Zondag 25/08/2019

"Rijkeluisbal, dat zou een betere benaming zijn voor de Champions League"

Beeld AFP

De Champions League is verworden tot een voorspelbaar rijkeluisbal waarin de kleintjes slechts dienen als kansloze programmavulling. Sportjournalist Willem Vissers van de Nederlandse krant De Volkskrant roept op tot revolutie: laat kleine voetballanden hun eigen liga beginnen.

Vult u voor de grap alvast de eindstand van de groep van Ajax in, voordat volgende week de Champions League aftrapt. Die eindstand is: 1. Barcelona, 2. Paris Saint-Germain, 3. Ajax, 4. Apoel Nicosia. De nummers 1 en 2 kunnen ook andersom, 3 en 4 ook. Maar 4 zal nooit 1 zijn, en 3 ook niet.

Het verloop van de groepsfase is voorspelbaar en saai. De groeiende macht van het grootkapitaal in het voetbal heeft een ogenschijnlijk definitief gat geslagen tussen de absolute top van Europa, te weten ongeveer tien, al dan niet door onwaarschijnlijke hoeveelheden (olie-)geld gesteunde clubs, en de rest.

Het grootste clubtoernooi van de voetbalwereld begint pas echt na de winter, als de kleintjes naar huis zijn. Hetgeen de vraag opwerpt: waarom zouden de kleintjes blijven meedoen als ze de lente niet eens halen?

De Champions League maakt de groten immers alleen groter en houdt de kleinen klein. Die kleintjes nemen financiële en sportieve risico's om tot het bal te worden toegelaten, om dan tot de ontdekking te komen dat ze na de eerste schifting zijn uitgeschakeld.

Cruijff-revolutie
Weet u nog hoe trainer Martin Jol Ajax in 2010 vlak na het WK, na een voor de spelers ultrakorte vakantie, door twee voorronden zag worstelen, waarna de ploeg al opgebrand was toen het seizoen écht was begonnen? In december was Jol ontslagen en woedde de Cruijff-revolutie.

Herinnert u zich hoe Feyenoord zich in 2007 diep in de schulden stak door dure spelers als Van Bronckhorst en Makaay aan te trekken, met het doel zich eindelijk weer eens te plaatsen voor de Champions League? Het plan mislukte faliekant, Feyenoord was bijna failliet. PSV is al jaren gefrustreerd omdat het abonnement op de Champions League uit het vorige decennium niet wordt verlengd. Het afkicken van de verslaving aan de miljoenen uit Europa was zo lastig dat de gemeente moest helpen de club te redden. Het alternatief is simpel. Begin een eigen competitie. Kom op voor jezelf. Bundel de krachten, in de opstand van de kleine luiden Na iedere loting is de reactie van Ajax chagrijniger. Eerst is het nog mooi: tegen de kampioenen van Duitsland, Engeland én Spanje mogen voetballen, totdat blijkt dat de kans op minimaal de tweede plaats marginaal is. Steeds meer blijkt hier sprake van voetbal voor de bühne. De miljoenen stromen binnen, maar weer is Ajax gekoppeld aan twee clubs die gewoon te goed zijn, tenzij er een wonder gebeurt. Je mag niet eens verwachten dat Ajax van Barcelona en Paris SG wint. Ajax won vorig jaar toch thuis van Barcelona, zult u zeggen, maar Barcelona was al bijna zeker van de tweede ronde en stelde een veredeld B-team op. Eigenlijk maakt dat de situatie nog schrijnender. Als het de rijken uitkomt, als het ze nauwelijks raakt, gunnen ze de onderklasse een verzetje, een paar punten.

Het alternatief is simpel. Begin een eigen competitie. Kom op voor jezelf. Bundel de krachten, in de opstand van de kleine luiden.

De Champions League is in zekere zin dood. De laatste twee finales waren zelfs onderonsjes van Duitsland (Bayern München - Borussia Dortmund) en Spanje (Real Madrid - Atletico Madrid), waarbij aangetekend dat geen van die twee clubs uit Spanje in het seizoen daarvoor kampioen was. Dat was Barcelona. De naam Champions League (voor 1992 Europa Cup I) is sowieso ongeschikt omdat niet alleen de landskampioenen meedoen, maar ook de subtoppers. In de huidige constructie kunnen in de praktijk alleen de clubs uit de grote landen winnen. Die van bijvoorbeeld Nederland (winnaar van de beker in 1970, 1971, 1972, 1973, 1988, 1995), Servië (1991), Schotland (1967) of Roemenië (1986) zijn programmavulling.

Natuurlijk, je zou ook kunnen betogen dat de Champions League een doorslaand succes is. De competitie is in ruim twintig jaar uitgegroeid tot een van de grootste sportcompetities ter wereld. Niemand vraagt zich nog af waarom clubs met hetzelfde merk bal spelen, waarom overal tegen 20.45 uur de bombastische hymne door stadions schalt, waarom clubs hun stadion vrij moeten maken van bepaalde sponsoruitingen als die concurreren met geldschieters van de Champions League. Het is om dat soort zaken dat Louis van Gaal, toen met Ajax in opmars, de competitie in 1994 al een commercieel gedrocht noemde. Maar toen kon hij wel nog winnen, in ieder geval.

Sponsors in de rij
De Champions League groeit bovendien nog steeds. Terwijl menig sportbond tot de bedelstaf is veroordeeld, staan de sponsors in de rij. De UEFA keerde afgelopen seizoen ruim 900 miljoen euro uit aan de 32 deelnemers. Ter vergelijking: in de Europa League, de tweede clubcompetitie van Europa, is dat ruim 200 miljoen.

De helft gaat op aan startgeld en premies voor prestaties, de andere helft komt uit de zogenoemde marketpool, waarbij de bond kijkt naar het deel van het tv-geld waarop een club recht heeft. Ajax verdiende in totaal 21 miljoen, mede omdat Ajax de enige deelnemer uit Nederland was. Daardoor hoefde het marktaandeel niet te worden gedeeld met bijvoorbeeld PSV.

Dat is dan weer een voordeel van de clubs uit de kleine landen in de Champions League. Ze vertegenwoordigen hun land menigmaal alleen. Toch ontving Ajax slechts 9 miljoen uit de tv-pot, terwijl Juventus, dat net als Ajax na de eerste ronde was uitgeschakeld, bijna 32 miljoen opstreek.

De rijke clubs worden dus steeds rijker als gevolg van de Champions League. Een effect dat nog eens wordt versterkt door nationale en mondiale ontwikkelingen. De inkomsten van clubs als Manchester United en Real Madrid zijn dermate groot, dat van een vergelijk geen sprake meer kan zijn. Trainer Frank de Boer was ook zichtbaar teleurgesteld bij de loting, die Ajax indeelde bij Barcelona, het sinds ruim drie jaar door Qatar gesteunde Paris SG en Apoel Nicosia uit Cyprus.

Het Bosman-arrest van 1995, dat clubs de gelegenheid bood zo veel buitenlanders op te stellen als ze wilden, waardoor ze hun 'verzamelwoede' van talent konden botvieren, alsmede de onwaarschijnlijke toename van tv- en marketinggelden in de grote markten hebben de verschillen te groot gemaakt. Waarbij gevoegd de entree van geldschieters uit Azië, Rusland of Amerika, die geen belangstelling hebben voor een club uit, bijvoorbeeld, de kleine Nederlandse markt, doch zich willen profileren in Engeland.

Een club als Real Madrid koopt alles, ondanks een forse schuld. De ploeg speelt soms voetbal van een andere planeet. Het is niet voor niets dat Amerikaanse profcompetities drafts kennen, waarbij clubs om beurten kunnen kiezen uit beschikbaar talent, en salarisplafonds, hoewel die met sponsorcontracten vrij eenvoudig te ontwijken zijn. Misschien is het goed bepaalde elementen over te nemen, zonder de specifieke eigenschappen van Europa te bruuskeren.

Balance of power
Want de Champions League is ook mooi om te zien, zeker in de tweede fase van het toernooi, als Ronaldo, Bale en al die anderen de vorm een beetje te pakken hebben. Het is dan bijna demonstratiesport, met jammer genoeg te veel sterren op de bank, want elke positie is dubbel bezet. De beste clubs zijn tegenwoordig, door de samenballing van internationaal talent, zelfs beter dan de beste landen.

Rijkeluisbal, dat zou een betere benaming zijn voor de Champions League. Die rijkdom stortregent bovendien door naar de nationale competities van de grote landen, waarbij de verschillen tussen de top en de rest gemiddeld veel groter zijn dan elders. In Duitsland beginnen ze zich zorgen te maken om de overmacht van Bayern, in Spanje is het bijna ongelooflijk dat Atletico Madrid stadgenoot Real en Barcelona kan bijhouden. De balance of power is verdwenen uit het topvoetbal. Engeland heeft nog 'mazzel' dat drie clubs in handen zijn van rijken uit de Verenigde Staten (Manchester United), Verenigde Arabische Emiraten (Manchester City) en Rusland (Chelsea), zodat tussen hen in ieder geval enig evenwicht is. De ergernis over de toplaag groeit, bij de consument, bij andere clubs, zelfs in de top van de internationale bonden. Alleen: die doen weinig, omdat ze de macht liever omarmen dan openlijk bekritiseren.

Het is daarom de hoogste tijd dat het 'kleinkapitaal' zelf reageert, dat de grotere clubs uit kleinere landen van Europa, mogelijk gesteund door kleinere clubs uit de grote landen, rebelleren. Die clubs komen veelal uit landen met een grote voetbaltraditie, landen als Nederland, België, Kroatië, Servië of Schotland, die als land nog steeds behoren tot de (sub)top, doch in het clubvoetbal marginaal aanwezig zijn op het miljoenenbal.

In het hervormingsdenken richt het kleinkapitaal zich eerst dwingend tot de Europese bond UEFA, en, als die niets doet, tot elkaar. Sla de handen ineen, bijvoorbeeld door afscheiding. Kan dat zomaar? Sceptici zullen zeggen van niet, maar lijdzaam toezien hoe de kloof steeds groter wordt, is eigenlijk geen optie. De competitie zal nog saaier worden, de voorspelbaarheid nog groter zijn, met vanaf de kwartfinales spannende onderonsjes met ongeveer dezelfde clubs.

Bij de Volkskrant vulden sportredacteuren vorig seizoen alvast de laatste zestien in van de Champions League. De winnaar had er vijftien goed. Het publiek zal verveeld raken. De grote clubs hebben in het verleden geregeld gedreigd zich af te scheiden van de UEFA, in hun streven de Champions League vorm te geven zoals zij dat ongeveer wilden: de indeling in groepen, opdat ze van bepaalde inkomsten waren verzekerd; plaatsing bij de loting; de verdeling van tv-gelden; het toelaten van meer clubs dan alleen de landskampioen, enzovoorts. Ze speelden minimaal een aantal wedstrijden met gegarandeerde inkomsten, in tegenstelling tot het verleden, toen ze in het knock-outsysteem het gevaar liepen van een vroegtijdige uitschakeling. De UEFA gaf telkens toe, onder het juk van die dreigende afsplitsing.

Maar nu is het de tijd voor de revolutie van de onderklasse. Wens die allergrootsten, die elk jaar een beetje groter en rijker worden, veel plezier en succes met hun Champions League. De boodschap is simpel: zoek het maar uit met elkaar, Real Madrid, Barcelona, Chelsea, Paris Saint-Germain, Bayern München en nog een paar, al dan niet door oligarchen uit het Midden-Oosten gesteunde, steenrijke clubs. Het vervolg van die boodschap is simpel: 'Wij, de kleintjes, kijken wel als jullie tegen elkaar spelen, als we een avondje zin hebben in een mooie wedstrijd op televisie. Jullie zijn allemaal winnaars en jullie kunnen wel zonder verliezers. Jullie kunnen wel zonder ons. Althans, dat denken jullie. Eens zien hoe lang jullie het leuk hebben met elkaar.'

Intussen gaat de onderklasse het anders doen. Die keert in bepaald opzicht terug naar de basis, in het besef dat een vorm van gelijkwaardigheid bij een internationale competitie (en nationaal trouwens ook) noodzakelijk is, met mogelijke verrassingen als uitvloeisel. Hier volgen een paar uitgangspunten van de liga.

Clubs die in de liga der afvalligen meedoen, sluiten een contract waarin ze beloven minimaal zes spelers uit eigen land te laten meedoen in de wedstrijden, onder meer om de opleiding te beschermen. Die opgeleide speler spreekt de intentie uit om tot zijn 21ste of 22ste bij de club te blijven. Dat plan om tot een zogenaamde 6+5 regeling te komen, bestaat al jaren, maar het verdwijnt steeds in de ijskast, omdat het indruist tegen het vrije verkeer van personen binnen de Europese Unie. Maar zelfs politieke coryfeeën als de Nederlandse minister Timmermans zien wel degelijk mogelijkheden voor invoering van de regel.

Beeld ANP

Salarisplafond
De liga voert een salarisplafond in, ook omdat de loonkosten in het voetbal volstrekt uit de hand lopen en de clubs elkaar verleiden tot een onverantwoord bestedingspatroon.

De liga verdeelt de tv-gelden ongeveer gelijk, met prestatiebonussen, wat automatisch leidt tot een bepaalde solidariteit. In het ene land betaalt de tv immers veel meer aan voetbal dan in het andere.

De liga stemt de nationale competitie zorgvuldig af op de internationale besognes. De wedstrijden beginnen pas na 1 september, als de transfermarkt is gesloten. Het gevolg is dat vroege voorrondes in juli worden afgeschaft, om een normale trainingstechnische opbouw van het seizoen mogelijk te maken. Elk land vaardigt een vooraf bepaald aantal clubs af, naar aanleiding van prestaties in het verleden. Uiteindelijk zullen minder clubs dan Europees voetbal spelen. Dat is na een periode van gewenning niet zo erg.

Het is in zekere zin zelfs gunstig, want op de kalender rest dan af en toe een vrije dag, zeker in het begin van het seizoen. Dat geeft tijd om beter te trainen, in plaats van een beetje te onderhouden tussen wedstrijden door. Het spelpeil zal uiteindelijk stijgen, hetgeen nodig is om de consument te blijven boeien.

Elke dag voetbal
Nog veel meer criteria zijn te bedenken. Het gaat erom dat het tijd is voor actie. Geld regeert tot in de diepste poriën van het voetbal en iedereen blijft zitten waar hij zit. Sterker: iedereen schurkt zo dicht mogelijk aan tegen de ruif met poen. Clubs, bonden, zaakwaarnemers, niemand is bereid uit de cirkel van groeiende ongelijkheid te stappen, op een enkeling na, als bijvoorbeeld Jerome Champagne, die het straks opneemt tegen Sepp Blatter, als mogelijk kandidaat voor het FIFA-voorzitterschap. De FIFA, het hoogste orgaan in het voetbal, is zelfs volslagen doorgeslagen in commercieel denken, gezien ook de toewijzingen van WK's aan Rusland en Qatar.

Het doel van het huidige voetbal is simpel en vulgair: zoveel mogelijk wedstrijden op zoveel mogelijk tv-zenders, op zoveel mogelijk dagen. Het is elke dag voetbal. Clubduels, Europese duels, interlands, alles is uitgesmeerd. Voetbal wordt behang. Duur betaald behang, dat wel.

Waarom zou je als kleinere club nog op die planeet van de supermachten willen vertoeven, als de wezens op die planeet van een andere soort zijn? Alleen om mee te doen? Alleen om die miljoenen? Doe dan iets anders, zoek een andere planeet, om opnieuw te groeien, voordat je opgevreten bent.

Maak opnieuw kans op winst, een van de basisprincipes van sport. Spits Pierre van Hooijdonk zei in 2001 dat hij hoopte dat Feyenoord derde werd in de groepsfase van de Champions League, want in dat geval gaf hij Feyenoord een kans bij de doorstart in de UEFA Cup, de toenmalige Europa League. Hij wilde winnen. In de tweede ronde van de Champions League was Feyenoord kansloos geweest, nu stoomde Feyenoord door, en het won de beker op 8 mei 2002, het laatste internationale clubsucces van Nederland.

De grote clubs hebben volledig hun zin gekregen. Ze wilden altijd een topcompetitie. Die hebben ze nu. Ze wilden meer geld. Dat hebben ze nu. Ze ondervonden nauwelijks tegenstand. Harry van Raaij, de vroegere voorzitter van PSV, wilde vijftien jaar geleden al meer tegenwicht bieden, met zijn plan voor de Euro League, ook wel Atlantic League genoemd, voor de grotere clubs uit kleinere landen. Hij wilde zo de markt vergroten. De UEFA wees de plannen af, onder meer omdat de bond bang was dat de clubs uit de nationale competities zouden treden.

Van Raaij was een visionair. De ongelijkheid is sindsdien gegroeid tot schrikbarende proporties. Op de barricaden dus.

Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden