Maandag 23/09/2019

Revanche of bevestiging?

Zaterdag is het weer zover. Dan weerklinkt naar jaarlijkse traditie in Gent het startschot van het Belgische wielerseizoen met de Omloop Het Volk, een dag later gevolgd door Kuurne-Brussel-Kuurne. In ijltempo gaat het dan over Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico naar Milaan-Sanremo, het begin van het eerste luik van wereldbekerwedstrijden. Wereldbekerkoersen zijn in eerste instantie voorbehouden aan de elite. Bij die top hebben veel Belgen vorig jaar de rol moeten lossen. De vraag blijft dus: wordt voor de Belgische profrenners 2002 het jaar van de bevestiging - verder op hun retour - of het jaar van de revanche?

Brussel

Eigen berichtgeving

Tony Landuyt

Het moet maar eens gezegd: het wielerjaar 2002 was geen hoogvlieger voor het Belgische wielrennen (op de weg, we laten het veld en de piste buiten beschouwing). Dat er geen Belg meespeelt in het eindklassement van een grote ronde of een belangrijke rittenwedstrijd waarin moet geklommen worden, is niet nieuw, zeker niet na het wegvallen van Frank Vandenbroucke. Dat geen enkele Belgische renner, vooral de zogeheten specialisten van de klassiekers, in staat was een wereldbekerwedstrijd te winnen, is een leemte waar in te veel commentaren toch iets te vlot aan voorbijgegaan wordt. Ook in de UCI-ranking, toch een pijnlijk objectieve graadmeter, is die neergang een feit. Er is geen enkele Belg meer in de toptien - dat is dus de categorie van de wereldtoppers. Begin 2000 telt België nog twee renners in de toptien, zelfs in de topvijf. Godenkind Frank Vandenbroucke staat op drie, Andrei Tchmil op vier. Begin vorig seizoen (2001) bleef alleen Andrei Tchmil over, op plaats negen. Dit jaar is Tchmil pas 64ste. De oude krijger werd niet afgelost aan de top. Integendeel, de meeste andere Belgische 'vedetten' doken dit jaar eveneens naar beneden op de ranglijst. Axel Merckx ging van 20 naar 101, Peter van Petegem van 22 naar 57, Johan Museeuw van 59 naar 125, Dave Bruylandts van 66 naar 173, Marc Wauters van 70 naar 146, Jo Planckaert van 71 naar 145, Peter Farazijn van 84 naar 288, Tom Steels van 109 (toen al) naar 436, Kurt Van de Wouwer van 131 baar 246 en Frank Vandenbroucke is zelfs helemaal uit de tabellen verdwenen. Dat is een vrij algemene daling, van de bekendste Belgische namen, de grootste publiekstrekkers, de "jongens voor de boekskes en de tv". Kortom, de vedetten.

Goed, er zijn ook een paar landgenoten die de omgekeerde beweging maken en beduidend stijgen in de ranking: Nico Mattan voorop (van 75 naar 15), en een beetje onopvallend, zijn ploegmaat Chris Peers (van 74 naar 62) en ook de verzamelde Lotto's Rik Verbrugghe (50 naar 35), Mario Aerts (131 naar 59), Nico Eeckhout (95 naar 30) en Serge Baguet (van 263 naar 38). Maar dat zijn, voorlopig, nog altijd iets 'kleinere' namen.

Neen, het is naturlijk niet allemaal slecht. Optimisten kunnen zich - terecht - optrekken aan een paar prima resultaten, collectief en individueel. Collectief zit het snor. Door hun prestaties telt België twee volwaardige profploegen die allebei tot de wereldtop behoren: Lotto-Adecco-ABX (vorig jaar als collectief een prima seizoen) en Domo. Als je nog rekening houdt met een serieuze Belgische inbreng bij Mapei-Quick Step (een Italiaans-Belgische formatie, met Eric Vanderaerden als sportdirecteur) en bij de Franse ploeg Cofidis, ook wel bij Rabobank en Lampre-Daikin, dan zit het bijzonder snor met de structurele Belgische aanwezigheid in de top. Daaronder is er een relatief brede 'tweede rij', met een paar semi-overheidsploegen (Vlaanderen en Marlux-Ville de Charleroi) en een rij kleintjes met wat meer (Palmans en Landbouwkrediet) en wat gematigder (RDM) ambities.

Individuele prestaties waren er zeker en ze zijn al zo vaak bewierookt: het mooie werk van Rik Verbrugghe (Waalse Pijl, proloog Giro en roze trui, ritwinst Tour), Nico Mattan (proloog Parijs-Nice), Marc Wauters ook (Tourrit plus geel, en dan nog in Antwerpen) en Serge Baguet (ritwinst) en de ontbolstering van Nico Eeckhout. Maar wie die prestaties met enige nuchterheid analyseert, zal moeten toegeven dat het, een uitzondering niet te na gesproken, om zéér goede subtopprestaties gaat. Een Tourrit wegkapen is natuurlijk heel mooi, maar een tijdrit in de Tour winnen, of een bergrit, dat is nog altijd een klasse beter, of eens meespelen voor de groene of bolletjestrui, of voor het eindklassement, dat is nog iets anders. En daar ontbraken de Belgen op het appèl en blijft het afwachten of ze dit jaar wel weer op die trein zullen springen.

En zullen ze dat? Lotto en Domo handhaafden zich probleemloos bij de elite en zijn nu door hun hoge UCI-ranking (zie verder op deze pagina's) al zeker van deelname aan de Tour. Voor Lotto is het in het verleden wel eens anders geweest. De ploeg moest vaker op de goodwill van de organisatoren rekenen om in juli aan het grote wielerfeest te kunnen deelnemen. Lotto-Adecco, dat ABX als derde grote sponsor kreeg, kende in 2001 een uitzonderlijk wielerseizoen. In tegenstelling tot de twee voorgaande jaren (Milaan-Sanremo 1999 en Ronde van Vlaanderen 2000 met Andrei Tchmil) ontbrak wel een overwinning in een wereldbekerwedstrijd, maar toch kende het team van manager Christophe Sercu het beste seizoen ooit. Nooit werd zoveel gewonnen. De komst van Domo en de publiciteit die het team van Patrick Lefevere kreeg nog voor er een trap gegeven was, werkte als een rode lap op een stier. Van de ploegleiding tot de kleinste renner, iedereen was supergemotiveerd om er een uitzonderlijk seizoen van te maken en dat vertaalde zich bij de start van het nieuwe wielerjaar in een vijfde plaats op de wereldranglijst voor ploegen.

Lotto-Adecco-ABX presenteert zich dit jaar nog sterker. De kern van de ploeg bleef behouden en werd aangevuld met een nieuwe topper als Peter Van Petegem. Hij krijgt de zware verantwoordelijkheid om straks Andrei Tchmil te doen vergeten. Tchmil zet er einde mei een punt achter. Voor hem is een wielercarrière van bijna 25 jaar, waarvan 13 als prof, genoeg geweest.

Lotto reed de voorbije jaren niet onopgemerkt door het prille voorjaar. Vooral de Australische spurtersaanwinst, Robbie McEwen, zorgde ervoor dat de ploeg al in de belangstelling kwam. Een vroege winst werkt altijd mentaal bevrijdend, zorgt voor een goede sfeer binnen de ploeg en is publicitair interessant. Met alle respect voor de overwinningen van McEwen, maar de meeste koersen in januari en februari zijn nog altijd spielerei. De speeltijd is echter voorbij. Nu moeten de ruggen gekromd worden, nu is het tijd voor resultaten en krijgen de prestaties de waarde die ze verdienen.

Domo-Farm Frites reed vorig jaar vaker in de schaduw van Lotto, maar lukte wel twee overwinningen in wereldbekerwedstrijden (Parijs-Roubaix met Knaven en Parijs-Tours met Virenque). Vooral het aantrekken van Richard Virenque bleek een schot in de roos. Dankzij de (financiële) hulp van Eddy Merckx kon de Fransman, wiens handelswaarde weer fors de hoogte inging, bij Domo blijven. Voor Virenque primeert de Tour. Voor de klassiekers verstevigde Patrick Lefevere zijn ploeg met onder meer Leon van Bon.

Dé transfer bij Domo-Farm Frites is nochtans Frank Vandenbroucke. Lefevere geeft het enfant terrible de kans om weer renner te worden en zijn vroegere plaats in het peloton in te nemen. Hij hernam de competitie in Qatar, ging vervolgens naar Mallorca, reed de Ronde van de Middellandse Zee en de Tour Haut-Var en de Classic Haribo. Vooraan in de uitslagen was Vdb nog niet terug te vinden. Uit zijn omgeving klinken nochtans optimistische geluiden. Hijzelf is niet ontevreden. "Ik maak vorderingen", voelt hij. Straks als hij het echte werk krijgt voorgeschoteld, zal men beter kunnen oordelen.

Concurrent Domo moet, net zoals Lotto, straks zonder zijn boegbeeld verder. Johan Museeuw blijft nog wel ruim vier maanden langer in het peloton dan Andrei Tchmil, maar ook zijn afscheid is een feit. Museeuw stopt eind dit seizoen. Het wereldkampioenschap in Zolder wordt in theorie zijn laatste wedstrijd.

Voor België zal het nadien even wennen worden. Museeuw en Tchmil waren in de jaren negentig de sterkhouders van het Belgische wielrennen. Zonder hen is de kans niet gering dat België weer afglijdt naar een modale wielernatie. Men kan bijgevolg alleen maar hopen dat Frank Vandenbroucke door zijn stommiteiten zijn talent niet verloren heeft en weer naar het vroegere niveau klimt. Vdb had alles om in het wiel van Lance Armstrong en Jan Ullrich te fietsen, maar na al de miserie die hij de voorbije twee jaar op zijn hals haalde, blijven de vraagtekens. Anders gezegd: Vandenbroucke fietst momenteel nog in de mist. Het is voor hem en zijn begeleiders te hopen dat hij straks weer in de zon terechtkomt.

Vandenbroucke zal altijd Vandenbroucke blijven. Wat hij ook doet, goed of slecht, zijn aantrekkingskracht op de media is zo groot dat hij de rest vaak in de schaduw zet. Nochtans heeft België nog goede renners. Rik Verbrugghe, Nico Mattan, Peter Van Petegem, Ludo Dierckxsens, Mario Aerts, Axel Merckx, Tom Steels (als hij weer de oude is) en Marc Wauters zijn goede renners, maar missen de uitstraling en dat tikkeltje kracht om zich bij de top te voegen. Misschien moet wel eens naar de jongeren gekeken worden of zij al in staat zijn om mee op het hoogste vlak te kunnen strijden. Kevin Hulsmans, vorig jaar buiten strijd door klierkoorts, moet zich nu ontplooien. In de Ronde van Middellandse Zee maakte hij geen onaardige indruk met een tiende plaats in de eindstand.

Uitkijken wordt het ook naar Tom Boonen, een van de grootste talenten van de laatste jaren. Hij zette nu de stap naar de hoogste categorie en mag meteen aan de zijde van Lance Armstrong fietsen. Johan Bruyneel gaf de concurrentie geen kans om Boonen te strikken.

Maar het zijn natuurlijk niet alleen de Belgen die ambities hebben. In het prille voorjaar zijn vooral de Italianen weer sterk uit de startblokken geschoten. In elke rittenkoers was het Italië voorop. Michele Bartoli, Mario Cipollini, Endrio Leoni,... lieten geen kruimel liggen.

Italië zet weer op alle vlakken de toon. Het telt de meeste ploegen en uiteraard de meeste eersteklassers. De dopinginval in de Giro en de strenge Italiaanse wetgeving inzake doping heeft maar weinig invloed gehad op wielersponsoring en de transfers in Italië. Slechts één ploeg haakte af: Liquigas (Rebellin en Gontsjar). De Italiaanse gasmaatschappij ziet echter nog wel heil in de wielersport en sloot een sponsorcontract af met de Italiaanse wielerfederatie.

Italië staat ook vooraan bij de toptransfers: Michele Bartoli van Mapei-Quick-Step naar Fassa Bortolo, Giro-winnaar Gilberto Simoni van Lampre-Daikin naar Saeco, Mario Cipollini van Saeco naar Acqua e Sapone, Pavel Tonkov (Mercury) en Raimondas Rumsas (Fassa Bortolo) naar Lampre-Daikin en Davide Rebellin van Luquigas naar het Duitse Team Gerolsteiner.

In Frankrijk verdween een van de belangrijkste wielerploegen. De donkerblauwe Festina-trui is niet meer in het peloton aanwezig. Elf jaren tumultrijke wielersponsoring zijn genoeg geweest voor de Spaanse uurwerkfabrikant. Het schandaaljaar 1998 heeft Festina nooit losgelaten, maar dat is niet dé reden dat een punt werd gezet achter een verdere investering in de wielrennerij. Als dat het breekpunt zou zijn, zou Festina er onmiddellijk na het Tour-schandaal mee zijn ophouden. De epo-Tour van 1998 leverde Festina uiteindelijk meer voor- dan nadelen op. Na die gebeurtenissen ging de verkoop van Festina-uurwerken fors de hoogte in.

Voor grote baas Miguel Rodriguez is het verzadigingspunt nu bereikt. Zesentwintig renners, onder wie Vuelta-winnaar Angel Casero en Christophe Moreau, proloogwinnaar in de Tour, belandden op straat, maar werden opgevist door respectievelijk Team Coast en Crédit Agricole. Voor Casero heeft het nochtans lang geduurd alvorens hij onderdak vond. De Vuelta-winst was de man naar het hoofd gestegen. Zijn eisen lagen zo hoog dat veel ploegen de deur voor hem dichtklapten. Casero had geen andere keuze dan zijn prijs te laten dalen.

Frankrijk heeft niet te klagen. Het profiteert nog het meest van de uitbreiding van eersteklasse. Met zeven ploegen bij de elite leunt het opeens heel dicht aan bij Italië. Niet alleen in Frankrijk profiteerden kleinere ploegen die vorig jaar nog tot tweede divisie behoorden, om hogerop te klimmen. Het Duitse Team Gerolsteiner steekt zijn ambities niet weg. De ploeg concentreert zich op Italië en om geen gek figuur te slaan bij de elite trokken de Duitsers de vroegere nummer één op de wereldranglijst, Davide Rebellin, aan.

Het Zwitserse Phonak en het Italiaanse Alexia Alluminio willen zich ook profileren tussen de grote ploegen. De Zwitsers hadden veel geld veil om Oscar Camenzind als kopman aan te trekken, de Italianen haalden Paolo Savoldelli, Alberto Elli en Paolo Lanfranchi binnen.

Voor de rest bleef het vrij rustig op de transfermarkt. Rabobank haalde met het oog op de Tour wel Levi Leipheimer bij US Postal weg, maar of de Amerikaan genoeg inhoud heeft om zijn landgenoot Lance Armstrong en Jan Ullrich naar de kroon te steken, moet worden afgewacht.

Zoals al een paar keer aangestipt in dit artikel, zijn er dit jaar nogal wat structurele wijzigingen gebeurt. De eerste klasse van de UCI-ploegenrangschikking werd uitgebreid van 22 tot 30 ploegen en dat zette veel op zijn kop. In België heeft die uitbreiding niet veel te betekenen. In tegenstelling tot Frankrijk, waar plots zeven eersteklassers het wielerpeloton bevolken, profiteert ons land helemaal niet van de nieuwe UCI-reglementen. België had vorig jaar twee eersteklassers (Lotto en Domo) en dat verandert niet in het nieuwe wielerjaar. De twee Belgische ploegen staan trouwens in de toptien (de ploegen die bijvoorbeeld sowieso naar de Tour mogen), en dat is evenveel als Italië.

Voor België is ooit anders geweest. Zeker voor Lotto, dat zich vaak moest reppen om bij de toptwintig te blijven en voor wie het soms bang afwachten was of de ploeg wel aan de noodzakelijke wildcard voor de Tour zou geraken. Nu ziet de situatie er heel wat rooskleuriger uit. Lotto behoort plots tot de absolute top en dankt die forse sprong voorwaarts vooral aan het uitstekende seizoen waarmee de ploeg uitpakte. "Vorig seizoen was ontegensprekelijk een uitstekend jaar", zegt manager Christophe Sercu. "Dat heeft vooral te maken met de goede transfers die werden afgesloten, zoals het aantrekken van Nico Eeckhout en Hans De Clercq. Zonder goede renners, zowel op sportief als op menselijk vlak, boek je geen goede resultaten."

Lotto is dus een toptienclubs, en die hebben hun rechten. In alle wereldbekerwedstrijden en grote ronden hebben zij het recht om te starten. Daartegenover staan ook plichten. Zij moeten aan minstens negen van de tien wereldbekerwedstrijden en aan minstens twee grote ronden deelnemen. Wie zich hieraan niet houdt, verdwijnt het daaropvolgende seizoen uit de toptienclub.

Voor de wereldbekerwedstrijden is de organisator verplicht de eerste achttien ploegen van de UCI-stand uit te nodigen en vijf wildcards uit te delen aan teams van de eerste klasse. Om de nationale wielersport en sponsors echter niet te discrimineren, geeft de UCI het recht om de twee resterende wildcards voor te behouden aan nationale tweedeklassers. In de Ronde van Vlaanderen zullen echter drie Belgische tweedeklassers meefietsen. Palmans-Collstrop en Vlaanderen-t-Interim konden al op twee oren slapen. Daar komt nu ook Landbouwkrediet bij. De ploeg van Rolf Sörensen profiteert van de afwezigheid van het Spaanse Euskaltel, dat geen interesse heeft voor de Ronde van Vlaanderen.

Voor UCI-voorzitter Hein Verbruggen is het dus duidelijk. Topwedstrijden moeten uitsluitend door de elite worden gereden. Zo zijn, volgens de nieuwe reglementen, de organisatoren van de drie grote ronden (Tour, Giro en Vuelta) verplicht om de resterende wildcards in de eerste plaats toe te kennen aan eersteklasseploegen. Pas als er nog plaatsen zouden vrij zijn mogen ze tweedeklasseploegen uitnodigen. Voor de Tour ziet het er niet meer naar uit dat een team uit de tweede divisie nog een kans zal krijgen in La Grande Boucle.

Voor de Franse ploegen, die vorig jaar niet slecht bedeeld werden door organisator Jean-Marie Leblanc - het gros van de deelnemende Franse formaties behoorden tot de tweede divisie, levert dat weinig of geen problemen meer op. Door de uitbreiding zit Frankrijk met zeven eersteklassers ineens op rozen. Zelfs het bescheiden BigMat behoort tot de topdertig. Voor de deelname aan de Tour zullen de Franse ploegen niet meer moet lobbyen, zoals in het verleden wel eens het geval was. Jean-Marie Leblanc zal zich met de nieuwe regelgeving een stuk rustiger voelen. Hij zal de Franse ploegen geen voorkeursbehandeling meer moeten geven en blijft dus gespaard van kritiek van buitenlandse eersteklassers die uit de boot vielen. Als Leblanc, die opnieuw minstens veertig Fransen aan de start van de Tour wil, vijf wildcards uitdeelt aan Franse ploegen moet iedereen zich daar in principe bij neerleggen.

De toptien, de winnaars van het ploegenklassement in de drie grote ronden, verder aangevuld met de eerste zestien ploegen in de UCI-stand, mogen op twee oren slapen. Voor de overige vijf of zes plaatsen wordt het nog wringen en knokken om voor 2 mei, wanneer het verdict valt, zoveel mogelijk UCI-punten bijeen te rijden en in de gunst te geraken bij de grote Tour-baas. Ploegen als Saeco, Mercatone Uno en Team Coast weten wat hen te doen staat.

Net zoals alle andere ploegen trouwens. Vanaf nu is het gedaan met voorbeschouwen en plannen maken. Vanaf Omloop Het Volk spreken de pedalen en tellen de prestaties. Het seizoen kan beginnen.

Lotto-Adecco-ABX en Domo-Farm Frites behoren tot de toptienclubsItalië is de blikvanger wat betreft toptransfers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234