervaardigde barbecuestellen en daar bestaan evenveel soorten van als er soorten mensen zijn. Om te beginnen kunnen ze al ingedeeld worden volgens energiebron: er zijn barbecuestellen die werken op houtskool, op gas of op elektriciteit. De die-hards zullen kiezen voor houtskool, voor die geur, natuurlijk. Maar houtskool warmt traag op en wie van een snel leven houdt zal daarom kiezen voor gas of elektriciteit.

De moderne tijd zou zo niet heten mocht men al niet iets gevonden hebben op dat ontbreken van geur bij een barbecuestel op gas of elektriciteit. Met snippers hickoryhout (bitternoot) verkrijg je ook die typische barbecuegeur, houtskool of niet. De rook die houtskool geeft lijken gas- en elektriciteitsbraders daarentegen voorlopig niet zo erg te missen; er zijn nog geen barbecuerookspuwers op de markt. Elektrische barbecuestellen vormen eigenlijk nog een categorie apart. Ten eerste worden ze vaak verkocht door huishoudtoestellenzaken, minder door tuin-, doe-het-zelf- en kampeerzaken; ten tweede heb je voor zo'n stel een stopcontact in de nabijheid nodig, iets wat je niet hebt met gas en houtskool.

Het werkingsprincipe is voor de drie soorten stellen ongeveer gelijk. Op een stel dat op houtskool werkt, wordt op de stookbodem onder de rooster een laag houtskool gelegd en daar wordt de brand in gebracht met speciale aanmaakbriketjes waar je dan weer met een lucifer de vlam in brengt. Houtskool heeft een flink uur nodig om heet genoeg te worden en wordt er een hele avond gebarbecued, dan kan het gebeuren dat er wat houtskool bijgetankt moet worden. Een opklapbaar rooster is dan een handige optie. En houtskool laat natuurlijk ook meer vuil achter: bij kleinere barbecuestellen wordt de asse op een plaat opgevangen, grotere hebben een aslade onder de stookbodem hangen. En dat laatste is ongetwijfeld interessanter voor wie vergeet het barbecuestel uit de wind te zetten.

Bij de gas- en elektriciteitsstellen gebeurt het aanmaken ongeveer op dezelfde wijze. Op deze stellen ligt er onder de rooster een laagje lavastenen die met het gas of de elektriciteit opgewarmd worden en een soort stralingswarmte blijven afgeven. Het is tussen die steentjes dat de bitternoothoutsnippers gelegd worden, die de typische barbecuegeur moeten verspreiden. Ook lavastenen kunnen verpulveren, alleen doen ze dat niet meteen na de eerste barbecuebeurt. Deze steentjes gaan wel een paar bakseizoenen mee en is het dan zover dat ze versleten zijn, dan kan er gewoon een nieuwe lading lavastenen voor het stel aangekocht worden.

Essentieel bij de aankoop van elke barbecuestel is echter niet de energiebron, maar het onderstel. Een barbecuestel is het liefst niet lichtvoetig, maar moet zwaar doorwegen op de grond. Die zwaarte is nodig omdat er zich niet bepaald ongevaarlijke activiteiten op het rooster afspelen. En de kok wordt soms overmoedig en gaat wat heftiger te keer met zijn vork of de kinderen spelen krijgertje rond het barbecuestel en tikken het al eens per ongeluk aan. Belangrijk is dat het overeind blijft en dat moet dan een van de eerste dingen zijn die in de barbecuezaak gecontroleerd worden. Even een flinke tik tegen dat stel geven en kijken of het op zijn drie of vier poten blijft staan. Doet het dat niet, dan blijft het ook beter op de grond liggen. Veel barbecuestellen staan vandaag op twee poten en twee wieltjes; hoe zwaarder het onderstel, hoe interessanter die wielen worden wanneer het grilltafeltje na het seizoen weer binnen wordt gezet. En daar hoort het overigens buiten dat seizoen thuis: onderdak. Want de materialen waarvan de stellen gemaakt zijn - roestvrij gietaluminium, geëmailleerd staal, verzinkt aluminium of inox - zijn niet geschikt om ze in weer en wind, zelfs afgedekt, buiten te laten staan. Voorts ook aan te raden is om voor elk bakseizoen het hele stel even schoon te maken en gas- en elektriciteitsleiding goed te controleren.

Niemand hoeft zich ondertussen een barbecue te ontzeggen: er zijn al degelijke stellen te koop voor 2000 frank. Een goedkoop stel heeft bijvoorbeeld een stookbodem van verzinkt aluminium en staat op poten, niet op wielen. Er is ook een verband tussen de prijs en de afmetingen: de kleinste stellen zijn er voor kleine gezinnen, voor kleine magen of voor bewoners van een flat met een klein balkonnetje. Niet echt een wezenlijk prijsverschil is er tussen de energiebronnen. Houtskool kan natuurlijk makkelijker aangekocht worden; dat is er in de meeste supermarkten. Terwijl je gastankjes speciaal moet gaan halen in de zaken die dit soort product mogen verkopen.

Mensen die meer willen genieten van het bakken van een biefstuk of een Duitse Bratwurst dan van het gezelschap rond de tafel kopen natuurlijk een groot model met flink wat comfort. Of je kunt natuurlijk ook samen met het gezelschap bakken. Comfort bij een barbecuestel betekent dat het een groot rooster heeft; is het een stel op gas of elektriciteit, dan neem je er bijvoorbeeld eentje met drie branders. Verder is er ook een warmhoudrooster, dat dan wat hoger staat dan de bakrooster. Soms zit het bakrooster zelfs in een grotere rolwagen ingebouwd, zodat het bijna lijkt alsof je een volledig aanrecht in de tuin hebt staan.

Barbecuers die bij het bakken comfort willen zullen vast ook niet aan de andere accessoires weerstaan: een apart kruidenrekje dat aan de zijkant het stel kan worden gehaakt, een digitale vleesthermometer, een braadspit met motor en een lampje voor mensen die ook als het donker wordt gewoon doorgaan met bakken. Sommige barbecuestellen zijn echt onweerstaanbaar. Bijvoorbeeld de Amerikaanse stelletjes van het merk Weber, die een ronde kettle-vorm hebben, van geëmailleerd staal zijn en verkrijgbaar in zwart, rood en blauw (tussen 2.795 frank en 20.000 frank). Of, voor de inox-liefhebbers, de stellen van Ducane (wel iets duurder, vanwege het materiaal, tussen de 25.000 frank en de 65.000 frank). Van trends lijken de barbecuefabrikanten de laatste tijd ook niet vies: wat past er beter bij de teakhouten tuinmeubelen dan een teakhouten barbecue?

Nu nog die schort met daarop het opschrift Ask me how good a cook I am, drie kilo vlees bij de slager en dit weekend kan niet meer stuk.

Inlichtingen over verkoopadressen van de vermelde merken, Weber en Ducane, tel. 03/ 646 35 11.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234