Dinsdag 12/11/2019

'Roger wist wat hij wilde en werkte hard'

Dik 7.110 pv's, 905 ondervragingen, 49 rogatoire commissies, 500 kartonnen dozen, vertalingen in het West-Armeens... Na meer dan twintig jaar obstructie vanwege Roger De Clerck en zijn advocaten is het enige resultaat van het fraudeonderzoek dat 'Boer Clerck' nog eens 22.500 euro op zijn rekening mag bijschrijven. 'Let op: we spreken hier over een fraude van 450 miljoen euro.' Portret van het echte goddelijke monster.

'U moet dat als gewone burger eens proberen", zegt de politieman die vijftien jaar lang jacht hielp maken op de miljoenen van Roger De Clerck (87), tapijtmagnaat. "Naar de rechter stappen en eisen dat uw dossier, duizenden pagina's dik, wordt vertaald naar het West-Armeens. Een jaar tijd verloren doen gaan en dan klacht indienen wegens 'overschrijding van de redelijke termijn'. Dat ging hier om een fraude van 18 miljard Belgische frank, 450 miljoen euro. Allemaal in de zakken van Boer Clerck."

De speurder kijkt uit naar zijn vervroegd pensioen. Hij wil vissen, paardrijden en wandelingen maken door het bos. Dingen doen, zegt hij, die nuttig zijn. Nuttiger dan, bijvoorbeeld, door een vergrootglas speuren naar de lettertjes in het inktlint van een schrijfmachine.

In 2007 werd in het parlement een commissie Grote Fiscale Fraudedossiers opgericht. Die moest onderzoeken hoe het komt dat in dit land zo veel grote fraudedossiers blijven aanslepen en nooit de rechtbank halen. Met stip op één: de zaak-Beaulieu. Het dossier vertegenwoordigt 7.110 processen-verbaal, 160 huiszoekingen (waarvan enkele in ministeriële kabinetten), 905 ondervragingen en 49 rogatoire commissies in het buitenland. De commissie hoorde de Brusselse magistraat Paul Dhaeyer, die nog snel dit meegaf: "Het gaat om tien aparte dossiers, samen goed voor 500 kartons. Ik weet niet of u zich dat kunt voorstellen. Ik had ze misschien moeten meebrengen, zodat u zich een beeld kon vormen. Menselijk gesproken is dat onbeheersbaar."

De commissie kwam in haar eindrapport tot deze conclusie: "Een strategie werd ontwikkeld om alle dossiers tot op het bot te onderzoeken. Deze techniek, die eigen blijkt te zijn aan de tijdgeest van eind de jaren tachtig, heeft tot gevolg gehad dat het dossier-Beaulieu tot een monsterdossier is uitgegroeid dat nog zeer moeilijk te beheersen en te sturen valt."

Hoog bezoek

In het West-Vlaams zoals het wordt gesproken in Wielsbeke is wrochten de overtreffende trap van werken. Wrochten is wat het geknielde boertje doet in het standbeeld voor de Sint-Laurentiuskerk. Daaronder staat gebeiteld: "Aandenken aan De Vlasser. Die tussen 1860 en 1960 door mateloos noeste arbeid de welvaart bracht aan de Golden River." De rijkdom van tapijtmagnaat Roger De Clerck, zo geloven de mensen hier graag, is er gekomen door mateloos noeste arbeid. Dat ging terug op de familietraditie in het Goed Ter Leembeek, het boerderijtje aan wat vandaag de Lindestraat is. Het gemeentelijke bejaardentehuis is genoemd naar het boerderijtje, zoals wel meer gebouwen en diensten in Wielsbeke.

De man van Mariette Van Walleghem (86) was vlasser. "Ze begonnen om vijf uur", legt ze uit. "Ze zetten het vlas op buidels, en dan in rood sop. Wrochten, wrochten, altied mô wrochten. En op een dag: gedaan. Ik heb Boer Clerck nog zien stampvoeten. Kwaad dat hij was omdat hij niks meer kreeg voor zijn vlas. Zo is hij altijd gebleven. Gejaagd. Een beetje zot, eigenlijk. Mijn twee zonen hebben later in zijn fabriek gewrocht. Na een paar jaar zijn ze gestopt. Boer Clerck deed lelijk tegen zijn werkvolk. Altijd 'tedju!' en 'godmiljaar!'. En elke vrijdagavond: 'Morgen moet ge ook komen wrochten.' In die tijd had het jong volk lang haar. Op een dag in 1974 stuurde hij al zijn arbeiders naar de coiffeur. Wie niet meeging, vloog buiten. Baarden mochten ook niet."

Lucienne Naessen (84) was haar hele leven naaister en vult de dagen nu met sudoku's oplossen. Ooit was zij het buurmeisje van Roger De Clerck. "Mijn man was schilder. Hij is elf jaar dood. Vroeger waren er geen kleerwinkels. De mensen kochten een lap stof en gingen daarmee naar de naaister. Maakt mij daar ne keer ne mantel van. Moest er iets worden gewit, dan kwam de schilder. Eén dag heeft mijn man voor Boer Clerck gewrocht. Hij kon een betrekking krijgen in de tapijtfabriek. Ik zie hem nog voor mij, die avond: 'Dat moeten ze mij nooit meer vragen!' De hele dag heeft Boer Clerck op hem staan kijven. Dat het niet rap genoeg ging. Misschien hadden wij een beter leven gehad als hij de job had aanvaard, maar mijn man had zijn eer, en ik zag hem graag."

De villa van Leo Deschryver in de tv-serie op zondagavond is een kopie van de villa-annex-feestzaal die Roger De Clerck bouwde op de plaats van het Goed Ter Lembeek. Die villa is op haar beurt een kopie van die van de familie Ewing in de tv-serie Dallas, op donderdagavond halverwege de jaren zeventig. "Eén keer ben ik er binnen geweest", zegt Lucienne. "Stiekem. Kort voor ze er zelf in gingen wonen. Ik ben binnen geklommen via een raam, heb een beetje rond gelopen en ben op de trap gaan zitten. Gewoon, om rond te kijken."

De bouw van home Ter Lembeek dateert uit de dezelfde periode, van de gloriedagen van Roger De Clercks eigen politieke partij, Vrede Door Welvaart (VDW). In 1982 behaalde die bij de gemeenteraadsverkiezingen in Wielsbeke negentien van de negentien zetels. Het burgemeesterschap was een baan in bijberoep voor eerst Noël Demeulenaere, de algemeen directeur van Beaulieu, en later Georges Lambrecht, de sales manager. "Als iedereen goed overeenkomt, is dat goed voor de commercie", vat Georges Lambrecht het beleidsprogramma van VDW samen. "Op een dag belt mijnheer De Clerck me. 'Georges, spreekt gij Russisch?' Aheum. Ik moest onmiddellijk op spoedcursus. Voor zijn 75ste verjaardag had hij Margaret Thatcher uitgenodigd, en ook George W. Bush en Michail Gorbatsjov. Als burgemeester moest ik die mensen kunnen ontvangen. Een speech geven. Bush en Thatcher zijn gekomen, Gorbatsjov niet. Raisa was ziek geworden, zeiden ze. Stond ik daar met mijn Russisch. Korte tijd later is Raisa gestorven, ze was dus echt wel ziek. En het jaar erop is Gorbatsjov toch gekomen."

Trage betaler

De rijkdom van De Clerck uit zich in de slechts op afstand zichtbare villa. In een tweede villa met helikopterlandingsplaats in Deerlijk. In de hoofdzetel van de Beaulieu International Group in Waregem, een hoogbouw met uitzicht op de renbaan. "Boer Clerck lag in conflict met baron Casier, de toenmalige voorzitter van Waregem Koerse", zegt een speurder. "Hij heeft die toren daar gezet om vanuit zijn kantoor met een verrekijker te kijken wie allemaal op bezoek kwam bij de baron."

Om de mensen een beetje fatsoenlijk te kunnen ontvangen, kocht hij Hotel Damier, een uit 1398 daterend pand op de Grote Markt in Kortrijk. Het hotel, nu uitgebaat door kleindochter Annick De Clerck, meldt op zijn website notabele vorige gasten als Bush, Thatcher, Gorbatsjov, koningin Paola, Eddy Merckx, Adamo, Lance Armstrong en Sheryl Crow.

"Ik ontmoette hem altijd in het restaurant van zijn hotel", zegt Jean-Pierre Van Rossem, ex-beursgoeroe en ex-belegger van zwart geld voor de Vlaamse superrijken via zijn fraudecarrousel Moneytron. "Hij had daar zijn tafeltje. Op een dag kwam ik daar aan. Voor mij was een van zijn advocaten voorzichtig komen polsen wanneer hij zou worden betaald. Boer Clerck veerde op, greep de advocaat bij zijn revers en dreigde met een kopstoot. Terwijl daar allemaal mensen rond stonden. Hij riep: 'Da's nu de latste kee dat gie mie geld vroagt, verstôjt?!' Hij was een trage betaler, dat was bekend. Hij was simpelweg bezeten door geld. Hij vertelde dat hij een fabrieksterrein had gekocht in Duinkerke en na het ondertekenen van het compromis gif in de grond had laten storten. Hij liet een expertise uitvoeren en kreeg de grond voor een fractie van de afgesproken prijs. Op zulke dingen kon hij geweldig trots zijn."

"Ik heb voor hem 800 miljoen frank (20 miljoen euro, DDC) zwart geld belegd en had daar 1,2 miljard van gemaakt. We spreken nu van de jaren 1987 en 1988. Ik belegde voor hem nog eens 600 miljoen frank in een Braziliaans project, maar de zaak implodeerde en hij was zijn centen kwijt. Hij vond dat ik hem 600 miljoen frank moest terugbetalen. Ik zei: 'Beste vriend, ge hebt gespeeld en verloren. Dien klacht in bij de onderzoeksrechter.' Dat heeft hij nooit gedaan, nee. De vriendschap was toen wel over."

Ter gelegenheid van de komst van Thatcher en Bush werd in besloten kring een boek uitgegeven, Roger De Clerck 75. Het is een nogal uniek document dat toont hoe de mediaschuwe familie zelf tegen haar verhaal aankijkt: "Roger wist wat hij wilde, werkte hard op de hofstede, en vroeg niets liever dan zich in weer en wind te mogen uitleven in het afmattende labeur, althans volgens zijn eigen verhaal, want zijn broers en zussen vertellen een ietwat andere versie. Roger gaf blijk van een keihard doorzettingsvermogen, soms zelfs op het agressieve af. Nu zouden de dokters hem waarschijnlijk als hyperactief bestempelen, toen probeerde de parochiepriester hem op twaalfjarige leeftijd tot kalmte aan te manen door een speciaal gebed. Maar ook dat mocht niet baten. Het was duidelijk dat hij zijn zinnen had gezet op de opvolging in het Goed Ter Lembeek, en waarschijnlijk heeft deze wetenschap zijn broers en zussen ertoe aangezet hun geluk elders te zoeken."

Er was een oudere broer, Frans (1924), en een jongere, Germain (1927). De één werd norbertijn in Averbode, de ander priester. In zijn bijdrage aan het boek plaatst Frans vraagtekens bij het imago van zijn broer als noeste wrochter: "Ik denk toch niet dat hij veel bondels vlas met de vork heeft op de tas gestoken. Hij zou wel nu en dan eens met volle vuur bijgesprongen zijn om de natte vlas-bezongs uit de rootput op de lei-kar te leggen... voor een kwartierke. En hij heeft alleen zien melken."

Roger De Clerck is tot zijn vijftiende naar school gegaan. Hij heeft nooit de noodzaak gevoeld om zich verstaanbaar te maken voor niet-streekgenoten. "De taal die we spraken was West-Vlaams", schrijft broer Frans. "Vader heeft nooit één accent in zijn taal willen wijzigen, en wij zijn allen trouw gebleven aan onze taal."

Toen eind de jaren vijftig de vlasprijs instortte, was Roger De Clerck voorzitter van de CVP-afdeling in Wielsbeke. Radeloze vlasboeren kwamen bij hun politici aankloppen, dus ook bij hem. De Noord-Franse vlasboeren kregen financiële steun van hun regering, Vlaamse kregen niks, waardoor het onevenwicht in de prijzen helemaal doorsloeg. Het was hij, Roger De Clerck, die de mensen in zijn dorp het treurige nieuws moest brengen: "De hoge Frans sprekende heren in Brussel liggen niet wakker van ons, Vlaamse vlasboerkes."

De teloorgang van het vlas verrijkte de wereld met de vezelplaat. Het vandaag in geen meubelstuk weg te denken namaakhout is uitgevonden door in hun eer gekrenkte vlasboeren. Nu niemand nog wou betalen voor hun vlas, lijmden ze er namaakhout van. Roger De Clerck zag meer toekomst in de auto. Geen auto zonder autozetels. Geen autozetels zonder textiel. In 1959 worden de eerste twee weefgetouwen geïnstalleerd in het Goed Ter Lembeek. "Ze naaiden overtrekken voor autozetels op maat voor fabrieken in Duitsland en Engeland", vertelt Lucienne Naessen. "Dan kwam er een vertegenwoordiger langs. Mooie auto, chic kostuum. Hij wou Boer Clerck een contract doen tekenen met de autofabriek en er zelf ook wat procentjes aan overhouden. We hoorden hem tot aan de overkant van de straat tieren: 'Vule bandiet!' Ja, waarom zou hij een deel van zijn winst afstaan?"

Eén symbolische frank

Het eerste tapijt wordt geweven op kerstavond 1962. Het oertapijt van Roger De Clerck wordt in de handel gebracht onder de naam 'Beaulieu Nr 1050', wat de suggestie moet wekken dat er minstens nog 1.049 andere modellen zijn. Er is gekozen voor de naam Beaulieu omdat het best verkochte tapijt van concurrent Louis De Poortere wordt verkocht als 'Richelieu'. Beaulieu produceert tot 30 procent goedkoper. Roger De Clerck werkt met loonwerkers, veelal vroegere vlasboeren die weten wat wrochten is.

Glenn Audenaert is directeur van de federale politie in Brussel en rond deze tijd in theorie nog altijd kandidaat om Fernand Koekelberg op te volgen als commissaris-generaal. Sinds dat geweten is, worden bij verschillende parketten in het land oude dossiertjes heropend die zijn kansen lijken te torpederen. In 1989 was Audenaert als commissaris bij de gerechtelijke politie in Brussel de opsteller van het allereerste proces-verbaal dat de aanzet vormde voor het onderzoek dat sinds deze week echt wel rijp is voor de papierversnipperaar.

"Ik had twee anonieme tipgevers", weet Audenaert nog. "Een van hen was een dame bij de Kredietbank die werd gestalkt door Willy Ramboer, die toen op het kabinet werkte van minister van Economische Zaken Marc Eyskens. Die dame - en ja, dat was mijn zwakke punt - is later mijn vriendin geworden. In die tijd waren de regels over de omgang met politie-informanten nog niet zo duidelijk (lacht). Ik onthoud één ding: niets van wat ik toen, die dag, in mijn proces-verbaal als werkhypothese heb genoteerd over de zaak-Fabelta is achteraf ooit weerlegd. Ook niet na 22 jaar. Het was allemaal juist."

Ondertitels dringen zich op. Halverwege de jaren tachtig heeft België nog vijf nationale sectoren: steenkool, staal, scheepsbouw, glas en textiel. Het achterliggende idee is dat als de regering de productie van steenkool zou overlaten aan de grillen van de vrije markt, het risico kon ontstaan dat we op een dag allemaal zonder kolen zouden komen te zitten, en collectief zouden bevriezen. De regering spendeerde kapitalen aan het draaiend houden van ten dode opgeschreven mijnen, staalovens, rederijen, glasfabrieken en textielfabrieken. Eén ervan was Fabelta in Zwijnaarde. Er werkten 600 mensen in de textielfabriek en ze kon in 1985 van een faillissement worden gered door een verkoop aan Beaulieu voor 1 symbolische frank. Dit was de deal: Beaulieu investeerde 200 miljoen frank en kreeg van de Belgische staat 725 miljoen frank. Een soortgelijke constructie werd opgezet bij de overname van de holglasfabrieken van Verlipack in Mol, Ghlin en Jumet, en bij het textielbedrijf Idealspun. Ondanks een duidelijk njet van de Europese Commissie bleef de Belgische regering fabrieken wegschenken aan Beaulieu, met nog eens een pak miljoenen cash erbovenop.

De man die dat op het kabinet-Eyskens ritselde, was Willy Ramboer. Journalisten van De Morgen ontdekten in 1988 dat de man een enorme villa bewoonde in het West-Vlaamse Vichte, en dat die eigendom was van een dochteronderneming van Beaulieu. Willy Ramboer woont er vandaag nog. "Ik kijk niet naar Het goddelijke monster", zegt hij. "Mijn vrouw wel. Volgens wat zij zegt, trekt het West-Vlaams op geen kloten."

Speurder: "Ik herken dat zinnetje van Leo Deschryver: 'Ik geef hier wel werk aan duzenden mensen!' Hij heeft ons dat vaak naar het hoofd geslingerd. Ook die scène in de eerste aflevering, waar hij parkeert op de pechstrook, over de vangrail stapt en een politieman de huid vol scheldt, is echt. Hij parkeerde op de E17 om geen tijd te verliezen. Zij, vroegere Vlaamse vlasboeren, zijn doordrongen van gevoelens van onrecht en revanchisme. Ze vinden dat Vadertje Staat zwaar bij hen in het krijt staat. Toen we hem op een dag ondervroegen over de miljoenen die hij kreeg voor Fabelta en Verlipack, zei hij: 'Als ze u een kreemglas geven, dan moet g'em oplikken.' Dat was Boer Clerck."

Willy Ramboer: "Wist u dat ik ooit nog in de gevangenis heb gezeten voor die zaak? Ik heb een hartaanval gekregen, vijf overbruggingen. Ik heb geleerd om me niet meer zo druk te maken. Men dacht begin de jaren tachtig echt dat België in de afgrond zou storten als de staat de controle zou verliezen over staal en textiel. Tien jaar later vond men dat opeens zeer bizar, zeer onbegrijpelijk. Het was ook nog eens de tijd van de wafelijzerpolitiek. Zoveel miljoen naar Wallonië? Zoveel miljoen naar Vlaanderen! Nu gingen die speurders zoeken naar logica in een systeem dat nooit logica gehad had. Boer Clerck heeft 5 miljard in die fabrieken geïnvesteerd, hij heeft ze gezond gemaakt. Was Fabelta in 1985 failliet gegaan, dan had dat de regering veel meer gekost. Wat hij heeft gekregen als steun is peanuts, vergeleken bij wat hij heeft afgedragen aan de RSZ."

Baronstitel

In 1989 is er in Kortrijk een jonge beloftevolle politicus die ingaat tegen de pensée unique bij politici en commentaarschrijvers dat de Belgische staat de miljoenen van Fabelta en Verlipack moet terugeisen van Roger De Clerck. Niks van, argumenteert de jonge beloftevolle politicus. Het geld dat we in de bodemloze putten van de Waalse staalfabrieken en de Limburgse steenkoolmijnen stopten, eisen we ook niet terug. De jonge politicus heet Stefaan De Clerck. Zijn vader Albert De Clerck heeft dezelfde grootvader als Roger De Clerck, en in beide familietakken wordt altijd opnieuw benadrukt dat men dan "eigenlijk niet echt familie meer is". Stefaan De Clerck levert in 1999 een bijdrage aan het gedenkboek. Hij heeft niets dan lof voor Roger: "Van 5 frank heeft hij er 25 gemaakt, en daarvan 625... Hij is prototype en exponent van zijn generatie en zijn regio, die nadrukkelijk hebben bijgedragen tot de welvaart van onze samenleving."

Jean-Pierre Vande Maele is al twintig jaar lang de advocaat van Roger De Clerck en zegt dat hij niet langer dan twee minuten heeft kunnen kijken naar Het goddelijke monster: "Ik werd er ziek van, echt. Wanneer ga ik eens in mijn krant lezen dat de familie De Clerck al die gekregen sommen voor de overnames van verlieslatende fabrieken in de jaren tachtig heeft terugbetaald? Tot de laatste frank, en met interest!"

Glenn Audenaert: "Als je Boer Clerck ondervroeg, kreeg je direct zo'n blik van: 'Gij gaat u dit beklagen.' Achteraf is gebleken dat hij een bataljon privédetectives achter mij aan heeft gestuurd. Op een dag kreeg ik telefoon van Knack: 'Mijnheer Audenaert, wij publiceren woensdag een artikel waaruit blijkt dat u een relatie hebt met die mevrouw van de Kredietbank.' Welja, Knack. Uitgegeven door Roularta van die andere schatrijke West-Vlaamse familie De Nolf. De zus van Roger De Clerck was gehuwd met Willy De Nolf. Ik heb tegen die journalist gezegd: 'Goed dat u mij belt, dan reserveer ik nu al een hotelkamer voor woensdagavond.' Ik heb effectief mijn koffers mogen pakken (lacht). Een jaar later was mijn relatie met de dame van de Kredietbank weer voorbij. Zo is het leven."

Audenaert was niet de eerste wetsdienaar in dit land die de strijd aanbond met De Clerck. De allereerste die dat deed, was een substituut bij het parket in Kortrijk die in 1979 was gestoten op een smokkel van 2 miljard Belgische frank (50 miljoen euro, DDC) naar belastingparadijzen. De zaak stond als een huis en werd in 1987 behandeld door de correctionele rechtbank van Kortrijk. De rechter achtte de feiten bewezen, maar verleende Roger De Clerck 'opschorting van vonnis', gezien - letterlijk - "zijn positie als zakenman en zijn rol als werkgever".

Glenn Audenaert: "Met zo'n vonnis zet je de kat bij de melk. De familie De Clerck haat mij tot vandaag, ik weet dat. Zijn grote droom was in de adelstand verheven te worden. Door mijn proces-verbaal van toen zal dat nooit gebeuren. Meerdere keren hebben ze hem op de lijst gezet voor een baronstitel. Als je door de justitie in verdenking bent gesteld, schrappen ze je weer. Daarom liet hij voor zijn 75ste verjaardag Bush, Thatcher en Gorbatsjov naar Wielsbeke komen."

Achterwaartse verticale integratie

Nazareth, afrittencomplex E17, 7 maart 1990. Van de personenwagen schiet enkel een verkoold karkas over. De auto is tegen hoge snelheid op het verkeerde baanvak geschoven en frontaal op een vrachtwagen gebotst. Het slachtoffer is Walter De Backer, een vooraanstaand econoom die halverwege de jaren tachtig optrad als crisismanager voor de privatiseringen van enkele textielfabrieken, zoals Fabelta. Hij heeft ook de modellen uitgetekend voor de injectie van 800 miljoen frank in Verlipack, waar hij door Roger De Clerck is belast met de sanering van de drie glasfabrieken. Drie maanden voor zijn dood is De Backer op staande voet ontslagen, na een hoogoplopende ruzie met Roger De Clerck. Het ongeval volgt kort na de start van het door Audenaert geïnitieerde fraudeonderzoek. De ene strekking zegt toeval, de andere zegt geen toeval.

"Een paar dagen voor zijn dood heeft De Backer me gebeld", zo beweert Jean-Pierre Van Rossem. "Hij was universiteitsprofessor, hij wist dat hij zichzelf zwaar in de knoei had gewerkt en dat aan het licht zou komen dat hij de waarde van sommige machines bij Verlipack in de boekhouding had vertienvoudigd. Daarover draaide de ruzie met Boer Clerck. De Backer was de voornaamste getuige à charge. En opeens rijdt die man zich dood. Ik denk dat de Staatsveiligheid er achter zat."

Speurder: "We wilden verder onderzoek doen op het autowrak. Iemand had het doen verdwijnen. Vreemde zaak. Het zou natuurlijk ook kunnen dat de man wanhopig was en geen uitweg meer zag. We zullen het nooit weten."

Roger De Clerck huwde in 1951 met Anne-Marie Hanssens, dochter van een industrieel uit Gullegem. Zij schonk hem zoon Jan (1952), zoon Luc (1954), dochter Mieke (1956), zoon Francis (1958), zoon Dominiek (1960) en dochter Ann (1963).

"De sleutel tot het succes van de familie De Clerck is achterwaartse verticale integratie", zegt Gill Balbinder, een wat eenzame politicus voor sp.a in Wielsbeke, zoon van een Indiase ex-Beaulieu-arbeider en bewonderaar van Roger De Clerck. "Hij is een fascinerende figuur en vooral een briljante ondernemer. Hij was vastbesloten zijn bedrijf immuun te maken voor crisissen waar hij geen vat op kon hebben, zoals de instorting van het vlas. Daarom heeft hij er altijd naar gestreefd om controle te verwerven over de productie van grondstoffen, net zolang tot hij die hele keten in handen had: van begin- tot eindproduct. Het is vanuit diezelfde filosofie dat hij zes kinderen op de wereld zette. Eén moest Noord-Amerika veroveren, één Zuid-Amerika, één Afrika, één Azië, één Europa en één moest in Wielsbeke blijven."

In 1967 ging Beaulieu Tufting van start, een fabriek waar de wansmaak per lopende meter van de band komt gerold. Vast tapijt. Beaulieu heeft daarvoor een joint venture beklonken met de Amerikaanse gigant Barwick. Tien jaar later komt Barwick zelf in de problemen en wordt het bedrijf overgenomen door Beaulieu. De fabriek in Dalton heet vanaf nu 'Beaulieu of America'. De poort naar het oosten wordt geopend in 1976, nadat Roger De Clerck in Libanon de Armeense zakenman Aram Khatchadourian heeft ontmoet. De zakenman had een wijdvertakt commercieel netwerk in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ook zoon Harout Khatchadourian schreef een (weliswaar kort) stukje in het gedenkboek: "Roger De Clerck maakte goedkoop tapijt en wij verkochten het."

Het zijn de Khatchadourians die in 2006 opeens beginnen te procederen voor een vertaling van een deel van het strafdossier naar het West-Armeens. Hun eis volgt de stadia van raadkamer, KI en Hof van Cassatie. Een jaar tijdverlies extra voor het onderzoek, waarvan de Armeniërs nu samen met de De Clercks aanvoeren dat "de redelijke termijn voor rechtsbedeling overschreden is".

In mei 1991 overlijdt Anne-Marie Hanssens aan kanker. "In de visie van Roger De Clerck is alles te koop", zegt Gill Balbinder. "Ook goede artsen. Hij heeft dat nooit kunnen verdragen, dat hij zijn vrouw niet heeft kunnen redden. Hij liep niet te koop met zijn verdriet. Hij verbeet het, zoals boeren doen."

Als antwoord op de dood van zijn echtgenote hakt Roger De Clerck zijn imperium in zes stukken. Niet helemaal volgens het plan met de verschillende continenten, maar toch. Oudste zoon Jan vestigt zich in Waarschoot, bij Sint-Niklaas, en komt aan het hoofd te staan van de tapijtgroep Domo. Mieke neemt samen met haar man Carl Bouckaert de leiding over van Beaulieu of America. Luc krijgt de vestigingen in Frankrijk en de Berry-groep. Francis krijgt Ideal Tuft. Dominiek De Clerck krijgt Verlipack en Ter Lembeek International. Dochter Ann, de laatste in de rij, verhuist met haar man Stefaan Colle naar Zuid-Afrika, waar Roger De Clerck in de jaren zeventig goede zaken heeft gedaan dankzij de boycot van het apartheidsregime. Hij is er marktleider in de tapijtenbranche en er is een plein naar hem genoemd. Roger De Clerck, zo is bekend, vond apartheid niet meer dan normaal. Op vls.wikipedia.org, de West-Vlaamse Wikipedia, wordt beschreven hoe hij reageerde toen hij in een van zijn fabrieken een allereerste donker gekleurde arbeider opmerkte: 'Vrimden oap, wa doe je gie iere? U plekke es in de bôomn.' ("Vreemde aap, wat doet gij hier? Uw plaats is in de bomen.")

Het grote publiek leert de De Clercks kennen in 1992, als Jan en Martine De Clerck in de parochiezaal van Waarschoot via de camera's van BRTN en VTM hun ontvoerde zoon toespreken: "Anthonyken, gij zijdt nen toffe jongen." Na 32 dagen en betaling van een losgeld van 250 miljoen frank zal de bende rond Danny Van Hamel de jongen laten gaan, om kort daarna meteen te worden geklist. In het gedenkboek legt de familie de schuld voor de ontvoering van de elfjarige kleinzoon bij de pers: "Ongetwijfeld hebben de media een belangrijke rol gespeeld in deze zaak. Door de overdreven cijfers waarmee ze uitpakten, hebben ze de ontvoerders een hint gegeven."

Ouderdomsdiabetes

Vijf jaar later ziet tv-kijkend Vlaanderen Jan en Martine, toevallig samen in één boevenwagen met seriemoordenaar Andras Pandy, voorgeleid worden bij de Brusselse onderzoeksrechter Bruno Bulté. Er is de affaire-Dutroux geweest, de witte mars, de plotse eensgezindheid van een samenleving om af te rekenen met wat in die tijd wordt bestempeld als 'oude krokodillen'. Het onderzoek naar de fraude bij Beaulieu was al acht jaar aan de gang, maar nu kreeg de speurderscel 427 van BOB-adjudant John Strouwen de middelen die ze al zo lang vroeg. "Al die jaren vroegen we om mensen en middelen, en die kreeg je gewoon niet", zegt een speurder. "Na de zaak-Dutroux kregen we die opeens wel. Was het zo van: en nu gaan we tot op het bot. Achteraf zeggen dat wij te ijverig zijn geweest, is makkelijk. Het ging hier over een reeks constructies waarbij 65 vennootschappen betrokken waren. Het geld reisde van Zuid-Afrika naar de VS, van daaruit naar Australië, en dan weer naar Zwitserland of Luxemburg. Hun fiscale raadgevers, die waren pas ijverig."

Jan en Martine De Clerck kwamen met de fiscus tot een dading van 55 miljoen euro. Het kostte hen een verstoting door Roger. Een De Clerck die het op een akkoordje gooit met de fiscus? Goed zot, ja. Het kwam eerder ook tot een breuk met zoon Francis. Omdat diens huwelijk op de klippen was gelopen en omdat die veel te soft werd bevonden in de omgang met het personeel.

Ook Dominiek De Clerck, een van de 49 geviseerden in het Beaulieudossier, is momenteel in onderhandeling met de fiscus. Hij heeft daar tot begin dit jaar mee gewacht. Lang genoeg, zo lijkt het, om zijn vader niet nog eens verdriet te doen.

Vande Maele, advocaat: "Het is twee à drie jaar geleden dat ik nog eens een normaal gesprek had met mijn cliënt. Hij lijdt aan ouderdomsdiabetes. Zijn goede momenten zijn steeds zeldzamer. Af en toe zien we hem nog een krant doorbladeren, maar het is niet duidelijk of er nog veel tot hem doordringt. Ergens hoop ik dat het goede nieuws dat het fraudeonderzoek tegen hem wordt stopgezet hem nog kan bereiken. De tijd zal komen waarin we heimwee zullen hebben naar mensen als Roger De Clerck. Die tijd zal sneller aanbreken dan we denken. Dat zal de dag zijn waarop we allemaal Chinese gastarbeiders zijn geworden."

De foto's bij dit artikel zijn afkomstig uit het boek Roger De Clerck 75, Beaulieu 40, verschenen bij uitgeverij Lannoo nv in 1999. Met dank aan uitgeverij Lannoo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234