Vrijdag 05/06/2020

'Respect voor de auteur druk je niet uit met een fles wijn'

Bij de Vlaamse Auteursvereniging (VAV) gaf Erik Vlaminck na zeven jaar voorzitterschap de fakkel door aan een opmerkelijk duo. 'Inwijkeling' en romancier Marc Reugebrink, winnaar Gouden Uil 2008, wordt geflankeerd door Patrick De Rynck, vertaler en kunstboekenschrijver. Dirk Leyman

'Zie dit als een soort eerbetoon aan Erik Vlaminck. Hij heeft zo veel gepresteerd dat hij eigenlijk niet vervangbaar was. Tenzij met zijn tweeën", lachen Reugebrink en De Rynck. "Want je moet als auteur ook nog aan schrijven toekomen." De voorbije jaren toonde de Auteurs- vereniging ferm haar tanden, onder meer in het beruchte dossier rond de wanbetalende kinderboekenuitgever Clavis en de roerende voorheffing op auteursrechten.

Erik Vlaminck zette de Vlaamse Auteursvereniging als voorzitter op de kaart en toonde zich ondanks scherpe standpunten steeds een compromisbouwer.

De Rynck en Reugebrink: "We moeten als auteurs alleszins geen Calimerocomplex kweken, maar op een constructieve manier onze belangen nastreven. Pas dan bereik je iets, zo merkten we de voorbij zeven jaar in gesprekken met het Vlaams Letterenfonds (VLF) en op het Boekenoverleg. Vandaar dat het essentieel was om een respectabel ledenbestand van 600 auteurs op te bouwen, met grote namen. Zo werp je gewicht in de schaal. Anderzijds liggen solidariteit en het collectieve belang soms moeilijk bij jongere auteurs. Dat heeft blijkbaar met pragmatisme en een toenemende individualisering te maken."

Het kan verrassend klinken dat een ingeweken Nederlander, die intussen Belg is, mee aan het hoofd van een Vlaamse Auteursvereniging komt.

Reugebrink: "Ik ben al geruime tijd in de Vlaamse literaire wereld actief en zit al heel lang bij een Vlaamse uitgever. Ik beschouw Vlaanderen dan ook veel meer als mijn biotoop dan Amsterdam."

De Rynck: "De Nederlandse Taalunie moedigt tegenwoordig het literaire grensverkeer tussen Vlaanderen en Nederland aan. Ons duovoorzitterschap symboliseert dat perfect."

Marc Reugebrink, je staat ook bekend als opiniemaker, die wel eens een collega-auteur over de knie legt?

Reugebrink: "Ik zal dus voorzichtiger moeten zijn, maar ik stap hierin omdat ik altijd kies voor het algemeen belang. Ik betreur het als auteurs dat gemeenschappelijke streven niet opmerken en onderling met elkaar op de vuist gaan, terwijl je op één lijn zou moeten zitten. Poëticale verschillen moeten uiteraard wel kunnen blijven bestaan, ik schil ook wel eens een appeltje met een auteur. Er schort immers iets aan een mediaklimaat waarin hoogstaande literaire discussies niet meer mogelijk zijn."

Met welke dossiers scoorde de VAV de voorbije jaren punten?

De Rynck: "O, dat zijn er heel wat. Natuurlijk de oplossing die we in het dossier rond kinderboekenuitgeverij Clavis realiseerden, na de systematische klachten van auteurs die niet of onvoldoende vergoed werden. Verder de recente actie rond het behoud van de 15 procent roerende voorheffing op auteursrechten. Onze eis is ook dat auteurs aanwezig zijn in commissies en jury's waar over schrijvers beslist wordt, iets wat vanzelfsprekend is bij architecten. Meer en meer zie je dat in de boekenwereld doorsijpelen. Ook het modelcontract voor auteurs is een opsteker."

Reugebrink: "Al moet je voortdurend de vinger aan de pols houden. Want opnieuw krijgen we alarmerende berichten over uitgevers die de hand lichten met het modelcontract voor auteurs en daar hun eigen draai aan geven."

De Rynck: "In het zog van malversaties bij Clavis is toen de functie van ombudsvrouw bij Boek.be in het leven geroepen. Goed idee. Maar liever hadden wij een deontologische commissie gezien die uitgevers in de gaten houdt. Dat blijkt niet haalbaar."

Slechts 20 procent van de Vlaamse literaire schrijvers kan van zijn pen leven. De meerderheid verdient 'het zout op zijn patatten niet', zoals Erik Vlaminck het uitdrukte.

De Rynck: "We kunnen geen gouden bergen voorspiegelen, maar wel blijven werken aan grondvoorwaarden zoals een volwaardig kunstenaarsstatuut, een sterke fiscaliteit, het leenrecht met een transparante uitbetaling door de rechtenmaatschappijen én correcte honoraria.

"Nu is de leenrechtvergoeding in vergelijking met Nederland bespottelijk laag, om van de trage uitbetaling nog maar te zwijgen. En het auteurslezingensysteem is dan wel ondergebracht bij het VFL én verfijnd, maar eigenlijk zijn de middelen nog beperkt. Nochtans is het een heel belangrijke inkomstenbron voor auteurs."

Reugebrink: "Het blijft frustrerend dat je als auteur, wanneer er over business- en verdienmodellen voor het boek wordt gepraat, aan het begin van de keten staat. Maar als er iets afgerekend moet worden, sta je aan het eind. Dan mag je de kruimels rapen die overblijven.

" Er moet dus meer respect zijn voor de schrijver. En dat wordt niet uitgedrukt in een flesje wijn na een optreden, maar in een fatsoenlijk honorarium."

Jullie lanceerden ook al alarmkreten over de marginale plaats van literatuur in het onderwijs. Welke remedies heb je in de aanbieding?

Reugebrink: "Ik maak me zeer grote zorgen. Loffelijk dat diverse organisaties zoals Stichting Lezen en het Poëziecentrum met concrete lespakketten naar scholen toegaan. Maar wij willen hoger schieten. Het probleem zit bij de leerplancommissies en de formulering van hun doelstellingen voor taalonderwijs.

"Ik hoor veel verhalen van docenten Nederlands die de doorlichting op bezoek krijgen en afgerekend worden op het feit dat ze behoorlijk literatuuronderwijs geven. Blijkbaar mag dat niet meer! Je mag er nog maar een zesde van je lestijd aan besteden en niet 'te moeilijk' zijn. In dat onderwijs 'op-de-hurken' schuilt een groot probleem."

Dan is er ook nog het probleemkind poëzie. Gedichten lijken alomtegenwoordig. Maar poëziebundels verkopen voor geen meter.

Reugebrink: "Gedichten op kaartjes of op podia zijn een erg incidentele vorm van aandacht voor poëzie. Het zijn niet meer dan speldenprikjes, ze zorgen er blijkbaar niet voor dat je een dichtbundel gaat aanschaffen. Gedichten zijn een beetje een accessoire geworden. Inzake poëzie is niemand echt op de hoogte van wat er allemaal verschijnt. Een website kan dat probleem oplossen, een taak voor het Poëziecentrum allicht? Je mag ook niet blind zijn voor de transformatie van het literaire landschap en de digitale kanalen."

Uitgevers zetten noodgedwongen de tering naar de nering en publiceren minder boeken.

De Rynck: "Er is ongetwijfeld een verschraling. Als auteursvereniging streven wij naar een zo divers mogelijk landschap. Kartelvorming en 'bestsellerisering' zijn niet altijd een zegen. Vooral het middengenre en de vertaalde literatuur - met een oplage van 1.500 exemplaren - krijgt het hard te verduren. Uitgeverijen moeten ook creatiever leren denken. Ze blijven in gebreke om auteurs te promoten en zitten op een oud spoor. Met enkel boeken rond te sturen naar recensenten of naar radio en tv, red je het niet meer."

Reugebrink: "Uitgeverijen hanteren nog steeds de methode van 'een schot hagel'. Ze geven veel boeken uit en - zo redeneren ze - er zal wel een auteur overleven, hoe wreed ook ten opzichte van de anderen. Het probleem ligt echter niet aan de aanbodzijde. Wel aan de vraagzijde. Via de boekhandel kun je aan marktcorrectie doen. Dat is dan ook een taak voor het Letterenfonds."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234