Zondag 25/10/2020

Robert De Niro junior: 'Ik wilde dat mijn kinderen wisten wat hun grootvader heeft betekend'

In de naam van de vader & de zoon

Voor 'Robert De Niro, de beroemde acteur' was er 'Robert De Niro, de beroemde kunstenaar'. De Niro senior was een bohemien en tijdgenoot van onder anderen Anaïs Nin, Jackson Pollock en Tennessee Williams. Vandaag, 15 jaar na de dood van de schilder, zegt De Niro junior waarom hij het werk van zijn vader in leven houdt.

door christopher turner

In SoHo, New York is er een studio die zo goed als onveranderd is gebleven sinds de dood van zijn bewoner vijftien jaar geleden. Het lijkt wel een tijdscapsule met het bohemienleven uit de fifties, gedomineerd door een decoratieve vogelkooi. De muren zijn bedekt met tapijten, Afrikaanse maskers, geschenken, houtskooltekeningen en levendige waterkleuren. Een gang vol stapelrekken, volgestouwd met kleurrijke olieverfdoeken leidt naar de studio, met daarin drie schildersezels. Op één van hen staat een fauvistisch landschap uit 1977. Oude tubes olieverf zijn uitgedrupt over een schilderstafel, naast een leger uitgestalde borstels.

Dit is geen museum zoals de studio's van de schilders Pollock, Bacon en Brancusi dat zijn, maar een persoonlijk eerbetoon aan de schilder, Robert De Niro, en in ere gehouden door zijn zoon, de acteur, die dezelfde naam draagt. "Ik probeer de studio zoveel mogelijk te houden zoals hij was toen mijn vader stierf", vertelt De Niro. We ontmoeten elkaar in de Ameringer Yohe Fine Art, de kunstgalerie in Midtown Manhattan die vorige herfst semi-abstracte zomerlandschappen van zijn vader exposeerde.

"Ik wilde het bewaren voor zijn kleinkinderen, mijn kinderen. Ik wilde dat ze wisten wat hun grootvader deed, wat hij heeft betekend. Ik heb foto's genomen, alles gearchiveerd, maar ik probeer alles zo lang mogelijk te bewaren zoals het vroeger was." Zelfs een versleten haarborstel, compleet met het DNA van de kunstenaar, blijft onaangeroerd. Deze plek is een soort herdenkingsplaats waar de tijd stilstaat. "Soms ga ik er naartoe om er gewoon een tijdje te zitten", zegt De Niro. In de slaapkamer van De Niro senior hangt nog een vergeeld exemplaar van The Christian Science Monitor boven zijn bed, dat verhaalt over zijn laatste dag dat hij in datzelfde bed doorbracht.

Terwijl De Niro over zijn vader praat, kijkt hij vaak van me weg terwijl hij zijn wenkbrauwen fronst en die bekende, verbeten trek om zijn mond heeft. De Niro staat bekend voor zijn geslotenheid over zijn privéleven, maar de bewondering voor zijn vader drijft hem. "Ik wou dat ik het begreep", vertelt hij me wanneer ik vraag wat zijn vader dreef. "Ik heb het hem nooit gevraagd en hij heeft het mij ook nooit verteld. Soms wou ik dat ik vroeger wat nieuwsgieriger was geweest."

Tribeca Grill

De Niro senior, met wie de acteur zijn temperament, excentriciteit en passie zegt te delen (net als hun "sterke connectie met de geur van olieverf, sigaretten en duffe, oude truien") was één van Amerika's meest prominente beeldende kunstenaars, een aantrekkelijke krullenbol en wonderkind, die in 1946 op 24-jarige leeftijd de scene van New York bestormde met zijn eerste soloproject in Peggy Guggenheims Art of This Century Gallery op 57th Street.

De befaamde criticus Clement Greenberg, later kingmaker van Jackson Pollock, prees De Niro's werk in The Nation: "De originaliteit en de kracht van zijn temperament uiten zich door een stalen beheersing van plastische elementen, zoals zelden gezien in onze tijd." In 1955 schreef dichter en criticus Frank O'Hara dat De Niro "één van de meest originele en krachtige jonge kunstenaars van vandaag is, en elke voorstelling van hem is een belevenis." De Niro junior werd omringd door bekende kunstenaars: Jackson Pollock, Willem de Kooning, Anaïs Nin, Henry Miller en Tennessee Williams. "Mijn ouders begaven zich allebei in artistieke kringen", zegt De Niro met een bescheiden understatement.

De schilderijen van De Niro sr. liggen in de kelders van het Metropolitan Museum of Art, het MoMA, het Hirshhorn- en Whitney-museum, maar ze zijn veel prominenter aanwezig in De Niro juniors Tribeca Grill-restaurant en in zijn recent geopende Greenwich Hotel. De Niro is tot veel bereid om het werk van zijn vader te beschermen, zelfs gerechtelijke stappen. Na de dood van zijn vader organiseerden De Niro jr. en zijn moeder een expositie in de Salander-O'Reilly Gallery, en toen Larry Salander zichzelf vorig jaar failliet verklaarde, gaf hij zijn schuldeisers vijf schilderijen van De Niro sr. om zijn schulden af te betalen. De Niro jr. vecht de zaak nu aan om die schilderijen terug te krijgen.

Privé-eetkamer

"Hij heeft die schilderijen zelf opgehangen", zegt De Niro trots over de doeken die de achterste muur van de Tribeca Grill sieren. Twee ervan beelden een Marokkaanse harem uit, geïnspireerd door Delacroix. Een derde toont een scène van Garbo's Anna Christie. De Niro herinnert zich hoe zenuwachtig hij was toen hij zijn vader om die schilderijen vroeg. Senior was immers heel gevoelig als het om het weggeven van zijn werk ging. "Je geeft het aan iemand, en zij steken het dan in een kast", zei De Niro sr. tegen zijn zoon toen die vroeg of hij twee schilderijen aan Francis Ford Coppola mocht geven voor diens vijftigste verjaardag. Tot grote blijdschap van acteur De Niro kwam zijn vader, die ook het ontwerp van de menu's voor de Grill verzorgde, daarna wel regelmatig naar de Grill, om te dineren of iets te drinken terwijl hij zijn eigen creaties bewonderde. Na de dood van zijn vader hing De Niro zijn laatste schilderij, een enorm, dynamisch stilleven waaraan hij bijna een decennium had gewerkt, in een privé-eetkamer.

Poëtische antiheld

Robert De Niro senior werd geboren in 1922 in Syracuse, New York. Zijn moeder was Iers en zijn vader een Italiaan die werkte als gezondheidsinspecteur. Robert wist vanaf zijn vijfde al dat hij schilder wou worden en werkte er als kind zo bezeten aan dat hij op zijn twaalfde een eigen studio kreeg in het Syracuse-museum, waar hij schilderlessen volgde. In 1939 mocht hij gaan studeren aan de legendarische vooruitstrevende Black Mountain-universiteit in Noord-Carolina. Hij kreeg er les van de beroemde Bauhaus-kleurtheoreticus Josef Albers. De Niro vond al snel Albers' opvatting over kleur te dogmatisch en extreem wetenschappelijk. Albers, op zijn beurt, vond De Niro te expressionistisch en emotioneel. Toch erkende hij De Niro's talent en vergeleek de 17-jarige met Modigliani of Grünewald. Wanneer Albers naar Mexico trok liet hij De Niro zijn volledige studio overnemen, in de hoop het jonge genie er nog aan te treffen bij zijn terugkomst. Maar De Niro schreef zich in voor de lessen bij een andere Duitse emigrant, Hans Hofmann, wiens stijl hij meer waardeerde. In 1941 vertrok hij naar Hofmanns school op 8th Street in New York. Bekende alumni waren Lee Krasner, Helen Frankenthaler en Ray Eames. "Hij was knap, ook zeer elegant", vertelt de schilder Albert Kresch, een ex-student van Hofmann in 1941, over De Niro, "en aantrekkelijker dan zijn zoon, een paar centimeter groter en zijn haar zag er stukken beter uit. Hij was een antiheld in de poëtische zin van het woord." De Niro werd verliefd op één van zijn collega's, een bevallige blondine met een waanzinnige naam: Virginia Admiral. Ze trouwden in december 1941. Admiral was zeven jaar ouder en een befaamde schilderes. Ze was een rebelse studente aan Berkeley, waar ze lid was van de Trotski-beweging voor jonge socialisten. Samen met de dichter Robert Duncan lanceerde ze een magazine, waarvan de getalenteerde medewerkers later tot haar kunstzinnige entourage zouden gaan behoren.

Hofmann speelde de rol van pater familias, schrijfster Anaïs Nin was de slechte moeder voor Virginia Admiral en De Niro's groep. Nin vergeleek hen met Cocteaus 'Les enfants terribles'. In haar dagboek beschreef ze het atelier van Admiral, gelegen boven een hamburgertent en een schoenenwinkel, met ramen die van de vloer tot de nok reikten, als een koude, kale plaats. "Binnen is er een lavabo en lopend water, buiten is er een plek om je te wassen, daar blijft het bij. Er zijn nagels in de muur om kleren aan te hangen, er is een toestel om koffie op te warmen en we drinken zure wijn uit kartonnen bekertjes."

Anaïs Nin

Om haar schilderijen te kunnen financieren, werkte Admiral één avond in de week als typiste voor Nin. Ze tikte de beruchte decadente dagboeken uit voor 10 cent per pagina. Nin, die in Greenwich Village leefde met een aap als huisdier, was ingehuurd door een verzamelaar van erotische geschriften, een oude miljonair. Ze werd 1 dollar per pagina betaald en kreeg de opdracht om minimum honderd pagina's per maand neer te pennen. Nin was trots op de titel die ze zichzelf gaf, de bederver van de jeugd, en zag Admirals tikwerk als een onderdeel daarvan. Ze was er zelfs van overtuigd dat ze Admiral haar geest had 'bevrijd'. De verzamelaar was Nins poëtische beschrijvingen al snel beu en stelde voor om enkel nog louter en alleen seksscènes te schrijven. Hardcore pornografie werd, volgens Nins omschrijving, 'hard werk' en in 1942 rekruteerde ze enkele jonge schrijvers om haar te helpen. Nin noemde zichzelf 'de gastvrouw van een literair, snobistisch huis voor prostitutieverhalen': "Ik verzamel dichters rondom mij en we schrijven allemaal erotica." Nin pochte ook dat haar schrijven van dagboeken een ware rage had ontketend. De Niro, een katholiek, behoorde niet meteen tot de vaardigsten in dit clubje en gaf na enige tijd zijn taak op. Gedurende de zomermaanden verhuisden De Niro, Admiral en hun bohemienkring naar het kuststadje Provincetown in New England. Daar schreven ze zich in aan Hofmanns zomerschool om landschappen te schilderen en te experimenteren. Provincetown had een Portugese visserspopulatie en in de zomer stonden de kleine boerderijen, die normaal dienst deden als opbergruimte voor de visnetten, leeg. Sommige artiesten sloegen daar hun kamp op. "De hele imbeciele kliek van Manhattan is hier", schreef Tennessee Williams, die regelmatig De Niro bezocht in dit beatnikresort. De Niro, veel minder bemiddeld dan de rest, moest regelmatig in een visfabriek werken om zo zijn zomer te bekostigen. "Er lopen hier homoseksuelen rond met hopen, maar niemand voor mij", foeterde Nin in 1942 tegen de dichter Duncan, die in de militaire gevangenis zat. Hij was uitgekomen voor zijn homoseksuele geaardheid om zo aan het leger te ontsnappen. ("Ik ben nu officieel een nicht", grapte Duncan.) Volgens Deirdre Blair, in haar biografie over Nin, verleidde Robert Duncan zowel Robert De Niro als Virginia Admiral en schepte hij bij iedereen op over zijn veroveringen. In de zomer van 1942, deelden De Niro en Admiral een studio in het binnenland, een krot met zeer dunne muren in de achterwijken van Provincetown. Nin schrijft in haar dagboek dat ze afgeluisterd werden door de buren-bohemiens terwijl ze over Duncan ruzieden: "Ik heb het allemaal goed gehoord", schreeuwde de buur terug, "ik heb nagedacht en de argumenten van jullie beiden gehoord, ik denk dat Virginia absoluut gelijk heeft en het gedrag van Duncan met Robert vuil en lelijk is." Anaïs Nin schrijft dat De Niro er kapot van was dat hij op die manier werd geout. Het hechte clubje viel uiteen. "Onder mijn vrienden is liefde een groot verdriet", schreef Duncan in een gedicht dat gepubliceerd werd voor hij naar Californië vertrok. Daar werd hij een van de voortrekkers in de renaissance van San Francisco.

Bobby

Robert De Niro junior, 'Bobby' genoemd door zijn familie, werd geboren in augustus 1943. De De Niro's verhuisden naar een gebouw in Greenwich Village. De Niro senior werkte parttime als suppoost in het Museum of Non-Objective Art (wat later het Guggenheim Museum werd), waar ook zijn vriend Jackson Pollock werkte. Zijn relatie met Admiral eindigde niet lang daarna, nog voor zijn zoon twee jaar was, de bezoeken aan een freudiaanse analist ten spijt. Hij trouwde nooit opnieuw. Net toen de De Niro's in vriendschap uit elkaar gingen genoten ze voor het eerst succes als schilders. In 1942 exposeerde Admiral haar werk in The Art of This Century Gallery en verkocht een schilderij aan het Museum of Modern Art voor het vorstelijke bedrag van 100 dollar, lang voordat haar collega's door die instelling werden aanvaard (Pollock verkocht zijn eerste doek pas twee jaar later aan het MoMA). Het solodebuut van De Niro senior volgde in 1946. Begin jaren 1950 werden zijn werken in heldere Franse kleuren in Hofmann-stijl met dikke, golvende penseelstreken, opgenomen in de Charles Egan-galerie naast artiesten als Willem de Kooning en Franz Kline. "Ik herinner me dat ik hem als kind in zijn studio bezocht", zegt Robert De Niro. "We woonden niet samen, ik woonde bij mijn moeder. Het was een echte studio, een complete rommelboel, en het stonk er naar verf en terpentijn." Hij omschrijft zijn vader als "een liefhebbend iemand die je veel aanraakte en knuffelde." Toen hij opgroeide zagen ze elkaar om de zoveel dagen en bezochten ze musea, gingen ze naar de bioscoop of hingen gewoon rond in het park van Washington Square. Een paar keren probeerde zijn vader hem zover te krijgen om voor hem te poseren, maar dat lukte niet, zegt De Niro. "Ik kon niet zolang stilzitten."

'Het armste van het armste'

Zijn vader was een eenzaat. "Hij leefde in dompige lofts", zo herinnert zijn zoon, "waar niemand anders wilde wonen. Vaak was hij de enige huurder in het gebouw." De Niro senior leidde bijna het bestaan van een zwerver. Hij verhuisde van studio naar studio rondom SoHo en de Lower East Side - een van die gebouwen brandde af in 1949, waarbij een hoop van zijn vroege werk vernield werd - en zijn zoon geeft toe dat hij zich schaamde voor zijn vader toen hij jong was. "Bijna niemand die ik kende had 'creatieve' ouders die in smerige huizen woonden en rare jobs deden." Volgens schilder Paul Resika, een goede vriend van De Niro senior, was De Niro toen "het armste van het armste" en volledig toegewijd aan zijn werk. Een artikel in Artnews beeldde De Niro senior af in een van zijn met verf bespatte studio's terwijl hij op een matras op de vloer zit en nadenkt over een schilderij van een kruisiging. Dit thema hield hem bezig van 1953 tot 1957, maar hij kon er als perfectionist geen weg mee. De meeste van zijn doeken en vele studies werden uitgeveegd of vernietigd. "Hij leek weinig vooruitgang te boeken in de strijd tegen zijn eigen demonen", zo formuleerde de Artnews-auteur het. Figuratief expressionisme begon toen uit de mode te raken. Abstract expressionisme, en daarna popart zwaaiden de scepter. Maar De Niro senior veranderde niet. De originele kunstwerken op de muur van zijn laatste studio beslaan samen vier decennia en zijn verrassend consistent. Volgens Paul Resika vond De Niro senior al op jonge leeftijd zijn eigen stijl. Begin jaren zestig vertrok De Niro naar Frankrijk, vervuld van afkeer omdat hij niet aanvaard werd in de nieuwe commerciële scene. Hij was onderhevig aan depressies. "Al toen ik een kind was voelde ik twee tegenstrijdige gevoelens in mijn hart", zei De Niro senior ooit. "Enerzijds de gruwel van het leven, anderzijds het genot ervan." Uit één van de biografieën over de zoon blijkt dat die zijn vader in 1965 terugbracht naar New York nadat hij ten onder ging aan een soort van bipolaire instorting. Als ik vraag naar de depressies van zijn vader klapt de acteur dicht: "Ik weet er niet genoeg over, hij zei er niets over tegen mij. Hij wou dat niet met mij delen. Ik heb er wel een beetje over gehoord, maar ik ben niet zeker... Het is zeker mogelijk." Een van de vrienden van De Niro senior omschreef hem als "een eenzame ziel" met een "elegante geest". Aan het einde van de jaren zestig en zeventig, exposeerde De Niro senior op regelmatige basis. Om de eindjes aan elkaar te knopen gaf hij les aan Cooper Union, de School of Visual Arts en de universiteit van Buffalo. "De Niro zit vast aan de donkere kant van de succesmachine", merkte een criticus ooit op. In datzelfde artikel werd de "glitterende carrière van Warhol" geplaatst naast de "aristocratische artiest" De Niro, van wie het "gepassioneerde werk mikt op de verheven niveaus van de loop van de geschiedenis." Zijn zoon herinnert zich hoe zijn vader kunsthandelaars haatte, hen als parasieten zag, en dat een galeriehouder zijn vader ooit een kartonnen doos met instantsoep cadeau gaf. "Dát gaven ze hem voor Kerstmis, en het was niet eens ingepakt!"

Beroemde zoon

Moeder Admiral stopte met schilderen. Geïnspireerd door haar werk voor Nin en omdat ze voor haar zoon moest zorgen, begon ze onder de naam Academy een typisten- en opmaakdienst. Een van haar klanten was de theaterlerares Maria Piscator, die De Niro junior uitnodigde om deel te nemen aan haar toneelworkshop aan de New School of Social Research. Vanaf zijn tiende ging junior 's zondags naar die workshop. Admiral breidde haar zaak uit met vastgoed, zocht goedkope werkstudio's uit voor haar ex-man en hielp hem financieel uit de nood, net zoals vrienden zoals de De Koonings dat deden. In zijn memoires schreef schilder Larry Rivers dat De Niro hem om twee uur 's morgens wakker belde "om hem om cash - een cheque nam hij ook aan - te vragen, zodat hij onverstoord kon voortwerken aan zijn kunst. Dit waren eerder eisen dan verzoeken." Toen zijn zoon midden jaren zeventig beroemd werd, schoot ook De Niro junior hem ter hulp. "Hij was trots op mij, maar het moet hard voor hem zijn geweest", schreef De Niro junior ooit in een eerbetoon aan zijn vader. "Hij werd erg gerespecteerd door zijn collega's, maar kende geen wereldwijde naambekendheid. Hij hield ervan dat ik beroemd was, maar moest er zich bij neerleggen dat onze namen hetzelfde waren en het niet hijzelf was die die naam bekendmaakte." In de vroege jaren 1980 verhuisde De Niro senior naar zijn laatste studio, een ruimte die hij erfde van Admiral. Hier staan geen familiefoto's - enkel postkaarten van werken van artiesten die hij bewonderde (Bonnard, Ingres, Matisse) - maar in de slaapkamer ligt een dossier van persknipsels waar 'Bobby' op geschreven staat. Toen De Niro senior ziek werd, trok hij terug in bij zijn ex-vrouw. Hij stierf aan kanker in 1993 op 71-jarige leeftijd. In datzelfde jaar droeg De Niro zijn regiedebuut, A Bronx Tale, op aan zijn vader. De Niro richtte zijn appartement in met zijn vaders schilderijen en verafgoodt diens talent. "Ik bewaar enkel zijn kunstwerken, en niets anders", zegt hij. n

TIJDSCAPSULE De studio ziet er nog altijd uit zoals schilder Robert De Niro hem heeft achtergelaten. Rechts: een portret van de jonge De Niro senior.

VADER & ZOON

Ook hier is de gelijkenis tussen beiden treffend.

PROMINENT

Robert De Niro voor één van zijn schilderijen. Hij was één van Amerika's prominentste schilders.

Ik wou dat ik begreep wat mijn vader dreef. Ik heb het hem nooit gevraagd en hij heeft het mij ook nooit verteld. Soms wou ik dat ik vroeger wat nieuwsgieriger was geweest

RETROSPECTIEVE Zoon De Niro bij een schilderij van zijn vader bij de opening van de retrospectieve in het Spaanse Bilbao.

SENIOR Robert De Niro senior in zijn studio in 1984.

Mijn vader was een eenzaat, hij leefde in dompige lofts waar niemand anders wilde wonen. Vaak was hij de enige huurder in het gebouw

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234