Woensdag 19/01/2022

Rockers-ontwerpers Dooreman en houbrechts over expo vijftig jaar popgrafiek

Ruggengraat van deze expo is een behoorlijk uitgebreide collectie psychedelische posters uit de sixties, waarvan San Francisco gold als het centrum

De vorm van pop

In het Museum voor toegepaste kunst in Keulen loopt nog tot 18 september de tentoonstelling Got the Look, over vormgeving en popmuziek. Op vraag van deze krant trokken vormgevers-muzikanten Gert Dooreman en Herman Houbrechts er met kloppend hart heen. Ze bleven helaas op hun honger zitten.

Het begeleidende programmafoldertje vermeldt dat Got the Look een representatief overzicht wil bieden van vijftig jaar grafiek in popmuziek. De curator vraagt zich in de inleiding verder hardop af of rockaffiches, hoes- en flyerontwerpen wel thuishoren in een museum voor toegepaste kunst. Onze argwaan is meteen gewekt. En blijkt helaas ook gegrond.

De vooropgestelde ambitie blijkt immers al snel genoeg te hoog gegrepen. De expo staat (soms) chronologisch opgesteld in de gangen van een zijvleugel van het museum. Eens de kassa gepasseerd en een trap op sta je in zo'n imposante gang. Wat minnetjes uitgelicht zie je een drietal primitief ontworpen, maar maximaal effect sorterende jazzconcertaffiches die de eerste verwachtingen inlossen en doen verlangen naar meer. Meer van dat komt er echter niet.

Slechts twee stappen verder en we zitten al in de vroege jaren zestig met enkele lokale affiches waarop beatoptredens worden aangekondigd. De affiches zijn van een ontwapenende knulligheid. Meer 'punk' dan dit krijg je hier niet te zien.

Achter ons, als een soort labiel mobiel hangend aan het plafond, herkennen we de jazzhoezen van graficus Reid Miles. Hij ontwierp over een periode van vijftien jaar meer dan vijfhonderd fantastische hoezen en voorzag zo het Blue Note-jazzlabel van zijn legendarische herkenbaarheid. Een favoriet van elke vormgever.

Ernaast hangen (verrassende combinatie), als relikwieën, het tekst- en beeldloze White Album - een ontwerp van de Britse popartkunstenaar Richard Hamilton - en het groots opgezette Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles, ontworpen door popartiest Peter Blake. Her en der staan een paar verweesde tv-schermen geposteerd die zwartwitbeelden tonen van optredens.

Verderop vinden we wat duidelijk de ruggengraat is van deze expo. Een behoorlijk uitgebreide collectie psychedelische posters uit de sixties, waarvan San Francisco gold als het centrum. De belangrijkste posterartiesten uit die periode zijn vertegenwoordigd: Stanley Mouse, Victor Moscoso, Bob Fried, Rick Griffin, Alton Kelley en Wes Wilson. Het was onder meer Bill Graham, eigenaar van het Fillmore Auditorium in San Francisco, die destijds deze artiesten de opdracht gaf affiches te ontwerpen als aankondiging van door hem georganiseerde rockconcerten. Acts als Grateful Dead, Jefferson Airplane, MC5, Steve Miller Band, Quicksilver Messenger Service, Canned Heat, Janis Joplin en Santana passeren de revue. De handgetekende affiches vallen op door hun psychedelisch kleurgebruik en dito typografie en sluiten stilistisch vaak aan bij de art-nouveaugrafiek van rond 1900. De ontwerpers experimenteerden met zeefdruktechnieken, papiersoorten en inkten. Vrijheid is blijheid.

Het werk van Moscoso blijkt achteraf het langst onze aandacht te hebben vastgehouden. Een ingenieus doorgevoerd spel met optische effecten maakt dat de tekst noch de afbeelding zich onmiddellijk prijsgeeft. Door het uitspelen van complementaire kleuren als fuchsia en cyaan lijken de binnenvormen van de letters op het eerste gezicht gratuit geplaatste organische vormen. Ondanks dat elke vierkante centimeter benut is, komen de ontwerpen zeer evenwichtig en voldragen over.

Na enkele amateuristische undergroundtekeningen zitten we al snel op de tweede verdieping. Daar is er een knullig hoekmuurtje gebouwd beplakt met zwartwitkopieën en de platenhoes van Never Mind the Bollocks van The Sex Pistols. Dit zou de grafische punkattitude moeten evoceren. Hier geen enkel van de duizenden 'home-made' fanzines die in de prewebsite-era met behulp van een kopieerapparaat ineen werden geknutseld. Zelfs geen enkele button of sticker - toch de anti-establishment-communicatiemiddelen van de punk. De seventies-eighties dus. De voorstelling van hiphop en rap moet het stellen met circa dertig inderhaast bij elkaar geraapte hoezen van twijfelachtig allooi. Eenzelfde lot is new wave beschoren.

Je verwacht op z'n minst de Britse ontwerper Peter Saville, die de vormgeving verzorgde van het label The Factory (onder meer Joy Division, New Order). Tot onze verbazing stoten we plots wel op een verzorgde compilatie van lp-hoezen van de hand van Andy Warhol. De enkele Blue Note-hoezen die hij ontwierp (midden jaren 50) stammen uit de periode dat hij nog als grafisch ontwerper incashte. Zijn illustraties zijn bijna exacte kopieën van het werk van David Stone Martin. Later wordt Warhols werk hoofdzakelijk conceptueel. De hoes van The Velvet Underground & Nico (die op de cover enkel Warhols naam draagt) was voorzien van een 'afpelbare' banaansticker. Op de hoes van Sticky Fingers van de Rolling Stones zit een echte ritssluiting in een foto van een jeans verwerkt.

Daarna maakt de expo een sprong naar de nineties. Een volledige verdieping is gewijd aan de Amerikaanse posterartiesten Frank Kozik, Derek Hess, Coop en Mark Arminski (www.nevermindgallery.com). Vooral Frank Kozik heeft een sterrenstatus bereikt. Zijn vormgeving kun je als postmodern omschrijven: een opeenstapeling van stijlen, kleuren (vooral fluotinten) en lettertypes. Zijn beeldgebruik citeert voortdurend uit andere populaire culturen zoals cartoons, horror, westerns, psychedelica. Whatever. De groepen waarvoor hij posters ontwierp, zijn onder anderen Butthole Surfers, The Melvins, Nirvana, Pearl Jam, Red Hot Chili Peppers en de Beastie Boys. Naar onze mening slaagt iemand als Derek Hess er daarentegen wel in om een eigen stijl te etaleren. Los in de ruimte hangen pro forma nog wat danceflyers en daarmee zit de tentoonstelling erop.

Dat laat ons nog ruim tijd om uit het blote hoofd op te sommen wat we níét te zien kregen: de fifties, rock-'n-roll, Elvis: 50.000.000 Elvis Fans Can't be Wrong, de seventies met progrockers als Genesis, glamrocker David Bowie en de Belgische illustrator Guy Peelaert, Hipgnosis, de Britse vormgevers voor onder meer progrockers Pink Floyd (Wish You Were Here, Dark Side of the Moon), Peter Gabriel, T-Rex, Wishbone Ash. Illustrator Roger Dean (die de hoezen en decors van Yes van een buitenaardse setting voorzag). Magazines zoals The Face (Neville Brody) en Rolling Stone. Geen artrockers als Talking Heads, Blondie, PIL, Buzzcocks, Bauhaus, This Heat, Sonic Youth, Wire, The Clash, The Damned, The Fall, Devo, Dead Kennedys, The Ex, XTC, B-52's. Geen Klaus Voorman, die onder andere de tekeningen maakte voor Revolver (en de recente Anthology) van The Beatles. David King en Roger Law (Sell Out van The Who), Mark Farrow (The Pet Shop Boys), Ronnie Stoots (Stax-label), Trout Mask Replica van Captain Beefheart, Chicago van John Berg... Alle hoezen van The Sparks. Fotografen Richard Avedon (Bookends van Simon & Garfunkel, Patti Smith) Mick Rock (Coney Island Baby van Lou Reed, Queen, David Bowie, Iggy Pop, Steve Harley), Joel Brodsky (Strange Days van The Doors, Black Moses van Isaac Hayes, Small Change van Tom Waits), Brian Griffin (Echo & the Bunnymen), Annie Leibowitz (huisfotografe voor Rolling Stone), Anton Corbijn (U2, Johnny Cash...), et cetera. En dan komt de 21ste eeuw niet eens ter sprake.

Deze tentoonstelling is een gemiste kans. Ze is inspiratieloos en weinig creatief opgebouwd. Ze is ook kwantitatief en kwalitatief te beperkt. Te veel muziekstijlen die popmuziek ook in zich draagt en die allemaal vaak hun specifieke vormentaal hebben (jazz, reggae, progrock, hiphop, r&b, blues, funk, soul, elektro, house, dance, punk, rockabilly, country, rap...) zijn hier niet of nauwelijks vertegenwoordigd. Vijftig jaar grafiek in popmuziek laten zich niet met een gelimiteerd budget in een slordige zomerse tentoonstelling proppen.

Net als onze trip op een valse noot lijkt te eindigen, is er bij de uitgang troost. Daar zijn immers twee schitterende boeken met posterart te koop. Art in Rock en Art of Modern Rock (meer dan 500 pagina's elk). Aanraders van formaat. Wij hebben niet getwijfeld...

WAT Graphik der Popmusik, Got the Look WAAR & WANNEER tot 18 september 2005 Museum voor toegepaste kunst, An der Rechtschule 50667 Keulen Telefoon 0221-221-26714 E-mail: mfak@stadt-koeln.de. Van dinsdag tot zondag 11-17 uur

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234