Vrijdag 25/06/2021

Robert D. Kaplan: Hoort Griekenland wel bij Europa?

Griekenland is de plek waar het Westen begint en eindigt. Het Westen - als humanistisch ideaal - begon in het oude Athene, waar compassie voor het individu stilaan de plaats ging innemen van de verpletterende brutaliteit van Egypte en Mesopotamië. De oorlog tussen Griekenland en Perzië van de vijfde eeuw voor Christus die Herodotus beschreef, gaf blijk van een contrast tussen West en Oost, dat al millennia overleeft. Griekenland is christelijk, maar tegelijk oosters-orthodox, het leunt in geestelijk opzicht even sterk aan bij Rusland als bij het Westen, en ligt in geografisch opzicht even ver van Brussel als van Moskou. Griekenland heeft het Westen misschien wel uitgevonden via democratische vernieuwing ten tijde van Pericles, maar het gedijde meer dan duizend jaar lang onder Byzantijns en Turks despotisme. Was Griekenland eens het noordwestelijke bastion van het geciviliseerde Nabije Oosten, toen de geschiedenis na de val van Rome naar het koudere noorden verhuisde, lag hetzelfde land in de arme, zuidoostelijke uithoek van Europa.

Het moderne Griekenland heeft altijd geworsteld met die gespleten identiteit. In het begin van de twintigste eeuw deed het de Grieks-Perzische oorlogen nog eens over. Na de Eerste Wereldoorlog mondde de militaire strijd met Turkije uit in een klinkende Griekse nederlaag. Het gevolg was dat meer dan een miljoen etnische Grieken uit Klein-Azië naar Griekenland emigreerden, waardoor het land nog verder verarmde. (Die Griekse diaspora in Klein-Azië was een enorme bron van inkomsten tot de Grieken eruit werden gegooid.) Niet alleen de Eerste Wereldoorlog, ook de Tweede kreeg een bloederig en heroïsch sluitstuk in Griekenland, met een burgeroorlog tussen rechts en de communisten. Griekenland ontsnapte ternauwernood aan het Warschaupact, opnieuw een gevolg van de onstabiele geografische positie tussen Oosten en Westen.

Griekenland bleef aanmodderen. Halverwege de jaren zeventig nog werd het bestuurd door een bijzonder brutale militaire dictatuur (geleid door kolonels uit de Peloponnesos), die zeven jaar duurde. De vrees voor een nieuwe coup leefde sterk in de beginfase van de herwonnen democratie.

Ook al lag de wieg van de Olympische Spelen in het oude Griekenland en werden de eerste moderne Spelen gehouden in Griekenland in 1896, toch werd het land het recht ontzegd het eeuwfeest van de moderne Spelen te organiseren in 1996, omdat het er niet toe in staat was. Griekenland haalde de Spelen van 2004 wel binnen, maar de financiële inspanning die het daarvoor moest leveren, maakte het land economisch fragiel in de aanloop naar de huidige schuldencrisis.

Achterdeur

Het is niet geheel toevallig dat Griekenland het economische probleemkind van de Europese Unie is. Het feit dat het gelegen is aan de zuidoostelijke achterdeur van Europa heeft er ook iets mee te maken, want de economische en politieke ontwikkeling van Griekenland past niet helemaal binnen de traditie van het moderne Westen.

Ongeveer driekwart van de Griekse bedrijven zijn familiezaken, die hun personeel rekruteren bij bloedverwanten, waardoor promotie heel moeilijk is voor mensen die niet tot de familie behoren. De belastingfraude is enorm. De economie lijdt aan een ernstig gebrek aan competitiviteit, ook al heeft Griekenland vooral een diensteneconomie, die afhangt van toerisme. De industrie is een heel zwakke sector. Uiteraard zijn die kenmerken in ruime mate het gevolg van slecht beleid in de loop van decennia, maar ze zijn ook het product van geschiedenis en cultuur, en die zijn op hun beurt het product van geografie; Griekenland ontbeert vruchtbaar land om een landbouwmacht te zijn.

Dan is er ook de politieke onderontwikkeling. Tot een eind in de twintigste eeuw waren de Griekse politieke partijen paternalistische, informele organisaties, gebouwd rond sterke persoonlijkheden - clanleiders als het ware. George Papandreou, de grootvader van de recente eerste minister met dezelfde naam, stond echt aan het hoofd van een partij genaamd 'George Papandreou Partij'. Meer dan in andere westerse democratieën waren politieke partijen familiebedrijven. De partij die de macht had, domineerde niet alleen de hoogste echelons van de bureaucratie, wat normaal is en zo hoort in een democratie, maar ook de midden- en lagere rangen. Staatsinstellingen waren vaak van boven tot onder openlijk gepolitiseerd.

Extremismen

Bovendien kende Griekenland in het begin van de jaren negentig geen gematigde linkse partij en een moderne conservatieve partij, zoals gebruikelijk was in West-Europa, maar een heel linkse partij, de Pan-Helleense Socialistische Beweging (Pasok), die tijdens de Koude Oorlog openlijk sympathiseerde met radicale Arabische regimes zoals dat van Hafez al-Assad in Syrië en dat van Muammar Kadhafi in Libië, en een wat reactionaire rechtse partij, Nieuwe Democratie. De verschuiving van die partijen naar het centrum is een recent fenomeen.

En zo roept de opkomst van een extreem linkse partij, Syriza, en een extreem rechtse neonazibeweging, Gouden Dageraad (die vaag doet denken aan de militaire junta die Griekenland regeerde van 1967 tot 1974), verre herinneringen op aan het Griekenland van halverwege de twintigste eeuw. Het is ironisch dat de radicale groeperingen hun ontstaan te danken hebben aan de extreme economische crisis, maar als die nieuwe partijen het slecht doen bij de verkiezingen dit weekend zou dat een afwijzing van het extremisme betekenen en een ruk naar het centrum - richting politieke moderniteit dus.

De neiging bestaat om te wijken voor het Griekse spook, te verklaren dat het land de moeite van het redden niet waard zijn, alvast voor Europa. Maar zo'n houding riekt naar hypocrisie, en gaat voorbij aan westers eigenbelang. Toen Griekenland in 1981 bij de Europese Unie kwam, was zijn economie duidelijk nog niet klaar; Brussel had een kordate politieke beslissing genomen, geen economische - wat het opnieuw deed toen het Griekenland toeliet tot de eurozone in 2002. In beide gevallen werd de fundamentele binnenlandse realiteit van de Griekse economie opzijgeschoven voor een visioen van een Europa dat zich uitstrekt van het Iberische Schiereiland tot het oostelijke Middellandse Zeegebied.

Natuurlijk had Griekenland in de jaren tachtig - toen ik er zeven jaar woonde - het Europese geld kunnen gebruiken om orde op zaken te stellen in zijn economie. Maar Pasok-premier Andreas Papandreou gebruikte het om de rangen van de bureaucratie aan te vullen. Griekenland bleef dus onderontwikkeld, en de gok van Brussel mislukte. De droevigste ironie is dat de zonden van de extreem linkse Andreas Papandreou terechtkwamen op zijn goedbedoelende, centrumlinkse zoon, George, wiens bewind als premier tussen 2009 en 2011 vergiftigd werd met de erfenis van zijn vader.

Maar het westerse eigenbelang eist nu dat ook als Griekenland de eurozone verlaat - en dat is een grote 'als' - het niettemin verankerd blijft in de Europese Unie en in de NAVO. Want of Griekenland de euro nu opgeeft of niet, hoe dan ook kijkt het aan tegen jaren van economisch leed. Dat houdt in, gezien de geografische ligging van Griekenland, dat de politieke oriëntering van het land niet zomaar vanzelfsprekend is. Zo hebben de Chinezen zwaar geïnvesteerd in de ontwikkeling van een deel van de haven van Piraeus bij Athene, en werkt Rusland intens samen met Cyprus op economisch vlak en op het vlak van inlichtingen.

In de media werd al gespeculeerd over het volgende. Gezien het geldgebrek van Griekenland en het geldoverschot van Rusland, en gesteld dat de Russen uit de havens van Syrië gegooid worden in de nasleep van een regimewissel daar, zou Moskou dan geen manier vinden om uiteindelijk gebruik te maken van de Griekse scheepsinfrastructuur? Vergeet niet dat zowel Griekenland als Cyprus vooral een moderne Europese geschiedenis hebben omdat ze ooit werden opgeëist door westerse mogendheden om strategische redenen. Met andere woorden: vanuit geografisch en geopolitiek oogpunt zal Griekenland nog jaren een rol spelen.

Deze bijdrage verscheen eerder in Stratfor.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234