Dinsdag 01/12/2020

Requiem voor een dode mier

Nooit vermoed dat schoonheid zo oeverloos saai kon zijn

jazz l sun kil moon verkent irritatiegrens in botaniqueHH

Dirk Steenhaut

Mark Kozelek is zo'n man die je er onwillekeurig van verdenkt alle dagen frieten met hamburgers te eten. Zo tergend eenzijdig kwam hij woensdag in de Botanique uit de hoek. De singer-songwriter was er neergestreken met zijn nieuwe groep Sun Kil Moon, die onlangs het fraaie Ghosts Of the Great Highway uitbracht en voor de gelegenheid uit twee gitaristen en twee violistes bestond. Van een echt nieuwe fase in Kozeleks carrière bleek geen sprake: zijn semi-akoestische set bestond vooral uit oud materiaal.

Tussen 1992 en 2001 maakte Kozelek zes langspelers met Red House Painters, een groep die met American Music Club aan de oorsprong lag van een miserabilistische popstrekking die tegenwoordig 'sadcore' heet. Op die platen wentelde de zanger zich in melancholie en tristesse, mijmerde hij over zijn jeugd en de vergankelijkheid der dingen en schilderde hij bij voorkeur in herfstige sepiatinten. Yep, als Kozelek twintig jaar geleden per ongeluk een mier heeft doodgetrapt, kun je er donder op zeggen dat hij er vandaag nog steeds door wordt getraumatiseerd. Anderzijds beschikt de Californiër, de voorbije jaren als acteur te zien in Almost Famous en Vanilla Sky, over genoeg artistieke persoonlijkheid om het verzamelde werk van AC/DC te transformeren in een reeks subtiele folkballads. Het bewijs: zijn drie jaar oude solo-cd What's Next To the Moon.

Een tot de verbeelding sprekende live-performer is hij echter niet. Een decennium geleden maakte hij er met de Painters in de VK een onwaarschijnlijk zootje van en ook in de Botanique kreeg hij ons weer aan het tandenknarsen. 's Mans gemompel in openers 'Evil', 'Dragonflies' en 'Pancho Villa' klonk zo monotoon en onverstaanbaar dat je het nauwelijks zingen kon noemen. Bovendien bewogen de nummers, met knappe vioolmotiefjes en sierlijk vervlochten gitaren, zich telkens weer in hetzelfde trage tempo, zodat je na een kwartier al onbedaarlijk aan het geeuwen sloeg."The mood doesn't change much from song to song", sprak Kozelek eufemistisch. Voor het overige deed hij er het zwijgen toe: "Thuis vertel ik altijd grapjes tussen de songs, maar ach, jullie begrijpen me hier toch niet."

Als je gedachten tijdens een concert beginnen af te dwalen naar die belastingaangifte die je nog moet invullen, weet je hoe laat het is. Nooit vermoed dat schoonheid zo oeverloos saai kon zijn. Op den duur begon je te snakken naar een tempowisseling, een beat, een nieuwe klankkleur, een beetje grofkorreligheid.

Toch reageerde het publiek opvallend mild, zodat Sun Kil Moon mocht bissen met 'Glenn Tipton' en 'Carry Me Ohio', waarin Kozeleks Nick Drake-tic zowaar een Donovan-tic werd. Geen compliment. De zanger besloot de set in zijn eentje met 'Katy Song'. Plots zorgde zijn schitterende gitaarspel wel voor reliëf en dynamiek. Sondheims 'Send In the Clowns' werd halverwege echter finaal verknald, waarna Mark 'I can't think of another song to play' Kozelek er voorgoed de brui aan gaf.

Zijn platen zullen we wellicht nog jaren blijven koesteren, maar het volgende concert van Sun Kil Moon laten we met plezier aan ons voorbijgaan. Sadcore, tot daar aan toe, maar a sad bore? Neen, bedankt.

WIE: Sun Kil Moon WAAR EN WANNEER: Botanique, Brussel, woensdag 26 mei.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234