Maandag 21/06/2021

REPORTAGE n Indonesische overheid nog altijd grote afwezige bij hulpverlening

Geen mens in Atjeh heeft acht dagen na de ramp al iets gezien van de hulp die de regering heeft toegezegd

Boeren in Atjeh willen zaden, geen soapsterren

Voor het stadje Lhok Nga in Atjeh maakt de noodhulp die aangevoerd wordt door 'Selebritis', Indonesische soapsterren, en buitenlanders nu niet veel uit. 'Over een maand is iedereen ons vergeten, en wat moeten wij dan? Al deze mensen hier zijn boeren. Waar moeten wij dan van eten?'

Banda Atjeh

Van onze correspondent

Michel Maas

'Als u iets nodig hebt laat u mij dat weten. Dan komen wij met meer medicijnen en meer dokters en meer zusters", zegt de dokter uit China. "Hebt u veel medicijnen?", vraagt de lokale medewerker van het Indonesische Rode Kruis in Atjeh. "Veel, ja. Heel veel", zegt de dokter uit China met een armgebaar dat een hele berg aanwijst.

Dokter Peng Bibo uit Beijing is met een plan naar Atjeh gekomen. "Ons plan", zegt hij, en opent de kaart van Azië in zijn kantooragenda. "Kijk, daar ligt Beijing. En daar Kuala Lumpur in Maleisië. Van daaruit zijn wij naar Medan gevlogen. En van Medan naar Banda Atjeh."

Hij klapt de agenda dicht. Hier houdt het plan op. Zijn team van 35 artsen, reddingswerkers en assistenten heeft zijn tenten opgeslagen op het vliegveld van Banda Atjeh. Daar laden zij dozen medicijnen op een auto en rijden de omgeving in. Lhok Nga heeft hij gevonden omdat een medewerker van het vliegveld hem heeft verteld over de totale verwoesting die zich hier heeft afgespeeld. "Mawan heette die man", zegt hij, na enig bladeren in de agenda. Alsof dat ertoe doet. "Hoe hebt u deze plek trouwens gevonden?", vraagt hij enigszins verbaasd.

'Posko 85' heet het kamp, waar zo'n twaalfhonderd overlevenden in tenten in de schaduw van een bos van palmbomen overleven. Aan dezelfde weg naar Lhok Nga liggen nog zeker twee van dit soort kampjes verscholen - evenveel als er hier massagraven zijn. Het stadje Lhok Nga bestaat niet meer. Op de plaats waar deze verzameling van 21 dorpjes lag, heb je nu een onbelemmerd uitzicht op de zee. Slechts een fractie van de bevolking is gespaard gebleven. Die schuilt hier nu bij elkaar in dit nieuwe dorp van landbouwplastic.

Honger hebben zij niet. Burhanuddin, dorpshoofd van Lampanya, ziet de hulp binnenstromen. Een vrachtauto dropt een berg kleren, dozen drinkwater en rijst. Uit een bestelbus worden even later pakken koekjes uitgedeeld, en de Chinezen van Peng Bibo in hun rode overalls overdonderen de kleine tent die het Rode Kruis aan de rand van het kampje heeft neergezet.

Burhanuddin ziet het aan en denkt er het zijne van. "Nu komt iedereen langs met hulp, maar ik maak mij zorgen over onze toekomst. Over een maand is iedereen ons vergeten, en wat moeten wij dan? Al deze mensen hier zijn boeren. Wij zijn alles kwijt. Waar moeten wij van eten?"

Atjeh gonst van de goedbedoelde hulpverlening. 's Ochtends rijdt een vol geladen vrachtwagen van het televisiestation Trans TV door de stad. 'Trans TV Peduli Aceh' (Trans TV geeft om Atjeh) staat op een groot spandoek op de zijkant van de truck. De vrachtauto wordt gevolgd door een filmploeg van de omroep. Metro TV, RCTI en SCTV geven ook, en sturen ieder hun eigen vrachtwagenladingen door het verwoeste land, gevolgd door eigen filmploegen voor brede aandacht in de eigen nieuwsprogramma's. De eerste 'Selebritis', beroemdheden uit de soapwereld, druppelen binnen. Vanmiddag schuift ook Siti Hariyati, dochter van ex-president Soeharto en echtgenote van generaal Prabowo, even het gouverneurspaleis binnen.

Voor Lhok Nga maakt dat niets meer uit. De verwoesting daar is totaal. Een betonnen huis staat nog, maar niet waar het voor de ramp stond. Het hele huis is door de golven opgepakt en staat nu dwars over de weg. De vrouwengevangenis is niet meer te vinden. Die is door de zee meegenomen met gevangenen en al. Niets biedt meer bescherming tegen de zon die rond het middaguur genadeloos op de verwoeste vlakte brandt. Militairen hebben het werk aan een massagraf aan de rand van de vlakte laten liggen. Een stapel lijken ligt in de zon te wachten, terwijl de soldaten uitgeput in de schaduw zitten. Als een auto passeert bedelen zij om een slok water. Water dat even verderop bij de vluchtelingen rijkelijk wordt aangevoerd.

Posko 85 is maar een van talloze geïmproviseerde kampjes die aan de rand van het rampgebied zijn ontstaan. Bijna 250.000 Atjeërs zijn volgens de jongste cijfers van de regering hun huis kwijt.

In Gue Gajah wonen er drieduizend. Gue Gajah ligt op het terrein van de studio's van staatsomroep TVRI in Banda Atjeh en is een van de beter georganiseerde kampen in de stad. Hulp is ook hier te over. TVRI zelf geeft natuurlijk, en heeft artsen ingehuurd en een paar dagen geleden een kliniekje geopend. Sigarettenfabrikant Sampoerna sponsort de grote tenten die rijkelijk van zijn naam en logo zijn voorzien. Een Jordaans medisch rampenteam opende gisteren een Jordaanse kliniek (ook Jordanië geeft om Atjeh). "Wij kunnen elke noodoperatie aan", bluft dokter Baker Abbadi, terwijl zijn assistenten zoveel mogelijk journalisten het ziekenhuisje binnenloodsen, en de patiënten laten wachten.

De komst van de Jordaniërs brengt het totale aantal medische ziekenhuisjes in dit ene kamp op vier. "Ach, zolang de mensen er beter van worden, is het niet iets om je druk over te maken", lacht de Australische arts Paul van Buynder. Hij onderzoekt de gezondheidstoestand in het kamp. Die is niet slecht, geeft hij toe, maar in het gedrang om hulp te mogen verlenen zijn er echter nog altijd dingen die hulpverleners over het hoofd zien. "Er is geen toilet", zegt Van Buynder laconiek. "Drieduizend mensen moeten maar zien waar zij hun behoefte doen. Dat wordt ons grootste probleem. Hygiëne en schoon water. Het Australische leger heeft een waterzuiveringsinstallatie neergezet die 500.000 liter drinkwater per dag kan maken. Wij moeten nu gaan zorgen dat dat water ook bij de mensen komt die het nodig hebben."

De overheid zou dat kunnen regelen maar de Indonesische overheid is nog altijd de grote afwezige in het hulpverleningscircuit. Geen mens in Atjeh heeft acht dagen na de ramp al iets gezien van de hulp die de regering heeft toegezegd. Regeringswoordvoerder H. Agus Salim doet zijn best uit te leggen dat dat niet betekent dat er niets gebeurt. "De regering probeert systematisch te werk te gaan", legt hij uit. Bovendien heeft de overheid het moeilijk. Het lokale bestuur is erg gehandicapt omdat 80 procent van de ambtenaren in Atjeh zelf op een of andere manier getroffen is door de ramp. De regering in Jakarta heeft daarom ambtenaren en studenten van de hogere ambtenarenschool gestuurd om het kreupele overheidsapparaat weer op gang te brengen. "Maar dat kost tijd", erkent Salim.

Vluchtelingen storten zich op de hulp die er is. Vrouwen graaien in de berg kleding, en kinderen dringen voor bij de koekjes. Even zijn zij de gelukkigen, de overlevenden. Zodra zij terug zijn bij hun tenten, zijn zij echter weer overgelaten aan hun eigen particuliere ongeluk. De achttienjarige Fitri zit voor haar tent in Gue Gajah en bergt haar gezicht in haar handen. Haar familie is weg. Zij heeft alle lijkenzakken in haar dorp Puji opengemaakt, maar niemand meer gevonden.

Nu zij zit hier in dit kamp waar zij niemand kent, zij heeft geen geld om ergens anders heen te gaan. En niemand geeft, want iedereen hier heeft eenzelfde verhaal. Boven Fitri's hoofd dreunt de monotone stem van een omroeper, die zonder pauze namen en telefoonnummers omroept van mensen die gevonden willen worden. Niemand luistert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234