Maandag 03/08/2020

Roei en vermenigvuldig u

Evaluatie van het voorbije seizoen: weinig echt enthousiasme

HAZEWINkEL

Eigen berichtgeving

Met de Belgische kampioenschappen eindigt traditiegetrouw het roeiseizoen, worden evaluaties gemaakt en zien wensdromen het levenslicht. Het was dit weekeinde in Hazewinkel niet anders. Vonden de roeiverantwoordelijken het voorbije seizoen uitstekend, middelmatig of ronduit slecht. Ook over deze analyse heerste behoorlijk wat eensgezindheid bij het roeivolkje.

"Het was een middelmatig seizoen," luidde het eindoordeel. "Met Smulders, Roels en Duchesne zijn er drie jongeren komen aansluiten bij de top, Goiris en het duo Symoens-Hendrickx bevestigden, wat maakt dat we zes atleten bezitten die competitief zijn," zeggen bondscoach Pat Sweeney en Ward Bosmans, de trainer van de ploeg uit Hazewinkel, die drie van de zes jongens uit die topselectie levert. "Met die groep van zes sloegen we geen slecht figuur op het WK, als je er rekening mee houdt dat drie van de vier jongens uit de vier zonder stuurman voor het eerst aan een WK deelnamen. Dan mag je nog geen grote uitslagen verwachten, te meer omdat Goiris dan nog zwaar ziek was op de dag van de B-finale. Aan de andere kant was het slechts een kwestie van tienden van seconden of Symoens-Hendrickx hadden de A-finale gehaald. Maar de conclusie is wel dat we internationaal altijd wel in finales kwamen van 1984 tot 1997, maar nu dus voor het eerst niet," merkt Bosmans op.

Maar hij haast zich eraan toe te voegen dat dit niks met het functioneren van de structuren te maken heeft. "Ofwel kwamen ze uit de club van Brugge, waar ze zwaar gemotiveerd werden om te presteren, ofwel beschikten ze over een trainer als Guido Terryn, die niet alleen een goed trainer was, maar zijn mensen ook kon motiveren. Het duo Crois-Deloof, An Haesebrouck, Wim Van Belleghem of Rita De Fauw kwamen allemaal uit die school. Al heb je misschien minder structuren nodig in de skiff of de tweezit. Maar vanaf het moment dat je met z'n vieren of achten in één boot vaart, komen er wel dringend selectiewerk en een bondscoach aan te pas. Al blijft het voor alle roeiers wel enigszins hetzelfde: zij moeten op tijd en stond gemotiveerd worden. Het is zo'n harde sport dat ze af en toe een aanmoediging verdienen. Ik denk dat het voor hen héél belangrijk is dat er niet drie keer per week een trainer langs de kant staat, maar elke dag, ook als er om half zes 's ochtends moet worden getraind. Dan voelt hij zich niet in de steek gelaten. Nico Roels is bij ons b.v. een jongen die shiftwerk doet. Hij heeft nog geen A-statuut en dus moest hij op zijn werk drie maanden verlof zonder wedde vragen, wat hem gelukkig door een sportieve baas werd toegestaan, maar gans zijn vakantieperiode ging op aan al zijn stages en voorbereidingswedstrijden. Hij heeft echt een heel jaar voor het roeien geleefd. Hij zou zo'n motivatie kunnen gebruiken."

Ward Bosmans gelooft wel degelijk in goede samenwerking met bondscoach Sweeney, die het voorbije seizoen af en toe onder vuur genomen werd. "Ik zag Stijn Smulders na één maand met de nationale ploeg terugkomen en ik stond versteld van de vooruitgang. Bij ons in TR Hazewinkel zijn we niet tevreden als we de beste zijn onder de eigen kerktoren, we willen internationaal iets betekenen. We willen streven naar een olympische medaille. Of dat kan, zal pas in Sydney blijken. Anderzijds zie ik niet in waarom, als wij twee atleten kunnen leveren die internationaal meekunnen, andere clubs dat ook niet zouden kunnen. We weten dat er weinig geld is, maar we kunnen ook nog verbeteren op andere vlakken, zoals voeding, rusten of stretching."

Bondscoach Pat Sweeney is het met deze redenering grotendeels eens. "Een middelmatig jaar", erkent hij, "ook omdat we bij de vrouwen geen resultaten konden voorleggen en de vier lichtgewichten toch te ver van de limiettijden bleven." Sweeney wilde in ons land de clubs beter doen functioneren, maar hij kreeg bitter weinig medewerking. Midden dit seizoen nam hij dan maar zelf het heft in handen. "De redenering naar de clubs toe was nochtans niet zo moeilijk. Ik vroeg -en ik vraag ze nog - om elk jaar twintig nieuwe kinderen aan te trekken. Stel dat er daar vijf van verder gaan, dan heb je op vier jaar tijd twintig nieuwe roeiers. Als tien clubs het op die manier doen, krijgen we tweehonderd roeiers erbij op vier jaar tijd. Als je een goede nationale ploeg wil krijgen, moet je nu kinderen in de scholen of in de fitnesscentra gaan zoeken. Ik geef de clubs als uitdaging mee om me elk jaar acht jongens en acht meisjes van 16 jaar te leveren. Als ze dat kunnen, telt België over vijf jaar opnieuw mee dankzij een goede structuur. Doen ze het niet, dan gaan ze volgens mij kapot. We moeten die kinderen laten geloven dat het kan, zoals dat ook in Denemarken, Spanje, Duitsland of Groot-Brittannië - weliswaar met een ander schoolsysteem - lukt. We mogen evenmin schrik hebben om kinderen van zestien met gewichten te laten werken. En tenslotte vind ik het ook jammer dat er bij de clubleiders zo weinig interesse om iets bij te leren. Op het WK in Keulen werden interessante cursussen gegeven en de Vlaamse Liga wilde ze zelfs betalen, maar er daagde geen enkele belangstellende op. Volgende maand is er een cursus voor junioresopleiders. Ik ben benieuwd hoeveel er daar op afkomen. Uiteindelijk is er in de sport geen geheim: hard werken is de enige boodschap."

Marcel Coppens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234