Woensdag 29/01/2020

Rock

Ed Harcourt

Monster speelt piano

Opgelet, talent! Enkele maanden geleden lieten we ons in deze kolommen al uitermate lyrisch uit over Maplewood, een veelbelovende mini-cd van de 23-jarige Britse diplomatenzoon Ed Harcourt. Inmiddels heeft de man met Here Be Monsters ook een volwaardige debuut-cd afgescheiden en na beluistering zal zelfs de grootste scepticus toegeven dat deze singer-songwriter en multi-instrumentalist tot grootse dingen in staat is. Harcourt haalt zijn inspiratie uit de vroege jaren zeventig, bij lieden als Tom Waits, Randy Newman en Harry Nilsson, maar weet die invloeden nu al moeiteloos te overstijgen. In ieder geval doet hij zijn ding met hart en ziel: ooit sloeg hij tijdens een optreden zijn piano aan diggelen "omdat het publiek niet aandachtig genoeg luisterde".

Ed Harcourt kwam een poosje aan de kost als chef-kok in een restaurant en in die periode woonde hij in het huis van zijn grootmoeder, waar hij zo'n driehonderd songs bij elkaar schreef. Maplewood was nog een verzameling huiskamerdemo's, maar op Be Here Monsters kiest hij voor een rijke, panoramische productie, die in goede banen wordt geleid door Tim Holmes van Dead in Vegas. De titel van de cd is een rechtstreekse verwijzing naar de liedjes, die Harcourt als monstrueuze wezens beschouwt. Ze klinken inderdaad rauw en intens en zitten vol angeltjes en weerhaken, maar dat komt omdat de zanger meer belang hecht aan waarachtigheid dan aan technische perfectie.

Ed Harcourt schrijft prachtige, tijdloze melodieën, die doorgaans worden optrokken op een fundament van piano of akoestische gitaar, maar waaraan vaak ook strijkers en trompetten worden toegevoegd. De sfeer gaat van desolaat ('Something in My Eye', 'Those Crimson Tears') tot groovy ('God Protect Your Soul'); van sensueel ('She Fell Into My Arms') tot smachtend (de vingerknippende soulsong 'Apple of My Eye'), zonder dat de natuurlijke 'flow' van de plaat in gevaar komt. Het hart van de plaat wordt dan weer gevormd door het omineuze, imposant georkestreerde 'Beneath the Heart of Darkness', dat werd gemixt door niemand minder dan Dave Fridmann (zie: Flaming Lips en Mogwai) en waarin Ed Harcourt het niemandsland tussen Mercury Rev en Radiohead verkent.

In tekstueel opzicht is de jonge Brit beïnvloed door Amerikaanse rasvertellers als Raymond Carver en Jim Jarmusch. Luister maar eens naar 'Wind Through the Trees', waarin een meisje haar vader vermoordt en de rest van haar leven door diens spookbeeld wordt achtervolgd. Reken daarbij Harcourts kwaliteiten als zanger en je krijgt een plaat die onder je huid kruipt als een parasiet. Voor alle duidelijkheid: Ed Harcourt is een grote meneer in wording. Haal voor de verandering dus eens een monster in huis.

Ed Harcourt, Here be Monsters, Heavenly/EMI

Basement Jaxx

De ultieme feestmuziek

Nu de grote namen uit het Britse dansgebeuren het een beetje laten afweten (iemand nog nieuws van The Prodigy of The Chemical Brothers?) en de subtoppers weinig overtuigend uit de hoek komen, krijg je meer en meer de indruk dat de Parijse scene de internationale dansvloer beheerst. Gelukkig is er nog Basement Jaxx, het geheime wapen van de Britse club-underground. Toen de Londense dj's Felix Buxton en Simon Ratcliffe twee jaar geleden met Remedy op de proppen kwamen, sloeg hun euforische mix van house, hiphop, ragga, latin en soul in als een bom. Dit was de ultieme feestmuziek: een ode aan de multiracialiteit en de onbegrensde mogelijkheden.

Op Rooty, genoemd naar een reeks underground party's in Brixton, is het handelsmerk van het duo ongeveer hetzelfde gebleven. Basement Jaxx maakt echte liedjes, waarin de stemmen van Philly-souldame Kele le Roc en de andere gastzangers en -zangeressen net zo belangrijk zijn als de borrelende house- en discobeats en de verrassingen niet van de lucht zijn. In 'Broken Dreams' komen zwierige Mexicaanse blazers om de hoek kijken, 'Do Your Thing' is swingende gospeljazz en het op een Gary Numan-sample gebouwde 'Where's Your Head At' klinkt zo rauw en punky dat je zou zweren dat The Clash uit de doden is opgestaan. Het fuifbeest in u komt gewis in actie op de tonen van 'Breakaway', 'Jus 1 Kiss' of het springerige 'Romeo'; 'Crazy Girl' is gefragmenteerde elektrofunk van het type dat Prince placht te verzinnen toen hij nog scherp stond en 'Get Me Off' werd oorspronkelijk besteld naar Janet Jackson maar te elfder ure afgewezen. Een stommiteit vanjewelste, want naar het niveau van haar jongste cd te oordelen had Janet deze flard opwinding wel kunnen gebruiken.

Hoe dan ook: Rooty is een plaat zonder pretenties die niettemin bruist van de ideeën. Basement Jaxx goochelt niet met concepten, maar gaat af op het gevoel. Het resultaat: 42 minuten soul en emotie met een hoog amusementsgehalte.

Basement Jaxx, Rooty, XL Recordings/V2

Jeff Buckley

Dood maar springlevend

Wie jong sterft, wordt een mythe, dat is een van de wetmatigheden van de rock-'n-roll. Ook Jeff Buckley, na een impulsief zwempartijtje op 29 mei 1997 verdronken in een zijarm van de Mississippi in Memphis, kon er niet aan ontsnappen. De man maakte bij leven slechts één cd en een handvol ep's, maar die hielden zulk een grote belofte in dat haast niemand zijn dood kon aanvaarden. De ironie is dat er sinds het klassieke Grace al meer postuum werk van Buckley is verschenen dan er tijdens zijn leven beschikbaar was. En aangezien er voor die platen uit een relatief klein corpus moest worden geput, krijg je ook almaar dezelfde nummers te horen. Live à l'Olympia, een concertdocument uit juli 1995, vormt op die regel geen uitzondering en zal wellicht alleen nog de diehards plezieren. Want hoeveel versies van 'Hallelujah', 'Dream Broher' of 'Lover, You Should Have Come Over' kan een mens hebben zonder oververzadigd te raken?

Daarmee willen we ook weer niet gezegd hebben dat deze cd overbodig is. Buckley zag zichzelf in de eerste plaats als een liveartiest: hij hield van de directe confrontatie met het pubiek, improviseerde veel, maakte grapjes, maar slaagde er soms ook in volledig boven zichzelf uit te stijgen. En tijdens zijn twee avonden in de Parijse Olympia hing er duidelijk elektriciteit in de lucht. Tenslotte was dit de zaal waarin James Brown ooit een schitterende live-elpee had opgenomen (een favoriet in Jeff Buckleys tourbus) en waar Edith Piaf nog op het podium had gestaan. De band gooide dus alle remmen los, speelde twee erg fysieke shows, waarin bijvoorbeeld de schuimbekkende versies van 'Eternal Life' en de MC5-klassieker 'Kick Out the Jams' opvielen. Voorts dolt Buckley een beetje met 'Kashmir' van Led Zeppelin, oogst hij triomfen met een Piaf-nummer en zingt hij twee minder bekende songs die ook al op zijn vorige liveplaat te horen waren: 'That's All I Ask' en 'What Will You Say'. Het laatste is een extraatje, geregistreerd in een klooster in Saint-Florent-le-Vieil. Jeff Buckley zingt hier op een indrukwekkende, haast religieuze manier samen met de uit Azerbeidjan afkomstige mughamzanger Alim Qasimov. Best interessant allemaal, maar zelf kijken we toch veeleer uit naar de beloofde plaat met outtakes en b-kantjes.

Jeff Buckley, Live à l'Olympia, Columbia

Prefab Sprout

Superieur geluidsbehang

Paddy McAloon is een man die in een ander tijdsgewricht lijkt te leven. Als songwriter zweert hij bij verfijning en ouderwets vakmanschap: intelligente teksten, tijdloze melodieën, verbeeldingrijke arrangementen. Met zijn groep Prefab Sprout maakt hij al zeven platen lang muziek waarin niets aan het toeval wordt overgelaten en waar modes of trends geen vat op hebben. Tijdens de jaren tachtig was het gezelschap uit Newcastle even hip, maar sindsdien ging het zich steeds nadrukkelijk aanschurken tegen middle of the road-sterren als The Carpenters en Jimmy Webb. Zo dateren veel van de liedjes op The Gunman and Other Stories al van zes jaar geleden en werden ze oorspronkelijk bedacht voor Jimmy Nail, Kenny Rogers en Cher. Probeert McAloon dus een kind blij te maken met een dooie mus? Het heeft er alle schijn van.

Niet dat de zanger tijdens de vier jaar stilte die volgde op Andromeda Heights in onledigheid heeft doorgebracht. Hij liet zich in de echt verbinden met backingzangeres Wendy Smith, werd tweemaal vader, diende verscheidene oogoperaties te ondergaan en schreef zoveel songs dat hij inmiddels al zo'n twaalf onuitgebrachte langspelers in de kluizen heeft zitten. Voor The Gunman and Other Stories koos hij liedjes die doordrongen zijn van de mythologie van het wilde westen. Vandaar de vage countrycomponent: in 'Cowboy Dreams' zorgt Eric Weissberg, de man van 'Duelling Banjos' uit de soundtrack van Deliverance, voor enig getokkel en elders waagt McAloon zich aan de traditional 'Streets of Laredo'. Alleen hebben we die in de versie van John Cale al veel overtuigender gehoord.

'Wild Park in the Pack', 'The Gunman' en 'Cornfield Abaze' zijn aardige liedjes, maar verrassingen heeft Prefab Sprout niet langer in petto. McAloon blijft de perfectionist die honderd verschillende partijen opneemt en daarmee aan het puzzelen slaat (dit keer onder het toeziend oog van Tony Visconti). Te vaak echter doet het resultaat al te gepolijst, berekend en vlekkeloos aan. Bovendien staan de synthetische arrangementen een beetje haaks op het classicisme van de melodieën, waardoor de muziek iets uitgesproken kunstmatigs krijgt. Superieur geluidsbehang kortom, maar niet per se geschikt voor iedere huiskamer.

Prefab Sprout, The Gunman and Other Stories, Liberty/EMI

The Doors

Het beste

uit de archieven

Op 3 juli is het precies dertig jaar geleden dat Jim Morrison, een van de meest charismatische rockperformers ooit, dood werd aangetroffen in zijn badkuip. Om die verjaardag te herdenken, verscheen zopas een nieuwe cd van The Doors met nooit eerder uitgebracht livemateriaal uit 1969 en 1970. Bright Midnight: Live in America is de eerste aflevering van wat in de komende vijf jaar de Bright Midnight Series moet gaan worden: een reeks platen met archiefmateriaal dat werd ontdekt toen de drie overlevende groepsleden en hun manager, Danny Sugarman, enkele jaren geleden aan een cd-box van The Doors werkten.

De gevonden banden bevatten ruim dertig uur concertopnamen, variërend van een in alcohol gedrenkte show in Boston tot een intense, bluesy set in Detroit. Negentig procent van de muziek werd nog nooit openbaar gemaakt en in de nabije toekomst zullen de concerten integraal te beluisteren vallen op de website van The Doors (www.thedoors.com). Uit de hoogtepunten zullen echter zes live-cd's worden gepuurd, die in een beperkte oplage verschijnen en slechts voor één jaar verkrijgbaar zullen zijn.

De eerste cd bevat lange, intense uitvoeringen van 'Light My Fire' en 'The End'; songs als 'Touch Me' en 'The Crystal Ship', die nog nooit eerder op een live-plaat van The Doors te horen waren; Kurt Weills 'Alabama Song' en een reeks bluesnummers, geleend van Big Joe Williams, Willie Dixon en Irving Mills. Bright Midnight toont de rauwe, opwindende kant van The Doors: de unieke blues meets flamenco-gitaarstijl van Robbie Krieger, het typsche toetsenspel van Ray Manzarek, de jazzy ritmen van drummer John Densmore en de acid-poëzie over seks en dood van moderne sjamaan Jim Morrison. Klassiek spul, dat iedereen op zijn minst één keer in zijn leven moet hebben gehoord.

The Doors, Bright Midnight: Live in America, Elektra/Warner

Dirk Steenhaut

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234