Woensdag 13/11/2019

Road kill en beklemmende luxe in Ghent, New York

De Nederlandse schrijver en journalist Daan Heerma van Voss verblijft als 'writer in residence' met enkele tientallen andere auteurs in een groot huis in de wilde natuur ten noorden van New York City. Op een dag komt Arnon Grunberg langs. 'Het is prachtig', zegt hij. 'Maar ik zou gek worden.'

Eekhoorns, herten, kalkoenen, katten, bevers, groundhogs, stinkdieren - van allemaal zijn karkassen langs de weg te vinden. Road kill. De asfaltwegen zijn onbarmhartig voor de dieren die uit de vele, dichte bossen van de Hudson Valley tevoorschijn komen. Er bestaan zelfs Road Kill Cafés, waar ze de van straat geraapte dieren serveren, met een lekker sausje.

Een maandlang zal ik verblijven in het OMI International Centre: een centrum voor beeldend kunstenaars, schrijvers en vertalers, gefinancierd door een mysterieuze Amerikaanse weldoener. Het bestaat uit een groot, centraal huis, waar de gezamenlijke, door een kok bereide maaltijden worden genuttigd, en twee cabins waar de gasten slapen en werken.

Het huis bevindt zich op een heuvel, de bergen vormen een onveranderlijk richtpunt dat er toch elke dag net iets anders uitziet, ze kleuren mee met het verstrijken van de dag. Aan alle kanten van het huis: (tamelijk onbegrijpelijke) beeldhouwwerken, bossen en dieren. De op de kamers liggende gidsen dienen uitsluitend ter preventie en behandeling van tekenbeten. Ik neem me voor om, als ik niet productief zal blijken te zijn, tenminste niet gebeten te worden.

Onontdekt talent

Aan het begin van het weggetje dat naar het huis leidt, staat een kunstwerk dat er anders uitziet dan de andere: twee grote stenen maken een soort kuipje, in het midden een mangroot gat. Pas wanneer je ernaast staat, zie je dat het geen kunstwerk is, maar een grafmonument. Je kunt het kuipje instappen: aan beide kanten vind je een zitplekje waarvandaan je de verste kant kunt lezen. Het zijn twee grafstenen. De linker: Judith Elaine Greenburger, 1948-1999. Rechts: Alexander Jerome Greenburger, 1988-1990, het zoontje.

OMI is opgericht door Francis Greenburger, vastgoedondernemer en literair agent. Zoals met veel vermogende Amerikanen het geval is geweest, maakten zakelijke successen het Greenburger mogelijk zich toe te leggen op filantropie. Hij was al lid van de National Arts Club, maar het regelmatig bezoeken van galeries was niet genoeg, hij bevond zich te ver van de kern.

Greenburger riep de Francis Greenburger Prize in het leven, voor onontdekt talent. Het kunstenaarscentrum, aan de voet van de beeldentuin, was de tweede stap (1992). Ledig House, bestemd voor schrijvers en vertalers, was de derde en grootste (1993). Greenburgers wens: internationalisme, transatlantische ontmoetingen, gesprekken over wat er in de kunst echt toe doet.

Religieuze bijklank

Greenburger zelf komt nooit op bezoek, ik weet niet eens hoe hij eruitziet. Het zal met Amerika te maken hebben, maar in Greenburger zie ik flikkeringen van Jay Gatsby, een onzichtbaar middelpunt, een spookbeeld dat aan het einde van de dag altijd de rekening betaalt.

De gasten komen zogezegd uit alle windstreken: over literair agenten pratende Amerikanen, een fatalistische Zweedse vertaler, een lijdende Roemeense dichteres, een moederlijke Vlaamse (Diane Broeckhoven), een Italiaan-met-sik en natuurlijk Duitsers. Schijnbaar beschikken de VS over een heus circuit van residencies: campusachtige huizen met een variërende dosis isolatie dan wel sociale verplichtingen, waarbij in alles is voorzien. De Italiaan heeft zijn huishuur opgezegd, hij gaat van residency naar residency - een cultureel-artistiek verantwoorde zwerver.

De drijfveren van de rijken die dit patronagestelsel in gang houden zijn tweeërlei: ten eerste is er het oprechte geloof dat kunst belangrijk is. Dit idee wordt niet in twijfel getrokken; wanneer ik er aan de eettafel over begin, wordt er gefronst.

Ten tweede zijn Amerikanen zeer gepreoccupeerd met hun nalatenschap. 'Legacy' is een woord met een bijna religieuze bijklank. Gevoelsmatig bevindt het zich tussen vloek en grootheidswaan in, maar voor rijke Amerika- nen wier plaats in heden en nabije toekomst al is vastgesteld, is het misschien wel het enige wat nog nagestreefd kan worden.

Yankee country

Er werken zo'n vijftig omwonenden voor het Ledig House, twintig van hen doen dit het hele jaar door, vijftien van hen zitten nog op de middelbare school, zo vermeldt de website. (Ik begrijp niet hoe dit laatste reclame is, maar goed.) Totale kosten van de 'werknemers': 606.500 dollar. OMI is jaarlijks goed voor 419.000 dollar aan werkgelegenheid voor de plaatselijke economie, vooral kleine bedrijven en aannemers profiteren.

Ongeveer 3.000 mensen bezoeken door OMI gesponsorde evenementen, 13.000 het rondom gelegen beeldenpark. Vierhonderd workshops, tweehonderd zomerkampen - het huis is werkelijk een culturele spil in een gebied dat, toegegeven, niet bruist van intellectualisme of creativiteit.

Hoewel Onafhankelijkheidsdag pas over twee maanden is, hangen aan de gevels van de dorpshuizen, alleen te bereiken per auto, eind mei al Amerikaanse vlaggen. Yankee Country. De houten daken zijn soms wat ingezakt, de verf bladdert af. Er zijn overal waakhonden.

Als je een taxichauffeur vraagt een alternatieve route te nemen, zie je vechtpartijen en ruzies. Wanneer je langs een boerderij loopt, rijdt er soms een jeep achter je aan - uit angst dat je een varken steelt.

Volle koelkasten

Alles in scherp contrast met het Ledig House. De koelkasten zijn onveranderlijk vol. Op tafel ligt een boodschappenlijst die wij moeten aanvullen. Meagan, negentien jaar oud, doet de inkopen. Op een ochtend ga ik mee - ze zegt de gehele weg niets tegen me.

Zoals gezegd, er is een kok. Om half acht wordt op de binnenplaats de bel geluid. De schrijvers en vertalers komen molachtig uit hun kamertjes tevoorschijn. In de hoek van de woonkamer staat een tafel met daarop 'onze' boeken in talen die niemand leest. Voor hetzelfde geld zijn we allemaal oplichters, niemand zou het merken.

De luxe, bedoeld om de schrijvers totale vrijheid te gunnen, is tegelijk beklemmend, we infantiliseren, ik begin te vrezen voor de dag dat ik weer voor mijn eigen maal moet zorgen. Het enige wat wel van mij wordt verwacht: schrijven, geen mensen lastigvallen, meer schrijven. Wanneer op een dag Arnon Grunberg langskomt zegt hij: "Het is prachtig, maar ik zou gek worden."

'Read book'

Aan het einde van de eerste week ga ik opnieuw naar het graf van het zoontje. De hemel is kalm blauw, de zon gul.Ik lees: "Before he died he had learned to say 'I love you', 'please', 'thank you' and 'I'm sorry'. 'We remember his constant urgings that we 'read book' and his snuggling in bed with us and knowing all the lines of his favorite stories. (...) He died in the water, a place he loved. We remain on earth in awe of his brief presence here, graced by the aura of his short life."

In de tweede week hoor ik het verhaal achter de graven. De vrouw is negen jaar na haar zoontje gestorven. Aan een kanker die het gevolg was van zeer krachtige hormoonbehandelingen die tot een kind hadden moeten leiden dat de tijd kreeg meer woorden te leren dan 'I love you' en 'read book'.

Aan het einde van de derde week vindt er een lezing plaats. Zo'n tachtig mensen komen luisteren naar wat wij, writers in residence, te melden hebben. In de pauze komt er een wat oudere man op me af, hij heeft een blauwe polo aan, een OMI-petje op, en zijn jasje hangt los over zijn schouders, alsof hij een gebroken arm moet beschermen. Hij stelt zich niet voor. Zijn ogen zijn rooddoorlopen, hij spreekt met minimale energie, traag en laag. Om eerlijk te zijn was het eerste wat ik dacht: One Flew Over the Cuckoo's Nest.

Pas wanneer een derde persoon hem een vraag stelt over OMI, weet ik dat deze man Francis Greenburger is. Zijn antwoord, terwijl hij om zich heen kijkt: "OMI was geen visioen, maar een evolutie." Dan loopt hij weg.

Toen ik hier aankwam begreep ik niet waar de derde grafsteen zich bevond. Nu weet ik: de derde grafsteen is het huis zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234