Vrijdag 27/01/2023

Richard Sennett schrijft eerste deel van trilogie over techniek

Een pleidooi voor aanmodderen

De vakman, schrijft de wereldvermaarde socioloog Richard Sennett in zijn nieuwe boek, heeft het niet moeten afleggen tegen de superioriteit van de machine, maar wel tegen het idealistische denken dat zijn op ervaring en handvaardigheid steunende werk afdeed als minderwaardig in vergelijking met het immer glanzende, gelijke, en ook steriele fabrieksproduct.

De filosoof Ludwig Wittgenstein gooide zich vanaf 1927 twee jaar lang op het ontwerpen en bouwen van een Weense stadsvilla voor zijn zus Margarete. Net zoals hij met de Tractatus Logico-Philosophicus dacht een einde gemaakt te hebben aan het gespeculeer van de westerse wijsbegeerte, wou hij met dat huis tonen dat de architectuur ook tot een rationeel eindpunt was gekomen. Wat hij bouwde was een kille, perfectionistische en tot in de puntjes uitgedachte blokkendoos. Het budget was praktisch onbeperkt en Ludwig overenthousiast, wat bijvoorbeeld resulteerde in speciaal voor dit huis gegoten deurklinken die in iedere deur precies halverwege tussen de vloer en de bovenkant van die deur zaten. Netjes berekend, maar bij sommige extra hoge deuren niet echt handig natuurlijk, iets wat ook Wittgenstein na verloop van tijd begon in te zien, waardoor hij een decennium later zei dat het huis "een gebrekkige gezondheid" had en "oorspronkelijk leven" miste.

In De ambachtsman plaatst Richard Sennett dit Wittgensteinhuis tegenover de villa Moller, die Wittgensteins architecturale leermeester Adolf Loos omstreeks dezelfde tijd, en slechts een paar straten verder bouwde. Zijn opdrachtgevers waren een stuk minder rijk dan de Wittgensteins, wat maakte dat er heel wat geïmproviseerd diende te worden. Toen de fundamenten van een bepaalde muur te zwak bleken, was er geen geld om die weer uit te graven en opnieuw te beginnen. Een andere muur werd daarom dubbel zo dik gemaakt, zodat die als steunbeer dienst kon doen. Loos diende om de haverklap uit te rukken om wijzigingen aan te brengen aan zijn plannen. Hij bekeek hoe het licht viel op de werf en tekende daarom heel nieuwe ramen, die het leuker zouden maken om in het huis te wonen.

Het verschil tussen Wittgenstein en Loos was dat de filosoof een idealistische droom nastreefde en met een volmaakt, maar onleefbaar huis kwam te zitten dat vandaag gemaakt lijkt om als museum dienst te doen, terwijl Loos maar wat aanmodderde en een villa ontwierp waarin het tot vandaag aangenaam toeven is. Hij was immers niet alleen een vakman, hij was ook een pragmaticus, al is dat volgens Sennett twee keer hetzelfde zeggen.

Hersenloze slaven

De ambachtsman is het eerste deel van een trilogie die Sennett van plan is te schrijven over techniek in een culturele context. Beginnen doet hij bij zijn grote leermeesteres, Hannah Arendt, die stelde dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen de mens als animal laborans en die als animal faber. De eerste was voor haar de mens die nadenkt hoe hij iets voor elkaar kan krijgen, terwijl de tweede zich ook afvraagt waarom hij dit voor elkaar zou moeten krijgen. Het gevaar bestond er voor haar in dat de hele mensheid zou vervallen tot het niveau van een animal laborans, gedachteloze slaven van de wetenschap en de techniek.

Sennett verzet zich hevig tegen die tweedeling en gooit meteen ook Arendts vrees overboord. Wetenschap en techniek zijn onze vijanden niet, beweert hij, ze kunnen juist een emancipatoire werking hebben, als we maar niet vergeten dat omgaan met materiaal geen hersenloos gebeuren is, of zoals Kant het al schreef: "De hand is het venster op het verstand."

De ambachten ontstonden uit de kloosters, waardoor de structuur van de middeleeuwse gilden heel nauw die van een klooster volgde, met aan het hoofd een meester, die dezelfde functies waarnam als de abt. Die structuur zou trouwens heel lang bewaard blijven, waardoor het atelier van een renaissancekunstenaar - de man die het naamloze ambacht achter zich liet en zijn werken ondertekende - er niet veel anders uitzag dan een middeleeuwse werkplaats. De meester bepaalde de werkvoorwaarden, waarna de anderen het werk uitvoerden. En uiteindelijk was het alleen de meester die de finesses van het geheel kende. Kijk bijvoorbeeld naar de violen van Stradivarius. Niet alleen berustte de kwaliteit ervan op een nimmer neergeschreven praktijkkennis, bovendien was niemand in staat ze na te maken. Antonio Stradivarius liet ieder van zijn assistenten een specifiek deeltje van het werk doen, waarna hij al die deeltjes bij elkaar voegde en zo een klasse-instrument verkreeg.

Replicants en robots

Wanneer we het atelier van James Watt bekijken, waar stoommachines gebouwd werden, zien we iets heel anders. We zijn dan een paar eeuwen later, en het geheim van de ambachtsman heeft plaats moeten ruimen voor de expliciete kennis van de technicus. Iedere medewerker van Watt was daardoor bij machte om een stoommachine te bouwen, en volgens Sennett was dat geen eenduidig negatieve evolutie.

Volgens hem zijn er twee soorten apparaten die ons een beeld geven van onszelf, replicants en robots. De een bootst een mens na, terwijl de ander hem wil uitvergroten. De androïden uit Blade Runner zijn replicants, net als het monster van Frankenstein of - iet minder vergezocht - een mens met een pacemaker. Robots daarentegen zijn mechanische en volmaakte kopieën van de mens. In replicants ziet Sennett een positief gebruik van techniek, terwijl robots negatief zijn. In het eerste geval helpt de techniek de mens immers, terwijl hij die in het tweede wil verknechten of vervangen.

De Amerikaanse pragmaticus John Dewey zei ooit dat het er in het leven niet op aankomt de weerstand te verslaan, maar wel ermee te leren omgaan om er positieve energie uit te putten. Dat is volgens Sennett wat de ambachtsman doet. Hij gaat met het materiaal aan de slag, bewerkt het tot iets nieuws en laat daarbij zijn eigen persoonlijkheid spelen. Hij is creatief bezig, met zichzelf en met de wereld, en volgens Sennett daardoor ook met de verbetering van die wereld. Iedereen kan volgens hem immers een goed vakman worden, daarvoor hoef je echt geen veertien jaar in de leer bij een edelsmid. "Door te leren goed werk te leveren kunnen de mensen zichzelf besturen en zo goede burgers worden", eindigt hij hoopvol.

Marnix Verplancke

Meulenhoff, 367 p., 24,90 euro.

Wetenschap en techniek zijn onze vijanden niet, beweert Sennett, ze kunnen juist een emancipatoire werking hebben, als we maar niet vergeten dat omgaan met materiaal geen hersenloos gebeuren is

n Sennett ziet in robots een negatief gebruik van techniek, ze zijn immers bedoeld om de mens te vervangen.

Richard Sennett

De ambachtsman

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234