Vrijdag 24/01/2020

Rond de nek van een koebeest

Dankzij Zita Swoon viel vrijdag eindelijk een goed concert te noteren

Soulwax heeft de afgelopen zomer al op veel festivals gestaan. Collega's die de groep voordien zagen, vertelden me dat de dame en heren toen met meer brio hun muziek brachten. Pijnpunt was vrijdag de stem van Stephen Dewaele, die vaak niet prominent genoeg in de mix zat. De groep, sporadisch aangevuld met een strijkkwartet, coverde The Human League en Nik Kershaw. Niet kwaad, maar in de toekomst een beetje meer muziek en wat minder show zou geen kwaad kunnen.

Ook Zita Swoon speelde dit jaar al op enkele zomerfestivals. En ook hier een aparte cover: een song van Morphine ter ere van de eerder dit jaar overleden Mark Sandman. De groep bracht een wat vreemde set, maar zorgde er wel voor dat er vrijdag uiteindelijk toch een echt goed concert te noteren viel. Onder meer een bevreemdend 'Stamina', een knap 'My Bond with You and Your Planet: Disco!' (muzikaal overigens veeleer funk en snelle rock dan disco) en een ingetogen 'Our Daily Reminders' fleurden de avond op. Aan het einde van het optreden kwam Tom Barman meezingen, wat een indringend slot opleverde. Over The Pharcyde kan ik, jammer genoeg, kort zijn. De groep verviel in clichés die hiphopconcerten zo vaak ontsieren (het kraaien van slogans, op het enerverende af het publiek aansporen te schreeuwen...). Zonde, want op basis van de platen zou je denken dat de band live wel degelijk verfrissende hiphop kan brengen. Quod non. Ozark Henry kreeg zaterdagmiddag maar een halfuur om zijn ding te doen. Van een volwaardig concert kan je in zo'n geval niet spreken. Maar dat belette Piet Goddaer en zijn maats niet er stevig tegenaan te gaan. Ozark Henry bracht elektronische popmuziek met nu eens knetterende breakbeats en dan weer een stevig ritme. Vooral 'Radio (7.1.23.19.11.5.13.31)' was goed voor kippenvel. Het Belgische kwartet Reiziger hinkte op twee gedachten. Enerzijds bracht de groep punkliedjes die van weinig originaliteit getuigden. Anderzijds had ze ook een handvol songs in de aanbieding in het Blonde Redhead/Sonic Youth-idioom: sfeervolle, dreigende gitaarrock die je bij je nekvel grijpt. 'Two Way Mirror' was daarvan een geslaagd voorbeeld. Kortom, een keuze dringt zich op, maar echt moeilijk kan die niet zijn. "Don't just sit there, get up", zong Dog Eat Dog-zanger John Connor en het publiek liet zich niet pramen: de skydivers vlogen door de lucht. Het Amerikaanse gezelschap bracht een cocktail van punk, metal en af en toe wat hiphop die slechts de ambitie had de soundtrack te zijn bij de halsbrekende lichaamsgymnastiek van de fans. "Wil iemand de deur sluiten", vroeg Lieve De Maeyer, maar helaas er stond geen deur aan de Clubtent, waardoor Johnny Dowd overstemd door Dog Eat Dog op het hoofdpodium aan zijn optreden moest beginnen. De sympatieke verhuizer was net geen vijftig toen hij twee jaar geleden zijn debuut-cd uitbracht en laat zich niet snel uit zijn hum brengen. Zelfs niet toen hij aan het einde van het optreden bijna van het podium werd geblazen door Biohazard, de lawaaiterroristen die op het hoofdpodium een enorme ontploffing imiteerden (volgens andere bronnen: hun eerste liedje speelden). Soit, met zijn krakende stem debiteerde Dowd de songs meer dan hij ze zong. Geen nood, met Kim Sherwood-Caso had hij een prima zangeres meegebracht. Verder ook een toetsenist en een drummer die onder meer op een bel klopte die duidelijk nog rond de nek van een echt koebeest had gehangen. Met zijn vieren speelden ze liedjes doordrongen van traditie (blues, rock-'n-roll, country), zonder dat die ouderwets klonken. In 'God Created Women' perste Dowd een psychedelische gitaarsolo uit zijn snaren en het hoekige 'The Girl Who Made Me Sick' vorderde als een wagen met vierkante wielen. Maar dé uitschieter was de hartenbreker 'Worried Mind', met een stukje van Hank Williams' 'Jambalya' erin verweven. Na het concert sleepte Dowd zijn spullen zelf van het podium. Tja, je ware aard verloochen je niet. Dat gold ook voor Bill Callahan, alias Smog. Al leek het er wel even op. De man is een wat wereldvreemde artiest die tijdens concerten uitsluitend en alleen via zijn muziek met de aanwezigen communiceert. Op Pukkelpop was er wat veranderd. Niet dat hij nu plotseling de joviale Frans uithing, helemaal niet, want meestal staarde hij in de verte, maar: het optreden was amper een minuut ver en Mr. Smog monsterde even het publiek, wat hij nog een paar maal herhaalde. En dat voor iemand die in het verleden ongeveer met zijn rug naar de toeschouwers speelde. Later op de avond tekende zich een lichte glimlach rond zijn lippen af. Al even sensationeel! Maar waren we niet voor de muziek gekomen? Jazeker, en die was uitstekend: afwisselend intimistische berceuses ('Teenage Spaceship', 'Let's Move to the Country') en stevige rockers ('Cold Blooded Old Times', 'Bathysphere'). Callahan en zijn twee anonieme kompanen (een drummer en een gitarist-toetsenist) ovetroffen zichzelf in de meesterlijke song 'Hit the Ground Running' die op je afkwam als een sneeuwbal die een berghelling afrolt, aandikt en aan snelheid wint. Callahan brak een snaar en het knappe optreden was voorbij. De Clubtent stond echter op zijn kop en het publiek eiste meer. Na een paar minuten namen de drummer en de toetsenist plaats aan hun instrument, maar Callahan pakte zijn gitaar beet en wandelde, daarbij, getrakteerd op ontgoochelende reacties van de fans, laconiek het podium af. Oef, in de grond is de man duidelijk nog geen haar veranderd. (ChrV)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234