Vrijdag 18/10/2019

Reyers laait!

Wat ben ik blij dat de VRT besloten heeft om in Schaarbeek te blijven. Want je weet maar nooit wat er met een omroepvereniging gebeurt wanneer ze naar Vilvoorde verhuist, een stad die toch vooral bestaat omdat de reizigers die van de hoofdstad naar Mechelen moesten er van oudsher de paarden van hun huifkar wisselden om ze vervolgens op te eten, met een handmatig gemengd slaatje erbij en wat koppige Spaanse rode wijn.

Goed ook dat de VRT-bonzen er deze keer luidop over nadenken om gewoon een gediplomeerde architect te vragen om hun nieuwe werkplek te ontwerpen en dat ze die klus niet langer zullen laten klaren door een minkukel van een bouwmeester. Een talentloze man die het Reyerscomplex zoals het er nu uitziet duidelijk gecalqueerd had op de afgedankte plannen voor een Oost-Europees gekkenhuis. Ooit getekend door een aan clandestiene aardappelwodka verslaafde skieven architèk die zich via de realisatie van dat gebouw wilde wreken op het land dat hem na de hongerwinter van 1956 nochtans asiel verleend had.

Ik ben geen overdreven fan van Johnny Cash, maar telkens als ik door de gangen van het omroepcentrum loop, mompel ik toch spontaan de melodielijn van zijn 'San Quentin' en dan vooral de zinsnede die eindigt op 'I hate every inch of you', waarna ik me ook wel eens wil wagen aan de verzen 'Reyerslaan 52, may you rot and burn in hell/May your walls fall and may I live to tell/May all the world forget you ever stood/And may all the world regret you did no good'.

Net zoals sympathieke vrijwilligers zich destijds uit de naad werkten om het Antwerpse theater Roma weer zijn oude glans te geven, stel ik voor dat we straks met z'n allen spontaan sloophamer en wrecking ball ter hand zouden nemen om die lelijke betonnen burcht gelijk te maken met de gewijde grond van het plateau van Linthout, waar zich destijds de Nationale Schietbaan bevond. Zelf heb ik het wat aan mijn rug, dus ga ik afzien van een fysieke bijdrage aan de afbraak van het Omroepcentrum. Maar ik wil wel een Zweedse lucifer bijdragen tot de goede zaak om daarna met blijdschap te aanschouwen hoe het vuur zijn werk zal doen.

Reyers laait! Ik zal er alvast geen traan voor laten.

Maar laten we wel wezen: in dat lelijke gebouw worden al jaren mooie dingen gemaakt door de vele hard zwoegende en talentvolle mensen die er werken. Zo weet ik uit goede bron dat ergens op etage 1, vlak naast de verwarmingsketels, sedert jaar en dag een afdeling huist waar een ploeg creatieven schitterende titels bedenkt voor tv- en radioprogramma's. Zo zijn daar in het verleden spitante merknamen verzonnen als Het journaal, Sportweekend of Panorama.

Als de inspiratie even niet komt, wordt er door het titelteam wel eens buiten de muren gezocht. Recente voorbeelden van die techniek zijn dan ook het dagelijkse magazine Iedereen beroemd en de reportagereeks Ten oorlog , die de mosterd respectievelijk gingen halen bij film en theater.

Geen slechte titels, overigens, net zoals die programma's zelf ook zeer te pruimen zijn. Van Ten oorlog heb ik zelfs het voorgevoel dat het goed op weg is om een tv-klassieker te worden. Dat komt volgens mij omdat de makers van deze reeks tegelijk 100 procent kinderen van hun tijd zijn, maar ook met bijzonder veel respect naar het verleden kijken. Zonder enige zweem van oubollig patriottisme, zonder storend en pathetisch vlaggengezwaai, zonder al te wollig verwoord pacifisme herinneren zij er de kijker letterlijk stap voor stap aan wat een groteske gruwel die Grote Oorlog wel was.

Ten oorlog is een cocktail die met zeer veel zorg is samengesteld en uit niets dan boeiende bestanddelen bestaat: geschiedenis, aardrijkskunde, wanderlust, vriendschap en humor. Als dusdanig voorspel ik dat deze feilloze formule onze komende maandagavonden op aangename en leerzame wijze zal verblijden, al was ik wel eens verbaasd over de manier waarop deze rondtrekkende reporters af en toe een eigen invulling gaven aan de grammatica van onze tweede landstaal. Iets waar we overigens geen last meer van zullen hebben nu het sympathieke drietal volgende maandag Italië gaat binnenstappen.

Conclusie: handen op elkaar en warm applaus voor deze Ten oorlog.

"Ten oorlog" is een kreet die ongetwijfeld af en toe ook wel eens zal knarsen onder de hersenpan van schilder Sam Dillemans. Ik ben vorige week in goed gezelschap zijn verse reeks portretten gaan bekijken in het prachtige Kasteel van Gaasbeek en terwijl we er naartoe reden keek ik nog eens met open mond naar het Bruegellandschap dat daar zo mooi ligt aan de rand van de hoofdstad, daar waar het Pajottenland begint. Telkens wanneer ik er kom, vind ik het nog mooier dan de keer daarvoor en ik bedenk dan ook steeds hoe goed het is dat Toscane gewoon net achter Anderlecht begint.

Authors, zo heet de overweldigende nieuwe tentoonstelling van Dillemans, en ze maakt die titel helemaal waar. Met grote liefde en vakmanschap heeft de Antwerpse schilder hier een schier oneindige rij makers 'geverfd' die zijn - en in vele gevallen ook ons - leven beter gemaakt hebben: Alberto Moravia, Ringo Starr, Jack Kerouac, P.G. Wodehouse, Marie Curie, Samuel Beckett, Charles Bukowski, Stan Laurel, Colette, het zijn geen van allen prutsers.

Het zijn mensen van het juiste woord, de juiste roffel, de juiste lach. Het zijn mensen die, zo anders dan veel andere geportretteerde figuren die in soortgelijke kastelen en musea hangen, niet bekend zijn geworden omdat ze toevallig in het juiste bed geboren zijn, of omdat ze via hun eigen voetvolk een ander volk in de pan gehakt hebben.

Toch gedijt Sam Dillemans' werk goed in de roodfluwelen omgeving van paleizen en patriciërswoningen. Dat bleek al ruimschoots uit zijn bokserstentoonstelling, acht jaar geleden in het Rubenshuis. Dat blijkt nu ook dubbel en dik uit de manier waarop deze zondvloed van portretten werkelijk alle hoeken van het Kasteel van Gaasbeek inneemt. Maar wees gerust, op erg elegante wijze.

Neem a.u.b. ook uw tijd om het kasteel zelf te bekijken terwijl u Dillemans' werk bewondert.

En kijk ook af en toe ook eens door het raam.

Daar net achter Toscane ligt dus Anderlecht.

Heb medelijden met dat dorp, en met zijn voetbalspelers!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234