Donderdag 21/01/2021

Romeinen moeten brokkenlijmen

De stad Rome heeft een oproep gedaan om geld van privé-investeerders en burgers aan te trekken. Dat moet dienen om het erfgoed te renoveren én te onderhouden. 'We hebben hulp nodig', zegt burgemeester Francesco Paolo Tronca. Maar de privémedaille heeft ook een keerzijde.

Rome is niet in één dag gebouwd, luidt het beroemde spreekwoord. Maar zo'n 2.770 jaar na 21 april, 753 voor Christus, toen Romulus volgens de legende de eerste steen van de stad Rome legde, heeft de metropool aan de Tiber nog steeds nood aan de nodige (ver)bouw(ings)werken.

Alleen is Rome al lang niet meer de rijke, overvloedige stad van twee millennia geleden. Integendeel: de Romeinse schatkist is leeg, op de rekening staat zo'n 12 miljard euro in rode cijfers. De stad zelf kan, met andere woorden, niet de 500 miljoen euro voorleggen die nodig zijn om het erfgoed van zo'n twee millennia geleden te onderhouden of te restaureren. "We hebben hulp nodig om ervoor te zorgen dat Rome een referentie blijft als het op schoonheid in de wereld aankomt", vertelde interimburgemeester Francesco Paolo Tronca deze week. En die hulp moet uit de privésector komen. Tronca hoopt met zijn oproep zowel bedrijven, gefortuneerde cultuurliefhebbers als de Romeinse burger te bereiken.

De afgelopen jaren hebben enkele Romeinse monumenten al een kapitaalinjectie gekregen van bekende Italiaanse bedrijven: het Italiaanse modehuis Fendi had bijna drie miljoen euro veil om de bekende Trevi-fontein te restaureren. Sinds eind vorig jaar kunnen toeristen weer, ter bevordering van hun geluk, muntjes in het stromende water werpen.

Voorts werden de Spaanse Trappen in oktober afgesloten: toen begon de restauratie van de 144 treden, gesponsord door juwelier en luxemodebedrijf Bulgari, dat anderhalf miljoen euro beschikbaar maakte. En het meest prestigieuze project is de renovatie van het beroemde Colosseum. Het exclusieve modemerk Tod's zou meer dan 25 miljoen euro uit zijn zakken opdiepen om het iconische amfitheater te renoveren: de verkleurde façade wordt schoongespoten, de binnenkant en de ondergrondse gangen worden volledig gerestaureerd en het Colosseum krijgt een splinternieuw innovatiecentrum. In totaal zou er voor toeristen en bezoekers 25 procent extra bezoekersruimte bijkomen.

"Hopelijk kunnen we dit beschouwen als een vertrekpunt voor het herstel van het land", verklaarde Tod's-topman Diego della Valle bij de aankondiging van het project in 2014. Maar niet iedereen denkt er zo over: volgens de Associatie van Restaurateurs kunnen met privégeld gefinancierde verbouwingen tot "onherstelbare schade aan het monument" leiden, verklaarde voorzitster Carla Tomasi aan CNN.

Neoliberaal

Daarbij komt nog dat er aan deze 'vermarkting' van cultureel erfgoed natuurlijk ook een commercieel geurtje hangt. Zo heeft Della Valle vijftien jaar lang het alleenrecht verworven op het gebruik van het Colosseum-symbool als logo. "Als je op cultureel vlak zo'n neoliberaal beleid voert, verwachten geldschieters een return on investment", stelt Robrecht Vanderbeeken, auteur van het boek Buy Buy Art. "Voor bedrijven is de sponsoring van erfgoed interessant om een publiek aan te spreken dat je met gewone reclame niet kunt bereiken. Zo meten ze zich een imago aan als 'beheerder van de culturele trots'."

De vraag is: hebben Rome en Italië een andere optie? In 2010 stortte het dak van het Domus Aurea van keizer Nero deels in, van het Colosseum vielen ook al brokstukken, en de archeologische site van Pompeii, bij Napels, heeft ook niet de beste reputatie. Het geld moet van ergens komen, en privé-investeerders kunnen daar voor zorgen. Maar zo eenvoudig is dat ook niet.

"Op korte termijn kun je zeggen dat er een oplossing wordt gevonden, dat de gebouwen veilig worden gesteld. Maar dat neemt het probleem van slecht bestuur niet weg", vindt Vanderbeeken. "Een schuldenberg van 12 miljard moet je niet negeren, maar wel juist beheren. Als je de juiste prioriteiten vooropstelt, moet het wel mogelijk zijn om geld vrij te maken voor het onderhoud van cultureel erfgoed."

Onkruid

Italia Nostra, een organisatie die een 'rode lijst' met te renoveren gebouwen beheert, trekt al langer aan de mouw van de overheid én aan de alarmbel. Tronca en schepen voor Cultuur Claudio Parisi Presicce hebben deze week dus een lijst met 'Honderd voorstellen voor sponsors' vooropgesteld. Daarop staan fonteinen bij het Pantheon, op de Piazza Navona en in de Villa Borghese, maar ook het Mausoleum van Augustus, dat al lang gesloten blijft, en de Ludus Magnus, of School voor Gladiatoren, net naast het Colosseum.

"We hebben nood aan nieuwe strategieën", vertelde Presicce. "We moeten een link creëren tussen de mensen die boven in de moderne stad wonen en de antieke stad die onder hen ligt." Die mensen zijn de modale Romeinen: zij moeten volgens Tronca en Presicce helpen bij de renovatie van minder prestigieuze projecten dan de Trevi-fontein of het Colosseum. Die zijn immers minder in trek bij rijke investeerders die hun imago willen oppoetsen.

Dus wie geen 9 miljoen euro wil investeren - zoveel kost de aanleg van een nieuwe wandelweg op de Aureliaanse stadsmuren - kan ook voor de kleinst mogelijke bijdrage kiezen: zo'n 300 euro. Dat bedrag zal worden aangewend om het onkruid op de markten rond de beroemde zuil van Trajanus te wieden. Want zelfs daarvoor zijn er momenteel geen centen in de Romeinse portefeuille. Op die manier moeten de Romeinen verder bouwen aan hun eigen erfgoed en hun eigen stad, meer dan 2.700 jaar nadat Romulus eraan begon.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234