Dinsdag 12/11/2019

Rome by night

Ian Fisher was vier jaar lang bureauchef voor 'The New York Times' in Rome. Lang genoeg om Rome by night te doorgronden. 's Nachts ziet de geschiedenis er anders uit, maar bovenal: de stad leeft nog volop.

Door Ian Fisher / Foto's Tyler Hicks

Ooit was het nachtelijke Rome een levensgevaarlijke plek. Volgens hekeldichter Juvenalis kon je er het slachtoffer worden van rovers, moordenaars en rondvliegende nachtpotten.

"Als je 's avonds op straat rondloopt, kan de dood je uit elk open raam bespringen", schreef hij zowat 1.900 jaar geleden. "Je moet al goed gek zijn als je moedwillig de ogen sluit voor het gevaar en uit eten gaat zonder eerst je laatste wilsbeschikking te hebben opgesteld."

Tegenwoordig kun je 's avonds in alle veiligheid uit eten gaan in Rome. Er heerst weinig straatcriminaliteit en de riolen zitten netjes onder de grond verstopt. De nacht hult Rome niet zozeer in duisternis. Hij verlicht integendeel de vele delen van de stad die je echt moet hebben gezien. In het donker wordt Rome een levend clair-obscur van de stad waar Caravaggio heeft gewoond en geschilderd. Als je tijdens de hete zomermaanden 's avonds gaat eten in Da Giggetto in het Joodse Getto kun je rustig de tijd nemen om van je artisjokken te genieten. En intussen bewonder je de verlichte zuilen van de Porticus van Octavius die dateren van anderhalve eeuw voor Christus. Niet zo ver hiervandaan ligt het Colosseum, waar de toeristen tijdens de Verlichting 's nachts rondstruinden.

's Nachts is Rome een stad die verlicht is als een theater en vooral in de warmere maanden moet je de stad ook echt als een theater zien. Georgina Masson, die in 1965 de klassieke reisgids The Companion Guide to Rome schreef, gaf de toeristen de raad om Rome tijdens hun eerste bezoekje 's avonds te gaan verkennen. Haar eerste wandeling begint op de plek waar Rome is gesticht, aan de Capitoline-heuvel. Michelangelo, zo schrijft ze, heeft er een plein ontworpen als was het een theater dat uitziet over de bultige ruïnes van het Forum. "Als je het overdag bezoekt, moet je al over de kennis van de archeoloog en de verbeeldingskracht van de dichter beschikken", schreef ze. "Maar 's nachts is het helemaal niet zo moeilijk om je de statige rijen tempels met hun zuilen voor de geest te halen. Bovenop de tempels prijken de vergulde standbeelden en tegen de nachtelijke hemel tekenen zich de kolossale basilieken af."

Ik was hier bijna vier jaar bureauchef bij de krant The New York Times. Nergens anders dan op de Capitoline-heuvel kun je in één oogopslag zo veel van de geschiedenis van Rome zien. Daarmee vind ik zeker het warm water niet uit, integendeel. En zoals juffrouw Masson schrijft, kun je er beter komen als de zon ondergaat. Aan de verste kant van de heuvel, op de Via dei Fori Imperiali, kun je je wandeling door de tijd aanvatten. In het zuiden zie je het Colosseum oplichten. Als je de Via di San Pietro in Carcere volgt, kom je op de Piazza del Campidoglio van Michelangelo terecht. Daar is een replica van het ruiterstandbeeld van filosoof-keizer Marcus Aurelius te zien (het origineel bevindt zich in het Capitoline Museum). Het standbeeld is niet verlicht, maar het is daarom niet minder heroïsch. De eenzame ruiter staat in het hart van de stad in het centrum van de wereld, zoals Rome vaak wordt genoemd. Als het Forum voor antiquiteit staat, zijn de ovalen piazza en de drie paleizen echte schoolvoorbeelden van de renaissancestijl. 's Avonds is het moeilijk om de details van de gebouwen te ontwaren, maar net dan komt hun harmonie en, zo je wilt, hun romantiek, des te beter tot uiting.

Als we Michelangelo z'n trap aflopen, krijgen we nog meer van dat allegaartje van tijdperken te zien. Aan de overkant van de straat bevindt zich het mini-Colosseum van het theater van Marcellus en rechts zie je de ruïnes van de Porticus van Octavius. Hier hebben ze, zoals op veel andere plekken in Rome, de verlichting benaderd op de manier waarop de Italianen met eten omgaan: er is zo veel waar je mee aan de slag kunt gaan, dat het zinloos wordt om de dingen nog op te smukken. De lichten accentueren alleen maar wat er zo al te zien is. Niet meer, maar ook niet minder. Maar ook hier is het duistere kantje van de geschiedenis van de stad voelbaar aanwezig. Op deze plek werden zowat tweeduizend Joden, die al sinds de oudheid in Rome woonden, in 1943 bijeengedreven en naar de dodenkampen afgevoerd. Achter de ruïnes, op de Via del Portico d'Ottavia, bloeit het Joodse Getto als nooit tevoren. Veel van de winkeltjes blijven er tot 's avonds laat veel volk over de vloer krijgen. Vlakbij ligt de kleine Piazza Mattei, waar vier bronzen jongens in de Fontein van de Schildpadden spelen. Hou even halt bij Largo Argentina, waar de zuilen van de Republikeinse Tempels, meer dan tweeduizend jaar oud, oprijzen tegen de nachtelijke hemel (maar die laten zich wel moeilijker bewonderen dan de vele tientallen ongewenste zwerfkatten die hier hun toevlucht hebben gezocht). Het is een goede plek om de korte nachtelijke wandeling door de Romeinse geschiedenis af te sluiten, want het was hier, en niet in het Forum, dat Julius Caesar in het jaar 44 voor Christus op 15 maart om het leven is gebracht toen de zon begon onder te gaan (althans volgens bepaalde bronnen).

Maar de geschiedenis is niet de enige reden om 's avonds door Rome te slenteren. De inwoners weten maar al te goed dat Rome gewoonweg een heerlijke stad is om in rond te kuieren. Rome is namelijk een stad die op mensenmaat is gegroeid. De inwoners komen massaal op straat om te genieten van de zwoele zomeravonden. En zo hoeft de toerist meteen ook niet meer te twijfelen: hij doet wat de Romeinen doen.

De Piazza del Popolo, ooit de noordelijke toegangspoort van Rome, is daar een uitstekend voorbeeld van. Elke avond, maar vooral tijdens de warme weekends, komen de Italianen hier kuieren en shoppen. Hun tienerkinderen doen hun uiterste best om er toch maar cool uit te zien terwijl ze op de piazza rondhangen. Wij zijn hier vaak met ons gezin naartoe gekomen. We lieten ons op de menselijke golf meedrijven naar de Via del Corso in het zuiden.

Van daaruit gaat het naar de Piazza di Spagna, waar het dag en nacht over de koppen lopen is. De piazza en de beroemde Spaanse trappen zijn al met alle mogelijke superlatieven overladen. Goethe, Joyce, Byron, Shelley en Keats waren er wild van. Keats is er in 1821 gestorven in het nummer 26, dat nu een museum is. Maar de piazza en de trappen kunnen niet iedereen bekoren. In december 1872 kwam Henry James er tijdens zijn tweede bezoek aan Rome. Hij was ziek, maar besloot toch nog een avondwandelingetje te maken. De Piazza di Spagna liet hem behoorlijk koud. "Het was er helemaal stil en verlaten en de trappen zagen er verbazend klein uit", schreef hij. "Alles zag er zo schraal, duister en provinciaal uit. Kan Rome dan echt zo'n aangename plek zijn?"

Maar als je ziet hoeveel mensen er naar de Piazza di Spagna komen afgezakt, is James hier duidelijk in de minderheid. Anders dan veel andere plekken in de stad, die bekendstaan om hun uitzicht, vormt de Piazza di Spagna een ingesloten universum. 's Avonds wordt dat gevoel nog versterkt. De verticale uitgang wordt aangegeven door de verlichte Fontana della Barcaccia, die een grillige visserssloep voorstelt. Voor de dubbele torens van de Trinità dei Monti-kerk bovenaan de Spaanse Trappen staat ook nog een oplichtende obelisk.

Als je je in Rome meer letterlijk in een theater, of in een bioscoop, wilt wanen, moet je zuidwaarts lopen, naar de Trevifontein. Op alle uren van de dag en de nacht zie je hier hoofdzakelijk toeristen, massa's toeristen. Maar de fontein blijft een icoon van de kunst, het spektakel en de cultuur. De machtige Oceanus staat vlak voor je en je ziet hoe hij het water temt. De fontein is een metafoor voor de aquaducten die de stad in de oudheid van water voorzagen. Maar voor veel mensen zal deze plek ook wel herinneringen oproepen aan de beroemde scène uit de film La Dolce Vita van Fellini. In de bewuste scène doken Anita Ekberg en Marcello Mastroianni samen in de fontein. Maar zelfs al zie je er zo goed uit als zij toen, een duikje in de fontein zal je hier duur te staan komen, hoe heet het ook is. En heet kan het hier worden. In juli en augustus kan de temperatuur oplopen tot meer dan 32 graden. Veel Romeinen vluchten naar het strand, maar het stadsbestuur heeft ervoor gezorgd dat ook de achterblijvers van het mooie weer kunnen genieten. Overal in de stad worden er toneelopvoeringen, films en concerten in de openlucht georganiseerd en op de terrasjes kun je ook een hapje eten. Het is hier zelden te koud en het hele jaar door valt er 's avonds dan ook heel wat te beleven. De spectaculairste activiteit is misschien meteen ook wel de duurste. Voor 250 euro per persoon kun je in kleine groepen en met een privégids na sluitingstijd het Vaticaanse museum bezoeken. Overdag ziet het in de museumzalen zwart van het volk en is het schuifelen, maar 's nachts waan je je er in een droom. De Sixtijnse kapel hoef je met maar een tiental andere mensen te delen en niemand vaart tegen je uit als je een foto maakt. "Het is werkelijk overweldigend", zei Angela Desmond uit Washington die op reis was met Italy With Us (www.italywithus.com). "Je hebt het museum helemaal voor jou alleen."

Maar op de ene of andere manier lijkt de beroemdste kapel ter wereld ook de contrasten, die vooral 's avonds tot uiting komen, mee in de verf te zetten. Op het plafond is 'Het Scheppingsverhaal', het verhaal van het licht en de hoop, te zien. 'Het Laatste Oordeel' op de muur staat dan weer voor het lijden en de dood. Als je er buiten stapt, roept het nachtelijke Rome beelden op van Leonardo da Vinci die de dode lichamen van geëxecuteerde gevangenen mee naar huis smokkelt om ze daar te kunnen ontleden. Die verboden dissecties hebben ons overigens een aantal van de mooiste schilderijen uit de geschiedenis opgeleverd.

Maar misschien vind je deze metaforen wel wat te hoogdravend en ben je niet bereid om een smak geld neer te tellen voor een privérondleiding. In dat geval kun je nog altijd gratis rondwandelen op het Sint-Pietersplein. En dat is toch ook telkens een belevenis op een zomerse avond. Overdag is het er heet en staan er lange rijen mensen te wachten om een gratis glimp van de Sint-Pietersbasiliek op te vangen. Maar 's avonds is het stil en leeg op de verlichte kasseien van de Via della Conciliazione die door keizer Caligula naar Rome zijn versleept. De weg leidt naar de zuilengalerij van Bernini en naar de koepel en de obelisk van Michelangelo. Je kunt zelfs zien of paus Benedictus XVI nog wakker is. Zijn slaapvertrekken bevinden zich namelijk achter de bovenste twee ramen aan de rechterkant van het Apostolisch Paleis en zien uit over het plein. Je kunt je meteen ook de bedenking maken dat het toch jammer is dat het Vaticaan zijn meest dramatische nachtelijke spektakel heeft geschrapt. Jarenlang werd het complex op Pasen verlicht met duizenden kleine papieren lantaarns. Het effect zou ronduit spectaculair zijn geweest.

"Terwijl de nacht geleidelijk aan viel, werd de verlichting er steeds mooier op", zo gaat het in een document uit 1818. "De gigantische kerk met haar zuilen, kapitelen, kroonlijsten en frontons... Alles tekende zich af in vurige lijnen."

Een nachtelijk bezoekje aan de Janiculum, een andere Romeinse heuvel, is niet minder magisch, al is de omkadering er dan minder opzichtig. Hier heb je het spectaculairste uitzicht over Rome en is het genieten van een organisch en onvoorstelbaar breed panorama. Voor je zie je zowel het lichte marmer van het Vittoriano-monument op de Piazza Venezia als de koepel van het Pantheon en de grote bronzen engel die waakt over de Engelenburcht.

In de zomer, en dan vooral in augustus, doen veel restaurants en winkels de deuren dicht. Maar dat maakt de stad dan weer goed door veel bekende plekken open te stellen voor concerten en films en dies meer. Een van de aangenaamste plekken is de Engelenburcht nabij de Tiber. De burcht is gebouwd als grafmonument voor keizer Hadrianus en werd in de middeleeuwen omgebouwd tot kasteel. De burcht staat in de buurt van het Sint-Pietersplein en is via een verborgen doorgang in de muren van het Vaticaan bereikbaar. Zo konden de pausen er altijd hun toevlucht nemen als de nood het hoogst was. Normaal sluit de burcht de deuren al in de vooravond, maar 's zomers worden er concerten en lezingen gegeven en kun je er dineren. Vlak ernaast wordt er ook een tijdelijk strand, met echt zand, aangelegd. Boven in de burcht heb je een terras dat door Michelangelo is ontworpen. Het uitzicht is er fenomenaal. Aan de ene kant zie je de koepel van het Vaticaan, aan de andere kant strekt zich het volledige centrum van Rome uit, en beneden stroomt de rivier.

Het belangrijkste zomerfestival vindt plaats op het eiland in de Tiber. Het enige eiland in de rivier in het centrum van Rome was ooit een ballingsoord voor slachtoffers van de pest en criminelen. Tussen juni en september staat het elke avond vol restaurants en bars en op de marktjes kun je kleren, boeken en handwerk kopen. De temperatuur, en het nachtelijke uitzicht over Rome, kun je in je opnemen terwijl je aan een koel glas bier nipt, aan een oosterse waterpijp lurkt, of een ommetje maakt. Op het eiland vindt ook het jaarlijkse filmfestival plaats. Het witte doek wordt buiten opgesteld en de toeschouwers zitten in plastic stoeltjes en niet op dekens op de grond.

Wie de Engelse taal machtig is en uit is op wat vertier, kan dan weer een voorstelling meepikken van de Miracle Players. Sinds 1999 brengt de toneelgroep elke week ironische toneelstukken. Daarbij doen de ruïnes van het Forum dienst als podium. Zo brachten ze vorige zomer het stuk Caesar, more than just a salad. Het levendige stuk duurt veertig minuten en gaat over het leven van de keizer. Het is doorspekt met citaten uit antieke bronnen, maar het gezelschap lijkt de mosterd vooral bij Monty Python te hebben gehaald. Tijdens de voorstelling dwaalden mijn ogen af naar het ruimere podium: het Forum bij zonsondergang. Het stuk wordt opgevoerd vlak naast de Mamertijnse gevangenis, de plek waar Sint-Pieter volgens de legende voor zijn kruisiging gevangen werd gehouden, al hebben sommige historici daar hun twijfels bij. Ook de grote boog van keizer Septimius Severus is hier te bewonderen. Verderop zie je dan, in vele tinten van roze en geel terwijl de zon ondergaat, het Forum en het Colosseum. Op een bepaald moment zul je het beu zijn om vooral geen oogcontact te maken met de straatmuzikanten die 'O Sole Mio' staan te zingen. Geloof me vrij. Maar dan kun je gelukkig een van de concerten meepikken die de stad organiseert. Het beste is het jazzfestival in Villa Celimontana. Het festival vindt er al meer dan tien jaar plaats in een oogverblindend renaissancepaleis, in de schaduw van het Colosseum en de Thermen van Caracalla. Het festival weet heel wat internationale artiesten te strikken, maar vorig jaar stonden er ook veel Italianen op de affiche. Zo waren zangeres en componiste Maria Pia De Vito en drummer Roberto Gatto van de partij. Als de zomerse hitte je uiteindelijk te veel wordt en je wilt de stad ontvluchten, zit er eigenlijk niks anders op dan de heuvels van Alban in te trekken. Op amper 25 kilometer ten zuidoosten van het centrum van Rome kun je er in het stadje Frascati op adem komen. Eeuwen geleden gingen de keizers al afkoeling zoeken in de heuvels en de moderne Romeinen trekken er nog altijd naartoe als het ze te heet wordt. Beginnen doe je op de Piazza del Mercato. In een van de vele tientallen kleine winkels en marktkraampjes kun je plakjes porchetta, heerlijk geroosterd varkensvlees, kopen, samen met kaas, brood, olijven, artisjokken en al die andere dingen die er zo smakelijk uitzien. Daarna loop je naar een van de kantines waar ze gekoelde wijn uit Frascati verkopen. Neem plaats aan een van de gammele tafeltjes en bestel een litertje wijn. Haal je picknick boven en dan is het genieten van het sprookjesachtige licht dat je in het verre, nachtelijke Rome ziet fonkelen. n

De nacht hult Rome niet zozeer in duisternis. De delen van de stad die je móet gezien hebben, zijn altijd verlicht

's Avonds is het moeilijk om de details van de gebouwen te ontwaren, maar net dan komt hun harmonie en, zo je wil, hun romantiek, des te beter tot uiting

Rond de Engelenburcht aan het Sint-Pietersplein wordt in de zomer een strand aangelegd. Boven de burcht is een terras dat nog door Michelangelo is ontworpen

Licht aan

* Van juni tot begin september organiseert de stad Rome concerten, filmvoorstellingen, toneelopvoeringen en andere evenementen. Het programma voor dit jaar ligt nog niet vast, maar als het is opgesteld, zal het online te raadplegen zijn op www.estateromana.comune.roma.it.

* Als je uit eten wilt gaan, of een muziekoptreden of een ander evenement wilt meepikken, kun je beter een exemplaar van de wekelijkse gids Roma C'è kopen (1,50 euro). Die vind je in de krantenkiosken op straat, maar ook online op www.romace.it/site/ englishsection.php.

* Voor toeristen die het geluk hebben niet op een euro meer of minder te moeten kijken, is het Grand Hotel de la Minerve (Piazza della Minerva 69, 0039-06/695.201, www. grandhoteldelaminerve.com) naast het Pantheon een absolute aanrader. De kamers (een tweepersoonskamer kost minimum 470 euro) en de service zijn onberispelijk. De bar op het dak is prijzig, maar zonder weerga.

* Ook Hotel Ponte Sisto is niet goedkoop (385 euro voor een tweepersoonskamer), maar wie via het internet boekt, betaalt vaak minder (Via dei Pettinari 64, 0039-06/686.310, www.hotelpontesisto.com). Het hotel is schitterend gelegen en bevindt zich vlak naast de Ponte Sisto over de Tiber. Als je de brug oversteekt, kom je in de wijk Trastevere terecht en naar de Campo de' Fiori, de Piazza Farnese en de Piazza Navona is het maar een kort eindje stappen.

* Restaurant Pierluigi (Piazza de' Ricci 144, 0039-06/686.13.02, www.pierluigi.it) is zowel bij de Romeinen als bij de toeristen populair. En niet zomaar. In de zomer staan de tafeltjes buiten op de Piazza de' Ricci opgesteld, op de Via Monserrato, in de charmante middeleeuwse buurt ten noorden van de Tiber. Vis- en schaaldieren zijn de specialiteit van het huis. Probeer als voorgerecht zeker eens de inktvis.

* Minder bekend, maar uitstekend in een stad waar restaurants vooral op de traditie teren en weinig vernieuwend zijn, is Bir & Fud (Via Benedetta 23, 0039-06/589.40.16, www.birefud.it) in Trastevere. Een veredelde pizzeria die de beste ingrediënten op een verrassende manier met elkaar combineert. Maar de echte ster is het bier. Het wordt ter plaatse gebrouwen en is op warme zomeravonden het perfecte gezelschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234