Maandag 23/05/2022

Rio hoopt op een renaissance

Meer dan dertig doden, tien bussen die in vlammen opgingen, een politiehelikopter die te pletter werd geschoten: het nieuws uit Rio de Janeiro was niet fraai, deze week. In 2016, als de Olympische Spelen er plaatsvinden, zal het plaatje er heel anders uitzien, maken ze er zich sterk. ‘We zijn op goede weg.’

Sinds het begin van de incidenten op de Morro dos Macacos (‘Apenheuvel’), een week geleden, toen daar een politiehelikopter neergehaald werd, is in diezelfde en nabijgelegen favela’s een veertigtal doden gevallen. Al dagenlang voert de militaire politie raids uit op sloppenwijken waar ze de jongens van het Comando Vermelho (‘Rood Commando’), de ‘Amigos dos Amigos’ (‘Vrienden van de vrienden’ of ADA) en andere met elkaar slaags geraakte drugsgangs probeert uit te roken. Probeert, want de collaterale schade is groot: donderdag nog werd de 18-jarige scholier José Carlos Guimarães Júnior door een kogel in de onderbuik getroffen en kreeg Marco Luiz da Cruz (30) er een in het hoofd. Het mag een wonder heten dat beiden buiten levensgevaar zijn. Ofschoon de meeste cariocas er hun normale bezigheden niet voor lieten - “Het is alweer alsof er helemaal niets gebeurd is”, vertelde ons maandag iemand uit de wijk Grajaú, niet ver van het conflictgebied - was het voor de burgers in de frontlijn sidderen en beven. Op de site van de krant O Globo werd de vraag of hun routine door het geweld was aangetast, door de betrokkenen massaal positief beantwoord. Sommige kinderen brachten de nacht op school door om niet door een kogelregen naar huis terug te moeten. Drugsgeweld alom dus, al zijn de redenen ervoor niet altijd even duidelijk. Zo ligt de consumptie van cocaïne, crack en cannabis in Rio amper hoger dan op andere plaatsen in Brazilië en strijken de bendes op die relatief beperkte markt jaarlijks in totaal niet meer dan 15 miljoen dollar (10 miljoen euro) winst op. Moeten daar al die doden voor vallen - 2000 vorig jaar? Zoveel is na deze week wel duidelijk: voor Rio de Janeiro, dat 50 miljoen dollar uitgaf aan de campagne om de Spelen van 2016 binnen te halen, en daarbij behalve president Lula en het complete diplomatieke korps ook symbolische zwaargewichten als oud-voetballer Pelé en bestsellerauteur Paulo Coelho in de strijd gooide, was de stembeurt in Kopenhagen, op 2 oktober, een makkie. Of beter: vergeleken met de uitdagingen die de stad in de aanloop naar de Olimpíadas te wachten staan, was dat de lichtere brok van het karwei.

Heelhuids door de stad

Corruptie en politisering, ach, zoveel Spelen hebben er al onder geleden. Het onderdeel bij uitstek waar de jury zich met betrekking tot Rio de Janeiro zorgen over maakte, was natuurlijk de veiligheid. Hoe moeten al die atleten en bezoekers straks heelhuids door de stad, zeker nu een deel van de olympische locaties, echter niet het ‘dorp’, in armere en gewelddadige buurten neergezet wordt? De feiten van de jongste dagen deden zich per slot van rekening op een boogscheut van sites als de stadions van Maracanã en Maracanãzinho voor. Geen paniek, zo maakt Rio zich echter sterk, de stad is niet aan haar proefstuk toe. Neem de Pan-Amerikaanse Spelen van 2007, waarvoor haar sportinfrastructuur al grondig werd vernieuwd. Dat evenement wordt in de eerste plaats herinnerd omdat het acht keer zoveel kostte als begroot, omdat Lula op de openingsceremonie uitgefloten werd of omdat een groepje Cubaanse boksers er op de loop ging. De veiligheid was mooi onder controle, en daardoor geen punt.“Ach, dat thema doet het nu eenmaal goed in de pers”, relativeert ook onderzoeker André Urani van het Instituto de Estudos do Trabalho e Sociedade (IETS). “Het is een beetje als met die helikopter: die leverde een mooi plaatje op, maar eigenlijk was er niets nieuws onder de zon. Wat de feiten natuurlijk wel duidelijk maken, is dat Rio’s blootstelling aan deze berichten de volgende jaren forser wordt dan ooit. Maar juist daar ligt voor ons een kans.”Een kans, bijvoorbeeld, om schoon schip te maken met vier decennia wanbeleid. In de vroege jaren zestig onderging Rio de Janeiro, eerst het keizerlijke, later het republikeinse machtscentrum van Brazilië, de grandioze vernedering dat het zijn hoofdstedelijkheid aan het nieuwe Brasília moest prijsgeven. Tussen Rio en Brasília kwam het nooit meer goed, en zelf zonk de vroegere hoofdstad weg in chaos. Op het zakelijke vlak had het rijkere São Paulo intussen het roer overgenomen. Toch trok Rio almaar meer migranten uit het arme Noordoosten aan, mensen voor wie er lang niet altijd plaats was in de gesofistikeerde economie van de metropool. De nordestinos, op elkaar gestapeld in favela’s die hun aanvankelijk nog schilderachtige imago almaar vaker door informaliteit en criminaliteit besmet zagen, woonden in territoria die de stad gaandeweg aan allerhande parallelle machten kwijtraakte, waaronder drugsbendes en gewapende milities.“Aan het eind van de rit”, vertelt Urani, “kelderde ook de legale economie, want het beleid bood geen antwoord. De politiek zelf was crimineel geworden, er heerste een volstrekt laisser faire laisser passer, in de misdadige zin van het woord, en de internationale uitstraling van Rio de Janeiro kreeg klappen. Het toerisme kwam in de problemen, de vastgoedmarkt al evenzeer, en uiteindelijk ook de portemonnee van de middenklasse: op mijn elektriciteitsrekening betaal ik net als miljoenen cariocas mee voor de illegale aftap.”

Het tij keren

Rio, heet het, was laag genoeg gevallen opdat er voor het eerst een consensus ontstond over waar het met de stad heen moest. Althans, iedereen was het ermee eens dat het zo niet verder kon, dat het tij moest worden gekeerd. En jawel: zoals heel Brazilië inmiddels bezig is aan een opmars zonder precedent, zo timmert ook Rio aan de weg. Neem enkele cijfers: in de zona metropolitana, Groot Rio zeg maar, wonen ruim twaalf miljoen inwoners. Het aantal onder hen dat tot voor enkele jaren nog onder de nationale armoedegrens leefde en minder verdiende dan 215 reais (82 euro), bedroeg zo’n 25 procent, drie miljoen individuen. Alleen in 2008 al wist, dankzij de economische groei en rekening houdend met een beperkte inflatie, ongeveer een miljoen cariocas boven die grens uit te klimmen, zonder dat de dynamiek aan een uitgekiende armoedebestrijdingspolitiek te danken was.Dit jaar verbeterden de zaken nog drastischer. Niet alleen was Brazilië de internationale recessie als laatste binnengegleden, het wipte er ook als een van de eerste landen weer uit. Of zoals Lula het samenvatte: “Wat in de VS een tsunami is gebleken, was bij ons een marolinha, een golfje.” Doordat de overheden in Rio bovendien eindelijk weer met Brasília dialogeerden, begonnen enkele federale sociale programma’s ook in de Cidade maravilhosa te functioneren. Cruciale projecten als Bolsa Família, waarbij moeders tot 95 reais per maand krijgen als hun kroost naar school gaat en zich laat vaccineren, of het oudere Saúde da Família, dat over eerstelijnsgezondheidszorg en preventie gaat, zorgen ervoor dat nog meer mensen kansen krijgen.

Politieke wil

Brazilië is altijd al het land van de toekomst geweest, en ook Rio heeft ruim gedeeld in witte olifanten en gebroken dromen. Maar deze keer voelen ze het anders aan, daar in de Baai van Guanabara. Als Rio zichzelf een middellange termijn van pakweg een jaar of zes gunt, met 2016 als horizon, dan kan, rekening houdend met de huidige omstandigheden en met de economische groei waar de stad dankzij de Olimpíadas toe veroordeeld is, het gros van de armoede tegen dan zijn uitgeroeid. Vanzelf zal het natuurlijk allemaal niet gaan. De politieke wil en de welomlijnde strategie waar het de stad in het verleden zo pijnlijk aan ontbroken heeft, zullen deze keer hoe dan ook aanwezig moeten zijn. In die zin, opperde menig commentator de voorbije weken, is het een gemiste kans dat het olympisch dorp straks in Barra da Tijuca opgetrokken wordt, een van de rijkste buurten, helemaal in het zuiden van Rio.De armoede bestrijden en burgers van de informele naar de formele economie terughalen, het is een eerste stap om korte metten te maken met het onmiskenbare samenlevingsprobleem in de stad, een belangrijke stap ook om de geweldcultuur te stoppen. Ook dat laatste is mogelijk, denkt Urani. “In enkele favela’s, bijvoorbeeld het van de gelijknamige film bekende Cidade de Deus, lopen pilootprojecten waarbij de politie permanent aanwezig is, en niet alleen op het moment dat ze jacht maakt op delinquenten of militieleden. Ook hebben we veelbelovende resultaten op het vlak van vredeshandhaving en zien we een gestaag verbeterende attitude bij de politie. Als de overheid, het maatschappelijk middenveld en de privésector de krachten bundelen, durf ik hopen dat we in ons opzet slagen. Al hangt aan de uitbreiding van de proefprojecten dan nog zo’n indrukwekkend kostenplaatje, de return on investment wordt geheid nog vele malen groter.” Dát, meent Urani (die daar vorige week The Economist mee haalde en sindsdien overstelpt wordt met telefoontjes), moet de ware doelstelling worden van Rio 2016: de vrede in de stad op duurzame wijze herstellen. Conflictsociologen, cultuurantropologen, politologen, seksuologen, kunstenaars en Bekende Brazilianen: een verbazingwekkende groep cariocas is dag in dag uit met geweldloosheid in de weer. Een van de pistes die dankzij de inspanningen van de sociedade civil langzaam maar zeker tot de beleidsmakers doordringt, gaat over het ‘DDR’-principe, over disarmament, demobilisation en reintegration. De bendes moeten er door onderhandelingen en perspectief op nieuwe kansen van overtuigd worden hun wapens uit handen te geven, zichzelf te ontbinden en een nieuw leven te beginnen in de legaliteit. Het kan vreemd klinken, maar de door de Brazilianen geleide VN-troepenmacht in Haïti, Minustah, gebruikt inmiddels de aanbevelingen van de grote ngo Viva Rio (zie hieronder) voor het herstellen en handhaven van de vrede in de straten van Port-au-Prince. In Rio zelf, zegt Viva Rio-expert Tião Santos, moet de politie het nut van DDR nog leren inzien. “De feiten van vorig weekend, waarbij de politie bendeleden achterna gaat in een uiterst dichtbevolkte sloppenwijk, hebben aangetoond dat haar strategie het niet doet”, zegt Santos. “Ook ik wil geloven dat deze fantastische stad het roer kan omgooien, maar voor het zover is zal er nog heel veel water naar de oceaan vloeien. In afwachting blijft ons oude adagio overeind: de ene dag huilen we, de andere feesten we.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234