Vrijdag 04/12/2020

Rioolputje voor de onderbuik

'Tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend.' Welkom op GeenStijl, de website die er een duivels genoegen in schept 'de linkse media-elite' te jennen met ongebreideld seksisme en racisme. De huidige mediastorm deert de organisatie schijnbaar niet. Kan dat blijven duren?

"Zou u haar doen?" Het was niet de eerste keer dat de Nederlandse website GeenStijl die vraag voorlegde aan zijn lezers. Eind maart had de site al eens aan zijn reaguurders, zoals het gevolg van GeenStijl genoemd wordt, gevraagd of ze de Volkskrant-journaliste Loes Reijmer 'zouden doen', maar toen waren de antwoorden nog ietwat beleefd gebleven.

Omdat Reijmer twee weken geleden GeenStijl in haar column in de Volkskrant expliciet op de korrel had genomen, voegde de zogeheten relsite er dit nog aan toe: "Graag alleen antwoorden met seksistische complimentjes, want zo doen wij dat in dit universum." Dat is - in de stijl van GeenStijl - ironisch bedoeld natuurlijk, want in haar column verweet Reijmer de website een universum gecreëerd te hebben voor seksistische 'complimentjes'. Maar wat volgde, was een hoop walgelijke reacties van de reaguurders, recht uit de onderbuik van Nederland.

"Ze loenst een beetje, geil bij het pijpen als ze mij aankijkt terwijl ik zeg dat ze echt een lekkere hoer is."

"Loes Reijmer is een kut met zo'n 65 kg overtollig vlees eromheen."

"Ik zou haar doen. Ik zou haar overdwars in alle gaatjes nemen. Lekker langzaam volpompen. Om daarna keihard dr mond over mijn keiharde lid te trekken. Hard duwen op dat hoofd. Kokhalzend krijgt ze mijn warme zaad. Hmmm."

Terwijl de meeste publieke fora ongepaste reacties verwijderen, zijn bovenstaande reacties nog steeds te vinden op GeenStijl, dat net leeft van de onwelvoeglijkheid. Of zoals de slogan van de site klinkt: "Tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend."

De recente controverse bracht ons op het idee om een bezoek te brengen aan de relverslaafde redactie van GeenStijl, maar we botsten snel op een probleem: waar zit die redactie eigenlijk? Onze collega's van de Volkskrant konden het niet precies vertellen en een mailtje naar de heren van GeenStijl leverde dit antwoord op: "Helaas. Morgen zijn we op een tropisch eiland, met onze billen bloot, tegen seksisme."

Het zegt meteen veel over het mysterie waarin de website zich hult en de humor waarmee de redactie de boze buitenwereld aanpakt. Redacteurs publiceren alleen onder pseudoniemen als Van Rossem, of Johnny Quid en de afzender van de mail was Pritt Stift, de hoofdredacteur van GeenStijl.

Uit een artikel van de Volkskrant blijkt dat de man in het echte leven Marck Burema heet. Over Burema is nauwelijks iets geweten, behalve dat hij zich sinds het vertrek van algemeen directeur Dominique Weesie bezighoudt met de dagelijkse leiding van de site. Weesie, een voormalig journalist van De Telegraaf die de site in 2003 oprichtte en hem in 2008 verkocht, wil wel praten. "Het is niet goed wat GeenStijl nu doet", zegt hij. "Je mag het niet eens zijn met iemand, maar vroeger pakten we dan het medium aan, niet de persoon. Die reacties kunnen echt niet door de beugel."

Dat vonden meer dan honderd vrouwen uit de Nederlandse media ook en ze schreven een manifest dat tegelijk in de Volkskrant en NRC Handelsblad gepubliceerd werd. De vrouwen richtten zich tot de bedrijven die op de website adverteren en daarmee instaan voor het voortbestaan van GeenStijl. De actie kreeg steun van twee Nederlandse ministers: Jet Bussemaker en Melanie Schultz van Haegen. Ze leidde ook tot vragen in de Tweede Kamer.

"Wat me heel erg aansprak, was de tactiek", zegt Rosanne Hertzberger, columniste van de krant NRC Handelsblad. "We besloten om met z'n allen naast elkaar te gaan staan, zodat GeenStijl niet een van ons afzonderlijk zou aanpakken. En door onze oproep rechtstreeks aan de adverteerders te richten, spreken we diegenen aan die dit betalen. Daarvoor hoeven we niet naar een rechtbank te stappen."

Toen Hertzberger, die ook boeken over voeding schrijft, zich enkele weken geleden al vragen stelde bij het platte seksisme van de blog, vroeg ze zich ook af of adverteerders eigenlijk nog wel gezien wilden worden op een dergelijke website. GeenStijl, dat als reactie enkele artikels over haar publiceerde, verwijst sindsdien naar haar als 'Herpesberger', 'brabbelend E-nummer', of 'stomme trut'.

Te grof voor Vlaanderen?

"Het was zeker geen campagne", zegt Hertzberger. "Ik stelde me gewoon de vraag waarom adverteerders geld willen betalen aan dit bastion van vrouwenhaat. En ik merkte dat adverteerders het ook vervelend vonden. Groenteproducent Hak, om er een te noemen, zette zijn advertenties meteen stop."

Anderen volgden het voorbeeld. De Volkskrant telde zeven bedrijven die niets meer met GeenStijl te maken wilden hebben, waaronder Grolsch, het Wereld Natuur Fonds en De Persgroep. Maar andere bedrijven gaven openlijk toe dat ze doorgingen met de advertenties. Het pretpark Efteling, bijvoorbeeld, wilde niet stoppen met adverteren, omdat "de site in het geheel niet ver genoeg afstaat van het gedachtegoed van de Efteling", zei een woordvoerder aan de NOS.

Opmerkelijk is dat het Nederlandse leger wel besloten heeft om niet meer op GeenStijl te adverteren, maar die beslissing is niet definitief, zo liet een woordvoerder weten. "We bekijken op dit moment in hoeverre websites als GeenStijl van belang zijn voor onze werving", schrijft hij in een mail. "Afhankelijk van de uitkomsten zal een afweging worden gemaakt."

GeenStijl reageerde laconiek op de berichten. Dat bierproducent Grolsch vertrok, was voor de heren geen probleem, "want Kornuit is toch niet te zuipen".

De woede van Hertzberger werd in haar column vooral opgewekt door dumpert.nl - een zusterwebsite van GeenStijl - waarop enkel filmpjes te zien zijn. In hun videoblog DumpertReeten raten ze populaire internetfilmpjes met reten. Dat zit zo: als een leuk filmpje bijvoorbeeld drie reten krijgt van een panel, dan verschijnen drie schaarsgekleede dames op het scherm, die zich met een glimlach even omdraaien.

Oprichter Dominique Weesie zag in GeenStijl van in het begin gewoon een "virtuele kroeg", waar ook weleens "blote meiden" de revue passeerden. De inspiratie haalde GeenStijl bij andere weblogs als Retecool en Flabber, vertelt hij. "We wilden iets doen dat in de reguliere media toen niet kon."

Er is in de beginjaren zelfs ooit sprake geweest om geenstijl.be te lanceren, maar Vlaanderen zou niet tuk geweest zijn op dit soort hardheid. Clint, een Vlaamse site die al eens wat vrouwelijk naakt aanbiedt, is beduidend zachter van toon. En: waar de Vlaamse mannensites het met een beperkt publiek moeten doen, zijn GeenStijl en Dumpert mastodonten. Dumpert heeft een maandelijks bereik van 2,2 miljoen mensen, tegenover 1,2 miljoen voor GeenStijl.

Dat maakt de websites zo ongelooflijk interessant voor adverteerders die een groot (en vooral jong) publiek willen bereiken. En zo verdient GeenStijl dan weer handenvol geld. Toen Weesie in 2008 GeenStijl verkocht, om zich toe te leggen op de televisiezender PowNed, kreeg hij van de Telegraaf Media Groep (TMG) een aardig bedrag toegestopt. Hoeveel dat dan mocht zijn, vraagt heel Nederland zich af. Weesie: "Laat ik gewoon zeggen dat ik er niet ontevreden over ben."

TMG wil ons geen cijfers geven over hoeveel er verdiend wordt met GeenStijl afzonderlijk. Maar voor alle sites van de mediagroep samen gaat het om 9,8 miljoen euro.

Nu TMG overgenomen is door het Vlaamse bedrijf Mediahuis, rijzen er vragen op over de toekomst van GeenStijl. Wil Mediahuis geassocieerd worden met dit soort content, of zal het de eerste de beste gelegenheid te baat nemen om de controversiële website te verkopen? Een woordvoerder wil er geen verdere commentaar over geven, omdat Mediahuis "nog niet operationeel actief is binnen het bedrijf".

Dekselse cookies

Vast staat wel dat GeenStijl ook Mediahuis geld kan opleveren. Al denken kenners niet dat de familie Leysen, die aan de top staat van Mediahuis, en gerespecteerde adverteerders als Ackermans & van Haaren, zitten te wachten op dergelijke schandalen. Als er toch tot een verkoop wordt overgegaan, kan een investeringsfonds zijn kans grijpen. "Mediabedrijven moeten de wetten van de media volgen. Een investeringsfonds laat zich daardoor niet tegenhouden. Het kan ethische bezwaren gemakkelijker aan de kant schuiven. Geld verdienen is het enige motief", klinkt het.

Hoe dat verdienmodel met adverteerders van GeenStijl in elkaar zit, valt vrij eenvoudig uit te leggen. Enerzijds plaatsen adverteerders rechtstreekse advertenties, die de mediagroep aan hen verkoopt afhankelijk van de doelgroep die ze willen bereiken.

Anderzijds worden er ook advertenties geplaatst via Google. Simpel gesteld onthoudt Google waarnaar u online op zoek bent via cookies. Surft u bijvoorbeeld naar de site van Coolblue, een online webwinkel, om er op zoek te gaan naar een koelkast, dan zult u advertenties zien van Coolblue als u andere sites bezoekt.

"Als adverteerder kun je hier weinig aan doen", vertelt Johan van den Broek, lector in de Toegepaste Informatica en Communicatietechnologie (Erasmushogeschool Brussel). "Google bood in het verleden al de optie om je advertentie niet te tonen op goksites en sites met seksueel suggestieve inhoud, maar de site in kwestie moet natuurlijk eerst in een dergelijke categorie terechtkomen. Dus absolute zekerheid heb je pas indien je specifieke sites blokkeert."

Van den Broek contacteerde ons in december, nadat hij gemerkt had dat er advertenties van Belgische bedrijven op Breitbart News verschenen, de website van het Amerikaanse alt-right, die tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van vorig jaar berucht was geworden door zijn fake news. Onze berichtgeving zorgde er toen ook voor dat enkele bedrijven hun advertenties verwijderden.

Google liet echter weten dat bedrijven wel degelijk op de hoogte zijn van de sites waarop ze adverteren, en dat er een makkelijk te raadplegen handleiding online staat over hoe ze ongewenste websites moeten blokkeren.

Naschokken in Brussel

De gelijkenis tussen Breitbart en GeenStijl gaat veel verder dan het verdienmodel. Net als GeenStijl zit Breitbart namelijk niet verlegen om wat misogynie, en beide onlinenieuwsmedia hebben een uiterst rechtse politieke signatuur. Op de website van GeenStijl moet je niet ver zoeken om iets over de afkeer van de redacteurs voor de Europese Unie te vinden. Zowel in de redactionele posts als in de comments wordt er al eens afgegeven op de multiculturele samenleving.

Sinds 2014 kent de website ook een politieke afsplitsing: GeenPeil. Opgericht door redacteur Bart Nijman, die op GeenStijl publiceert als Van Rossem, en journalist Jan Dijkgraaf, had de beweging van in het begin een duidelijk mission statement. GeenPeil moest meer dan een politieke partij een burgerinitiatief vormen dat zich onder de slogan 'Doe mee en red de democratie!' afzette tegen de gevestigde politieke orde, zowel op het Nederlandse als het Europese niveau.

Het eerste grote wapenfeit van het initiatief was het afdwingen van een referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Volgens een post van GeenStijl verzamelde GeenPeil op de eerste dag al 30.000 handtekeningen voor zijn petitie om een referendum aan te vragen. "Den Haag schudt op haar grondvesten. En Brussel voelt de naschokken ook", schreef Johnny Quid.

Een dag voor de deadline maakte GeenPeil bekend dat het 443.000 digitale referendumverzoeken had opgehaald, veel meer dus dan de benodigde 300.000. Het referendum van vorig jaar, ook al was het niet bindend, werd een klinkende overwinning voor het burgerplatform. De Nederlanders antwoordden negatief op de vraag 'Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?', en dat terwijl Nederland het EU-voorzitterschap bekleedde.

'Wijvengedrag'

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van dit jaar, waaraan GeenPeil ook deelnam, was het een heel ander verhaal. De beweging, met Jan Dijkgraaf als lijsttrekker, haalde slechts 4.945 stemmen en daardoor geen enkele zetel.

Dat wil ook weer niet zeggen dat de impact van GeenStijl en consorten vermindert. Vooral niet, zo meent Rens Vliegenthart, een communicatiewetenschapper van de Universiteit van Amsterdam, als je bedenkt dat de standpunten van GeenStijl de traditionele politiek zijn binnengedrongen. De voorbije verkiezingen werden net gekenmerkt door de ruk naar rechts van de klassieke partijen.

"Ze hebben zich echt ontwikkeld tot een rechts-politieke website", zegt Vliegenthart. "Ze kunnen rekenen op een trouwe schare lezers. En hun volgers hebben ze weten te verenigen rond thema's als immigratie, waartegen de overheid volgens hen te soft optreedt, en door te ageren tegen de 'linkse kerk'."

Of GeenStijl door de heisa beschadigd is, is moeilijk te zeggen, denkt Vliegenthart. "Zij leven net van de incidenten."

Het is ook niet zo dat GeenStijl door de onfatsoenlijke reacties over Loes Reijmer geïsoleerd is geraakt. Vooral vanuit rechtse hoek heeft GeenStijl bij de recente controverse heel wat steun gekregen. PVV-politicus Martin Bosma zei als reactie op de oproep tot advertentieboycot dat "grachtengordelfeministen een politiek incorrecte site willen kapotmaken". Met de term 'grachtengordelfeministen' wijst Bosma op de tegenstelling tussen het progressieve Amsterdam, dat ook de mediahoofdstad is van Nederland, en het meer conservatieve platteland.

De scherpste kritiek op de advertentieboycot viel misschien wel te horen bij Ebru Umar, een Nederlandse schrijfster van Turkse origine die vanaf juni ook voor het rechtse en Vlaams-radicale weekblad 't Pallieterke werkt. Zij noemde de oproep in haar column op metronieuws.nl "typisch wijvengedrag". Zowel zij als 't Pallieterke heeft al de verdediging van GeenStijl op zich genomen. Hoofdredacteur Karl Van Camp ziet hierin een poging van de linkse media om een rechtse website te muilkorven. "Rechts is weer toleranter dan links", zegt hij.

En de eerste bemerking die Umar maakt, is dat "het in de journalistiek een doodzonde is als adverteerders zich met de redactionele inhoud bemoeien." Volgens Umar, die onlangs de Pim Fortuynprijs kreeg voor haar stem in het Nederlandse multiculturele debat, is het dan ook ongehoord dat ministers de boycot van een mediabedrijf steunen.

"Er is hier sprake van selectieve verontwaardiging", zegt ze aan de telefoon. "Zij hebben de term 'virtueel verkracht' geïntroduceerd, nou, ik kan u zeggen dat ik elke dag virtueel vermoord word, maar daar hoor ik die vrouwen nooit over." Bovendien: "GeenStijl is de best gelezen journalistieke site van Nederland. Dat bereik je niet als je enkel bagger schrijft."

Wat deze hetze GeenStijl uiteindelijk oplevert, is niet helemaal duidelijk. Maar door in het oog van een internationale mediastorm te komen, heeft de site wel weer getoond dat ze relevant is, dat ze de gemoederen weet te beroeren en dat ze het opneemt tegen de zogenaamde linkse media-elite.

Hebben GeenStijl en in het bijzonder de reaguurders meer dan een morele grens overschreden? En zo ja, moet een rechter zich daarover dan uitspreken? Media-advocaat Otto Volgenant benadrukt in NRC Handelsblad dat de gewelddadige verkrachtingsfantasieën samen met de oproep van GeenStijl om die te delen een duidelijke inbreuk inhouden op de persoonlijke levenssfeer van Loes Reijmer. "Haar goede naam en eer worden moedwillig door het slijk gehaald, en dat is strafbaar."

Maar, zo zeggen de heren van GeenStijl het zelf: "Hoe meer droogsloten die komen zuurzeuren, hoe leuker wij het vinden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234