Woensdag 22/01/2020

Rijk trouwen is beter dan hard werken (en dat is een groot probleem)

De extreme ongelijkheid van de negentiende eeuw keert terug. Tenzij we iets radicaals doen

De revolutie is voorbij, Napoleon verpietert al een paar jaar op Sint-Helena en de nieuwe koning zit stevig op de troon. 'Alle mensen zijn gelijk' hadden de revolutionairen nog geroepen, maar nu is sociale status weer een kwestie van afkomst en rijkdom. We bevinden ons in het Parijs van 1819. Het is deze stad waarin Eugène de Rastignac, een jonge rechtenstudent, zich omhoog probeert te werken. Hij heeft maar één doel voor ogen: rijk worden. En snel ook.

Maar hoe word je rijk? Een mysterieuze man, Vautrin genaamd, legt Rastignac uit dat er twee opties zijn.

1. Hard werken.

2. Een rijke vrouw trouwen.

Wie de literatuur van die tijd erop naslaat - Jane Austen bijvoorbeeld, of Honoré de Balzac (die Rastignac opvoerde in zijn roman Le père Goriot uit 1835) - hoeft niet lang na te denken over de beste optie. Trouwen. Geen twijfel aan. Waarom zou je jaren zwoegen als je ook een lucratief huwelijk kunt arrangeren? Onderwijs is leuk tijdverdrijf, daar niet van, maar je wordt er niet rijk van in het Parijs van 1819.

Vergelijk dat eens met onze tijd. Wie nu de vraag 'hoe word ik rijk?' intikt op Google komt er al snel achter dat 'de juiste mentaliteit' en een fikse dosis 'moed en doorzettingsvermogen' cruciaal zijn. Het dilemma van Rastignac behoort tot het verleden, definitief. Toch?

Ongelijkheid

Dit is dan de plek waarop ik een of andere media-econoom zou moeten citeren, die zegt dat het allemaal wel meevalt met die ongelijkheid. Maar ik wil iemand anders voorstellen, een Franse econoom wiens naam niet veel belletjes zal doen rinkelen. Thomas Piketty. Volgens sommige wetenschappers hoort hij al thuis in het rijtje Adam Smith, Karl Marx en John Maynard Keynes. Vorig jaar publiceerde hij zijn magnum opus.

Titel: Het kapitaal in de 21ste eeuw. Lengte: 970 pagina's. Boodschap: het dilemma van Rastignac is terug.

"We zijn hier in de aanwezigheid van een waterscheiding in het economische denken", schrijft Branko Milanovic, een topeconoom van de Wereldbank. Inmiddels is het boek ook in het Engels verschenen - bestaat het dus voor de rest van de wereld - en verkeert de economische wereld in oproer. Wat wil het geval: Piketty biedt een geheel nieuwe interpretatie van het kapitalisme.

De Franse econoom werd geboren in 1971, in een dorpje vlak bij Parijs. Op zijn achttiende werd hij toegelaten tot de École Normale Supérieure (de school waar zo'n beetje alle grote Franse denkers op hebben gezeten) en vier jaar later behaalde hij de doctorsgraad. Daarop vertrok hij naar het Mekka van de economische wetenschap: de Verenigde Staten. Piketty kon er zijn draai niet vinden. De economie zoals die aan de overkant van de oceaan werd beoefend, vond hij te abstract, te theoretisch en te ideologisch. Wat ook niet hielp, is dat hij in een nogal ouderwets onderwerp was geïnteresseerd: ongelijkheid.

Zijn Amerikaanse collega's begrepen niet waar hij moeilijk over deed. Ja, die gekke Marx had nog geschreven dat het kapitalisme tot extreme ongelijkheid zou leiden en dat vervolgens de revolutie uit zou breken. Maar niet heus. Nobelprijswinnaars als Simon Kuznets en Robert Solow hadden later toch aangetoond dat ongelijkheid slechts een tijdelijk probleem is? Dat de rijkdom van de 1 procent vanzelf omlaag sijpelt naar de overige 99 procent?

Kuznets had het zelfs becijferd, in 1953. Hij had als eerste grondig, historisch onderzoek gedaan naar de ongelijkheid in de Verenigde Staten. En inderdaad: die was spectaculair afgenomen sinds het begin van de twintigste eeuw. In zijn academische werk gaf Kuznets toe dat dit geen garantie was voor de toekomst, maar tijdens zijn lezingen was hij minder voorzichtig.

Heel veel data

Veertig jaar later realiseerde Piketty zich dat er sinds 1953 eigenlijk geen fatsoenlijk, historisch onderzoek naar ongelijkheid meer was gedaan. Na drie jaar in de VS keerde hij terug naar Parijs. Samen met een stuk of 25 collega's dook hij de (overheids)archieven van meer dan 25 landen in en verzamelde hij alle gegevens over ongelijkheid die hij kon vinden: belastingaangiftes, salarisstrookjes, balansen, enzovoorts. Vijftien jaar later was er een enorme database opgetuigd. Dus toen Piketty zich net als Karl Marx en Simon Kuznets opnieuw over het hoe en waarom van ongelijkheid boog, had hij iets wat zij misten: data. Heel veel data.

En wat bleek: de cijfers vertelden een heel ander verhaal dan wat jarenlang in de tekstboeken had gestaan. Piketty realiseerde zich dat economen hun theorieën over ongelijkheid - en zeg gerust: het kapitalisme als geheel - niet op de regel, maar op de uitzondering hadden gebaseerd.

Het vermogen van de bezittende klasse (land, huizen, machines, aandelen, spaargeld, enzovoorts) groeit al bijna tweeduizend jaar lang sneller dan de economie. In het overgrote deel van de wereldgeschiedenis gingen mensen met bezit er veel sneller op vooruit dan mensen met werklust. Het rendement op kapitaal lag altijd tussen de 4 en 5 procent, terwijl de jaarlijkse groei van de economie ver onder de 2 procent lag. In de woorden van Vautrin: je kon beter een rijke vrouw trouwen.

Maar toen brak de Eerste Wereldoorlog uit. In de daaropvolgende jaren werden miljarden aan vermogen vernietigd door oorlog, depressie en hyperinflatie. Het waren volgens Piketty 'de enige krachten sinds de Industriële Revolutie' die sterk genoeg waren om de ongelijkheid substantieel te verminderen. Voor het eerst in de geschiedenis versloeg arbeid het kapitaal. En vervolgens werden al onze economische theorieën over het kapitalisme en de vrije markt op deze uitzondering gebaseerd.

Inmiddels is het kapitaal weer terug van weggeweest. De zes decennia waarin de gelijkheid groeide - tussen 1914 en 1973 - waren uniek. Het is niet waarschijnlijk dat ze zullen worden herhaald. De ongelijkheid in de Verenigde Staten is alweer bijna even groot als in het Europa van 1913, toen de bovenste 1 procent meer dan de helft van al het vermogen bezat. Ook in Europese landen loopt de ongelijkheid op, en dan met name de vermogensongelijkheid.

Piketty schetst een doemscenario. Zonder de terugkeer van stevige economische groei (onwaarschijnlijk), hoge belastingen op kapitaal (onwaarschijnlijk) of een Derde Wereldoorlog (onwenselijk), zal de ongelijkheid eindeloos blijven oplopen. Hoe langzamer de economie groeit, hoe belangrijker 'oud geld' wordt - en hoe beter je over je huwelijkskeuze moet nadenken.

Maar wacht even. Zal het rendement op vermogen na een tijdje niet afnemen, als er nergens meer in geïnvesteerd kan worden? Jazeker, zegt Piketty, maar tegen die tijd hebben we een krankzinnig niveau van ongelijkheid bereikt. En trouwens, als kapitaal in eigen land niet meer genoeg oplevert, kan het altijd nog de grens over. "In principe komt dit proces altijd ten einde", schrijft de Fransman. "Als diegenen met buitenlands eigendom de hele wereld in bezit nemen."

Verschil met vroeger

"De vrije markt", schreef de beroemde econoom Milton Friedman eens, "verdeelt de baten van economische vooruitgang onder alle mensen."

Het is een mooie gedachte, maar de geschiedschrijving van Piketty leert een andere les. Hoe vrijer en flexibeler de kapitaalmarkten zijn, hoe eenvoudiger het kapitaal kan vluchten naar belastingparadijzen (zoals Nederland). De groei van ongelijkheid heeft dan ook niets met 'marktfalen' te maken. Integendeel, groeiende ongelijkheid is een teken dat de markt uitstekend functioneert. Niet toevallig waren de kapitaalmarkten aan het einde van de negentiende eeuw ook zo vrij als een vogel.

Wat kunnen we nog doen tegen de opmars van de ongelijkheid? Piketty denkt dat alle standaardopties - een beetje scholen, een beetje reguleren, een beetje nivelleren - niet genoeg zullen uithalen. Uiteindelijk zal alleen een wereldwijde, progressieve belasting op kapitaal uitkomst bieden, waarbij de Franse professor ook wel begrijpt dat dit slechts een 'nuttige utopie' is.

Eén ding is zeker: hoge belastingen hoeven de economische groei niet in de weg te staan. "Ongelijkheid is wenselijk tot op een bepaald niveau", zei Piketty onlangs tegen The New York Times. "Maar op een gegeven moment is het nutteloos. Een van de belangrijkste lessen van de twintigste eeuw is dat je snelle groei kunt hebben zonder de ongelijkheid van de negentiende eeuw." En een andere cruciale les mogen we ook niet vergeten: de democratie kan niet functioneren bij extreme ongelijkheid. "Frankrijk was een democratie in 1913," merkt Piketty op, "maar het systeem deed niets aan het ongelofelijke niveau van ongelijkheid. De elites wilden het gewoon niet zien. Ze bleven maar roepen dat de vrije markt alles zou oplossen."

Eugène de Rastignac kreeg het advies om voor het oude geld te kiezen. "Je bent op het kruispunt van je leven, mijn jongen", zei Vautrin tegen hem. "Kies jouw weg."

Welke weg zullen wij kiezen? Gaan we terug naar de negentiende eeuw, naar een tijdperk van extreme ongelijkheid, of gaan we vooruit naar een meritocratische en meer egalitaire eeuw - naar een nieuw kapitalisme? Niets is zeker. "De geschiedenis van ongelijkheid is altijd door en door politiek geweest", schrijft Piketty. Uiteindelijk wordt de wereld niet door de wetten van de economie geregeerd, maar door mensen, die hun eigen geschiedenis schrijven.

---

BIO

Rutger Bregman (1988) studeerde aan de universiteiten van Utrecht en Los Angeles, en doceerde aan de Universiteit van Utrecht.

Hij schreef voor de kranten nrc.next, Het Parool, Trouw en het weekblad De Groene Amsterdammer.

Inmiddels is hij aan de slag bij het onlinenieuwsmedium De Correspondent (waar een uitgebreide versie van deze bijdrage al verscheen) en tweewekelijks columnist bij de Volkskrant.

Auteur van Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis (2012) en De geschiedenis van de vooruitgang (2013).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234