Dinsdag 21/09/2021

rijke reders tussen de bomen

Het Arboretum Trompenburg in Rotterdam is het resultaat van een uit de hand gelopen hobby van een gefortuneerde redersfamilie, waarvan de laatste telg tot op de dag van vandaag actief betrokken is bij het beheer.

De geschiedenis van Trompenburg gaat terug tot het begin van de 19de eeuw. In die tijd hadden een aantal gefortuneerde Rotterdammers een buitenverblijf in het toen nog zelfstandige dorp Kralingen, waar zij de weekends doorbrachten. Eén van deze buitenplaatsen was Trompenburg. Kralingen is vandaag niet langer een zelfstandig dorp, maar het heeft wel zijn residentiële karakter behouden. De vroegere 'buitens' mogen dan grotendeels verdwenen zijn, oude bomen en enkele monumentale panden herinneren nog aan de vroegere pracht en praal van wat eens de groene long van Rotterdam was. Het Arboretum Trompenburg is de enige buitenplaats die vrijwel intact bewaard is gebleven en binenkort met zeven hectare zal worden uitgebreid.

Dat is grotendeels te danken aan de Rotterdamse redersfamilie Van Hoey-Smith, die ruim 150 jaar eigenaar was van het domein en die in de jaren vijftig aan de basis lag van de oprichting van een Stichting Trompenburg om de toekomst veilig te stellen. De laatste telg van de familie Van Hoey-Smith, de nu 80-jarige James Richard Pennington (Dick), woont nog altijd op het domein en was tot enkele jaren geleden verantwoordelijk voor het reilen en zeilen.

Dick van Hoey-Smith was directeur van het familiale reders- en cargadoorsbedrijf James Smith en Zonen, maar maakt er geen geheim van dat zijn baan niet bepaald het belangrijkste was in zijn leven. "Ik ben nooit met plezier naar mijn werk op het scheepvaartkantoor gegaan", zo verklaarde hij vorig jaar nog in een interview. "Mijn hart heeft altijd hier op Trompenburg gelegen." Het was ook nooit de bedoeling dat hij in de zaak zou gaan werken. Dat zou zijn oudste broer William gaan doen, maar die verongelukte in de oorlog. Zodat Dick zijn studie aan de landbouwhogeschool in Wageningen moest opgeven en voor de zaak moest gaan werken. Uiteindelijk slaagde hij erin om het nuttige aan het aangename te paren. "Ik moest veel reizen om agenturen van het cargadoorsbedrijf te bezoeken en nieuwe agenturen binnen te halen. Aan iedere reis plakte ik een dag voor mezelf vast, om botanische tuinen te bezoeken. Op kosten van de zaak!"

De familie Van Hoey Smith komt van oorsprong uit Engeland. In 1708 verhuisde een van de voorvaderen van Londen naar Rotterdam. Het was de overgrootvader van Dick, James Smith, die in het midden van de 19de eeuw Trompenburg kocht. Hij huurde de beroemde landschapsarchitect Jan David Zocher jr. in om in het westelijke gedeelte een landschapstuin aan te leggen. In deze Zochertuin werden de eerste uitheemse bomen geplant.

In het begin van de twintigste eeuw plantte de grootvader van Dick van Hoey Smith een lange laan van iepen, zeer tot ongenoegen van zijn vrouw Griettie van Stolk, die dat maar vervelende bomen vond. Zij plantte intussen heel bijzondere bomen, die eigenlijk de start vormden van het huidige arboretum. En gelukkig maar: toen de iepenziekte in de jaren twintig toesloeg en alle vierhonderd iepen moesten worden omgehakt, stonden er dankzij haar ook nog vele andere bomen, die intussen mee de trots uitmaken van het arboretum.

Die iepenziekte was uiteindelijk een zegen voor de tuin, zo meent Dick van Hoey-Smith. "Stel je voor dat we al die iepen nog hadden gehad. Dan was het arboretum een iepenbos geweest!"

Zodra de iepen verdwenen waren, kwam er ruimte voor een rozentuin, een vaste plantenborder en een zaaibloementuin (die intussen is vervangen door een heidetuin). William van Hoey-Smith, vader van Dick, legde samen met zijn moeder ook een pinetum aan, een collectie naaldbomen, en plantte tientallen ceders en andere soorten en vormen. Ook de nu zo bewonderde rododendrons dateren grotendeels uit die periode. Met meer dan 750 verschillende rododendrons bezit Trompenburg een collectie die wellicht uniek is in de hele wereld.

Dick van Hoey-Smith kreeg de tuinmicrobe bijna letterlijk met de paplepel mee. Hij was pas tien jaar oud toen hij van zijn grootmoeder twee cactussen kreeg die nu nog altijd leven. Cactussen zouden een levenslange passie blijven. In de cactus-serres die hij liet bouwen en waar hij ondanks zijn leeftijd nog bijna elke dag te zien is, groeien en bloeien vandaag honderden cactussen en meer dan tweehonderd vetplanten. Alhoewel Dick van Hoey Smith nooit zijn jongensdroom van een carrière in de bomen en planten heeft kunnen realiseren, en het beheer van het arboretum altijd heeft moeten combineren met zijn baan bij de rederij, groeide hij uit tot een internationaal zeer gewaardeerd dendroloog, of bomenspecialist. Zo stond hij in 1952 mee aan de wieg van de prestigieuze International Dendrological Society, waarvan hij lang voorzitter is geweest. Hij publiceerde ook een aantal boeken, onder meer over coniferen. Terugblikkend op zijn dubbelleven, denkt hij toch dat de voorzienigheid het goed met hem heeft voorgehad. Hij weet zeker dat hij het ver had kunnen schoppen als hij van bomen en planten zijn carrière had kunnen maken. "Maar het zou financieel niet zo aantrekkelijk geweest zijn. Ik heb in de scheepvaart een heel wat beter leven gehad." In 1958 werd de Stichting Arboretum Trompenburg opgericht en de tuin opengesteld voor het publiek. De familie bleef echter eigenaar en Dick van Hoey Smith was hortulanus, directeur zeg maar, terwijl zijn vrouw en zijn kinderen meewerkten in de tuin. "Toen Trompenburg werd opengesteld voor het publiek, zeiden al mijn Kralingse vrienden: je bent knettergek, je privacy gaat naar de knoppen. Ik zei toen: ik zou me diep schamen als ik dit schoons voor mij alleen hield. Ik vind het prachtig als mensen naar mij toe komen en vragen: 'Tuinman, kunt u mij zeggen waar dat of dat staat?'"

Vandaag is Trompenburg eigendom van een Stichting en sinds 1992 is er een beroeps-hortulanus in de persoon van Gerd Fortgens, een specialist vaste planten. Hij heeft er onder meer voor gezorgd dat de collectie vaste planten de laatste jaren enorm is uitgebreid. De nadruk ligt daarbij op voorjaarsbloeiende en schaduwminnende planten die goed passen als onderbeplanting van bomen, zoals hosta's waarvan Trompenburg de Nederlandse nationale collectie beheert. Liefhebbers vinden er meer dan 750 hosta's. Ook staan er uitgebreide collecties Euphorbia, Rodgersia en Lysichiton, de reuze gele aronskelk. Fortgens experimenteert nu zelfs met boomvarens die de Rotterdamse winters blijkbaar overleven. Maar het blijft toch op de eerste plaats een bomen- en struikenpark. Op het relatief kleine domein van vijf hectare staan meer dan tweeduizend bomen en struiken. U vindt er onder meer de nationale referentiecollecties van eik (152 verschillende taxa, waaronder een grote verzameling groenblijvende eiken), beuk (40 taxa), hulst (70) en rododendron (750). Verder telt de collectie een 70-tal esdoorns en evenveel pinussen, een 30-tal berken, meer dan 100 Chamaecyparis en een 60-tal Juniperus. Er groeit een zeldzame treurvorm van de Ginkgo biloba; een prachtige kleinbladige haagbeuk (Carpinus turczaninowii); een imposante vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) die nog uit de jaren twintig dateert; een treureik waarvan beweerd wordt dat het de moeder zou zijn van alle treureiken in Nederland; een merkwaardige bodembedekkende Microbiota decussata; prachtige ceders waaronder ook een enorme Libanonceder, diverse sorbussen, de tere Albizia julibrissin, enzovoort, enzovoort. Te veel om op te noemen, eigenlijk.

Trompenburg is echter niet alleen een paradijs voor dendrologen, rododendron-fanaten en bollen- en vaste-plantenliefhebbers, het is ook een heel aangename tuin: de Van Hoey Smiths hadden zeker ook oog voor esthetiek. Door de vele sloten en vijvertjes, de pittoreske bruggen, de landschappelijke aanleg uit de 19de eeuw met grote open ruimten, de doorzichten en beschaduwde zithoekjes, is het tegelijk een aangenaam wandelpark.

Voor de komende jaren is er overigens een uitbreiding met zeven hectare gepland, dat is meer dan een verdubbeling. De bekende Nederlandse landschapsarchitect Adriaan Geuze heeft opdracht gekregen een 'tuin voor de 21ste eeuw' aan te leggen.

Info: Arboretum Trompenburg, Honingerdijk 86, 3062 NX Rotterdam, 0031-10/233.01.66, www.trompenburg.nl.

Trompenburg is op weekdagen geopend van 9-17 uur, 's zaterdags van 10-16 uur. Van april tot oktober ook op zondag van 10-16 uur.

Op het relatief kleine domein van vijf hectare staan meer dan tweeduizend bomen en struiken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234