Zondag 20/10/2019

Riadh Bahri

Soms tikt hij op YouTube 'arabic' in. Dan hoort Riadh Bahri (24) de oriëntaalse beats en zit hij weer als kind in de auto van zijn vader. Dwars door de Tunesische woestijn. Maar zijn 2.511 Twittervolgers weten ook: de jonge VRT-journalist stamt uit de Vlaamse klei. Groot bakkes, klein hartje. 'Ik heb mijn moeder een sms gestuurd om te zeggen dat ik homo ben.'

Hij zegt 'Riadh' en drukt een stevige hand in De Markten in Brussel. Twee weken terug was hij voor het eerst opgevallen. Midden op een berm in Brussel, het was tien minuten voor het Journaal van 7 uur, maakte een jongeman zich klaar met cameraploeg. Later thuis was dat te zien: "Dit was Riadh Bahri voor het VRT-journaal, live vanop de autoloze zondag."

"Mijn eerste live", zegt Riadh. "Met Annelies (Van Herck, RVP) had ik goed afgesproken wat ik zou zeggen en ik dacht: 'Ik heb een groot bakkes, ik heb tien jaar to- neelervaring en ik zíé het publiek zelfs niet'. Maar zodra Annelies haar eerste vraag had gesteld, voelde ik de zenuwen vanuit mijn tenen naar boven kruipen. Plots was ik me heel erg bewust van mezelf en terwijl ik aan het ratelen was, vroeg ik me toch af hoe die krullenbol zou overkomen en wat de reacties zouden zijn."

Als iemand weet dat reacties instant zouden zijn, dan wel Riadh Bahri. Niet minder dan 4.027 tweets vermeldt zijn Twitterstatus wanneer dit stuk op donderdagmiddag geschreven wordt, u kunt zelf checken hoeveel dat er nu zijn. Zeker meer. Bahri twittert over alles. Glimlachend: "Ik had mijn eerste live zélf aangekondigd op Twitter, natuurlijk. Logisch dat er reacties kwamen."

Een krant schreef: "Het werd een prima eerste beurt, al kun je je afvragen of een VRT-reporter niet een tíkkeltje minder casual voor de dag moet komen in een nieuwsuitzending."

Hij las het. "Ik was er nog wel blij mee. Een strekking zegt dat de verpakking niet mag afleiden van de boodschap, maar tegelijk ben ik wie ik ben en ik heb een krullenbol. En ik stond níét te presenteren in een Mickey Mousetrui - ook al heb ik er daar veel van. Maar ik onthoud vooral dat de krant ook schreef: 'Meer kleur op het scherm'. Natuurlijk vinden ze dat interessant: een allochtoon met een groot bakkes. Al ben ik wel altijd bang geweest om een alibi te zijn. Ik wil niet dienen om de quota op te krikken."

Misschien eerst over dat Twittergedrag: vanwaar die drang?

"Twee jaar geleden, bij het begin van de Arabische Lente in Tune- sië, heb ik dat ontdekt. Ook al kende ik het medium nog niet goed en ging het met vallen en opstaan. Het is moeilijk. Ik ben journalist van de openbare omroep en ik ken de regels wel, maar soms jeukt het. Zeker als ik krantenjournalisten bezig zie. Bovendien lijkt het me dat iedereen die vroeger op krantenfora bezig was, nu op Twitter zit. Verdomme, denk ik dan, moet ik mij inhouden omdat ik toevallig met belastinggeld betaald word? En het gebeurt hoor, dat ik iets tweet waarvan ik hoop dat niemand het gezien heeft. Maar tegelijk ben ik van het principe dat ik net móét antwoorden omdát ik met belastinggeld betaald word. Het is ook mijn passie voor de job. Als je tegen het 'Huis van Vertrouwen' schopt, schop je ook tegen mijn ballen. Misschien ben ik daar nog zeer naïef in, maar ik zal mensen wel overtuigen dat de VRT níét per definitie een rood bastion is en níét anti rechts Vlaanderen."

Geef eens een voorbeeld van een tweet waarvan je achteraf spijt had.

"Een paar maanden geleden was ik in Brussel op een feestje waar Elio Di Rupo ook was. Een vriend van me maakte een foto van mij met de premier en ik schreef er op Twitter bij: 'Wat doet u op zondagavond? Strijken? Ik ga dansen met de premier.' Niet beseffend dat het misschien raar is als ik diezelfde premier iets later een kritische vraag moet stellen."

Dat je het 'Huis van Vertrouwen' zo door dik en dun steunt, kan alleen maar hierop wijzen: dit was een jongensdroom.

"Als kind had ik twee fascinaties. Heel cliché: vliegtuigen, omdat ik van kleins af al vaak heel ver op vakantie ging. En het andere was 'nieuws'. Mijn moeder is Belgische, mijn vader Tunesiër. Dus keken we twee keer naar het journaal. Eerst op de VRT naar Mar-tine Tanghe en dan op TF1 naar Claire Chazal. Meer dan twee uur keek ik elke dag naar die twee blonde vrouwen en ik kan me al- leen herinneren dat als mijn vriendjes kampen bouwden, ik in de garage 'radiootje' zat te spelen. En mijn ontzag voor de openbare omroep is zeer groot. Misschien vanuit een soort idealisme. Toen ik achttien was, zei ik: ik moet en ik zal journalist worden voor het Journaal en voor Terzake. Nu nog kan ik, als ik door die afschuwelijke gang van de VRT loop, verwonderd zijn. Maar het bewijst voor mij dat als je echt een droom hebt, je die kunt waarmaken.

Dat laatste is geen letterlijke uitspraak van zijn ouders, maar het had gekund. "Mijn vader zei altijd: 'Je naam is Riadh Bahri, je moet er rekening mee houden dat je minder kansen gaat krijgen. Zorg ervoor dat je altijd de eerste van de klas bent.' Mijn zussen en ikzelf zijn zo opgevoed. Met het idee dat we nooit iets cadeau zouden krijgen. Ook letterlijk. Toen ik mijn collega's van de VRT zei dat ik een auto had gekocht, waren er die verbaasd reageerden: 'Heb je die niet gekrégen?' Neen, ik heb geleerd dat je ook daarvoor keihard moet knokken. Zoals voor die job. Honderden jongeren willen bij de VRT werken, ik wilde het nog harder."

Hier geboren, maar hij heeft een vreemde naam? Bijna: Riadh Bahri werd in Keulen geboren. Maar al snel kwam de familie naar Wetteren. Riadhs Belgische moeder gaf les, zijn vader hield in de Gentse Vlaanderenstraat brasserie RAKA openen. "Stond voor Ramazan en Kamel", glimlacht hij. Kamel is zijn vader.

Klopte wat je vader zei? Dat het met een naam als Riadh Bahri moeilijk was?

"Op de lagere school zeker. Daar kreeg ik echt te maken met racistische uitlatingen. Het was nog de makaktijd, dat hoorde ik, maar ook andere uitspraken. 'Uw pa is een aap', dat soort dingen. Ooit heb ik één keer een kerel zijn Donaldsonhemd aan stukken ge- scheurd na zo'n uitspraak. En dan moest ik het achteraf nog gaan uitleggen. Maar ook toen had mijn vader een advies: 'Als ze je pijn doen, moet je tien keer zo hard terugslaan.' Hij bedoelde wel 'met woorden'. Ik heb er nooit spijt van gehad dat ze me Riadh hebben genoemd en niet bijvoorbeeld Koen. 'Riadh' is Arabisch voor 'hemel' en 'paradijs'. Dat is toch veel spannender dan Jef en Jos?"

Toen onze krant vorige week een debat lanceerde over het al dan niet benoemen van de afkomst van mensen, maakte jij daarover een item in Terzake. Verrast over de reacties?

"Ik vroeg de mensen: 'Ben ik volgens jou een allochtoon'? Want ik heet Riadh Bahri, ben geboren in Keulen en heb Tunesische roots.' Maar zeven op de tien keer was het antwoord 'neen'.

"Wat ik in dat debat het meest miste, was de vraag in welke mate verwacht wordt dat men zich integreert of dat men verwacht dat men assimileert. Een Arabische man met een baard en in lang gewaad, die graag frieten met mayonaise eet: is die dan niet geïntegreerd? Waarom moet iedereen zich conformeren aan alle Vlaamse gebruiken? Zolang je je aanpast aan de basiswaarden en waarden zoals respect voor iedereen naleeft.

"Met het woord 'allochtoon' zelf heb ik niet zo'n moeite, wel met de journalistieke perceptie ervan. Maar ik maakte zelf een stukje over de rellen in Borgerhout en ik sprak ook van '230 allochtone jongeren'. Toch besef ik dat je een grote groep mensen stigmatiseert. Ik vond het dus wel zinvol dat De Morgen het debat lanceerde, ik vond het alleen jammer dat het in discussies zo vaak vernauwde tot dat ene woord. De vraag moet zijn: wanneer is het relevant om de afkomst van iemand te vernoemen?"

Zeg het.

"Volgens mij ben je geen allochtoon als je succesvol bent. Dus ook ik niet, want ik ben journalist bij de VRT. Maar als ik iemand op straat zou neersteken, dan ben ik het wel. Want dan is het geen probleem meer van ons Belgen, dan is het een probleem van die groep. In het debat rond het gaybashen werd de verantwoordelijkheid ook in die hoek geduwd. Dat maakt me kwaad. De zeventienjarige gastjes die op de Anspachlaan 'sale pédé' naar mij roepen, zijn hier geboren, hoor. Ik ben dat hele verhaal van de poli- tiek zo spuugzat. Als er weer eens iets gebeurt, blijft het altijd bij woorden en steekvlamoplossingen en is het de schuld van de moslims. En misschien ben ik daarom ook wel journalist geworden. Wellicht zal ik dat over twintig jaar zelf naïef vinden, maar nu wil ik verhalen brengen die mensen aan het nadenken zetten.

"Veel heeft met beeldvorming te maken. Bij een stukje over de islam tonen we beelden van vrouwen met een hoofddoek. Dat gaat er met de paplepel in. De meeste mensen lezen geen zeven kranten of kijken niet elke dag naar alle nieuwsbulletins. Vaak zien ze maar één journaal per week. Daarom ben ik blij dat de VRT daar zo omzichtig mee omspringt. Niet met het vingertje, maar wel erop lettend dat we de maatschappij goed in beeld brengen. Vorig jaar moest ik een stukje maken over het concert van Bon Jovi in Oostende en toen liet ik een vrouw in een rolstoel aan het woord: 'Wat vond je ervan?' en ''Was het concert goed toegankelijk?', vroeg ik. Nadien dacht ik: die laatste vraag deed er geen fuck toe. En in een reportage over de solden zou ik in de H&M een vrouw met hoofddoek willen vragen of ze goeie koopjes gedaan heeft. Dát is diversiteit."

Dat die jongens 'sale pédé' roepen, is vanzelfsprekend betreurenswaardig. Riadh Bahri is homo en in enkele opiniestukken, toen er weer eens een probleem rond homofobie opdook, maakte hij zich inderdaad boos over de hoge politieke woorden, de beloftes van werkgroepen en het uiteindelijk niks ondernemen.

En hij vertelt hoe dat zijn vader ook wel angst inboezemt. Een vader die het overigens zelf moeilijk heeft met het feit dat zijn zoon homo is. "Toen ik vijftien was, heeft hij me eens gevraagd of ik homo was. Hij kent ons allemaal door en door, we konden nooit liegen tegen hem. Ik antwoordde toen 'neen' en hij zei alleen nog: 'Je beseft toch dat je een probleem zou hebben.' Nadien is het nooit meer ter sprake gebracht."

Maar ondertussen weet hij het wel.

"Lang heb ik het hem willen besparen omdat ik wist dat het een teleurstelling zou zijn. Voor hem is dat zeer moeilijk omdat het voor de familie in Tunesië niet bespreekbaar is. Mijn vader schaamt zich. Maar ga eens rond in Vlaamse dorpen, daar heb je wellicht net dezelfde reactie. Ik ken de Arabische cultuur daarrond en daarom neem ik mijn vader niks kwalijk. Het is jammer, maar het heeft geen zin er boos om te zijn. Boos zijn is tijdverlies. En ik heb respect voor hem. Sinds het bekend is, ben ik niet meer in Tunesië geweest. Omdat ik weet hoe moeilijk het is.

"Misschien dat ik ooit, als ik een vaste vriend heb, zelfs twee weken in mijn eentje op vakantie naar Tunesië zou gaan. Je kunt dat huichelen noemen, maar ik zou daar geen punt van maken.

"Nog altijd vind ik mijn seksualiteit ondergeschikt aan mijn persoonlijkheid. Soms denk ik: als ik een pil kon nemen, zou ik dat misschien doen. Want nu ben ik 24, maar misschien wil ik op mijn 30ste wel een kind. En als homo blijft dat zeer ingewikkeld.

"Heel lang heb ik, zoals veel homo's, vriendinnetjes gehad en zag ik vriendjes in den duik. Ik had me voorgenomen het pas te zeggen als ik iemand zou tegenkomen voor wie ik het waard vond dat mijn familie zich tegen mij zou kunnen keren. Met mijn vader ben ik, sinds hij het weet, niet meer echt on speaking terms, al is er een lichte toenadering. En mijn moeder heb ik het gewoon per sms verteld. Dat was heel vreemd. Ik was op reportage met twee collega's, we zaten in een montagebusje en plots zei ik hen: 'Ik ga het haar sms'en.' Weliswaar nadat zij die dag ook al wat emotionele berichtjes had gestuurd. Ze had het erover dat we soulmates waren en toen antwoordde ik: 'Zouden we nog altijd soulmates zijn, als ik je zou zeggen dat ik op mannen val?' De volgende tien minuten bleef het stil. Toen antwoordde ze: 'Oké.' Ik heb haar ge- beld en we hebben het eerste goede gesprek in ons leven gehad."

Dat valt op, je was toen al twintig.

"Ja, maar het concept 'gezin' vind ik eigenlijk een heel grappige uitvinding. Mijn drie zussen, mijn ouders en ik waren altijd zes individuen die toevallig onder hetzelfde dak woonden. Qua persoonlijkheid 100 procent hetzelfde, bijna hallucinant om vast te stellen hoe we op dezelfde manier reageren. Maar twee van mijn drie zussen heb ik al een jaar niet meer gezien of gehoord. We hebben geen ruzie of zo, het is gewoon geen probleem."

Een andere zus was Raoudha. Toen ze achttien was, overleed ze aan de gevolgen van leukemie. Ze wastwee jaar ziek geweest. Je was toen veertien.

"Op de vraag wat het mooiste moment van m'n leven was, ant- woord ik altijd: de dag dat mijn zus overleed, 20 december 2001."

Hij beseft hoe vreemd die uitspraak is, maar hij legt het meteen uit. "Mijn zus was mijn beste maatje. Ze was de laatste twee jaar ziek, maar we hadden een ongelooflijk goede band. Voor we gingen slapen, klopten we altijd even op elkaars muur. Die 20ste d- cember had ik mijn laatste examen en toen ik uit school kwam, stond mijn pa me met bloeddoorlopen ogen op te wachten. 'Je zus gaat vanavond sterven', zei hij. Thuis heb ik eerst twee uur op mijn kamer zitten janken, ik wist niet dat je zoveel tranen kon hebben. Maar dan ben ik meegegaan naar het UZ, samen met mijn ouders, mijn andere zussen, een paar van haar beste vriendinnen. Ze lag al een paar dagen in coma en die dag was men be- gonnen met het afbouwen van de medicatie. Rond kwart voor ne- gen werd alles stilgelegd en dan duurde het nog een halfuurtje. Ik besefte terdege hoe uniek dat afscheid was en hoe uniek het was dat je als kind zo dicht bij de grens van leven en dood kon komen."

Is het een moment waar je nog vaak naar teruggaat?

"Alles wat er nadien in mijn leven gebeurd is, herleid ik naar dat moment. Het is een soort fetisj geworden. Ik ging later mijn La-tijnse les leren bij haar op het kerkhof. En elke 20ste december om kwart voor negen voel ik die heimwee. De verbondenheid die ik dan voelde, daar ging het om. Plots was ik als jonge gast emotioneel vijf jaar ouder, en tien jaar later kan ik er nog altijd om janken. Dat tijd alle wonden heelt, vind ik dus bullshit.

"Natuurlijk mis ik mijn zus, maar ik zou niet weten hoe het leven nu zou zijn met haar erbij. Tot de laatste avond was ze zo positief. En het is een cliché, maar stiekem hoop ik dat zij trots op me is. Dat vind ik nog belangrijker dan dat mijn ouders trots zouden zijn. Een paar dagen voor ze in coma ging, zei ze: 'Kleinen, ik zie u graag.' Dat had ze nog nooit gezegd en als veertienjarige vond ik dat misschien een onnozele uitspraak van een meisje van achttien. Maar nu ben ik wel heel blij dat ze dat nog gezegd heeft."

Een opvallende uitspraak, omdat ze zo ongewoon was. Natuur- lijk. Een zus van achttien die haar broer van veertien zegt dat ze hem graag ziet. "Zelf moet ik wellicht zeggen dat ik nu ook maar twee mensen écht graag zie. Mijn moeder en mijn beste vriend. Die zie ik beiden onvoorwaardelijk graag. Die beste vriend is écht mijn beste vriend. Sinds een jaar of vijf. Er is vriendschap en liefde en dit is iets wat nog honderd keer verder gaat. Iemand bij wie ik mezelf kan zijn. Op het werk heb ik een arrogant bakkes, voor mijn moeder ben ik rustig. Maar alleen Tone weet wie ik echt ben. En bij hem mag ik ook nu, zoveel jaar later, nog altijd janken om mijn zus. Bij de meeste mensen mag je dat twee weken."

Iets anders: zowel Yamila Idrissi als Tom Lanoye noemde jou een van de mensen uit de moslimgemeenschap die een voorbeeldstem zouden kunnen zijn. Is dat nodig?

"Goh. Ik zou die jonge nietsnutten van Sharia4Belgium die zichzelf moslim noemen, maar die er geen reet van begrijpen, graag duidelijk maken dat ze de godsdienst misbruiken. De islam is in zoveel de grondslag van de cultuur geweest. Binnen de Arabische cultuur werd al eeuwen geleden openlijk over seks geschreven door dichters, lang voor dat in de christelijke cultuur kon. Maar het irritante is dat hun verhaal altijd aan bod komt en dat hier dan gedacht wordt dat al die moslimvrouwen dom en onderdanig zijn. Een tante van mij is gouverneur in Tunesië. Mét hoofddoek. Dat is geen onderdanige vrouw, het is haar kéúze. Een goeie Arabier, een goeie moslim valt niemand fysiek aan, beledigt niemand en predikt geen haat of geweld in naam van het geloof. In de Koran staat zwart op wit dat je de naam van God niet mag misbruiken om andere mensen kwaad te berokkenen. Dus alle Ara- bieren die zeggen dat Bin Laden in de hemel zit, zijn grote dommeriken. En dat zou ik heel graag eens zeggen in Borgerhout."

Maar dat gebeurt niet. De grote meerderheid van de moslims spreekt zich niet uit. Is dat niet jammer?

"Het probleem is dat er niet zoiets is als dé moslimgemeenschap. Net zomin als dé Vlaming bestaat. En dat dus niemand een geloofwaardige woordvoerder van die gemeenschap kan zijn. Er bestaat geen diversere gemeenschap dan de Arabische. Het is niet omdat we allemaal in de Sleepstraat in Gent wonen, dat we dezelfden zijn. Zeg nooit aan iemand uit Iran dat hij iets gemeen heeft met iemand uit Algerije. Als iemand het woord voert, zal er dus altijd wel iets mis mee zijn."

Hoe trots ben je er zelf op dat je Tunesiër ben en dat, bijvoorbeeld, de Arabische Lente daar begon?

"Ik heb maanden van mijn leven in Tunesië gesleten. Heel trots. Als ik hoor: 'Osama bin Laden is op het Tahrirplein gestorven', dan word ik kwaad. Sorry: dat is op de avenue Bourguiba in Tunis gebeurd. Mijn neven en nichten hebben met stenen gegooid, zonder Tunis was er geen Arabische Lente geweest. Als kind heb ik daar ook geroepen: 'Ben Ali est un salaud.' Ik vond het altijd zo verwonderlijk dat mijn vrienden me dan aanmaanden om stil te zijn. Maar toen ik de eerste beelden uit Tunis zag, was ik tegelijk ontroerd en voelde ik een adrenalinestoot. Ik zag geschiedenis gebeuren met het volk dat van mijn bloed was. Mijn nicht is journaliste en zij vond het vreemd dat ik in België kritische vragen aan de premier kon stellen. Zelfs mijn tante die gouverneur was, mocht geen eigen beleid voeren. Nu kunnen ze dat allebei wel. Maar van dag 1 heb ik geweten dat de Arabische Lente alleen in Tunesië kon slagen. In alle geledingen. Syrië, dat is toch bijna Srebrenica 2.0? In Tunesië kan het wel. Wat ook wel komt door het feit dat Ben Ali, in zijn beginjaren, wel nog geprobeerd heeft van het land een moderne staat te maken."

Hoezeer zit die cultuur nog in jou ingebakken?

"Weinig mensen beseffen wat dat betekent, een dubbele nationaliteit hebben en opgevoed worden door twee mensen met een verschillende culturele achtergrond. Mensen denken: hij woont hier, dus moet hij 100 procent Belg zijn. Ik ben 24 uur op 24 en zeven dagen op zeven Arabier én Belg."

We zijn rond. Bijna. Want hij geeft zelf aan dat hij bang was dat alle vragen over VIER en De kruitfabriek zouden gaan. Collega's hadden hem gewaarschuwd: niet over de concurrentie praten.

Nee, dat was niet de bedoeling. Hooguit nog één vraag over de VRT en zijn eigen toekomst. Er waren geruchten dat hij, en niet Hanne Decoutere, het nieuwe anker van het Journaal zou worden. Hij ontkent. "Daar is nooit sprake van geweest, het zou altijd Hanne zijn en zelf wil ik eerst gewoon een goeie journalist worden." En dan, al grappend: "Volgend jaar gaat Jan Becaus met pensioen." Maar nog eens: "Dat is een grapje. Het is geen plan."

Waarna de twitteraar, die ook wel eens 'de beste marketeer van de VRT-nieuwsdienst' wordt genoemd, nog een vlammend pleidooi voor hun Journaal en hun Terzake afsteekt. "We zijn heel zelfkritisch. Ik word wild irritant van de kritiek dat we soms lichte items brengen. Omdat een journaal niet enkel uit de begroting, de asielcrisis en Syrië mag bestaan. En ook: men moet eens gaan beseffen dat niet alleen hoogopgeleiden naar het Journaal kijken. In heel Europa zijn ze jaloers op onze openbare omroep."

Het glas is leeg, hij checkt zijn smartphone.

Iets na het afscheid verschijnt op Twitter: @Riadh_B gaf net een 2-uur durend interview aan #DeMorgen... Als dat maar goedkomt ;-) #twexit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234