Zondag 20/06/2021

'Rome was een uniek en gevaarlijk roofdier'

'Het waren brutale tijden en over de

> www.roman-empire.net

> www.unrv.com

> Internet Ancient History

Sourcebook: Rome

vraag of iets wreed was of niet, werd niet nagedacht. Dat je je vijand afslachtte, was gewoon gezond verstand'

> Debuteerde in 1995 met de gothic roman The Vampyre: Being the True Pilgrimage of George Gordon, Sixth Lord Byron, waaraan hij vandaag liever niet meer herinnerd wordt, maar waarover hij wel het volgende kwijt wou: "Shit, op het einde geloofde ik zelf dat Byron een vampier was."

> Bewerkte Homerus, Herodotus, Thucydides en Vergilius voor BBC Radio 4.

> Schrijft ook fantasy- en horrorromans.

> Zijn meest recente boek is Persian Fire: The First World Empire and the Battle for the West.

Gesprek met Romekenner Tom Holland

Door Marnix Verplancke

Het was even schrikken die lenteochtend in het vervloekte jaar 87 v.Chr. toen de Atheners hun ogen opentrokken en vijf tot de tanden toe bewapende Romeinse legioenen voor de stadsmuren aantroffen. "Geen nood", sprak de Atheense leider Aristion - een filosoof godbetert, ze zouden het nooit leren -, die besefte in slechte papieren geraakt te zijn door de kant van de opstandige koning Mithridates te kiezen tegen de machtige Romeinen, "we zullen ze mores leren." Dus zette hij zich aan het componeren, pende een oneindig grappig lied neer waarin hij het gezicht van de Romeinse generaal Sulla vergeleek met een moerbei met een laagje havermout erover en gaf zijn leger het bevel dit lied vanop de stadsmuren te zingen. Sulla repliceerde door wat over een oetlul te roepen en uitvoerig te beschrijven waar Aristions moeder zich had opgehouden negen maanden voor zijn geboorte, waarop de Griek obscene grappen begon te maken over wat Sulla en zijn eega zoal in bed uitvoerden, geïllustreerd met een paar niets aan de verbeelding overlatende handgebaren. "Zie je dat bosje daar?", sprak Sulla ten slotte koeltjes tegen zijn mannen, "kappen die zaak." Aristion kromp ineen en smeekte: "Nee, niet dat bosje, niet doen, daar hebben Socrates en Plato nog les gegeven", maar Sulla was onverbiddelijk. Hij maakte er een belegeringstoren van.

Toen Athene niet veel later een vredesmissie zond die naar oude gewoonte vooral de lof zong van de filosofie en ervan uitging dat de generaal onder de indruk zou zijn van zoveel wijsheid, gaf deze op een nuchtere manier te kennen dat hij niet voor een oubollige geschiedenisles helemaal van Rome naar Athene was gekomen. Hij stuurde de Grieken terug naar af, liet hen eerst nog een tijdje gaar koken in hun eigen sop en viel toen aan. De haven werd volledig vernietigd en de Akropolis geplunderd. Het grootste deel van de Atheense strijders pleegde zelfmoord nog voor de Romeinen bij hen waren omdat hen dat minder pijnlijk leek. De hele Atheense regering werd geëxecuteerd en in de buitenwijken liep het bloed door de straten. Alles wat ook maar enige waarde had, waaronder de hele bibliotheek van de stad en alle marmeren zuilen, werd verscheept naar Rome en aan de leiding van Athene stond voortaan een Italiaanse regering.

Met Sulla, zo bleek, was het kwaad kersen eten, maar toch was hij een van de meest respectabele Romeinen die er ooit hebben rondgelopen. Toen zes jaar later de Romeinse republiek ten onder dreigde te gaan aan intern geredetwist en gemoord, trok hij Rome binnen, riep zich uit tot dictator en liet honderden rivalen afslachten. Na een jaar, toen de rust terug was gekeerd, deed hij vrijwillig afstand van zijn positie. Hij droeg zijn macht over aan de senaat en trok zich terug uit de politiek. "Dit is bijzonder bewonderenswaardig", aldus Romekenner Tom Holland, "en ik weet niet of er ooit een ander machthebber is geweest die zoiets heeft gedaan."

Holland is de auteur van Rubicon, het einde van de Romeinse republiek, waarin hij uitvoerig beschrijft waarom Julius Caesar niet zo bewonderenswaardig was als Sulla. Toen deze in 49 v.Chr. na tien jaar in Gallië gevochten te hebben ter meerdere eer en glorie van Rome (en zichzelf natuurlijk), te horen kreeg dat hij bij zijn terugkeer in deze stad wellicht vervolgd zou worden wegens ongeoorloofd moorden en veroveren, deed hij wat niemand hem ooit had voorgedaan. In plaats van het commando over zijn troepen neer te leggen, stak hij de rivier de Rubicon over met zijn legers, rukte op naar Rome en greep er de macht, daarbij de republiek als staatsvorm van de kaart vegend tot in de Renaissance.

"Het fascinerende aan de Griekse en de Romeinse cultuur", zegt Holland met een stem die praktisch niet van deze van Tony Blair te onderscheiden is, "is de notie van burgerschap. Iedere vrije burger had een rol te spelen in het bestuur en de verdediging van de stad waar hij deel van uitmaakte. Daardoor waren die beschavingen zo anders dan die uit het Midden-Oosten of Egypte, waar koninkrijken bestonden. Zij waren heel succesvol, in die mate zelfs dat ze naast zich weinig anders duldden. Rome slokte alles op wat in zijn buurt lag, zodat er uiteindelijk maar één vrije stad meer overbleef: Rome zelf. Zo ontstond een situatie die te vergelijken is met een steeds armer wordend ecosysteem. Ten slotte blijft er nog één soort over en wanneer die ten onder gaat, is alle leven uitgestorven. En dat gebeurde toen Caesar de Rubicon overstak."

Had Rome een wereldrijk kunnen opbouwen als het geen republiek was geweest?

"Geen sprake van. En dat dachten de Romeinen zelf ook trouwens. Volgens hen was hun succes volledig te danken aan hun vrijheid en bestuursvorm. Vrijheid was voor hen een vrijbrief om te veroveren, grandioos voor de Romeinen zelf, maar jammer voor de buren. De Romeinse samenleving was heel competitief en iedere Romein voelde dat hij meedeelde in de eer van zijn stad. Het was dus heel belangrijk om je de betere te tonen van de steden rondom je en ze te onderwerpen aan de Romeinse macht en eer. Wanneer ze ten strijde trokken deden ze dat als leden van een hechte gemeenschap die niemand boven zich duldde. De aristocratie kon ieder jaar opkomen in de consulverkiezingen en eens verkozen aan het hoofd staan van een leger. Er was dus een constante toevoer van hoogst ambitieuze mannen die oorlogen wilden winnen en dat zorgde ervoor dat Rome een uniek en aartsgevaarlijk roofdier was. Het idee van een koning ging daar helemaal tegenin en Romeinen keken dan ook neer op volkeren die zich door een koning lieten regeren. Zo is er een mooie anekdote over een Romeinse proconsul die de koning van Egypte bezocht. Die man was beschamend dik en ging in zijden gewaden gekleed. De Romeinen vonden hem meteen een verwijfde papzak. De proconsul begon als een gek door de straten van Alexandrië te stappen, zo vlug dat de koning moest lopen om hem bij te houden, waardoor zijn vetkwabben onder de zijde tegen elkaar begonnen te slaan. De Romeinen vonden dat een grandioze, vernederende grap en het vat mooi samen waarom ze zichzelf zo goed vonden in vergelijking met de anderen: zij waren vrij, nobel, principieel en mannelijk, terwijl koningen verwijfde zwakkelingen waren op wie je alleen maar kon spuwen."

En ze waren ook extreem gewelddadig, die Romeinen. Een overwonnen stad werd, op een paar uitzonderingen na zoals Sulla in Athene, volledig uitgemoord, vrouwen, kinderen en huisdieren incluis.

"Wij denken nogal graag dat koninkrijken barbaars waren en republieken humaan, maar Rome bewijst inderdaad dat daar niets van aan is. Rome was barbaars, zonder enige twijfel, maar we mogen niet vergeten dat de grote veroveringen plaatsvonden voor de morele revolutie die het Christendom teweeg zou brengen. Rome staat dus niet alleen in zijn gruwelijkheid. Alle culturen waren zo. Het waren brutale tijden en over de vraag of iets wreed was of niet, werd niet nagedacht. Dat je je vijand afslachtte, was gewoon gezond verstand. En ook dit lijkt in een republiek erger te zijn geweest dan in een koninkrijk. Kijk bijvoorbeeld naar Athene. Die stad is nooit gevaarlijker geweest dan toen het een democratie was."

Ook voor de eigen consuls en senatoren was de republiek genadeloos. In geen enkel boek heb ik zoveel politici weten vermoord worden of zelfmoord plegen als in het uwe.

"Nochtans was intern moorden voor de Romeinen iets voor barbaren. Aan de koninklijke hoven van het Midden-Oosten rolden er constant koppen, zo werd er gezegd, maar niet in Rome, want in een republiek gebeurde dat niet. Als er dan toch sociale onlusten uitbraken en een paar senatoren het hoofd kwijtspeelden, was dat voor de Romeinen een duidelijk bewijs van wat er zou gebeuren als ze de gebruiken en gewoonten van de republiek lieten schieten. Het resultaat was dat de doodstrijd van die republiek bijna tot in het oneindige gerekt werd en dat er doden bleven vallen. En toen die republiek dan uiteindelijk toch stierf, was dat bijzonder bloederig."

De persoonlijke belangen van de Romeinse machthebbers leken nogal eens samen te vallen met die van de staat, zo blijkt uit uw boek. Wie proconsul werd, zat financieel op rozen voor de rest van zijn leven.

"Dat is niet helemaal waar, maar het leek vaak zo. Dat komt vooral doordat de Romeinen geen politieke partijen hadden. Als kandidaat voor de senaat of het proconsulschap moest je je niet bij een programma aansluiten of een bepaald idee uitdragen. Voor de Romeinen was ambitie voldoende. Dat was een deugd. De christelijke revolutie heeft ambitie verdacht gemaakt, maar de Romeinen waren daar heel eerlijk in. Wie niet ambitieus was, was verachtelijk. Als burger diende je dus altijd je best te doen, maar wel ten dienste van de republiek. En de republiek stelde grenzen aan je ambitie. Als je de republiek zelf in gevaar bracht, werd je teruggefloten. Caesar overschreed de grenzen, stelde zijn eigenbelang boven dat van de republiek en moest daar uiteindelijk voor boeten. In die zin is het niet verbazingwekkend dat de republiek in elkaar is gestort, maar wel dat ze het zo lang heeft uitgehouden. Een paar eeuwen lang zag Rome extreem machtige mannen passeren die door hun overwinningen schatrijk waren geworden en zich niettemin neerlegden bij de autoriteit van de republiek. Dat kon niet blijven goed gaan natuurlijk"

In hoeverre speelden perversie en spilzucht een rol in de neergang van de republiek?

"De republiek is ten onder gegaan aan haar eigen deugden en verwezenlijkingen. De leiders ervan werden zo onschatbaar rijk dat ze uiteindelijk de republiek zelf te gronde konden richten. Caesar was een heel traditionele Romein: een man met mogelijkheden, sterk en van zich afbijtend en uit op glorie en eer. Hij won de ene na de andere oorlog voor Rome en stuurde massa's buit naar huis. Misschien was hij een te goede republikein. Hij wist van geen ophouden."

Maar wat had hij anders kunnen doen? De man geeft een groot deel van zijn leven voor Rome en bij zijn terugkeer wil men hem vervolgen omdat hij te veel veroverd heeft.

"Hij had zonder enig probleem het commando over zijn troepen kunnen neerleggen. Dat is wat ieder ander deed. Natuurlijk zou hij voor het gerecht gedaagd zijn, maar hij was inmiddels zo rijk als de zee diep is. Hij had zonder enige moeite de jury kunnen omkopen, dat deed iedereen. Dat zou toch veel beter geweest zijn dan de republiek omverwerpen? Dat men hem wou vervolgen, was trouwens niet zo uitzonderlijk. Dat was het politieke spel van die tijd. Zo verzekerde de republiek zich van haar voortbestaan: als er iemand te machtig werd, stonden de anderen op om hem weer neer te halen. Je zou het kunnen vergelijken met de wetten van het kapitalisme: een onverbiddelijke strijd en één persoon mag niet al te machtig worden of de regels van het spel hebben eronder te lijden. Zo ging dat ook in Rome: hoe hoger je klom, hoe meer vijanden je maakte en hoe groter de kans dat je in het stof zou bijten. Dat kon Caesar niet verdragen."

Dat is wel hard om te horen voor ons Belgen. Sinds hij ons de dappersten onder de Galliërs noemde, hadden we immers een serieuze boon voor hem.

"Kijk, ik ben ook via Asterix bij de Romeinen beland. Caesar was mijn grote held, en als ik aan de man denk, zie ik hem nog altijd als die stripfiguur, maar de Gallische oorlog is echt niet verlopen zoals in die strip. Bij Asterix sterft er nooit iemand. De Galliërs krijgen een slag op hun ketel en dan vliegen er allemaal kleine sterretjes rond hun hoofd. De verleiding is groot te geloven dat Caesar op die manier Gallië veroverde, maar het tegengestelde is waar. Wat de Romeinen in Gallië uitrichtten, lag niet ver van een genocide. Ongeveer één miljoen Gallische slachtoffers maakte Caesar en nog eens één miljoen mensen werden als slaven naar Rome afgevoerd. Achthonderd dorpen werden verwoest en platgebrand. En dat allemaal ter eer en glorie van Caesar. Hoe getalenteerd en charmant Caesar ook geweest mag zijn en hoe vergevingsgezind naar de andere Romeinen toe, hij heeft zich een weg naar de top gebaand via een bloedbad. Zelfs zijn tijdgenoten dachten dat al. Cato stond in de Senaat op om Caesar van oorlogsmisdaden te beschuldigen. 'Aangezien hij dit doet in naam van Rome', zei de senator, 'zal hij de woede van de goden op ons doen neerdalen. We moeten hem dus overleveren aan de mensen die hij aanvalt'. Natuurlijk speelde Cato zijn eigen politieke spelletje door zoiets voor te stellen en had hij meer op het oog dan de naleving van de ethische normen van zijn tijd, maar de verontwaardiging was oprecht, en niet alleen bij hem. Voor de Romeinen was een ander volk aanvallen geen deugd op zich. Je kon dat alleen eervol doen als je bedreigd werd. Uiteindelijk veroverden ze de hele wereld, maar ze deden het wel uit zelfverdediging hé."

Wat was er zo speciaal aan die Caesar dat hij het zo ver schopte binnen de republiek?

"Hij was wat men een popularis noemde, wat niet meteen betekent dat hij een socialist avant la lettre was, aangezien hij geen programma had. Nee, hij besefte het belang van contact met het volk: cadeaus geven, de zaken uitleggen in hun termen en de showman uithangen. Hij wist wat hij moest doen om de aandacht te trekken en op de tongen van het volk te rijden. In Gallië werd hij zo rijk dat hij Rome brood en spelen kon schenken. Hij liet luxueuze openbare gebouwen neerzetten, gaf prachtige feesten waarop iedereen welkom was en werd zo de populairste Romein van zijn tijd. Hij was bij wijze van spreken iedere dag op de tv en de tabloids hadden altijd wel een leuk verhaal over hem. Zo werkte Rome. Dat was politiek. Anders stemde er niemand voor jou."

Zoveel is er dus niet veranderd?

"Inderdaad. Je kunt de beste, dapperste politicus zijn zonder public exposure of de flamboyante showman die niets te vertellen heeft, maar iedereen inpakt. Eén keer raden wie de verkiezingen wint. Dat is te vergelijken met het verschil tussen Bush en Gore tijdens de voorlaatste Amerikaanse presidentsverkiezingen. Gore was duidelijk een zwaargewicht die zijn dossiers kende en waarbij je in slaap viel. Bush daarentegen wist niet erg veel, blunderde er maar op los, maar was wel de man met wie de modale Amerikaan graag een pint zou gaan pakken. Dus werd hij de winnaar. Die verkiezingen waren trouwens helemaal Romeins te noemen, zoals ze voor het gerechtshof eindigden en er beschuldigingen van omkoperij door de lucht vlogen. En toch waren ze ook duidelijk democratisch. Dat is precies hoe Rome werkte."

Na Caesar kwam Augustus, die de kalmte terugbracht in Rome. Wat deed hij goed terwijl Caesar faalde?

"Caesar was ongeduldig. Hij kon na een tijd niet meer overweg met het conservatisme van zijn stadsgenoten. 'Wat is de republiek?', vroeg hij zich in het openbaar af. 'Niet meer dan een naam.' Hij maakte het meer dan duidelijk dat hij de gewoonten en tradities van de republiek verachtte. Daar wou hij geen tijd meer voor vrijmaken. Dus dachten de anderen dat hij een koning wou zijn en vermoordden ze hem. Wat Octavianus - later Augustus genoemd - daaruit leerde, was dat de essentie van de macht de schatkist was. Want uit die schatkist kon je meer soldaten betalen dan de anderen. Maar hij besefte ook dat je dit nooit in het openbaar mocht tonen of zeggen. Ook al stond je aan het hoofd van alle legers in het land en beschikte je over de schatkist ervan, toch moest je je steeds gedragen alsof je nog steeds in een republiek leefde. Hij presenteerde zich zelfs als de redder van die republiek, terwijl hij in feite de man was die haar finaal de nek om wrong door de senaat een louter raadgevende functie te geven. Wat hij tentoonspreidde, was de meest perfecte vertoning van politieke hypocrisie uit de hele geschiedenis, zo goed dat zelfs de Romeinen erin geloofden, de rust terugkeerde en er voor het eerst sinds lang weer echt grote kunst werd gemaakt, zoals de Aeneïs van Vergilius en de Satiren van Horatius."

'Caesar was de populairste Romein van zijn tijd. Hij was bij wijze van spreken iedere dag op de tv en de tabloids hadden altijd wel een leuk verhaal over hem. Zo werkte Rome. Dat was politiek. Anders stemde er niemand voor jou'

Tom Holland

Rubicon, het einde van de Romeinse republiek

Oorspronkelijke titel: Rubicon. The Triumph and Tragedy of the Roman Republic

Vertaald door Boukje Verheij

Athenaeum - Polak & Van Gennep,

Amsterdam, 423 p., 19,95 euro.

'Wie niet ambitieus was, was verachtelijk. Als burger diende je dus altijd je best te doen, maar wel ten dienste van de republiek'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234