Dinsdag 22/06/2021

Retrospectieve Marten Toonder, een heer van stand in Stripmuseum Groningen

De geestelijke vader van Tom Poes en Ollie B. Bommel was een begrip. Hij sloeg een brug tussen strip en literatuur

Allesbehalve een expo voorminkukels

In het Nederlandse Stripmuseum Groningen is de overzichtsexpo over Marten Toonder geopend. Nooit eerder vertoonde originelen hangen er naast stokoude tekeningen, zoals die uit de schoolagenda van de geestelijke vader van Tom Poes en Ollie B. Bommel. De expo Marten Toonder, een heer van stand concentreert zich verder op het studiowerk, de animatiefilms en schilderijen over of van Toonder. En zijn filosofie en dat specifieke taaltje natuurlijk.

Groningen

Van onze medewerker

Geert De Weyer

'Ik heb het voorrecht gehad om te tekenen wat ik schreef en om te schrijven wat ik tekende.' Het is een van de uitspraken van Tom Poes' geestesvader Marten Toonder (1912-1995) die prijkt in een aparte ruimte die volledig gewijd is aan de mens achter de artiest.

Meteen bij het binnenkomen stoot je er op een bronzen borstbeeld van de man zelf, ontleend van het Letterkundig Museum in Den Haag. Hij staat er statig te wezen, die Toonder, maar ook aimabel en intelligent, speurend van achter zijn dikke volle wenkbrauwen. Het borstbeeld wordt links en rechts geflankeerd door twee olieverfportretten van de auteur.

Ondertussen klinkt door de ruimte Toonders trage stem. Een op grootscherm geprojecteerd 45 minuten durend gevoelig interview, waarin Toonder vanuit zijn geliefde Ierland spreekt over het leven en de dood, maakt duidelijk wat voor een man hij was. Hij spreekt over gelukkig zijn, dat "je niet weet niet wanneer je gelukkig bent" en dat "je pas achteraf denkt: toen was ik gelukkig". Het citaat valt in een gesprek over de dood van zijn geliefde vrouw Phiny. Hij wuift het treuren om de dood weg, zegt dat het een enorm egocentrisch gevoel van verlies is ("Je treurt niet over je geliefde, maar over jezelf") en dat het hem tegenhield te leven.

Marten Toonder, zo wordt ook hier snel duidelijk, was een begrip in de stripwereld, een van de weinigen die een brug tussen strip en literatuur sloeg en zijn levensfilosofie in tekeningen en teksten onderbracht.

Nadat in het luik 'Vroeg werk' de vroegst teruggevonden Toondertekening tentoongesteld wordt (in zijn schoolagenda uit 1931), steelt een wit beertje er de show: Thijs IJs, in feite een reactie op het Britse Bruintje de Beer. Zijn neefje, zo werd vriend Thijs ooit aangekondigd. Een jeugdzonde, wimpelde Toonder die Thijs af, maar de contouren van een meesterverteller en begenadigd tekenaar zijn dan al erg zichtbaar. Thijs IJs overleefde zelfs 52 verhalen en verscheen ook in album. Ook uit die tijd is Bram Ibrahim, kortverhaaltjes die in 1932 verschenen in KRO Gids op tekst van zijn broer Jan Gerhard.

Het spreekt echter vanzelf dat Toonders succesvolste reeks, die over een wijze poes en een gedistingeerde pijprokende beer, met de meeste aandacht mag gaan lopen (Panda en Koning Hollewijn zijn haast niet aanwezig). Tom Poes vloeide in 1938 al uit Toonders pen, maar het zou drie jaar duren eer het fijne wezentje de schetsmap van zijn bedenker mocht verlaten.

Dat was mede te danken aan de Tweede Wereldoorlog, die in onze contreien resulteerde in de beperking van Amerikaanse importproducten. Op die manier moest Mickey Mouse op 16 maart 1941 zijn Telegraaf-kolommen noodgedwongen afstaan in het voordeel van een nieuwe stripreeks: De avonturen van Tom Poes. Drie jaar na die gedwongen machtsovername van de kat op de muis - toen de nieuwe Telegraaf-hoofdredacteur een SS'er bleek te zijn - liet Toonder zich manisch-depressief verklaren. Op die manier kon hij probleemloos stoppen met tekenen zonder onder te duiken.

Maar ook na de oorlog zou de kat nooit meer het onderspit moeten delven voor de muis. Tom Poes werd snel een begrip in Nederland. Was de reeks eerst nog bedoeld voor kinderen, dan leek een steeds ouder wordend publiek aangetrokken tot de ironische ondertoon, het ideeëngoed, de ladingen maatschappijkritiek, de sterke personages (een log nijlpaard als burgemeester, een hond als commissaris, een haan als markies) en de scherpe observaties van het zoogdier genaamd mens.

Zo sloop onder meer de drugsproblematiek, de milieuverontreiniging, politiek, geldhonger of werkloosheid druppelsgewijs de verhalen in. Daarnaast lieten de dieren typisch menselijke kantjes zien als (het onvermogen tot) liefde, vriendschap, bedrog en zelfzucht. De verhalen die tussen 1941 en 1986 in tal van dagbladen verschenen, waren goed voor twaalfduizend afleveringen, 177 verhalen. Het totale aantal pagina's van de 69 tussen 1955 en 1984 in het weekblad Donald Duck verschenen Tom Poes-strips bedraagt drieduizend.

In een apart luik wordt ingegaan op Toonders inspiratiebronnen. De tao wordt aangekaart, maar ook het christendom, de zwarte kunsten, het kapitalisme, Jung, astrologie, de theosofische werken van Helena Blavatsky, de wetenschap en uiteraard de Keltische mythologie die hem zo lief was. Maar niet alleen dat, ook terloops vertelde verhalen of anekdotes waren in die zin ook onuitputtelijke inspiratiebronnen voor Toonder.

Zo wordt hier het verhaal verteld van hoe het eerste Tom Poes-verhaal uit 1941 tot stand kwam: via Toonders vader. Toen die in 1933 naar Hamburg trok en tot zijn verbijstering zag hoe Hitler aan de macht kwam, sprak hij de gevleugelde woorden: 'Als je in Duitsland laarzen in de grond plant, groeien er soldaten uit'. Toonder had niets met soldaten, veranderde hen in reuzen en kwam zo met het verhaal.

Tom Poes was toen nog een wollig, Disneyachtig poesje. Het zou enige tijd duren voor hij een karaktervoller uiterlijk kreeg. Bij het derde verhaal stootte hij op een zekere Ollie B. Bommel, (in Tom Poes in den toovertuin), een personage dat zelf populairder zou worden dan de titelheld. Opmerkelijk is ook hoe getoond wordt dat de lijnen van diens befaamde oranjegele ruitjesjas pas later getekend werden met de vorm van de jas mee. Overigens hangt die echte jas er ook. Ze was immers zo populair dat een studentenvereniging ze ooit liet namaken.

Marten Toonder moet zowat de enige stripauteur geweest zijn wiens literaire kwaliteiten werden bewierookt door collega-schrijvers. In 1954 werd hij zelfs benoemd tot lid van de gezaghebbende Maatschappij van Nederlandse Letterkunde. Gerard Reve liet weten dat hij Tom Poes als echte literatuur aanzag. Auteurs als H.J.A. Hofland, Marcel Möring en Jan Wolkers waren eenzelfde mening toegedaan.

Heel wat van Toonders dan nog onbestaande woorden kwamen terecht in de woordenboeken. Om dat luik te onderstrepen werd voor de ongelovigen onder ons een vitrine volgestouwd met woordenboeken, opengeslagen op woorden als minkukel, denktank, driftgraag, kreupeldenker, grofstoffelijk of - dit zijn twee mooie - gedebiliseerde flapdrose (een psychische aandoening) en kalmanpil (antidepressivum).

Aan een muurtje verderop sieren ook enkele kleurrijke uitdrukkingen als 'met uw welnemen', 'kommer en kwel', 'geld speelt geen rol', 'een eenvoudige doch voedzame maaltijd' en natuurlijk 'als je begrijpt wat ik bedoel', meteen ook de titel van de beroemde animatiefilm over Tom Poes die hier op grootscherm wordt vertoond naast de de nagebouwde, zware kasteelpoort van slot Bommelstein. Leuk voor de Bommelfans: even verderop toont een twintigtal plaatjes hoezeer Bommelstein de in de loop der jaren architecturaal steeds maar weer veranderde.

Overigens werd Toonders werk niet door de eerste de beste uitgeverij gepubliceerd. De Bezige Bij was geen stripuitgeverij, maar bracht in de jaren veertig al talloze Poesverhalen onder in de zogenaamde reeks 'BB Literair' (kleine plaatjes, grote teksten). Dat leidde even tot onvrede toen Toonder, ondanks de grote vraag ernaar, besloot de eerste vijftig verhalen niet meer te herdrukken. Gevolg: een stroom van talloze illegale uitgaven verscheen tot Toonder zich, in een ultieme poging die misstand een halt toe te roepen, genoodzaakt zag toch opnieuw herdrukken toe te staan bij De Bezige Bij, zij het enkel op voorwaarde dat die in het vertrouwde oblongformaat zouden verschijnen. Zo geschiedde. Leuk is dat deze expo ook enkele illegale uitgaven toont.

Het laatste hoofdstuk wordt gewijd aan de animatie van de Toonder Studio's. Naast animatiecellen (uit onder meer Als je begrijpt wat ik bedoel) wordt er ook eerder onbekend werk getoond als de Hugo-bioscoopfilmpjes en fragmentjes uit Kappie, Panda en Hollewijn.

Het laatste expostuk is niet meer dan een saaie opsomming van meer dan 150 namen, maar wie even verder kijkt dan zijn neus lang is zal merken dat het de lijst is van alle assistenten die in de loop der jaren aan Toonders strip- en animatieverhalen meewerkten. Afgaande op die lijst werd toen in de studio's de latere basis van de Nederlandse beeldcultuur gevormd met namen als Thé Tjong King, Dick Matena, Piet Wijn (van Douwe Dabbert) en Hans G. Kresse.

De retrospectieve in Groningen is geen bombastische, maar een relatief bescheiden expositie geworden die veel materiaal in een eerder kleine ruimte laat zien. Niettemin worden alle facetten van Toonder onder de loep genomen en is elke ruimte met zorg weergegeven. Volgens de curator zijn tientallen originelen nooit eerder geëxposeerd geweest. Het museum slaagde erin halsstarrige verzamelaars nu toch over te halen hun werken in bruikleen te geven.

Goed, het Stripmuseum doet door zijn lelijk geschilderde muren wat oubollig aan (of op z'n Toonders: 'Ouderwets, voel je wel?!'), maar dat wil niet zeggen dat de treinreis van vierenhalf uur niet de moeite loont. Vooral verstokte Bommel- en Toonderfans zullen hier aan hun trekken komen.

Ze zullen het overigens druk hebben in 2006. Deze expo opende aan de vooravond van het Toonderjaar in. Vanaf nu zullen over heel Nederland talrijke initiatieven, evenementen en publicaties verschijnen. Zo start in het Letterkundig Museum in Den Haag een lezing en expositie, is de Tom Poesmusical naar verluidt al gestart en zullen er talloze uitgaven van Toonders werk verschijnen, waaronder ook een Stripschrift Special over leven en werk van Toonder.

Het recentste boek verscheen onlangs bij Ton Pauw: De tao van Toonder. De titel is niet zomaar gekozen. 'Zijn leven lang', zo kopt een bordje op deze expo, 'heeft hij voorrang gegeven aan intuïtie en gevoel boven het rationele denken'. De tao is een dualistische leer die ook door Toonder werd geraadpleegd. De Chinese filosofie gaat uit van de gedachte dat onze levensweg (tao) zich steeds beweegt tussen twee gelijkwaardige krachten (bijvoorbeeld goed en kwaad, licht en duisternis of leven en dood) waarbij de ene moreel niet beter is dan de andere, maar waar te veel aandacht voor het ene het andere wel kan doen afdrijven. In het boek (en de bijbehorende dvd) treedt Toonder in dialoog met zichzelf als mens, denker, dichter, schrijver, tekenaar, filmer en Ier en Nederlander. De Bezige Bij plant voor augustus een homageboek, met bijdragen van veertig Nederlandse tekenaars. Kortom: allesbehalve kommer en kwel voor de Toonderfans.

De expo loopt tot en met september in het Stripmuseum Groningen, Westerhaven 71, www.stripmuseumgroningen.nl. Met dank aan het Nederlands Bureau voor Toerisme

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234