Woensdag 11/12/2019

Rik Torfs eist 'de vrijheid om te twijfelen' op

Hij wil geen uien schillen om dan te kunnen huilen. 'Het is perfect mogelijk diepe gevoelens te hebben en die toch niet te tonen', zegt Rik Torfs, de rector van de KU Leuven die vier jaar columns bundelde in een boek.

Hij vraagt wat andere proffen in 1985 helaas niet vroegen: "Wil je ook een diploma?" Meteen zit je aan tafel bij Rik Torfs: de rector die van zijn secretaresse een reeks belangrijke documenten - zoals dit diploma - moet tekenen, maar die ook de waarde van een grap kent.

De vrijheid om te twijfelen is de titel van het boek van Rik Torfs (58) met daarin 97 chronologisch gerangschikte columns. Tussen 24 februari 2011, toen hij nog senator was, en 15 juni 2015. En lezen we dan samen daaruit de allerlaatste alinea: "Beschaving blijkt uit hoe we omgaan met wie weerloos is. Met de kleinste minderheden, waarvan we hopen er nooit toe te behoren. Voor de behandeling van zeldzame ziekten wil ik een indexeringsronde overslaan. En ik hoop uit de grond van mijn hart: vele mensen met mij."

Net voor de Zomer van de Vluchtelingen verscheen die. Waren zijn woorden dan een beetje visionair? Want het academiejaar opende hij zo: "Wie in nood verkeert, verdient niet enkel onze solidariteit als hij een goed mens is. Hij verdient ze altijd en overal. Echte solidariteit is er ook voor onaantrekkelijke, vervelende, egoïstische, baatzuchtige, gevaarlijke vluchtelingen."

Maar we moeten vaststellen dat de universiteit vluchtelingen opvangt en dat De Morgen sensibiliseerde met #helpenhelpt. Maar dat bij Rik Torfs thuis geen vluchtelingen wonen en dat ook de interviewer niemand opvangt. "Helpen betekent niet uzelf totaal wegcijferen. Tenzij er urgentie is, dan wel. Maar móét je daarom een vluchteling thuis opvangen? Je kunt het goed met je buurman vinden zonder dat je hem in je slaapkamer wilt. (lacht) Zelfs bepaalde goede vrienden wil ik niet al te lang in huis.

"Je kunt van enkelen vragen om totaal solidair te zijn, maar dan spreek je over heiligen. En als iedereen heilig is, zijn er geen heiligen meer. Wat belangrijk is, is dat er structurele opvang is. Dat heeft niks met not in my backyard te maken. De universiteit zorgt voor opvang, maar doet dat in samenwerking met Fedasil. Het moet goed zijn. Een studentenhuis dat gesloten werd omwille van de veiligheid stellen we niet open voor vluchtelingen. Ook voor hen moet het veilig zijn. En we beginnen niet met het collecteren van beschuit en gebruikte donsdekens."

Zoals dat gaat, vulde de mailbox van Rik Torfs zich. Door collega's ("We zijn fier tot de KU Leuven te behoren") en onbekende burgers ("Jij hebt makkelijk spreken, jouw job nemen die vluchtelingen niet af"), maar amper door politici. "Enkel Bart De Wever reageerde, natuurlijk. In zijn college voor de UGent zei hij dat hij het beter voor had dan ik. (met de breedste smile:) Dat is het probleem met oud-studenten van de KU Leuven. Die zijn zo goed, dat ze nadien denken dat ze het altijd beter weten. Waardoor het weer negatief wordt."

Ontgoocheling

In zijn boek komt de politiek, waarin Torfs drie jaar voor CD&V als senator actief was, niet zo fraai naar voor. Hij schrijft: "Politiek is tactiek, geen inhoud." Of: "De hedendaagse politicus vraagt zich niet af wat hij zelf denkt, maar wat anderen over hem zullen denken." En: "Er is een gebrek aan morele moed, populariteit boven alles."

Of daar ontgoocheling uit blijkt? "Vooral in mezelf", zegt hij. "Omdat ik er niks aan kon doen. Ik heb het wel langer geprobeerd dan Peter Leyman (de ex-Volvo-topman die tussen juni 2007 en januari 2008 Kamerlid was voor CD&V, RVP), maar ik kon het evenmin doorbreken. Wat me opviel, is het grote verschil tussen de democratie die aanduidt welke partijen de macht krijgen, en hoe die partijen dan intern zeer ontransparant en autocratisch geleid worden. Dat leidt tot heel onderdanig gedrag van de parlementariërs en dat choqueerde me. In vergaderingen van partijen durven maar weinig mensen te spreken en er hing een sfeer van beklemming die ik sinds mijn middelbare schooltijd niet meer had meegemaakt."

Terug aan de universiteit werd hij rector en de freedom of speech is bij Torfs een hoog goed. Maar dan die titel: De vrijheid om te twijfelen. Mag een rector twijfelen? "Je moet sterk staan om te twijfelen en wie zwak is, moet zekerheid uitstralen. Dat is een van de principes van onze tijd. Ik moet natuurlijk beslissingen nemen, maar misschien waren er ook andere mogelijk. Die realiteit beseffen, is belangrijk. Meer zelfs: twijfel die geen vertwijfeling is, maakt mensen gelukkiger."

Toch lijken er politici te zijn die nooit twijfelen.

"Veel politici mogen beroepshalve niet twijfelen. Zoals er andere zijn die professionele kwetsbaarheid moeten tonen. (lacht) Stel je voor dat Bart De Wever zich kwetsbaar toont en Bert Anciaux zich als allesweter profileert. Dat zou voor beiden een ongelooflijke identiteitscrisis zijn. Op een bepaald moment kun je je zo'n imagoswitch niet permitteren en mensen gaan zich identificeren met hun imago. Je wordt dus wie je probeert te zijn. Maar ik kan me niet inbeelden dat er een politicus is die diep in zijn hart nooit twijfelt. De niet-twijfelende politicus is volgens mij een slecht politicus. Dat hij geen beslissingen kan nemen, is een probleem. Maar dat hij niet twijfelt, evenzeer."

Dit is een typische Rik Torfs-redenering. Je zou dat tsjeverig kunnen noemen (enerzijds/anderzijds), maar het is een manier van twist-denken. Hij schrijft: "Succes heeft nadelen, maar evenzeer is het een nadeel om geen succes te hebben." En: "Rijkdom is gevaarlijk. Armoede ook."

Leerde hij dat thuis? Alles aan alle kanten bekijken? "Mijn ouders waren intellectuelen, maar ze hadden toch nog wat scherpere maatschappelijke ideeën. Dit leerde ik al doende. En al ben ik enorm op zoek naar het absolute, in de existentiële zin, ik geloof niet dat de absolute waarheid in de mond van een mens ligt. Met de jaren ben ik meer aandacht gaan besteden aan de concrete mens dan aan de denkbeelden die hij uitstraalt. De ideeën van Etienne Vermeersch en van aartsbisschop Léonard deel ik zeker niet altijd, maar ik vind het wel sympathieke mensen. Het feit dat je met Léonard een pint kunt drinken en met Vermeersch een pint te veel, vind ik aangenaam. Ik ben steeds sceptischer voor mensen die ik intellectueel gezien gelijk zou moeten geven, maar die onaangenaam zijn. Dat kan ik moeilijk van elkaar loskoppelen."

Dat is geen verwijzing naar Godfried Danneels, de voorganger van Léonard, zegt hij. Al lagen hun denkbeelden dichter bij elkaar en was de relatie zeer lang moeilijk. "Maar we hebben ons officieel verzoend op 20 maart 2013. Exact die dag. Op Fiumicino, de luchthaven van Rome."

"Ik weet dat omdat een dag eerder de nieuwe paus was geïnstalleerd en ik een dag later, op 21 maart, mijn ontslag zou geven als senator. Maar dat wist op dat moment alleen ik. Danneels had een dag eerder een grote rol gespeeld in de verkiezing van de paus en ik was er om voor VTM commentaar te geven. Goed, we zien elkaar op Fiumicino en Danneels spreekt me aan over een column waarin ik iets schreef over gebeurtenissen van 20 jaar geleden. Hij zei: 'Ik heb me toen vergist en ik wil me daarvoor verontschuldigen.' Daarvan was ik compleet van de kaart. Zoiets verwacht je niet en weinig mensen zouden dat doen. Dat vond ik knap."

Geen held

Rik Torfs schrijft gemakkelijk. Als mediafiguur zal hij wel polemiseren, dat heb je met mediafiguren, maar wat hij schrijft, is vaak raak. Goed. Je kunt ermee lachen. Hij doet nadenken.

"In het derde leerjaar wilde ik schrijver worden en ik las bijvoorbeeld Leonard Roggeveen, een Nederlandse onderwijzer die Toon en zijn vrienden had geschreven. Dat was toch wat anders dan de Vlaamse boeken die werden aangereikt en die ik niet doorploegd kreeg. Ik herinner me De geheimzinnige hand van Staf Weyts. In die taal zat een stroefheid die je bij Godfried Bomans toch niet had.

"In het vijfde leerjaar had ik dan een onderwijzer, meester Hermans, die tegen de tijdgeest in zei: 'Als jullie erin slagen later goed te spreken en te schrijven, is het perfect mogelijk daar je brood mee te verdienen. (lacht) Ik vond dat zeer bemoedigend. Als kind wilde ik, zoals mijn vader, vrederechter worden en mijn moeder wilde ook dat ik notariaat deed omdat ze uit een notarisfamilie stamde. En ik ben geen held, niet iemand die van het risico houdt. Dus studeerde ik rechten en notariaat. Maar, zonder enige vorm van heldhaftigheid, ging ik het nadien toch een beetje anders doen. Noem het een laffe manier om mijn eigen weg te kiezen."

U schrijft dat u tijdens de middagstudie poëzie zat te lezen. Poëzie!

"Dat doe ik nog altijd. Gisteren keerde ik terug uit Californië, waar we een bezoek brachten aan de universiteiten van Stanford en Berkeley. Goed, je stapt daar toch even een boekhandel binnen, en je stoot op het verzamelde werk van dichter Frank Stanford. Een dichter uit het zuiden die tussen 1948 en 1978 leefde en waar ik nog nooit van gehoord had. Een paar gedichten troffen me enorm, ik kocht het boek en nadien begon ik op Wikipedia naar die man te zoeken. Zijn langste gedicht van 400 bladzijden heet The Battlefield Where The Moon Says I Love You. Alleen al van die titel val je omver. Een redeloze, romantische dichter zonder enig gevoel voor ironie. Hoeveel dichters gaan vandaag niet ten onder aan ironie? Ze relativeren alles kapot en smoren zo hun weinige aspiraties in de kiem."

Deze week stond er in onze krant een interview met schrijver Philippe Claudel over zijn film Une enfance. Hij vraagt zich daarin af: 'Hoe behoud je je menselijkheid in een onmenselijke wereld?' Dat zit in zijn oeuvre dat u heel erg bewondert en waarvoor u hem eredoctor van de universiteit maakte.

"Ik bewonder hem voor zijn grote begrip voor zijn personages. In Grijze zielen wordt de procureur redeloos verliefd op het meisje wier vriend in de loopgraven zit te sukkelen. Daaruit blijkt toch een sympathie voor ook foute personages, en mensen zijn pas helemaal zichzelf als ze zich op een krukkige manier neerleggen bij bepaalde van hun gebreken. Dat vind je bij Claudel zeker.

"En hij is een van de weinige schrijvers in het huidige seculiere Europa die niet zeker zijn dat God níét bestaat. Wat ik ook een verademing vind. (lacht) Al die mensen die daar wel zeker van zijn, vind ik nogal vermoeiend."

U observeert zelf zeer scherp. Soms doet het aan Cees Nooteboom denken. U staat met de wagen voor de rode lichten aan café De Lantaarn en later schrijft u een column over dat ene moment dat u binnen ziet gebeuren.

"Ik heb nooit een notitieboekje bij, maar een wekelijkse column schrijf je snel nadat je iets gezien hebt en je gaat op dingen letten. En ik geloof in de gedachte dat het detail de synthese is. Je ziet één persoon in een bepaalde houding, je weet niet wat hij zegt, maar je leest in het beeld zijn hele wereldvisie."

Zit er dan ergens in deze ruimte een roman in een van uw lades?

"Het is een droom, maar ik vrees dat ik het niet ga kunnen. Dat vrees ik echt. Al is het een ambitie. Als ik dat zou kunnen, zou ik mezelf zeer gelukkig maken. Maar tot dan zou ik mezelf nooit schrijver durven te noemen. Dat mag je pas doen als je een roman geschreven hebt."

Bij het afscheid van Emiel Pauwels is de titel van een column van 13 januari 2014. Emiel Pauwels was een 95-jarige man, atleet eigenlijk, een jaar eerder was hij wereldkampioen sprint geworden. Toen koos hij voor de dood, na een afscheid voor de camera's. Slotzin van Torfs: "Enkel na de dood blijft wat anderen denken ons bespaard."

De dood als rode draad en de twijfel alom: Rik Torfs zag zijn vader sterven en ook zijn moeder. Ga je anders naar de dood kijken als je hem voor je ogen ziet? "Mijn vader lag in het ziekenhuis en was al een tijd in coma. Met hem kon ik niet meer communiceren dus. Met mijn moeder was dat tot kort voor haar overlijden wel nog zo. Maar over de dood spraken we niet. Alles is op dat moment narratief en mensen weten op den duur ook wel wat er aan de hand is. En als je je hele leven op een bepaalde manier leeft, met kracht voor het suggestieve, moet je op dat moment niet plots anders doen en mettre les pieds dans le plat. Sterven gebeurt natuurlijk à la carte. Sommige mensen moet je zeggen dat ze ziek zijn en doodgaan. Anderen niet. Er zijn geen regels. Noch voor het goede leven, noch voor de dood. Al ben ik van temperament een fanatieke tegenstander van de dood. Omdat ik niet geloof dat de dood goed is."

Over dat goede leven schrijft u zelfs: 'Derhalve behoud ik me het recht voor een behoorlijk slecht mens te zijn, en toch katholiek.' En u heeft het over de nood aan mentaal asiel. Hoe slecht bent u?

"Redelijk slecht, als ik heel eerlijk ben. Ik heb zeker allerlei machokantjes die ik af en toe kan verdoezelen achter een soort softere retoriek. Maar het ambitieuze heb ik zeker. Al denk ik, of hoop ik toch, dat het iets verbeterd is omdat je met ouder worden meer relativeert. Maar ik ben geen heilige, ook niet in mijn beroep. Te veel goedheid zou me ongeschikt maken voor het ambt dat ik nu bekleed. Een rector die heilig verklaard wordt, is iemand die de schijn op een geweldige manier heeft weten hoog te houden.

"Zelf ben ik eigenlijk een tegenstander van macht. Mijn curriculum bewijst dat ook: bijna altijd zat ik in een soort oppositie. Dit is de eerste keer dat ik aan de andere kant zit en dus ben ik nu een beetje tegen mezelf. (lacht) Maar je kunt niet anders. Alleen mag macht niet te lang duren. Elke macht draagt immers de kiemen van het misbruik in zich. Je moet je enorm bewust zijn van het feit dat je bepaalde zaken niet for granted neemt die dat eigenlijk niet zijn."

Maar hoe slecht is de mens Rik Torfs?

(aarzelt) "Positief is allicht dat de vriendschappen doorgaans lang duren. Maar negatief... Van elke vorm van egoïsme afstand nemen, is bijzonder lastig. En ik moet toegeven: ik heb in mijn leven twee keer mensen met wie ik in een conflict zat, zéér hard behandeld. Heb ik daar spijt van? Tja. Eén keer ging het om de priester die de begrafenis van mijn vader absoluut niet op een menselijk uur wilde doen. Achteraf heb ik die man in een boek heel hard beschreven. Daar was hij niet goed van en hij heeft ontslag genomen. En in 2003 had ik een academisch conflict met een tweede persoon en die heb ik ook zeer hard behandeld. Achteraf bekeken was ik daar beter iets minder hard in geweest. Maar in het vuur van de strijd verdedig je je totaal. Vandaag past een mea culpa."

'Ik, die tranen wantrouw...' schrijft u. Waarom doet u dat?

"Ik ben een kritisch observator van de sentimentele tijden waarin we leven. In een debat in Utrecht over pedofiliezaken in de Kerk ging het over monseigneur Eijk, een man die ik heel onsympathiek vind, vreselijk, en dan druk ik me genuanceerd uit. Maar hem werd verweten dat hij 'niet eens huilde' toen hij ondervraagd werd over seksueel misbruik in de Kerk. Wat is me dat nu? Waarom moet je per se huilen als je iets erg vindt? Het komt er dus op aan op tijd uien te schillen en klaar is Kees? Ik denk dat het perfect mogelijk is diepe gevoelens te hebben zonder die te laten zien."

Het is, wat hij noemt, "de qua emotie lichtjes hysterische tijd" waarin we leven. De veruitwendiging van gevoelens primeert op de aanwezigheid ervan. En dat heeft te maken met wat Torfs "de afwezigheid van een dieper liggend gedachtegoed" noemt. "Als die levensvisie ontbreekt, leef je van impulsen en ga je makkelijker over tot sentimentaliteit."

U noemt het ook het tijdperk van de korte lontjes en de lange tenen. Getuigt wie impulsief Twitter nodig heeft van hetzelfde gebrek aan een dieper liggend gedachtegoed?

"Het gaat om een gebrek aan levensbeschouwing in brede zin. Dat kan leiden tot scherpere reacties. Iemand die zich vlug beledigd voelt, mist soms een referentiekader om dingen te plaatsen. En zo iemand heeft wellicht een minderwaardigheidscomplex. (lacht) Terecht. Het korte lontje is een teken aan de wand van iemand die problemen heeft met zijn eigen situatie in de wereld."

Zegt de rector die acht mensen volgt en het toch niet kan laten regelmatig iets te poneren.

"Twitteren is een tijdverdrijf op de gekste momenten. Als ik met iets bezig ben en er schiet me iets te binnen, zet ik het daarop. En later ga ik weleens kijken naar de reacties, zonder zelf nog te reageren. Het is interessant om te zien waarop mensen reageren. Natuurlijk op alles wat politiek is, maar ook het religieuze ligt gevoelig.

"Onlangs tweette ik: 'Atheïsten geven een precieze beschrijving van God en bewijzen daarna dat hij niet bestaat. Vooral het eerste is een geweldige prestatie.' (lacht) Allez, ik zou God nooit zo kunnen beschrijven. Je moet dus al atheïst zijn om die zo van nabij te kennen. Maar schrijf je dat, dan worden ze allemaal kwaad. Wat vreemd is. Als hij niet bestaat, zou je je daar toch niks moeten van aantrekken?"

Daarnet cirkelde een politiehelikopter boven Leuven en dat viel op: in deze stad wordt de term 'in rep en roer' zuinig gebruikt. Een stad die de rector goed kent. De fakbars en cafés vermijdt hij wat meer, maar hij wandelt er vaak rond en poseerde op het Ladeuzeplein voor veel selfies bij de studentenwelkom. Hij houdt contact met de student, zelfs door nog les te geven. Twee uur per week doceert hij 'Law and Religion', voornamelijk voor Erasmusstudenten.

We kijken nog even rond in zijn kantoor en hij wijst op een groot schilderij uit 1580 dat hij uit de kelders van het Pauscollege liet halen. We zien Het laatste avondmaal, waarbij Jezus het gelaat heeft van Don Juan, aan zijn zijde zitten Willem van Oranje en Marnix van Sint-Aldegonde. De hertog van Alva is Judas. "We denken altijd dat we moderne mensen zijn en dat ze vroeger niks durfden", zegt Torfs. "Maar stel je voor dat iemand vandaag Het laatste avondmaal schildert met Bart De Wever als Jezus en Louis Tobback waar Willem van Oranje staat. In vergelijking met toen zijn we angstige mensen."

Rik Torfs, De vrijheid om te twijfelen, Van Halewyck, 309 p., 22,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234