Zondag 15/12/2019

Robert Doisneau fotograaf met een monkellach

Iconische tijdsbeelden zijn de foto’s van Robert Doisneau. Schalkse kiekjes van bekende Fransen, zoals de filmmaker Jacques Tati achter zijn gedemonteerde fiets, van scholieren die zich vervelen en amuseren, van glamourvedetten en van het gewone volkje van Parijs. Maar ook onvermoede beelden van Parijse straatkeien, zonovergoten woestijnen in Californië, en Franse mijnen. Een retrospectieve in Manderen met 300 foto’s onthult een bedachtzame mensenvriend.

De meest bekende foto van Robert Doisneau is wellicht ‘Le Baiser de l’Hôtel de Ville’. Een zoenend koppel bij het gerenommeerde warenhuis BHV tegen de achtergrond van het stadhuis van Parijs: het is waarschijnlijk dé cultfoto van de naoorlogse Franse lichtstad. Dat achteraf bleek dat het beeld in scène was gezet met een koppel acteurs, die wel écht verliefd waren, doet daar geen afbreuk aan.

Oorspronkelijk was deze foto onderdeel van een opdracht van het Amerikaanse Life Magazine. De olijke maar ook melancholieke beelden van bezet Parijs tijdens de oorlog waren opmerkelijk. Zo nam Doisneau (1912-1994) een gevaarlijke foto van een Duitse militaire fanfare, verstopt achter de brede cape van een autochtone politieman. ‘Je suis un trouillard’ (ik ben een angsthaas) zei de man die niet zo driftig op jacht ging naar hét shot, maar eerder rustig zat te vissen tot hét beeld opdoemde. Doisneau hanteerde daarbij zijn eeuwige Rolleiflex, gekocht met het geld van een eerste belangrijke reportage van de vlooienmarkt, een opdracht van een socialistische volksvertegenwoordiger.

Rond 1950 kreeg hij glamourfoto’s - onder andere van een piepjonge Brigitte Bardot - als opdracht voor Vogue. Hij maakte ook sfeerbeelden van mondaine evenementen. Daarvoor moest Doisneau, die zijn leven lang een atelier had in de buitenwijk Montrouge, een smoking huren.

En dat voor de man van wie de eerste foto’s (rond 1929) glimmende straatstenen en houten palissades waren, omdat hij te timide was om mensen te fotograferen. Doisneau - die op zijn veertiende een opleiding in gravure en lithografie kreeg en schitterend kon tekenen (zoals een paar schetsen op de tentoonstelling duidelijk maken) - kreeg een eerste job als industrieel, publicitair, en technisch fotograaf bij autofabrikant Renault, net voor de oorlog. Maar daar werd hij in 1939 ontslagen, omdat hij frequent te laat kwam. ’s Nachts dwaalde hij immers door Parijs.

In de fabriek had hij de eerste arbeiders gefotografeerd en dat sociale engagement droeg hij niet alleen in het verzet mee, maar ook later voor bladen als La Vie Ouvrière.

Geamputeerde vingers

Uitzonderlijk in deze overzichtstentoonstelling - die samengesteld werd met de hulp van zijn beide dochters Francine en Annette - hangen de reeksen die hij maakte in de steenkolenbekkens van Noord-Frankrijk en de Moezelstreek. Sommige foto’s werden voor het eerst afgedrukt.

Als een antropoloog/etnograaf inventariseerde Doisneau de ondergrondse donkerte en noeste lijven, de schriele arbeidershuisjes, de gezinnen aan de toile cirée op tafel... Merkwaardig is een artistieke collage: tegen de achtergrond van een mijnlandschap heeft Doisneau mijnwerkershanden als marionetten gemonteerd. Pakkend zijn de verminkte handen. Mijnwerkers amputeerden soms moedwillig een paar vingers om - bij gebrek aan pensioen - toch een vergoeding te krijgen. Deze fotomanipulatie is eerder uitzonderlijk bij een fotograaf die zelf zijn kadrering niet strikt afbakende, maar dat aan de ‘eindgebruiker’ overliet.

Of misschien is het toch niet zo vreemd, want Doisneau was vriend aan huis bij surrealistische en existentialistische kunstenaars als beeldhouwer Giacometti, filmmaker Jacques Tati, dichter Jacques Prévert, schilder Picasso, actrice Sabine Azéma, acteur Fernandel, en muzikant Maurice Baquet, die hem overhaalde om naar Amerika te komen. Daar, in een golfresort voor schatrijke gepensioneerden in Palm Springs, Californië, maakte de Franse estheet de meest onwaarschijnlijke beelden: in kleur, van een desolaat landschap, maar ook van een parvenumentaliteit. Een woestenij van nihilisme en eenzaamheid.

Sommige beelden uit die jaren zestig lijken wel schilderijen van Edward Hopper. Kil, steriel. Zoals de biljonair met een buiten- en een binnenzwembad, die wegens ziekte zelf niet meer in het water mocht en dus opblaasbare witte zwanen had gekocht die dreven op het roerloze wateroppervlak. Dat soort van monkeling zit in de ruim 450.000 negatieven die Doisneau in zijn leven bijeenklikte, waarvan nu een representatief en verbazend overzicht wordt getoond.

Doisneau die zichzelf kiekte, zittend op het dak van zijn bolide, was een artiest bij wie de monkellach de traan in de ooghoek wegwiste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234