Dinsdag 22/10/2019

Start-ups

RIP DOK: de hipste hang-out van Gent is niet meer

Beeld Francis Vanhee

DOK, de hipste hang-out van de Gentenaar, is niet meer. Met een laatste feestje nam Gent afscheid van de populaire plek die Vlaanderen negen jaar lang toonde wat je zoal kan doen met leegstaande gebouwen. Steden zijn dat idee, ontstaan in de krakersbeweging, ook steeds vaker genegen. ‘Maar wie bepaalt wie wel en niet mag meedoen?’

“Zoals het gezegde gaat: wie zonder zonde is, slaat de eerste steen kapot!” Met veel enthousiasme leidt een DOK-medewerkster de Gentse burgemeester Mathias De Clercq (Open Vld) langs de eetkraampjes en door de rommelmarkt. We zijn op De Allerlaatste DOK-dag Everrrr, de feestelijke afsluiter van DOK Gent en het is tijd voor de Eerste Steen Verwijdering. Negen jaar lang was dit de zowat de populairste plek voor Gentenaars om iets te drinken terwijl hun kinderen speelden. Er waren optredens, feestjes en allerlei nieuwe initiatieven om te ontdekken. Maar de loodsen, de speeltuin, de tenten en containers: ze moeten allemaal plaats maken voor een nieuwe woonwijk.

Ondanks het gure weer is de opkomst voor deze laatste dag groot, en de sfeer uitgelaten. Er wordt gejoeld als de burgemeester met een voorhamer op het stapeltje bakstenen mept. Toch zien we ook rouwkleren en tranen. “We willen vandaag alle emoties doorlopen: verdriet, rouw, vrolijkheid, de slappe lach”, zegt Liesbeth Vlerick, de coördinator van DOK. “Voorlopig vind ik het een leuke, grappige dag.” 

In 2011 mochten een aantal Gentse vzw’s de DOK-site twee jaar lang beheren, in afwachting van groot nieuwbouwproject. Het werden uiteindelijk negen jaren. “Het idee was om een vrijplaats te creëren voor bedrijven, organisaties of artiesten die nog geen eigen plek hadden”, vertelt Vlerick. Veel expo’s en feestjes dus, “en rommelmarkten, want dat is een goede manier om verschillende soorten mensen tot hier te krijgen.” Een succesvol horecaconcept met strand werd na een paar jaar stopgezet omdat het te veel werk was. 

Beeld Francis Vanhee

Want DOK kon je vooral ook een hub voor experimentele start-ups noemen, met oog voor de prangende stadskwesties. Vlerick: “In de beginjaren draaiden die projecten vooral rond stadslandbouw, daarna was er veel interesse in slow journalism, zoals (de YouTube-interviewreeks) ‘Zwijgen is geen optie'. De laatste jaren bleken water en gender duidelijk een thema.” Zo ijvert Yaku voor vrij zwemmen in de waterlopen van de stad terwijl ze ook illegale lozingen opspoort, en Other Women’s Flowers is een feministische boekenclub. In DOK passeerden de afgelopen negen jaar zo wel 70 projecten, waarvan velen nu op eigen benen staan. 

“DOK was in Vlaanderen de pionier van het tijdelijk ruimtegebruik”, weet stadssocioloog Stijn Oosterlynck (UA). Inmiddels zijn er tal van steden of bedrijven die gebouwen of open ruimtes tijdelijk te leen geven. Antwerpen had zo even A-Tower aan de Keyserlei: een leegstand kantoorgebouw werd even omgeturnd tot onder meer een kapsalon en een club, in Brussel heeft vzw Toestand het druk op allerlei plekken en ook in Gent wordt de lijst lang, met succesconcepten als NEST en De Meubelfabriek. 

Logisch ook, zegt Oosterlynck: “De steden zijn sterk veranderd, met een grotere groep middenklassers die een plek zoeken om nieuwe initiatieven uit te rollen in een stad vol verouderde gebouwen uit een andere tijd, zoals kerken en fabrieken.” Enter: de tijdelijke invulling. 

In Gent zijn ze alvast fan. “Wat we van DOK geleerd hebben”, zegt de bevoegde schepen Sami Souguir (Open Vld), “is dat het waardevol is om impulsen te geven aan kleinschalige initiatieven en experimenten.” Zo gaat de stad bijvoorbeeld het strand dat DOK zelf niet meer wilde uitbaten, inplanten aan het Houtdok, nu het gezien heeft hoezeer het in trek was bij de Gentenaars. “Wij hebben steeds veel doorgegeven aan de stad: hier is een goed idee, doe er iets mee”, vertelt Vlerick.

Maar ze vraagt zich wel af hoelang dat nog zal duren: door de groeiende aanwezigheid van projectontwikkelaars en toeristen dreigt dit soort plekken te verdwijnen, vreest Vlerick. “Een stad is meer dan immobiliën en winkels.” Het is een bezorgdheid die leeft, weet Oosterlynck. “Maar ik denk niet dat ze op dit moment terecht is. Vroeg of laat is elk gebouw oud, dus in principe is er een eindeloos reservoir.” 

Beeld Francis Vanhee

Zorgwekkender is wel dat steden de tijdelijke invulling nu als een beleidsinstrument gebruiken. “De oorsprong van het tijdelijk ruimtegebruik komt eigenlijk uit de krakersbeweging. Maar steden treden vandaag veel strenger tegen op krakers die lege gebouwen inpalmen”, legt Oosterlynck uit. Hij herinnert zich de Gentse Open Monumentendag twee jaar geleden waarin ‘tijdelijke invulling’ het centrale thema was. “In de lijst van te bezoeken plekken stonden enkel initiatieven die gericht zijn op de stedelijke middenklasse. Zo wordt het uiteindelijk de overheid die bepaalt wie wel en wie niet mag meedoen.” 

Schepen Souguir zegt daarover: “Wij vinden het vooral belangrijk om te vertrekken van wat de buurt wil.” Maar ook voor DOK was het niet altijd evident om een divers publiek aan te trekken, ondanks initiatieven als Refu Interim, een interimkantoor voor vluchtelingen. “Net daarom vind ik dat we niet zo moeten zeuren over de stad die meebeslist en focust op reële noden van de buurt”, zegt Vlerick. “Zo is in De Meubelfabriek in de Brugse Poort iemand aangesteld die zich voltijds waakt over de diversiteit.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234