Vrijdag 24/01/2020

Retro vs. carbon

Retrowielerclub Stoomtrein Grobbendoenk: de kick wanneer staal 'carboncoureurkes' inhaalt

Melkzuur wegspoelen met pils in Café De Kruyk. Beeld Joris Casaer

Stalen rossen, wollen truien, ongeschoren benen en tussensprints voor een salami of een bak haringen: de jongens van Stoomtrein Grobbendoenk cultiveren hun voorliefde voor de tijd van toen. "De reguliere kermiskoersen zijn vaak te professioneel en venijnig. Op onze wedstrijden zie je de buurman nog tegen de bakker strijden, puur voor de lol."

En een demarrage! Daar gaat Matjes! Daar gaat Matjes! Hohohooo, daar zit snee op! Wat heeft die jongen dash in de kuiten. En nu? Wat doet de rest? Ze reageren! Het hele peloton wordt uiteengerafeld. Zie ze kreffelen, zie ze krampáchtig weer naar dat wiel harken!"

Michel Wuyts zou een vette kluif hebben aan het retrogespuis van Stoomtrein Grobbendoenk. Een gezapig tochtje, hadden ze gezegd. Rustig de beentjes laten wentelen, genieten van de mooie avondzon langs de Nete, gezellig keuvelen over de liefde voor het stalen ros en het ongeschoren onderbeen. Tien minuten houden ze het vol.

Tot een rennertje van Topsport Vlaanderen ons voorbijflitst. Een oogwenk later passeert een tros andere carbonfietsers. Het werkt als een rode lap op een kudde bronstige stieren. Mathijs "Matjes" Raeymaeckers (27), die met zijn rossige baard, heldere ogen en stevige poten een hoog flandriengehalte uitstraalt, kan zich niet meer houden. Hij schakelt naar het buitenblad en knalt erachteraan. De rest van de bende beseft meteen hoe laat het is. "Maken dat je mee bent!"

Dat gaat iets snediger als je, zoals ik, een licht vliegmachien van carbon onder je kont hebt. Maar ook de stalen wagonnetjes van de Stoomtrein haken verrassend snel weer aan.

We draaien het brede jaagdpad langs het Albertkanaal op. Een ideaal parcours. Mathijs gaat resoluut naar de kop. Het groepje carbonfietsers weet niet wat hen overkomt. Ze verhogen het tempo en proberen hem eraf te krijgen.

Maar Mathijs gaat er weer over, 3 kilometer per uur harder. We rijden boven de 40 kilometer per uur. De hele groep valt in stukken en brokken uit elkaar. Het spel zit harder op de wagen dan op de doorsnee cityparade. Een carbonrijder in een zwart shirt demarreert, in zichzelf vloekend: "Wat denken die retrocoureurkes wel?" Tijd om in te grijpen. Met Anton en Mathijs in het wiel haal ik hem opnieuw in.

Wanneer we terug in zijn spoor komen, kiezen we de andere kant van de weg, om hem te verrassen. Hij pikt aan, maar neemt niet meer over. Dan weerklinkt geroep. "Hier naar rechts! We zijn aan het café!" We draaien af. De koers is voorbij, maar de Stoomtrein heeft zonet een visitekaartje afgeleverd.

Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Worsthelmen

"Je hebt zonet een prima beeld gekregen van onze trainingen", grijnst Anton. "Carbonrijders kunnen er niet zo goed tegen dat we hen voorbijsteken. En we rijden elkaar ook altijd kapot. Tijdens een ritje van 40 kilometer beginnen we vaak al na 10 kilometer te demarreren. Op een grote tocht wachten we tot de laatste 40 kilometer. Daarna is het ieder voor zich."

Het is koersen à l'ancienne, zoals de boerenzonen dat 50 jaar geleden deden. Zonder nadenken, zonder trainingsschema's. Gewoon rap rijden met de kin op het stuur. Ze dragen wollen truien, worsthelmen en gehaakte handschoentjes. En ondanks de schrale noordoostenwind en een kille 10 graden rijden ze in korte mouwen, en zonder beenstukken. "Koude spieren? Dan moet je harder trappen. En het haar op je benen laten staan, dat helpt ook."

Café De Kruyk past in het sfeertje. Het is een bruine, rokerige herberg in Viersel, het slaapdorp waar Het smelt-schrijfster Lize Spit opgroeide. "Een Rodenbach met een geklutst ei, alstublieft!", bestelt Anton, met uitgestreken gezicht. De waardin kijkt Anton sceptisch aan. "Een geklutst ei tegen uw kop kunt ge krijgen", kijft ze. De mannen van de Stoomtrein spoelen het melkzuur dan maar weg met pils. "Dorstlessers en recuperatieshakes zijn voor janetten." Uiteraard.

"Enkele jaren geleden organiseerden onze scoutsleiders uit Nijlen een retrokoers", zegt Anton, die door de anderen wordt aangesproken als 'kopman', vanwege zijn sprintersbenen. "Zij wilden geen typische wedstrijd voor wielertoeristen die 20 uur per week trainen. Ze wilden hun vrienden laten strijden tegen de bakker en de buurman. En nadien een plezant feestje met beuling en bier. Ik heb meegereden op de fiets van mijn nonkel."

Beeld Joris Casaer

Ook Mathijs leende een oud stalen ros. "Tijdens die wedstrijd ben ik twee keer moeten stoppen om mijn ketting er weer op te leggen, maar ik heb de finish gehaald."

Het werd de start van een retroteam van scouts en jeugdvrienden. "We zijn met vijftien, onder wie drie meisjes. In het begin mochten we wollen truien lenen uit het Kempisch Wielermuseum in Grobbendonk. Na een tijd hebben we een eigen clubtenue laten maken. Sommige attributen, zoals onze helmen en fietsschoenen, hebben we gekregen van verzamelaars of oud-coureurs. Die mannen vonden het onnozel dat we met basketsloefen reden."

Beeld Joris Casaer

Het bleef niet bij originaliteitsparades rond de kerktoren. Stoomtrein Grobbendoenk (de naam haalden ze bij de stoomtram die ooit door hun dorp reed - maar 'tram' vonden ze net iets te traag klinken) stortte zich in het circuit van de retrokoersen, dat vooral in de provincie Antwerpen populair aan het worden is. En samen met de jeugdraad organiseren ze hun eigen wedstrijd, de Coppa Diamante.

"We rijden een twintigtal koersen per jaar tegen andere retroteams en gelegenheidsdeelnemers. In die wedstrijden is de sfeer veel amicaler dan op de reguliere kermiskoersen. Daar zie je gevloek en getier, renners die anderen van de weg kwakken of die na afloop naar hun auto vluchten uit schrik voor een pak rammel. Retrokoersen zijn volksfeesten, waar iedereen rijdt voor zijn plezier en de deelnemers achteraf samen beuling eten en pinten drinken. Al willen we ook wel graag winnen, hoor."

Iedereen beloond

Anton en Mathijs stonden al herhaaldelijk op het podium, maar ook de rest van de bende sleept wel eens een prijs mee naar huis. "In retrokoersen worden ook de groepjes gelosten beloond", zegt Cedric. "Als de speaker roept dat er in die ronde een tussenspurt is voor de 23ste plaats, dan beginnen we als gekken te sprinten. Voor een salami, een tros bananen of een doos haringen. Als je wint, voel je je Tom Boonen."

Humor is belangrijk. Zo afficheert de Grote Prijs Fatima in Nijlen zich als 'de grootste kasseiklassieker zonder kasseien'.

Beeld Joris Casaer

Tijdens de trainingen vecht dit zootje ongeregeld graag een robbertje uit met carbonrijders. Toch zijn ze niet allergisch voor de vederlichte racefietsen. "De meesten van ons hebben er zelf één", zegt Cedric. "We houden regelmatig een 'Zondag Carbondag'. Eerlijk? Ik rijd liever met carbon en staal. Die fietsen gaan gewoon sneller."

Vloeken in de kerk, vindt Mathijs. "Ik moet van carbon niks hebben. Ik heb wel een aluminium kader. Maar retrofietsen zijn schoner."

Stuk voor stuk houden ze ervan om zelf aan hun fietsen te sleutelen of een oud wrak te renoveren. Vooral Tom wordt aangewezen als een kei in het vak. "Soms vind je stalen fietsen voor 20 euro in de kringloopwinkel", zegt hij. "Voor 200 euro heb je al een goed model. Een carbonfiets kost tien keer meer."

Beeld Joris Casaer

Maar zo'n oud vehikel durft al eens falen op cruciale momenten. "In onze Coppa Diamante sneed ik als eerste van de kopgroep de laatste bocht aan", zegt Anton. "Ik was klaar om te winnen. Maar de tube rolde van mijn voorwiel en ik ging tegen de grond. Mijn hele lijf stond vol schaafwonden." Hij toont de littekens op zijn pols en handen.

"In een andere wedstrijd, in Kalmthout, zat ik goed mee vooraan, toen mijn stuur afbrak. Ik trok eraan en plots had ik nog maar de helft van de stuurstang vast. Gelukkig kon ik met dat deel nog remmen en bleef ik recht. Ik heb snel een stadsfiets gekregen van een supporter langs de kant van de weg. De banden stonden te plat en mijn fietsschoenen gleden telkens van de pedalen. Ik heb dan maar mijn schoenen uitgegooid en ben op mijn sokken verder gereden. Maar winnen zat er natuurlijk niet meer in."

Beeld Joris Casaer

L'Eroica

Mathijs: "Vorig jaar ging ik in Oost-Vlaanderen koersen met Laurens, onze andere kopman die nu enkele maanden in het buitenland zit. Vlak voor de wedstrijd zaten we in de auto te wachten. Het bliksemde en regende verschrikkelijk hard. We hadden geen droge kousen bij en zagen er tegenop om achteraf in onze natte spullen naar huis te moeten rijden. Laurens won, ik werd derde. Twee keer raden wat de podiumprijs was. Een paar sokken!"

Anton trok vorig jaar naar het walhalla voor retrofietsers: Toscane. Daar vindt elk jaar L'Eroica plaats, een tocht van 209 kilometer over de typische Strade Bianche, die alleen mag verreden worden met een fiets van voor 1989. Bij de bevoorradingen kunnen de helden zich niet laven aan energierepen en hippe sportdranken, maar aan wijn, water, druiven, olijven, brood en ham uit de streek.

Elk jaar staan er 1.500 deelnemers uit 50 landen aan de start. "Het is het zwaarste wat ik ooit heb gedaan", zegt Anton. "We vertrokken om 6 uur 's ochtends en ik finishte om 8 uur 's avonds. Sommigen reden op fietsen van voor 1900, met twee tubes rond hun lijf geplooid. Bovenop een klim moesten ze hun wiel omdraaien om op een grotere versnelling naar beneden te kunnen fietsen. De hellingen waren zo steil dat we regelmatig te voet moesten gaan. De prachtige omgeving maakte het lijden draaglijk. Maar ik had geen frisse benen.

"Pas twee dagen op voorhand had ik beslist om deel te nemen. Te laat om nog een slaapplek te regelen. De avond voor de wedstrijd sliep ik onder de starttribune. Er stond een hok open en er lagen wat voetbalmatjes op de grond. Daar heb ik mijn slaapzak gelegd. 's Nachts waaide de deur voortdurend open. Ik heb er een steen moeten voor leggen. Meer dan vijf uur heb ik zeker niet geslapen. De avond na de wedstrijd was ik zo kapot dat ik opnieuw in dat kot kroop, tussen de muizen. Ik had geen fut meer om nog 30 kilometer te rijden naar de dichtstbijzijnde jeugdherberg. Is dat retro genoeg, denk je?"

Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234