Donderdag 24/06/2021

Rode draad: het witte lijntje

Raoul Duke vertrekt met zijn beste vriend Dr. Gonzo naar Las Vegas om verslag te doen van een motorrace. In de kofferbak cannabis, mescaline, "a salt shaker half full of cocaine and a whole galaxy of multicolored uppers, downers, screamers, laughters". Om van alle drank nog te zwijgen. Dat is het uitgangspunt van Fear and Loathing in Las Vegas (1971) van Hunter S. Thompson (1937-2005) - door The New York Times uitgeroepen tot 'Best Book on the Dope Decade'. Het leverde een merkwaardige film op met Johnny Depp in de hoofdrol. Hunter S. Thompson schreef voor Rolling Stone en Playboy en wordt ook wel de uitvinder van de gonzojournalistiek genoemd, een in drugs gedrenkte vorm van egojournalistiek.

Depp, die een goede vriend was van Thompson, stootte op een dag geheel toevallig in diens kelder op het manuscript van The Rum Diary. Geheel-in-het-nietsonthouder Thompson herinnerde zich echter niet dat hij dat boek ooit geschreven had, een kwarteeuw eerder, op z'n tweeëntwintigste. In The Rum Diary is hij Paul Kemp, een reporter die in het even zonnige als corrupte Puerto Rico gaat werken voor The Daily News. Hij raakt verwikkeld in een schimmig complot vol lust, liefde, jaloezie en bedrog. Gevoed door alcohol en coke. Naar aanleiding van de verfilming van The Rum Diary ligt de Nederlandse vertaling vanaf vandaag in de rekken. U mag trouwens tweemaal raden wie in de film in de huid van het alter ego van Thompson kruipt.

Spiegeltje en bankkaart

Cocaïne is de thrill seeker bij uitstek. In Europa zouden er een dikke 4 miljoen regelmatige gebruikers zijn die hun melkpoeder, lactose of glucose aanvullen met wat cocaïne. De ultieme kick loert om de hoek, maar de tol kan hoog zijn. En die tragiek is dan weer interessant voor schrijvers. We snuisteren even in de boekenkast rond en gaan op zoek naar personages die stijf staan van de coke. Die struikelend door het leven gaan en verloren lopen in hun eigen geest. Personages met een neus voor blow, candy, charlie, ice, snow, white devil of waspoeder. Drukdoeners, veelpraters, tandenknarsers, seksverslaafden met steeds een spiegeltje, briefje van 50 euro/dollar en betaalkaart bij de hand.

Nederwiet

Bij onze Noorderburen loopt ook een 'Hunter S. Thompson' rond. In Coke (2005) doet journalist Ad Fransen met de nodige wrange humor verslag van zijn verslaving: "De roes was mooi, niets op aan te merken, grandioos gewoon. Je moest er flink voor doorsnuiven, maar die roes, als het alleen daarom gaat is cocaïne een drug om elke dag naar terug te verlangen. Jammer, het was niet altijd de roes, er moest ook nog gewerkt worden. Want hoewel ik tot diep in de nacht stond te hijsen en te snuiven was ik overdag gewoon journalist, reporter, verslaggever, interviewer."

Fransens boek blijkt een handig naslagwerk voor schrijvers die zelf liever van het witte spul afblijven. Hoewel hij zijn alter ego Stijn stevige hoeveelheden poeder door de neus laat jagen, blijft de Nederlandse auteur Kluun (Komt een vrouw bij de dokter (2003), De weduwnaar (2006) en Haantjes (2011)) zelf van het spul: "Die info haalde ik bij Fransen. Ik ben zelf zo verslaafbaar dat ik eraf moet blijven. Matigheid is immers niet mijn sterkste kant." Het is niet omdat de personages snuiven dat de schrijver dat ook doet. Joost Zwagerman vindt die nuance ook belangrijk: "Toen ik Gimmick (1989) schreef was ik de verpersoonlijking van de cokesnuiver. Dat wil ik voor de buitenwacht wel zijn als men zo nodig op die manier een boek wil lezen, maar het verschraalt of verpulvert wel de kracht van de roman. Mijn uitgangspunt is: er is wel geschreven over alle drugs van de jaren '60, maar waar blijft toch die roman over de jaren tachtig waarin cocaïne een rol speelt? Waar blijft het gedrag dat aan cocaïne zit? Dat werd dus Gimmick."

En hoe zit het met de coke in de Belgische literatuur, Kuifjes Cokes in voorraad buiten beschouwing gelaten? Hunter S. Thompson en Ad Fransen kregen bij ons in 2008 navolging met Relaas van een stofzuiger van theaterschrijver Pepijn Lievens. Met een stevig snuifje zelfspot brengt Lievens zijn verslaving in kaart. Een ontluisterend staaltje therapeutisch schrijven. Christophe Vekeman houdt het in zijn debuut Alle mussen zullen sterven (1999) bij fictie. In deze "pessimistische feel good roman" houdt hoofdpersonage Graf er een heel passionele relatie met zijn Opel Kadett op na. "En ja, in het boek wordt heel wat afgesnorkeld", aldus de auteur. Collega Paul Mennes deed het hem met Tox (1994) voor. En dat boek doet dan weer sterk denken aan het werk van Brett Easton Ellis.

Ken uw cokeklassiekers

Brett Easton Ellis - van American Psycho-faam - zorgde in Less Than Zero (1985) voor een stevige overdosis coke. Later gaf de auteur grif toe dat hij tijdens het hele schrijfproces onder invloed was. Dat kan van Ellis' grote voorbeeld James McInerney ook gezegd worden. Bright Lights Big City (1984) is een van de meest iconische Engelstalige cokeromans. Het anonieme hoofdpersonage is schrijver en werkt overdag als corrector bij een krant. Zijn niet al te glorieuze leven leukt hij op met het nodige 'Bolivian Marching Powder'. Wie zelf ook niet van het witte spul kon afblijven, is Stephen King. In zijn boek On Writing geeft King toe dat hij zich nauwelijks kan herinneren dat hij de roman Cujo (1981) heeft geschreven. Verder zegt hij dat hij doodsbang was dat door te stoppen met coke ook zijn inspiratie zou verdwijnen. Dat bleek niet het geval. Zelf ziet hij in zijn boek Misery (1987) een allegorie van het cokemonster. Stoppen deed hij pas toen zijn vrouw hem confronteerde met de inhoud van de vuilnisbak: "bierblikjes, sigarettenpakjes, cocaïne in flesjes, plastic zakjes en flesjes, cocaïnelepels vol snot en bloed, valium, xanax, robitussin, hoestsiroop en flesjes mondwater..." Het lijkt wel de inhoud van de kofferbak in Fear and Loathing in Las Vegas.

Natuurlijk denkt u bij Engelstalige cokeboeken ook aan Trainspotting (1993) van de Schot Irvine Welsh. In Crime (2009) gaat Welsh trouwens nog een stapje verder. In de Schotse krant The Daily Record had hij het vorig jaar ook over drugs: "Drug dealers are the only people with ambition in Scotland!" Ja, dan weet je het wel. De cokemosterd haalde Welsh trouwens bij William S. Burroughs. The Naked Lunch (1959) is een bijzonder eigenaardig boek, waarin Burroughs afrekent met de maatschappij en zijn eigen drugsverslaving. "Als een buitenaards wezen een blik werpt op onze planeet zou hij direct naar de manager vragen." Burroughs noemde de Italiaan Pitigrilli als groot voorbeeld. Pitigrilli, pseudoniem van Dino Serge, schreef in 1920 (!) het boek Cocaïne. Het sarcastische en erg expliciete boek laat geen kans onbenut om het over decadente seks en drugs te hebben. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het op de index belandde. Boeken geïnjecteerd met de nodige coke zijn dus echt niet het voorrecht van de jaren tachtig of negentig.

'Uber Coca'

In 1934 verscheen Roman s kokainom (Roman met cocaïne) van de Rus Ageyev, pseudoniem van Mark Lazarevich Levi. Hoofdpersonage Vadim windt er geen doekjes om: "Binnen het uur na de eerste snuif raak ik bedolven onder de vreemdste angsten." Wie zich erover verbaast dat coke al zo vroeg in de literatuur opduikt, kent zijn klassiekers niet. In 1884 publiceerde Sigmund Freud een artikel met de weinig verhullende titel 'Uber Coca'. Hij beschrijft erin het therapeutische effect van cocaïne, dat, eerlijk is eerlijk, in de negentiende eeuw nog legaal was. Freud snoepte naar verluidt zelf graag van het witte poeder. Twee jaar later duikt bij een al even beroemde man ook cocaïne op. Bij Sherlock Holmes dan nog wel! Niet voor niets een speur-neus. De man zat dus niet alleen aan de pijp, maar ook aan het poeder. In A Study in Scarlet beschrijft Arthur Conan Doyle hoe zijn detective zich met coke inspuit om zijn brein te stimuleren in verveelde dagen. Dit tot grote afkeer van Dr. Watson. Als hij weer maar eens in de al te dromerige ogen van zijn vriend kijkt, roept hij uit: "Uw brein mag dan wel - zoals u zegt - gestimuleerd raken, maar het is een ziekelijk en dodelijk proces waar veel zakdoeken aan te pas komen. Het zal u blijvend zwak maken. U weet toch ook welk donker gevoel over u zal komen!" Maar Holmes haalt er zijn neus voor op...

'Rum dagboek' is vanaf 22 december te zien in de Vlaamse bioscopen.

Hunter S. Thompson
Rum dagboek
(The Rum Diary)
Vertaald door Ton Heuvelmans
Lebowski, 192 p., 15 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234